Hoe zien categorische benaderingen van de structuur van affect er uit? - Chapter 4
- Welke categorieën emoties zijn er?
- Wat wordt bedoeld met basisemoties?
- Hoe worden verschillende gezichtsuitdrukkingen herkend?
- Hoe worden intonatie en vocalisatie herkend?
- Wat is het bewijs voor emotie-specifieke ANS-activatie in kenmerkende fysiologie?
- Welke kenmerkende neurale circuits zijn er?
- Wat houdt dieronderzoek in?
- Wat houdt Panksepp’s benadering van emotie-actiesystemen in?
- Wat is het verband tussen oxytocine, moederzorg en romantische liefde?
- Wat houdt de benadering van LeDoux over angstconditionering in?
- Wat zijn de effecten van amygdalaschade in niet-menselijke primaten?
- Welke Laesie-studies in onderzoek bij mensen zijn er?
- Hoe werkt angstconditionering bij patiënten met een hersenbeschadiging?
- Is de amygdala specifiek voor angst?
- Wat zijn kenmerkende voorafgaande gebeurtenissen?
- Wat is het evaluatie-model van emoties?
Welke categorieën emoties zijn er?
Veel onderzoekers zien emoties als voorbeelden van discrete categorieën zoals boosheid, angst, verdriet, blijheid enzovoorts. Vaak wordt een klein aantal emoties ook gezien als basis- of primaire emotie, omdat deze emoties in alle culturen worden teruggezien. Er wordt aangenomen dat verschillende emoties verschillende neurologische structuren hebben, die direct en automatisch geactiveerd worden door de juiste stimuli of evaluaties. Het is belangrijk te noemen dat wanneer we het hebben over basisemoties, het vaak gaat om groepen gerelateerde affectieve toestanden met gedeelde eigenschappen (emotion families), in plaats van specifieke emoties.
Wat wordt bedoeld met basisemoties?
Basisemoties worden gezien als de emoties die van belang zijn voor het overleven van de soort, de samenleving of de zelf. Deze biologische benadering is de mees voorkomende, maar biologische mechanismen veroorzaken alleen beperkingen voor gedrag. Sociale factoren zijn ook een belangrijke factor voor het ontstaan van basisemoties. Denk aan emoties als amae in Japan. Amae wordt daar gezien als basisemotie, terwijl het in andere culturen niet voorkomt.
De categoriebenadering, die stelt dat emoties kenmerkend zijn voor verschillende categorieën (sommigen meer basis dan anderen), blijft tot op heden de meest dominante benadering. Basisemoties zijn gelinkt aan interne lichaamsprocessen die ontstaan zijn uit bepaalde neurale structuren. Ze worden uitgelokt door emotioneel-competente stimuli en kunnen invloed uitoefenen op zowel cognitieve processen als actieneigingen. Daarnaast heeft elke emotie een uniek gevoel. Het belangrijkste element dat zorgt dat emoties van elkaar onderscheiden worden is dat onze evaluatie van een gebeurtenis beïnvloed wordt door onze voorouders, dus door de evolutie.
Criteria voor basisemoties
Het centrale idee van een discrete emotie-respons is dat zodra een emotie ontstaat, er een set gemakkelijk te herkennen gedrags- en lichamelijke responsen wordt veroorzaakt. Deze responsen zijn gecoördineerd in de tijd en gecorreleerd in intensiteit. Levenson stelt dat zodra een emotie geactiveerd is, er een aantal subroutines voor de verschillende responssystemen wordt geactiveerd, met gevoel (feeling) als belangrijkste. De anderen zijn gezichtsuitdrukking, verbale uitdrukking, motorische actie en lichamelijke activatie. Een emotie kan ontstaan als onmiddellijk gevolg van een gebeurtenis, of door een evaluatie van de gebeurtenis.
