Welke steekproeven worden gebruikt in kwalitatief onderzoek? - Chapter 17
In surveyonderzoek ligt de nadruk op de waarschijnlijkheidssteekproef. Binnen kwalitatief onderzoek geldt dit voor de doelgerichte steekproef, een vorm van niet-waarschijnlijkheidssteekproeven. Een doelgerichte steekproef betreft een strategische selectie van ‘informatierijke units’ (mensen, organisaties, documenten, etc.) of gevallen die in direct verband staan met de doeleinden van het onderzoek. De onderzoeksvragen verschaffen de leidraad voor de te selecteren categorieën.
Waarschijnlijkheidssteekproeven (willekeurige) kunnen ook worden gebruikt in kwalitatief onderzoek, al zullen deze eerder voorkomen in een interview-onderzoek dan een etnografisch onderzoek. Het gebruik van waarschijnlijkheidssteekproeven is relatief ongebruikelijk binnen kwalitatief onderzoek, vooral omdat het niet uitvoerbaar is door de beperkingen van veldwerk en het erg moeilijk is om de populatie in kaart te brengen waaruit een willekeurige steekproef kan worden getrokken: oftewel een steekproefkader te creëren.
- Uit welke levels bestaat een steekproef in kwalitatief onderzoek?
- Wat zijn doelgerichte steekproeven?
- Wat zijn de meest voorkomende vormen van de doelgerichte steekproef?
- Wat zijn de belangrijkste overwegingen ten aanzien van steekproeven in kwalitatief onderzoek?
- Wat geldt ten aanzien van de steekproefgrootte?
Uit welke levels bestaat een steekproef in kwalitatief onderzoek?
Steekproeven in kwalitatief onderzoek kennen vaak twee levels: eerst het geval of de context selecteren en daarna de deelnemers. Deze kwestie is met name relevant wanneer onderzoek is gebaseerd op een single-case of multiple-case studie. De onderzoeker selecteert dan eerst het geval of de gevallen en daarna de units binnen die gevallen.
Illustratief is het onderzoek van Abbas et anderen (2016). De onderzoekers selecteerden eerst vier universiteiten in Engeland en daarna groepen sociologiestudenten binnen elke universiteit. Wat betreft de context werden vier departementen geselecteerd op basis van hun plaats op de landelijke ranglijst (twee prestige universiteiten en twee universiteiten onderaan de ranglijst). Dit is een gebruikelijke strategie wanneer een steekproef wordt getrokken voor een multi-case onderzoek: zowel heterogeniteit (verschillende sociale achtergronden) en homogeniteit (allen binnen Engeland). Vervolgens werden binnen elk departement studenten geselecteerd voor de steekproef. Aan de hand van deze strategie onderzochten zij de overeenkomsten en verschillen tussen studenten onderling per universiteit en tussen de studenten van de verschillende universiteiten.
Wat zijn doelgerichte steekproeven?
In geval van een waarschijnlijkheidssteekproef is selectie gebaseerd op het bereiken van statistische representativiteit waardoor generaliseerbaarheid van steekproef naar de populatie mogelijk is. De logica achter een doelgerichte steekproef is anders. Er zijn meerdere soorten doelgerichte steekproeven. Alle doelgerichte steekproeven zijn per definitie niet-waarschijnlijkheidssteekproeven, waardoor de onderzoeksbevindingen niet gegeneraliseerd kunnen worden. In geval van een doelgerichte steekproef gaat het om een bewuste selectie van 'informatierijke units' of gevallen die de onderzoeker zoveel mogelijk kunnen leren over het fenomeen dat zijn interesse heeft. Alle vormen van doelgerichte steekproeven hebben met elkaar gemeen dat zij direct verband houden met de onderzoeksvragen.
Twee veelgebruikte soorten doelgerichte steekproeven binnen kwalitatief onderzoek zijn de theoretische steekproef en de sneeuwbalsteekproef. Een voorbeeld van een doelgerichte steekproef in kwantitatief onderzoek is de quotasteekproef.
