Hoe ziet de wetenschap van emotie er uit? - Chapter 1

In dit boek komen allerlei belangrijke vragen met betrekking tot emoties aan bod. Wat zijn emoties en waarom hebben we ze? Beïnvloeden emoties onze gedachten en herinneringen, en beïnvloeden onze herinneringen onze emoties? Zijn emoties hetzelfde als gevoelens? Zijn sommige mensen vatbaarder voor het ontwikkelen van emotionele stoornissen dan anderen?

Wat zijn de verschillende benaderingen voor het bestuderen van emotie?

Wanneer we terugdenken aan gebeurtenissen uit ons leven, zijn het vaak de affectieve eigenschappen van die momenten die als eerst naar boven komen. Wat zijn de fundamentele eigenschappen van emotionele ervaringen?

Emotionele momenten bevatten normaal gesproken een aantal verschillende componenten, zoals acties, gedachten, gevoelens, lichamelijke reacties enzovoorts. Verschillende onderzoeken hebben geprobeerd te focussen op verschillende componenten van emotie. De meesten zijn het erover eens dat gevoelens het meest belangrijke aspect zijn van emoties. Hoe iets voelt heeft de grootste invloed op onze gedachten en herinneringen en het bepaalt hoeveel we ergens van genieten.

Er zijn ook wetenschappers die stellen dat gevoelens wel belangrijk zijnvoor het begrijpen van emoties. Zij stellen dat een reeks fysiologische, neurale en gedragsreacties het fundament vormen van emoties. Emoties zouden volgens hen al gevormd zijn voordat gevoelens ontstaan.

Een terugkerend probleem in de wetenschap van emotie is dat verschillende onderzoeksstromingen focussen op verschillende aspecten van emoties en daardoor andere vragen stellen en andere definities van emoties hanteren. Bovendien gebruiken ze verschillende onderzoeksmethodes. In dit boek wordt een beeld geschetst van onderzoek naar emoties door de verschillende stromingen en disciplines te belichten: cognitieve, sociale en klinische psychologie en cognitieve en affectieve neurowetenschap.

Emoties als biologisch fenomeen

Veel onderzoekers stellen dat emoties voortkomen uit evolutie. Volgens deze theorie werden emoties geselecteerd omdat ze goede oplossingen verzorgden voor terugkerende problemen van onze voorvaderen (het vinden van water en voedsel, het vinden van seksuele partners, het ontwijken van gevaar, het verzorgen van nakomelingen).

Het biologische perspectief stelt dat emoties het best begrepen kunnen worden als door de natuur geselecteerde oplossingen die ervoor zorgen dat wij dingen willen doen die goed zijn voor het doorgeven van onze genen. Door dit perspectief verschuift de nadruk van het onderzoeken van menselijke gevoelens naar het onderzoeken van eigenschappen en gedragspatronen die we delen met een grote groep andere diersoorten. Emoties worden dan gezien als een complexe reactie op een betekenisvolle gebeurtenis.

Omdat emoties bestaan uit veel verschillende mogelijke acties (oorbeeld: een snelle ontsnapping), is er vaak veel lichamelijke ondersteuning nodig van mechanismen die zich bezighouden met processen van opwinding (bijvoorbeeld het afgeven van adrenaline). Emoties kunnen dus gezien worden als lichamelijke processen die zowel psychologische als cognitieve en gedragsmatige implicaties hebben voor het organisme.

De meeste onderzoekers nemen aan dat we van nature een primaire set emotiesystemen meekrijgen maar dat deze ook aangepast kunnen worden door leerprocessen en culturele invloeden. Een fundamentele aanname is wel dat emoties genetisch gecodeerde responssystemen zijn die geactiveerd worden door biologisch of evolutionair relevante situaties. Dit is gevonden in dierstudies waarbij dieren die in strikte laboratoriumomstandigheden waren opgevoed toch klassieke angstreacties lieten zien. Het gaat om een selectief leerproces: angstreacties worden veel makkelijker aangeleerd voor biologisch relevante stimuli (bijvoorbeeld een slang) dan voor irrelevante stimuli (bijvoorbeeld een bos bloemen).

Samengevat; evolutie heeft ons voorzien van een aantal redelijk automatische reacties op stimuli die gevaarlijk of juist voordelig waren voor onze voorvaderen. Deze stimuli worden nog steeds gezien als belangrijke oorzaken van onze emotionele reacties.

Opvallend is dat tussen culturen - en ook tussen soorten – de gezichtsuitdrukkingen die bij bepaalde basale emoties (zoals boosheid, angst, blijheid, verdriet en walging) horen vrijwel gelijk zijn.