Er is nog steeds geen duidelijke set criteria voor het onderscheiden van basisemoties. Doordat er steeds verschillende criteria worden gebruikt, worden er ook steeds weer andere emoties aangewezen als basisemoties. Door dit gebrek aan overeenstemming wordt het bestaan van basisemoties wel eens in twijfel getrokken. Echter, ondanks alle verschillende theorieën en criteria, zijn veel onderzoekers het eens dat blijheid, angst, boosheid, walging en verdriet goede voorbeelden zijn van basisemoties.
Overzicht van empirisch bewijs voor discrete emoties
Elke emotie wordt gekenmerkt door bepaalde signalen om de affectieve toestand te communiceren naar anderen. Tomkins was de eerste die specifieke responspatronen identificeerde voor de verschillende emoties bij mensen. Het meeste onderzoek hiernaar focust op gezichtsuitdrukking maar er is ook onderzoek gedaan naar verbale uitdrukking. Beide worden hieronder verder uitgelicht.
Hoe worden verschillende gezichtsuitdrukkingen herkend?
Sommige emoties worden gekenmerkt door dezelfde gezichtsuitdrukkingen in verschillende culturen of zelfs in verschillende diersoorten. In vroeg onderzoek hiernaar werd gekeken of mensen op basis van foto’s in staat waren om emoties te herkennen uit gezichtsuitdrukkingen. Het probleem hiermee was dat mensen te veel verschillende woorden gebruikten om bepaalde uitdrukkingen te beschrijven. Hieruit ontstond de methode waarbij mensen gevraagd werd voor elke foto de beste beschrijving te kiezen uit een beperkt aantal labels. Deze labels waren meestal de zes basisemoties die hierboven al genoemd werden. Deze techniek verbeterde de accuraatheid aanzienlijk.
Cross-culturele studies lieten ook veel overeenstemming tussen mensen zien maar deze resultaten werden in twijfel getrokken omdat er misschien sprake was van invloeden van westerse televisie. De oplossing hiervoor was een herhaling van de studie in Nieuw Guinea, waarbij een groep mensen werd onderzocht die zeer geïsoleerd leefden en vrijwel geen contact hadden met de westerse maatschappij. Ook bij deze mensen werd een grote mate van overeenstemming gevonden. Tot slot werden ook nog foto’s gemaakt van de Nieuw Guineanen die verschillende emoties uitdrukten. Deze emoties werden vervolgens weer correct geïdentificeerd door Amerikaanse studenten. De conclusie hieruit was dat bepaalde emoties dus echt universeel bepaald zijn.
Kritiek op deze theorieën is onder andere dat het gebruik van tevoren vastgestelde labels kan zorgen voor een verhoogde mate van overeenstemming. Daarnaast kan het zijn dat niet de gezichtsuitdrukkingen, maar bepaalde componenten ervan (gefronste wenkbrauwen) het universele signaal zijn.
Hoe worden intonatie en vocalisatie herkend?
Het communiceren van emoties kan ook door vocalisatie. Sommige vocalisaties zijn waarschijnlijk ook universeel, bijvoorbeeld het ‘yuck’-geluid dat we maken wanneer we walging voelen, of een schreeuw van angst. De methode om dit te onderzoeken is vergelijkbaar met die voor het onderzoeken van gezichtsuitdrukkingen: participanten luisteren naar zinnen die worden uitgesproken met een bepaalde emotionele toon en de participant moet de emotie identificeren aan de hand van een aantal keuzemogelijkheden. De overeenstemming tussen de participanten was behoorlijk hoog maar de meeste van de kritieken op het onderzoek naar gezichtsuitdrukkingen geldt hier ook weer.
Ondanks het kleine aantal cross-culturele studies lijkt het erop dat sommige emoties universeel zijn in hun vocale uitingen. Het is wel zo dat hoe minder de taal van de spreker lijkt op die van de participant, hoe minder goed de emotie herkend wordt. Het lijkt er dus op dat cultuur van invloed is op het verbaal uitdrukken van emotie.