Auteurs zoals Patton (2015) en Palys (2008) hebben een serie van verschillende soorten doelgerichte steekproeven vastgesteld:
De 'extreem of afwijkend geval'-steekproef. Deze heeft betrekking op ongewone gevallen of gevallen met uitzonderlijke kwaliteiten. Onderzoekers kunnen mensen, gebeurtenissen of gedragingen onderzoeken die atypisch of afwijkend zijn.
De 'typisch geval'-steekproef. Dit is het tegenbeeld van nummer 1.
De 'kritiek-geval'-steekproef. Dit geval vertoont kernelementen van het fenomeen dat onderzocht wordt en zullen waarschijnlijk het meeste informatie opleveren.
De 'maximale variatie'-steekproef. Aan de hand hiervan kunnen de gebruikelijke kenmerken of thema's die bestaan binnen een ruime variatie aan contexten worden beschreven. Deze strategie is met name effectief voor het identificeren van zowel de unieke als de gedeelde kenmerken tussen units.
Criterium-steekproef. Deze heeft betrekking op zaken of units die voldoen aan een bepaald criterium. Als een onderzoeker bijvoorbeeld wil kijken naar schoolkinderen die gevaar lopen van school te worden gestuurd, kan besloten worden kinderen te selecteren die geregistreerd staan als spijbelaars.
Theoretische steekproef. De selectie van gevallen of units is gebaseerd op een theorie.
Sneeuwbalsteekproef.
Opportunistische steekproef. Kwalitatief veldwerk is onvoorspelbaar, je moet profiteren van de mogelijkheden die zich in het veld voordoen. Er wordt bewust gekozen voor bepaalde gevallen of units als en wanneer deze zich voordoen.
Gestratificeerde doelgerichte steekproef. Deze heeft betrekking op bepaalde subgroepen en heeft als doel het opmerken van grote verschillen tussen deze groepen.
De eerste drie vormen van doelgerichte steekproeven worden gebruikt voor de selectie van gevallen of contexten. De overige worden gebruikt voor zowel de selectie van individuen als van gevallen of contexten.
Er zijn meerdere manieren om aan een doelgerichte steekproef te komen. Teddie en Yu (2007) maken de volgende tweedeling in het verwerven van een dergelijke steekproef: via ‘sequential sampling’ of via ‘non-sequential sampling’. Bij de eerste term wordt er een aanvankelijke steekproef geselecteerd en worden er geleidelijk meer ‘units’ toegevoegd. De sneeuwbalsteekproef is hier een voorbeeld van. Bij ‘non-sequential sampling’, ook wel een ‘fixed sampling’ strategie genoemd, wordt vroeg in het onderzoeksproces één steekproef geselecteerd en wordt daar niks meer aan veranderd. De onderzoeksvragen zijn nog steeds leidend, maar de steekproef is voorafgaand aan de dataverzameling bepaald. Hood (2007) stelt twee andere manieren voor om aan een steekproef te komen: a priori of ‘contingent’. Een doelgerichte steekproef is (in tegenstelling tot een a priori steekproef) ‘contingent’ wanneer de criteria voor het kiezen van ‘units’ veranderen over tijd (bijvoorbeeld door het plotseling veranderen van de onderzoeksvragen). De theoretische steekproef is hier een voorbeeld van. In geval van een a priori steekproef worden de selectiecriteria aan het begin van het onderzoek bepaald.
Wat zijn de meest voorkomende vormen van de doelgerichte steekproef?
De drie meest voorkomende vormen van de doelgerichte steekproef zijn: de theoretische steekproef, de generieke doelgerichte steekproef en de sneeuwbalsteekproef.
Wat houdt de theoretische steekproef in?
