Artikelsamenvatting bij Untangling Teacher–Child Play Interactions van Trawick-Smith & Dziurgot - 2010
Uit onderzoek is gebleken dat leerprestaties van kinderen samenhangen met het opleidingsniveau de leraar. Wanneer een leraar een goede/hoge opleiding heeft gehad, scoren zijn leerlingen cognitief, sociaal en op taal beter. In dit onderzoek is aandacht besteed aan het effect van het opleidingsniveau van de leraar op de interacties met zijn leerlingen. Leraren beïnvloeden de interacties, die zij hebben met hun leerlingen, op meerdere manieren. Factoren, zoals de achtergrond van de leraar (opleidingsniveau) en het aantal jaren, dat de leraar voor klas heeft gestaan (ervaringen) lijken van invloed te zijn. Het doel van dit onderzoek was om te kijken of het opleidingsniveau en de ervaring van de leerkracht invloed heeft op de interacties tussen de leerkracht en de peuters, tijdens spelmomenten. Er is gekozen voor de spelmomenten, omdat op de peuterschool voornamelijk spelmomenten zijn, het goed zou zijn voor de ontwikkeling van de kinderen en de rol van volwassenen tijdens zulke momenten nog niet goed genoeg onderzocht is.
Het volwassene-kind-interactiemodel
Het model dat de onderzoekers in hun onderzoek hebben gebruikt, vindt zijn oorsprong in de theorie van Vygotsky. Dit model stelt dat wanneer volwassenen zich bemoeien met het spel van individuele kinderen, de kinderen meer onafhankelijk spel laten zien. Onafhankelijk spel is het spel waarin kinderen hun eigen gedrag plannen, reflecteren en monitoren. Dit spel is goed voor de cognitieve ontwikkeling van het kind. Om onafhankelijk spel te stimuleren bij kinderen is het belangrijk dat volwassenen een juiste interactie, die aansluit op de behoeften van het kind, aangaan. Het interactiemodel dat in dit onderzoek gehanteerd wordt, stelt dat volwassenen pas de interactie met kind moeten aangaan als het kind begeleiding nodig heeft. De begeleiding die het kind nodig heeft te maken met de zone van proximale ontwikkeling. Om een kind onafhankelijk te laten spelen heeft het soms een vraag, hint of aanwijzing nodig van de volwassene. Hoeveel vragen/aanwijzingen, die het kind nodig heeft om zelfstandig verder te kunnen spelen, wordt door de volwassene besloten op basis van zijn ervaring, kennis van de competentie van het kind en omgevingsfactoren. De interactie die de volwassene daarna met het kind aangaat, kan op twee manieren effect hebben op het spel van het kind. Een ‘good-fit’ betekent dat de interactie (dus de hoeveelheid hints/vragen) aansluit op de behoeften van het kind. Hierdoor kan het kind het onafhankelijke spel verder voortzetten. De volwassene hoeft dan niet meer te observeren en kan zich terugtrekken. Wanneer de interactie een ‘poor-fit’ is blijft het kind hulp nodig hebben van de volwassene en kan het niet zelf verder spelen. De volwassene moet dan in de buurt blijven en het kind op een andere manier proberen te ondersteunen.
Methode
De participanten van het onderzoek bestond enerzijds uit drie kleuterjuffen, die 10 tot 20 jaar ervaring hadden en een masteropleiding hadden afgerond (de hoog opgeleide en veel ervaringsgroep). Anderzijds waren er drie klassenassistenten, die 4 tot 6 jaar ervaring hadden en een bacheloropleiding hadden afgerond (de laag opgeleide en weinig ervaringsgroep). Daarnaast was er nog een groep laagopgeleide, maar zeer ervaren juffen. Er is gebruik gemaakt van video-opnames in de klas en semigestructureerde interviews met de juffen. Daarnaast is data verzameld door algemene observaties in de klas en het doorlezen van enkele visie-documenten van de school.
Resultaten
De resultaten worden apart van elkaar, achtereenvolgens besproken. Bij de analyse van het effect van de interactie van de juf op de behoefte n van het kind, zijn de hoofdbegrippen onderverdeeld. De interactie vanuit de juf kon direct of indirect zijn. En de behoeften van het kind konden veel, een paar of geen behoeften zijn.