Er is ook neurale activiteit te zien in de auditory cortex. Participanten in een studie van Grandjean moesten een geslacht toewijzen aan een stem die zij hoorden. De stem sprak een niet-bestaande taal op een neutrale of boze toon. De boze toon zorgde voor verhoogde activiteit in de superieure temporale sulcus, wat suggereert dat hersenresponsen versterkt worden door de aanwezigheid van dreigende informatie.
Sociale interactie kan ook een grote rol spelen bij het herkennen van emotionele intonatie (hetzelfde geldt voor gezichtsuitdrukking). Er is altijd sprake van bepaalde interactie tussen de spreker en de luisteraar. Helaas zijn deze ingewikkelde en snel veranderende processen moeilijk te vangen in een laboratoriumstudie waardoor er nog niet veel onderzoek is gedaan naar dit effect.
Wat is het bewijs voor emotie-specifieke ANS-activatie in kenmerkende fysiologie?
Een belangrijke vraag in onderzoek naar emotie is of elke emotie samengaat met een specifiek patroon van fysiologische responsen. Veel studies hebben onderzocht in hoeverre elke emotionele toestand samengaat met unieke activatie van het autonome zenuwstelsel (autonomic nervous system (ANS)). Dit systeem reguleert de automatische systemen in het lichaam (hart en bloedvaten, spijsvertering, ademhaling etc.).
Omdat de functie van het ANS is om te zorgen voor een consistente en stabiele lichamelijke toestand (homeostase), is het aannemelijk dat de reactie op veel emoties grotendeels gelijk is. Levenson stelt echter dat wanneer een emotie zeer specifiek gedrag vereist, dit ook te zien is al een specifieke verandering in ANS-activiteit. Boosheid en angst zijn goede voorbeelden van zulk soort emoties. Ekman vond ook dat emoties te onderscheiden zijn door specifieke patronen in ANS-activatie, door zijn onderzoek waarin proefpersonen gevraagd werd bepaalde gezichtsuitdrukkingen te vormen. Dit werd gedaan door specifieke aanwijzingen (‘trek je wenkbrauwen op’). Wanneer de gezichtsuitdrukking leek op een prototypische uitdrukking voor een emotie, voelden mensen deze emotie ook vaker. Dit onderzoek is herhaald in andere culturen en daar werd gevonden dat bepaalde ANS-activatiepatronen universeel zijn.
Welke kenmerkende neurale circuits zijn er?
Als er een set basisemoties bestaat, zouden we kunnen verwachten dat er neurale activatiepatronen bestaan die specifiek zijn voor elk van deze emoties. Hiernaar is veel onderzoek gedaan bij zowel dieren als mensen, zoals hieronder besproken zal worden.
Wat houdt dieronderzoek in?
Sommig onderzoek focust op het identificeren van neurochemische systemen die van invloed zijn op emotionele responsen. Ander onderzoek kijkt naar de rol van specifieke anatomische structuren in de hersenen die van invloed zijn op het leren en uitdrukken van bepaalde emoties. Panksepp stelt dat affectieve processen ontstaan uit subcorticale emotie-actiesystemen, die leiden tot unieke affectieve ervaringen van gevoel. De systemen zijn universeel voor zoogdieren en zijn ontstaan door evolutie. Dit zou te onderzoeken zijn door onderzoek naar dieren te doen maar de kritiek daarop is dat veel soorten alleen emoties zouden hebben en geen gevoelens. Sommige andere onderzoekers stellen dat gevoelens helemaal niet belangrijker zijn dan andere aspecten van emotie. Weer anderen vinden het makkelijker om gevoelens te bestuderen bij mensen, waar ze veel directer gemeten kunnen worden.
Wat houdt Panksepp’s benadering van emotie-actiesystemen in?