Volgens Glaser en Strauss (1967) is een waarschijnlijkheidssteekproef niet geschikt voor kwalitatief onderzoek, omdat deze manier van steekproef trekken gekozen wordt op basis van statistische en a-theoretische overwegingen. Bij een theoretische steekproef ligt de focus op het kiezen van ‘units’ waarvan de onderzoeker weet dat deze zullen bijdragen aan het beantwoorden van de onderzoeksvraag en dus het creëren van theoretisch inzicht. Allereerst begint de onderzoeker met een algemene onderzoeksvraag waarna er een theoretische steekproef wordt gekozen. Vervolgens wordt data verzameld en geanalyseerd. In overeenstemming met de gefundeerde theorie ('grounded theory') blijft de onderzoeker data verzamelen totdat er theoretische verzadiging plaatsvindt: dit houdt in dat de opeenvolgende interviews en observaties een categorie als het ware hebben volgestopt met data. Nieuwe data is niet meer nuttig, omdat het theoretisch begrip van die categorie niet meer verhoogd kan worden en de relaties met andere categorieën ook al duidelijk zijn vastgesteld en gevalideerd. Vervolgens worden er nieuwe hypotheses gegenereerd en wordt er een nieuwe theoretische steekproef gekozen.
Wat houdt de generieke doelgerichte steekproef in?
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen een theoretische steekproef en een generieke doelgerichte steekproef, soms worden deze twee namelijk onterecht als synoniemen gebruikt. Bij het selecteren van een theoretische steekproef is er sprake van een opeenvolgend proces waarbij het de bedoeling is om theoretische categorieën te ontwikkelen, terwijl het kiezen van een generieke doelgerichte steekproef niet perse gericht is op het genereren van theoretische categorieën. De generieke doelgerichte steekproef kan a priori of ‘contingent’ gekozen worden, of een samenhang van beiden. In geval van een generieke doelgerichte steekproef worden eerst criteria bepaald voor het soort gevallen dat onderzocht moet worden gelet op de onderzoeksvragen, daarna worden geschikte gevallen vastgesteld en vervolgens worden unit binnen deze gevallen geselecteerd. Deze strategie wordt vaak gebruikt voor het selecteren van contexten, maar kan ook gebruikt worden bij de selectie van deelnemers.
Wat houdt de sneeuwbalsteekproef in?
Een sneeuwbalsteekproef werkt als volgt: de onderzoeker begint met het selecteren van een kleine groep mensen die relevant zijn om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. Vervolgens stellen deze deelnemers andere deelnemers (familie, vrienden, kennissen) voor die wellicht kennis of eigenschappen hebben die relevant zijn voor het onderzoek. Deze deelnemers worden geworven en stellen weer andere deelnemers voor, enzovoorts. Deze steekproefmethode wordt soms (maar bijna nooit) gebruikt in survey onderzoek wanneer waarschijnlijkheidssteekproeven niet haalbaar zijn. Het wordt ook wel gebruikt wanneer het onderwerp van de studie ‘het netwerk van individuen’ is. Zoals Noy (2008) al stelde wordt er meestal gebruikgemaakt van deze manier van steekproef trekken als een waarschijnlijkheidssteekproef niet haalbaar is, bijvoorbeeld door de afwezigheid van een steekproefkader.
Wat zijn de belangrijkste overwegingen ten aanzien van steekproeven in kwalitatief onderzoek?
Er is een aantal algemene overwegingen waar je rekening mee moet houden bij het gebruik van steekproeven in kwalitatief onderzoek, deze hebben te maken met de steekproefgrootte, de noodzaak om zowel een steekproef te gebruiken voor de context als voor personen en de optie om meerdere vormen van steekproeven te combineren.
Wat geldt ten aanzien van de steekproefgrootte?