Emoties zorgen dat een reeks processen in gang wordt gezet om een onmiddellijk en dringend probleem op te lossen. Angst zorgt er bijvoorbeeld voor dat de op dat moment actieve processen worden onderbroken, zodat de aandacht snel gericht kan worden op potentieel gevaar.

Emoties als sociaal construct

Volgens deze benadering zijn emoties helemaal geen biologische fenomenen, maar sociaal geconstrueerde verhaaltjes die vorm en betekenis geven aan onze sociale omgeving. Hier zijn emoties dus een aangeleerd product van cultuur, die helpen met het definiëren van waarden en verschillende rollen. Verschillende culturen waarderen emoties op verschillende manieren en dat speelt een belangrijke rol in hoe mensen bepaalde emoties ervaren. In plaats van een universele set emoties heeft elke cultuur dus een andere set emoties. Deze theorie wordt bevestigd door het feit dat verschillende talen ervoor zorgen dat emoties verschillend worden uitgedrukt.

Verschillende culturen kijken verschillend naar het individu. Het onafhankelijke zelf is een vorm van individualisme (veelvoorkomend in westerse culturen), waarbij onafhankelijkheid van anderen als waardevol wordt gezien. Gedrag wordt gezien als een product van interne factoren zoals persoonlijke motivatie. Daartegenover staat het onderling afhankelijke zelfzelf, dit komt meer voor in collectivistische culturen (zoals in Azië). Hierbij is het zelfconcept afgeleid van de contacten met andere mensen. Identiteit en status zijn een product van connecties met belangrijke groepen zoals familie, in plaats van persoonlijke prestaties. Gedrag wordt hierbij dus verklaard door externe factoren.

Uit onderzoek van Kitayama blijkt dat mensen uit culturen waar wordt uitgegaan van een onafhankelijk zelf, minder negatieve emoties voelden naarmate zij meer positieve emoties voelden. Dit is in overeenstemming met de westerse cultuur, waarin mensen worden aangemoedigd om de nadruk te leggen op positieve emoties en negatieve emoties te minimaliseren. Mensen uit culturen met een onafhankelijk zelf blijken ongeveer evenveel positieve als negatieve emoties te ervaren. Dit is consistent met de cultuur, waarin het behoud van harmonie en balans belangrijker is dan het ervaren van positieve gevoelens.

Omgaan (coping) met de omgeving verschilt ook per cultuur. In westerse culturen wordt van mensen verwacht dat zij hun eigen wil aan de situatie opleggen en proberen de omgeving te veranderen. In oosterse culturen daarentegen, wordt van mensen verwacht dat zij zichzelf aanpassen aan moeilijke situaties. Dit betekent dat verschillende emoties heel verschillend gewaardeerd worden in beide culturen. Boosheid wordt in oosterse culturen bijvoorbeeld als negatief gezien omdat het een teken is dat de persoon zich niet aanpast aan de situatie en daarmee de balans verstoort.

Sommige emoties zijn uniek voor een bepaalde cultuur, bijvoorbeeld de emotie amae in Japan. Deze emotie is een fijn gevoel dat voortkomt uit een gevoel van saamhorigheid, vooral wanneer dit voortkomt uit complete afhankelijkheid van een ander persoon. Deze emotie wordt niet vaak ervaren in westerse culturen, omdat het in strijd is met het bereiken van onafhankelijkheid anautonomie. Deze unieke emoties helpen mensen om efficiënt om te gaan met de eisen die door hun sociale verantwoordelijkheden gesteld worden binnen een cultuur.

Emoties als resultaat van de perceptie van lichamelijke veranderingen

Binnen deze stroming bestaan twee empirische benaderingen. De eerste is de James-Lange theory of emotions, een aanname dat emoties ontstaan als gevolg van onze perceptie van een lichamelijke toestand. Dus als we een beer zien, ervaren we een reeks lichamelijke veranderingen (activatie van het autonome zenuwstelsel) en de perceptie hiervan is de emotie.

Deze theorie is recent herzien door Damasio, met zijn somatic-marker hypothesis. Deze stelt dat emotionele ervaringen worden veroorzaakt door de perceptie van veranderingen in een grote reeks lichamelijke processen. Hierbij identificeert Damasio meer veranderingen dan James en Lange, onder andere biochemische en hormonale indicators. Ook vond hij dat een emotionele staat soms al voorkomt wanneer er nog geen veranderingen in het lichaam zijn gesignaleerd. We kunnen dus een emotie ervaren zonder de daadwerkelijke lichamelijke reacties. In tegenstelling tot James en Lange, hoeven emoties volgens Damasio niet per sé bewust ervaren te worden.