Panksepp stelt dat de werking van neurotransmittersystemen het belangrijkste aspect van emotie-actiesystemen is. Volgens hem moeten we dieren onder natuurlijke omstandigheden onderzoeken, zodat de neurotransmitters die van belang zijn voor specifieke systemen geïdentificeerd kunnen worden. Deze transmitters kunnen vervolgens gemanipuleerd worden door drugs om te kijken welk effect dit heeft op subjectieve gevoelens.
Een conclusie van Panksepp is dat affectieve processen in de hersenen verdeeld kunnen worden over drie algemene categorieën die verschillen in de mate van complexiteit: reflectieve affecten, Blue-ribbon (niveau A emoties) en hogere sentimenten. Het idee is dat de basisemoties ontstaan in de middenhersenen en dat de frontale cortex zorgt voor de meer ingewikkelde emoties zoals schaamte, schuldgevoel, jaloezie, et cetera. Verder stelt Panksepp dat er zeven primaire affectieve systemen zijn die als basis gezien kunnen worden en die we te danken hebben aan evolutie. De onderstaande tabel laat zien welke zeven systemen dit zijn met hun belangrijkste neurotransmitters:
| Primaire affectieve systemen | Neurotransmitters |
| Seeking | Dopamine (+), glutamaat (+), verscheiden neuropeptiden, opiaten (+), neurotensine (+) |
| Woede | Substantie P (+), ACh (+), glutamaat (+) |
| Angst | Glutamaat (+), verscheidene neuropeptiden, CCK, NPY |
| Lust | Steroïden (+), vasopressine en oxytocine, CCK |
| Zorg | Oxytocine (+), prolactine (+), dopamine (+), opioiden(+/-) |
| Paniek | Opioiden (-), oxytocine (-), prolactine (-), CRF (+), glutamaat (+) |
| Spelen | Opioiden (+/-), glutamaat (+), ACh (+) |
* (-) betekent dat de neurotransmitter het prototype inhibeert en (+) betekent dat de neurotransmitter het prototype activeert
Wat is het verband tussen oxytocine, moederzorg en romantische liefde?
De peptide oxytocine is cruciaal voor het ontwikkelen van moederlijk gedrag, hechting en mogelijk zelfs romantische liefde. Het is belangrijk voor vrouwelijke seksualiteit en speelt een rol in de bevalling en borstvoeding. Daarnaast heeft het een bredere rol in de ontwikkeling van koestering en moederlijk gedrag. Verschillen in dit gedrag lijken (volgens onderzoek bij ratten) direct gerelateerd te zijn aan verschillen in de hoeveelheid oxytocinereceptoren; hoe meer receptoren, hoe minder angstig en hoe meer moederlijk. Er is ook bewijs voor een link met het panieksysteem: hoe meer oxytocine in de hersenen, hoe minder noodsignalen een ratje afgeeft wanneer het wordt gescheiden van de moeder.
Het is de vraag of oxytocine echt moederlijke gevoelens beïnvloedt, of eerder direct de specifieke moederlijke gedragingen uitlokt. Deze gedragingen kunnen natuurlijk voorkomen zonder dat er gevoelens bij betrokken zijn. Onderzoek heeft wel uitgewezen dat hechting wordt versneld door een grotere hoeveelheid oxytocine maar het wordt niet duidelijk of dit gemedieerd wordt door gevoelens. Er is geen onderzoek bij mensen gedaan naar de link tussen hersenactivatie door oxytocine en subjectieve gevoelens. Er is wel een onderzoek geweest dat de link tussen oxytocine-reactiviteit en subjectieve gevoelens van liefde bekeek. Hieruit bleek dat er wel een correlatie was met de gedragsindicatoren van liefde, maar niet met de subjectieve gevoelens. Dit is dus een indicatie dat oxytocine geen directe invloed heeft op gevoelens.
Wat houdt de benadering van LeDoux over angstconditionering in?