Resultaten van de video-opnames
Uit de analyse van de video-opnames blijkt dat directe begeleiding van de juf op een kind dat veel behoeften heeft, leidt tot meer onafhankelijk spel. Kinderen die slecht een beetje begeleiding vanuit de juf nodig hadden, hadden aan indirecte begeleiding genoeg om onafhankelijk spel te vertonen. Tot slot bleek, in overeenstemming met de hypothese, dat een ‘good-fit’ interactie leidt tot meer autonomie bij het kind.
Resultaten van de interviews
Tijdens de interviews met de juffen werd hun de video-opnames getoond. Daarna werden er vragen gesteld over het doel van een bepaalde interactie en de invloed van hun opleiding en ervaringen op hun gedrag. De juffen in de hoogopgeleide en veel ervaringsgroep gaven het meest aan dat hun doel van de interactie het beïnvloeden van de specifieke leer/ontwikkelingsuitkomsten voor het kind was. Hiermee wordt bedoeld dat het kind (naar aanleiding van de interactie) beter speelde, dacht en meer leerde. Deze positieve invloed op leeruitkomsten op het kind, komt ook terug in de analyse van de juffen op hun opleidingsniveau in relatie tot de interacties. Zij gaven alle drie aan dat de theorieën en kennis die ze tijdens hun opleiding hadden opgedaan over het effect van invloed van interacties met het kind tijdens spel een positieve invloed had op hun manier van handelen. Twee van de drie participanten gaven aan dat ze hierdoor beter de individuele behoeften van het kind konden signaleren, zo ook bij kinderen met ‘special needs’. Ook hun jarenlange ervaring heeft hun bepaalde vaardigheden geleerd, waardoor ze de juiste interactie met het kind kunnen aangaan.
De juffen in de laag opgeleide en veel ervaringsgroep hadden niet als doel van hun handelen de verbetering van de leer- en ontwikkelingsuitkomsten van het kind. Hun doel voor het aangaan van interacties met het kind bleek vooral te liggen op klassenmanagement en het oplossen/voorkomen van conflicten in de klas. Aan hun opleidingsniveau hechtten ze weinig waarde. Vooral de ervaring van het lesgeven zou volgens hen helpen om een betere juf te worden en beter interacties met het kind te hebben. Directe begeleiding bieden aan kinderen die veel hulp nodig hadden, was volgens ‘good-fit’ interactie.
De juffen in de laag opgeleide en weinig ervaringsgroep hadden als voornaamste doel voor een interactie met het kind het kind helpen, veilig laten voelen en hem verzorgen. Ook hun eigen plezier in het spelen met kinderen was een reden om een interactie met een kind aan te gaan. De invloed van ervaring in het lesgeven op het kiezen van de juiste interactie voor het kind werd ook door deze groep als belangrijk ervaren. De resultaten laten zien dat deze groep juffen op elke mogelijke manier (directe, indirecte of geen interactie) reageert op iedere mogelijke behoefte van het kind (veel, een beetje of weinig behoeften) tijdens de spelmomenten.
Conclusie
De auteurs concluderen dat juffen met een hoog opleidingsniveau en veel ervaring in het lesgeven vaker een ‘good-fit’ interactie met het kind hebben. Ook tijdens de interviews bleken zij goed aan te kunnen geven waarom ze op een bepaalde manier hadden gehandeld. Laag opgeleide juffen met veel ervaring hebben juist vaker een ‘poor-fit’ interactie, waarbij ze vaker directe begeleiding geven waar het niet nodig is. De juffen in de laagopgeleide en weinig ervaringsgroep zijn zeer onvoorspelbaar in het reageren op de behoeften van het kind. Ook reageren ze vaak helemaal niet op kinderen, die behoefte hebben aan begeleiding. De reden voor de ‘poor-fit’ interacties van de laatste twee groepen juffen heeft te maken met hun gebrek aan kennis over spel en hun onvermogen om te reflecteren op de specifieke leer/ontwikkelingsuitkomsten voor het kind. Over het algemeen concluderen de auteurs dat opleidingsniveau en ervaring effect heeft op de interacties met het kind. Het is belangrijk dat leraren de juiste kennis hebben over ondersteuning en de kenmerken van kinderen, die hulp nodig hebben ook signaleren. Met dit onderzoek is wederom aangetoond dat leraren van jonge kinderen professionals moeten zijn, die genoeg kennis hebben over de effecten van spel/interactie op de cognitieve ontwikkeling van het kind.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