Emoties als resultaat van cognitieve evaluatie

Deze stroming stelt dat een cognitieve evaluatie van het belang van een object een goede indicator is voor een emotionele respons. Het centrale idee van deze theorie is dat de manier waarop we het belang van gebeurtenissen om ons heen evalueren en taxeren, bepaalt wat voor emotie we voelen. Dus cognitieve evaluaties zijn evaluaties van de relaties tussen het zelf en de omgeving. Wanneer een verandering in de omgeving relevant is voor ons, resulteren deze evaluaties in specifieke acties en uitkomsten die worden gevoeld als emoties.

Deze theorie kan verklaren waarom verschillende mensen op verschillende momenten zulke verschillende emoties kunnen voelen als reactie op dezelfde gebeurtenis. Het is dus niet de situatie zelf die een emotie veroorzaakt, maar eerder hoe de situatie geëvalueerd wordt ten opzichte van huidige doelen van de persoon.

Neurowetenschap en cognitieve benaderingen

De noties dat cognitie belangrijk is voor emoties en dat emoties geïmplementeerd zijn in het brein zijn beide ideeën die al erg lang de ronde doen. Relatief recente verbeteringen in brain imaging instrumenten hebben gezorgd voor een explosie van onderzoeken met menselijke participanten. Sociale en klinische psychologen hebben een reeks gedragstaken ontwikkeld om te onderzoeken welke cognitieve processen invloed hebben op affectieve responsen en vice versa. Het is dus tijd om cognitieve en neurowetenschappelijke benaderingen van emoties dichter bij elkaar te brengen.

Bestaat er een emotiecentrum in het brein?

Vroeger werd gedacht dat het limbisch systeem verantwoordelijk was voor alle emoties. Dit idee bleek later incorrect. Het blijkt dat er geen deel van de hersenen aan te wijzen is dat volledig verantwoordelijk is voor emoties. Het is eerder zo dat verschillende combinaties van hersendelen verantwoordelijk zijn voor de verwerking van verschillende emoties.

Ondanks dat er geen emotiecentrum bestaat, zijn er wel hersenstructuren die een uitzonderlijk belangrijke rol spelen bij emoties. Deze structuren komen verbazingwekkend veel overeen tussen mensen en dieren. Een belangrijk verschil echter is encephalisatie, wat betekent dat mensen een grotere neocortex en frontale cortex hebben dan dieren. Dit heeft in de evolutie gezorgd voor een toename in cognitie, wat een grote invloed heeft gehad op emotionele processing in het menselijk brein. Menselijke emotie wordt verder voor een groot deel beïnvloed door de ontwikkeling van taal. Dus de kernprocessen van emotie vinden grotendeels plaats in subcorticale structuren, maar de gevoelens hebben zich met de evolutie verplaatst naar de corticale regionen.

De triune brain theory

De triune brain theory van James Papez is één van de eerste pogingen om uit te vinden hoe emotie geïmplementeerd is in het brein. Sensorische informatie van zowel de externe wereld als de interne processen gaan het brein binnen via een aantal sensorische systemen en bereiken vervolgens de thalamus. Hier wordt de informatie gesplitst in drie paden: de striatale regio (beweging), de neocortex (gedachten) en het limbisch systeem (gevoelens).

Wat is de basis van neuroanatomie?

Het menselijk brein kan onderverdeeld worden in drie globale regionen: het cerebrum, de mesencefalon en de hersenstam.

Het cerebrum bestaat uit de neocortex, herkenbaar aan de gekreukelde vouwen aan de buitenkant van het brein. Verder is het cerebrum onderverdeeld in vier lobben: de frontale, temporale, pariëtale en occipitale lobben.

De hersenen zijn verdeeld in een linker hemisfeer en een rechter hemisfeer. Alle belangrijke hersenstructuren komen dus eigenlijk twee keer voor; één keer in iedere hersenhelft. Er zijn termen ontwikkeld om te beschrijven naar welk deel van de hersenen gekeken wordt. De richting die naar voren wijst wordt anterieur, rostraal of frontaal genoemd, de richting die naar de achterkant van het hoofd wijst posterieur of caudaal. Omhoog wordt dorsaal genoemd, omlaag (richting de grond) ventraal. Een mediaal gezichtspunt op de hersenen is er wanneer we recht tegen het midden van de hersenen aankijken, wanneer deze doormidden gesneden zouden zijn. Een lateraal gezichtspunt kijkt recht op de buitenkant van de hemisfeer; de kant het verst verwijderd van het centrum.