Veel van wat we weten over de neurale paden die betrokken zijn bij angst, komt van studies over angstconditionering. Hierbij wordt een geconditioneerde respons aangeleerd (een angstreactie) op een geconditioneerde stimulus (meestal een geluid). Dit wordt gedaan door het geluid op te volgen met een pijnlijke stimulus die angst veroorzaakt. Na een aantal keer ontstaat de angst al als reactie op het geluid, zonder dat de pijnlijke stimulus aanwezig is.
De amygdala is de belangrijkste hersenstructuur bij angst. Deze bestaat uit drie belangrijke delen: de corticomediale nuclei, de basolaterale nuclei en de centrale nucleus. Er zijn twee routes die een stimulus kan nemen. De lage route is de snelste route, hierbij gaat de stimulus direct van de thalamus naar de amygdala. De hoge route is iets langzamer, hierbij gaat de stimulus van de thalamus naar de auditory cortex en van daar naar de amygdala, waardoor de stimulus ook bewust wordt waargenomen.
Contextuele angst-associatie komt voor wanneer een individu al een angstreactie ontwikkelt voor de ruimte waarin de respons geconditioneerd is, zelfs zonder dat er een geconditioneerde stimulus aanwezig is. Dit komt door de hippocampus, die gerelateerd is aan episodisch geheugen.
Extinction ontstaat wanneer de geconditioneerde stimulus heel vaak voorkomt zonder de pijnlijke prikkel, waardoor het individu leert om niet meer bang te zijn voor deze stimulus. De angstrespons zal langzaam minder worden en uiteindelijk verdwijnen. Dit leerproces vindt voornamelijk plaats in de mediale PFC, samen met andere corticale gebieden, en is van invloed op hoe de amygdala en hippocampus reageren op situaties en stimuli.
Wat zijn de effecten van amygdalaschade in niet-menselijke primaten?
Het weghalen van de temporale kwab (die de amygdala bevat), leidt bij apen tot het Kluver-Bucysyndroom, wat zorgt dat de apen zeer tam en niet agressief werden. Daarnaast waren ze niet meer bang voor stimuli waarvoor ze dat voor de ingreep wel waren. Andere effecten van de ingreep waren hyperseksualiteit en een neiging om niet-eetbare dingen te eten, zoals stenen en uitwerpselen. Omdat er meer verwijderd was dan alleen de amygdala, kunnen deze effecten ook door andere hersendelen komen, maar van het gebrek aan angstreacties is later wel aangetoond dat dit door het verwijderen van de amygdala kwam.
Uit onderzoek naar beschadiging van de frontale kwab blijkt dat dit deel van belang is voor het regelen van de emotionele respons. Zo kunnen er stoornissen ontstaan in uiting van emoties (gezichtsuitdrukkingen etc.) en verstoring van sociale gedragingen. Het goed functioneren van amygdala en PFC is dus van kritiek belang voor de ontwikkeling van sociaal gedrag.
Welke Laesie-studies in onderzoek bij mensen zijn er?
Veel van de kennis over hoe emoties zich manifesteren in het menselijk brein komt van studies naar mensen met hersenschade, vaak veroorzaakt door een hersenbloeding, tumor of ongeluk. Een bekend voorbeeld is Phineas Gage, die een ijzeren staaf door zijn hoofd kreeg, daarmee zijn PFC beschadigde, maar het ongeluk overleefde. Hij hield er geen motorische- of taalproblemen aan over, maar zijn persoonlijkheid veranderde van betrouwbaar, vriendelijk en hardwerkend naar ongeremd, ongeduldig en hij hield geen rekening meer met anderen. Phineas Gage was het bewijs dat de PFC voor een groot deel verantwoordelijk is voor het reguleren van emoties.
Bij mensen met schade aan de amygdala was vooral een verandering in emotioneel gedrag te zien, voornamelijk een vermindering in de herkenning van angstige gezichten. Herkenning van andere emoties blijft wel intact.
Schade aan de insula en basale ganglia leidt ertoe dat mensen moeite hebben met het herkennen van gezichten en vocalisaties die walging uitdrukken. De herkenning van angst en boosheid blijft wel normaal. Onderzoek naar patiënten met Huntington (waarbij het striatum, een onderdeel van de basale ganglia, beschadigd is), wees ook uit dat dit hersengebied van invloed is op het herkennen van walging. Schade aan de ventrale basale ganglia is echter weer gerelateerd aan het herkennen van boosheid.
Het zelf ervaren van bovenstaande emoties wordt ook beïnvloed door hersenschade. Het is echter niet zo dat mensen met deze laesies de betreffende emoties helemaal niet meer voelen, ze voelen ze alleen op een afwijkende manier of op afwijkende momenten.
Hoe werkt angstconditionering bij patiënten met een hersenbeschadiging?
Voor angstconditionering bij mensen wordt vaak de huidgeleiding gemeten, dit is een goede indicator voor ANS-activatie. Verschillende studies hebben uitgewezen dat de amygdala inderdaad cruciaal is voor het ontwikkelen van geconditioneerde angst bij mensen. De hippocampus blijkt verantwoordelijk voor het expliciet leren van een angstrespons.
Patiënten met schade aan de amygdala zijn wel in staat te leren welke geconditioneerde stimuli gelinkt zijn aan bepaalde ongeconditioneerde stimuli, maar zij ontwikkelen niet de bijbehorende angstrespons. Patiënten met schade aan de hippocampus daarentegen, waren niet in staat om te leren welke stimuli bij elkaar hoorden, maar ontwikkelden wel een normale geconditioneerde angstrespons. Patiënten met schade aan beide hersengebieden konden niet leren welke stimuli bij elkaar hoorden en ontwikkelden ook geen geconditioneerde angstrespons. Dit wijst erop dat expliciete/hippocampale representaties ontstaan zodat we weten dat een gevaarlijke situatie kan optreden, ook al hebben we dat nooit direct meegemaakt. Impliciete/amygdala-representaties daarentegen, ontstaan zodat we direct op een dreiging kunnen reageren, zelfs als we niet expliciet weten wat deze dreiging is.
Is de amygdala specifiek voor angst?
Naast angst, blijkt de amygdala ook betrokken te zijn bij een aantal andere emoties. Zo worden bepaalde neuronen geactiveerd door zowel beloning gerelateerde als straf gerelateerde stimuli. De amygdala reageert ook op een reeks positieve stimuli, maar deze respons wordt sterk beïnvloed door persoonlijkheidseigenschappen. De amygdala is dus niet alleen maar betrokken bij angstreacties.
Brain imaging van emoties
Brain imaging maakt het makkelijker om te onderzoeken welke delen van de hersenen verantwoordelijk zijn voor bepaalde emoties, ook bij gezonde participanten. Veel van deze studies hebben emotieperceptie onderzocht door een emotionele stimulus te presenteren en te kijken welke hersengebieden geactiveerd worden bij bepaalde emoties. Meestal worden hier foto’s van gezichtsuitdrukkingen voor gebruikt.
Vroeg onderzoek vond zeer uiteenlopende resultaten, waarschijnlijk door het lage aantal participanten aan elke studie. Daarom werden er meta-analyses gedaan, waarbij een groot aantal gelijksoortige onderzoeken bij elkaar genomen wordt om een grotere statistische power te creëren. De meta-analyse van Murphy vond dat bepaalde hersengebieden vaker geactiveerd zijn voor bepaalde discrete emoties:
Angst – amygdala
Walging – insula / operculum en globus pallidus
Boosheid – laterale orbitofrontale cortex
Blijheid – rostrale supracallosale ACC / dorsomediale prefrontale cortex (dmPFC)
Verdriet – rostrale supracallosale ACC / dmPFC
Het lijkt er dus op dat er duidelijk afgescheiden gebieden zijn voor angst, walging en boosheid, maar niet voor blijheid en verdriet. Verder waren gebieden in de PFC en ACC geactiveerd bij alle emoties, wat erop wijst dat deze gebieden waarschijnlijk een meer algemene rol spelen.
Wat zijn kenmerkende voorafgaande gebeurtenissen?
Een belangrijke eigenschap van een basisemotie is dat deze voorafgegaan moet worden door een duidelijk aan te wijzen gebeurtenis, anders kan de emotie niet gezien worden als van belang voor overleven. Deze gebeurtenissen kunnen via twee soorten stimuli emoties veroorzaken: biologisch geprimede stimuli en stimuli die responsen veroorzaken door leerervaringen. Je kan bijvoorbeeld leren om bang voor iets te zijn (zoals met conditionering), of je bent van nature bang voor slangen, ook al heb je nog nooit eerder een slang gezien. In veel gevallen speelt een combinatie van deze beide variaties een rol.
Dit werd zichtbaar in onderzoek van Mineka, waarbij aapjes die nog nooit een slang of een bos bloemen hadden gezien (en voor beiden ook niet bang waren voor het onderzoek) een filmpje kregen te zien waarin een volwassen aap een angstreactie liet zien na het zien van een slang, of na het zien van een bos bloemen. De jonge aapjes lieten vervolgens zelf alleen een angstreactie zien na het zien van een slang, niet bij een bos bloemen. Dit wijst erop dat er een selectief leerproces (beïnvloed door biologische factoren) aan de gang is.
Wat is het evaluatie-model van emoties?
Het is duidelijk dat een bepaalde set voorafgaande gebeurtenissen niet altijd dezelfde emoties in iedereen veroorzaken. Het is de evaluatie van de situatie die deze betekenis geeft en vervolgens een basisemotie veroorzaakt. Zo bekeken kunnen basisemoties gereduceerd worden tot basis evaluatie scenario’s. Hierbij is sprake van een kleine set gedragsdoelen, geassocieerd met een kernset van evaluaties. Deze zijn gelijk in alle culturen, wat aantoont dat de evaluaties die aan deze doelen gelinkt zijn resulteren in de basisemoties.
Evaluaties zijn volgens Arnold gebaseerd op drie dimensies: of de situatie voordelig of schadelijk is, of een belangrijk object aan- of afwezig is en of het object moeilijk te benaderen of te ontwijken is. Deze evaluaties van of een situatie van invloed is op het zelf, resulteren in specifieke actie-tendensen die ervaren worden als emoties. Fundamentele evaluatie wordt ervaren over alle culturen en leidt tot basisemoties, in dit onderzoek ook wel modale emoties.
Richard Lazarus
Zijn cognitieve-motivationele-relationele theorie beschrijft dat elke discrete emotie geassocieerd is met een kern relationeel thema. Een evaluatie van zo’n thema leidt tot een emotie. Bijvoorbeeld een kern relationeel thema als geconfronteerd met een onzekere dreiging leidt tot de emotie angst. De lijst lijkt echter erg op een lijst met definities van de verschillende emoties en is daarom niet heel veel waard als verklarend model.
Oatley en Johnson-Laird
Een functie van discrete emoties is om te zorgen dat belangrijke levensdoelen behaald kunnen worden. Het idee is dat een gebeurtenis beoordeeld wordt in relatie tot verscheidene doelen. Dit gebeurt automatisch en onbewust en wordt gedreven door een klein aantal basisemoties. Volgens hen heeft een complex organisme zoals wij mensen twee belangrijke problemen: persoonlijke doelen en de onvoorspelbaarheid van de omgeving. De doelen kunnen conflicterend zijn en daarom moet er prioriteit aan sommige doelen gegeven worden. Emoties dienen ervoor om deze prioriteit te kunnen geven, en om de planning aan te passen wanneer een onverwacht voorval plaatsvindt. De verschillende veranderingen zijn gerelateerd aan specifieke basisemoties en kunnen geïdentificeerd worden door cognitieve evaluaties.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