Het is erg moeilijk om vooraf in te schatten hoeveel ‘units’ nodig zijn (de steekproefgrootte) voordat er theoretische verzadiging kan plaatsvinden. Ook claimen veel artikelen dat ze volledige theoretische verzadiging hebben bereikt, maar wordt dit vervolgens vrijwel nooit gespecificeerd. Over het algemeen geldt: des te breder de studie en des te meer groepsvergelijkingen gemaakt worden (bijvoorbeeld mannen versus vrouwen), des te groter de steekproef moet zijn. Volgens Warren (2002) moet een kwalitatieve interviewstudie minstens uit 20 á 30 interviews bestaan voordat het een kans heeft om gepubliceerd te worden. Lang niet alle onderzoekers zijn het eens met Warren. Zo stellen Gerson en Horowitz (2002) dat er minstens 60 interviews gebruikt moeten worden voordat er duidelijke conclusies getrokken mogen worden en dat meer dan 150 interviews simpelweg teveel informatie bevatten om effectief te kunnen analyseren. Vanwege de enorme verdeeldheid aan meningen is er in de kwalitatieve literatuur veel variatie in steekproefgroottes.
Brymann (2012) stelt dat er vijf zaken in overweging moeten worden genomen bij het bepalen van de steekproefgrootte:
Verzadiging. Dit is in veel kwalitatieve studies een bepalende factor. Onderzoekers stoppen met het verzamelen van data wanneer dit is bereikt. De onderzoeker moet duidelijk maken of het theoretische of data verzadiging betreft.
De minimale vereisten die gelden voor een adequate steekproef. Hier bestaat echter weinig consensus over.
De stijl of theoretische onderbouwing van het onderzoek. Sommigen gebruiken de levensverhaal-methode of de gespreksanalyse, deze worden geassocieerd met kleinere steekproeven die intensief worden geanalyseerd.
De heterogeniteit van de populatie. Soms is een grotere steekproef vereist van heterogene populatie zodat het de inherente variabiliteit weerspiegelt.
De onderzoeksvragen. Deze variëren in reikwijdte en specificiteit. Ruime en algemene onderzoeksvragen vereisen een grotere steekproef.
Deze vijf factoren zijn bedoeld als leidraden. Onderzoekers moeten zelf voorzien in een sterke rechtvaardiging voor hun steekproefbesluiten. Leg uit welke methode je hebt gebruikt en waarom en waarom de steekproefgrootte geschikt is.
Ook binnen kwalitatief onderzoek is de kwestie van generaliseerbaarheid relevant. Uit een kwalitatieve studie kunnen volgens Onwuegbuzie en Leech (2010) twee soorten generalisaties vloeien: een analytische generalisatie (gelijk aan een theoretische generalisatie, omhelst het vergelijken van de resultaten met eerder ontwikkelde theorie) en een ‘case-to-case transfer’ (het maken van generalisaties van geval tot geval die in ruime zin vergelijkbaar zijn).
Wat geldt ten aanzien van context en tijd?
Je moet in gedachte houden dat steekproeven ook nodig zijn ten aanzien van de verschillende contexten waarin interviews en observaties plaatsvinden. In geval van etnografisch onderzoek zouden volgens Hammersley en Atkinson (2019) zowel tijd als context onderworpen worden aan een steekproef. Tijd: de etnograaf moet verzekeren dat mensen of gebeurtenissen op verschillende momenten van de dag en verschillende dagen in de week worden geobserveerd. Context: het gedrag van mensen wordt beïnvloed door omgevings- en situatiefactoren, dus ze moeten worden geobserveerd op verschillende locaties. Om de cultuur en levens van voetbalfans te begrijpen, moeten zij niet alleen in voetbalstadions worden geobserveerd.
Wat geldt ten aanzien van het gebruik van meerdere soorten steekproeven?
Het is vrij gebruikelijk dat een sneeuwbalsteekproef vooraf wordt gegaan door een andere vorm van doelgerichte steekproeven. Zo worden bijvoorbeeld eerst deelnemers geselecteerd zonder gebruik van de sneeuwbalmethode en vervolgens deze steekproef om het bereik van het onderzoek te vergroten. Ook komt het voor dat meerdere benaderingen worden toegepast, omdat de onderzoeker zowel een element van doelgerichtheid als representativiteit nastreeft.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