Wat is het onderwerp van emotiewetenschap?

Affectieve processen zijn belangrijk in het reguleren van onze relaties en sociale interacties en helpen ons om effectief met elkaar te communiceren. Ook zijn ze belangrijk om gezond te blijven of juist in het ontwikkelen van ziekte. Tijdens de periode van behaviorisme werd er echter weinig onderzoek gedaan naar emotie omdat er geen objectieve manieren waren om emotie te meten. Tegenwoordig wordt er juist weer veel onderzoek naar emotie gedaan. Er is zelfs een nieuw onderzoeksveld ontwikkeld: affectieve neurowetenschap. Het meeste onderzoek gaat over de interactie tussen emotie en cognitie. Emoties hebben namelijk invloed op cognitieve processen zoals selectieve aandacht, geheugen en het nemen van beslissingen. Andersom kunnen cognities ook invloed hebben op emoties.

Hoe wordt affect gedefiniërd: emoties, stemmingen en gevoelens?

  • Emoties zijn relatief korte episodes van gecoördineerde hersen-, autonimische en gedragsveranderingen die een reactie op een externe of interne gebeurtenis veroorzaken, die van belang is voor het organisme.

  • Gevoelens zijn de subjectieve representatie van emoties.

  • Stemming is een diffuse affectieve staat met een lagere intensiteit dan emotie, maar die wel veel langer aanhoudt.

  • Attitudes zijn relatief lang aanhoudende, affectieve overtuigingen, voorkeuren en aanleg ten opzichte van objecten en personen

  • Affectieve stijl is een relatief stabiele aanleg die zorgt dat een persoon op een bepaalde manier waarneemt en reageert ten opzichte van mensen en objecten

  • Temperament is een combinatie van affectieve stijlen die al vroeg in het leven zichtbaar worden, en dus waarschijnlijk bepaald worden door genetische factoren

Wat zijn affect-cognitie interacties?

Cognitie verwijst naar de mentale processen en gaat er vanuit dat er sprake is van interne, mentale staten (bijvoorbeeld overtuigingen, verlangens en intenties), die geïnterpreteerd kunnen worden in termen van informatieverwerking. Een klassieke definitie van cognitie is: ‘alle processen waarlangs de sensorische input getransformeerd, gereduceerd, uitgebreid, opgeslagen, opgehaald en gebruikt wordt’. Cognitieve psychologie heeft cognitie opgedeeld in kleinere delen, zoals perceptie, aandacht, geheugen, het nemen van beslissingen en probleem oplossen.

Oatley en Jonson-Laird ontwikkelden de cognitieve theory of emotions, die suggereert dat een primaire functie van bepaalde basisemoties is om een complex cognitief systeem te coördineren. Dit systeem moet zeer flexibel zijn om aan te kunnen passen aan een dynamische omgeving. Emoties hebben als functie om dit systeem wanneer nodig te reorganiseren. Hierdoor komen doelen die relevant zijn voor die specifieke emotie naar de oppervlakte.

De manier waarop we informatie verwerken kan ons algemene gevoel van geluk en welzijn bepalen. Een positieve blik op het leven leidt vaak tot gelukkig zijn, een negatieve blik op bepaalde situaties kan een neerwaartse spiraal tot gevolg hebben. Individuele verschillen in informatieverwerking kunnen dus indicatief zijn voor serieuze affectieve stoornissen zoals angst of depressie.

Welke controverses komen voor in het onderzoek naar emotie?

Er wordt op heel veel verschillende manieren onderzoek gedaan naar emoties. Daardoor worden er ook veel verschillende soorten onderzoeksvragen gesteld. Nog belangrijker zijn de verschillende resultaten die gevonden worden, door verschillende onderzoekstechnieken. Een uitdaging van onderzoek naar emotie is dus om op de één of andere manier alle uitkomsten te integreren.

Veel uitkomsten die inconsistent lijken, zijn een gevolg van verschillende onderzoekers die dezelfde terminologie gebruiken om zeer verschillende fenomenen te bestuderen. Door voorzichtig te zijn met het definiëren van verschillende termen en door te erkennen dat affect op veel verschillende niveaus onderzocht kan worden, komen we hopelijk dichter bij een algemeen begrip van emoties en de rol die ze spelen in ons leven.

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2930
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector