Wat houdt gestructureerd interviewen in? - Chapter 9

Interviews vormen een populaire dataverzamelingsstrategie in zowel kwantitatief als kwalitatief onderzoek. Er zijn veel verschillende typen. In kwantitatief sociaal onderzoek is het gestructureerde interview het meest voorkomend. 

Wat is een gestructureerd interview?

Het gestructureerde interview is één van de twee voornaamste meetinstrumenten binnen een surveyonderzoek en binnen kwantitatief onderzoek in het algemeen. Dit type interview wordt ook wel een gestandaardiseerd interview genoemd. Er wordt gebruikgemaakt van een interviewschema: een verzameling vragen voor de interviewer. Het doel is dat alle geïnterviewden precies dezelfde vorm van ondervraging ervaren. De vragen moeten precies dezelfde bewoordingen bevatten in dezelfde volgorde. De formulering van de vooraf vastgestelde vragen is erg specifiek en vaak kunnen geïnterviewden kiezen uit een aantal vaste antwoorden (dit is dan een gesloten, ‘pre-coded’ of ‘fixed choice’ vraag).

Wat zijn de voordelen van het gestructureerde interview?

Het grootste voordeel is dat zowel het stellen van vragen als het vastleggen van antwoorden gestandaardiseerd kan worden, waardoor (1) de kans op een ‘error’ als gevolg van variabiliteit tussen interviewers verminderd wordt en (2) het verwerken van de antwoorden makkelijker en accuraat is.

Met betrekking tot (1): de meeste variabelen hebben een element van ‘error’ (slecht verwoorde vraag, verkeerde interviewstijl, onbegrip aan de zijde van de geïnterviewde, manier van dataverwerking etc.). Interviewer variabiliteit kent twee verschijningsvormen: intra-interviewer variabiliteit (een enkele interviewer is inconsistent in de wijze van vragen stellen en/of antwoorden vastleggen) en inter-interviewer variabiliteit (meerdere interviewers die onderling inconsistent te werk gaan). 

Met betrekking tot (2): door gebruik te maken van gesloten vragen kan de onderzoeker niet alles wat de geïnterviewde zegt opschrijven, verfraaien of foutief interpreteren. Vaak wordt gevraagd een vakje aan te vinken of een antwoordoptie te omcirkelen. Hierdoor wordt het verwerken van de data veel makkelijker: antwoorden hoeven niet gecodeerd te worden opdat ze kwantitatief verwerkt kunnen worden zoals het geval is bij open vragen. Bij open vragen kan het coderen een belangrijke bron van ‘error’ zijn. Allereerst kunnen de regels die aangehouden worden voor het plaatsen van antwoorden binnen categorieën (collectief het ‘coding frame’ genoemd) gebrekkig zijn. Ten tweede kan er variabiliteit zijn in de manier waarop antwoorden worden gecodeerd. Dit kent twee verschijningsvormen: ‘intra-beoordelaar’ variabiliteit (waarbij de onderzoeker de codeermethode voor het toewijzen van antwoorden aan een categorie inconsistent toepast en ‘inter-beoordelaar’ variabiliteit (waarbij onderzoekers onderling verschillen in de wijze waarop zij de regels toepassen). In geval van een gesloten vraag worden deze problemen omzeild, omdat de respondent zichzelf in een categorie plaatst (vandaar de term ‘pre-coded’).

Welke andere soorten interviews zijn er?

Het gestructureerde interview is het belangrijkste, maar niet het enige type interview in surveyonderzoek waarbij een kwantitatieve benadering wordt gevolgd. Er zijn verschillende kwalitatieve vormen van interviews: het ongestructureerde interview, het semigestructureerde interview en diverse diepte-interviews.

In welke context vindt een interview plaats? 

Bij de meest gebruikelijke vorm van interviewen zit de interviewer tegenover de respondent tijdens het  afnemen van het interview. Er zijn echter uitzonderingen: de focusgroep, telefonische interviews of via videobellen en computer geassisteerde interviews.

In geval van een focusgroep is er meer dan één respondent. Het is echter ongebruikelijk om gestructureerde interviews te gebruiken bij deze manier van ondervragen: in een surveyinterview is het vrijwel altijd één specifiek individu dat ondervraagd wordt en wordt de aanwezigheid van anderen gezien als stoorfactor die vermeden moet worden. Onderzoek waarbij meerdere personen worden geïnterviewd heeft de neiging om kwalitatief te zijn. 

Telefonisch of via een videogesprek afgenomen interviews zijn vrij gebruikelijk in marktonderzoek, meestal in de vorm van CATI. In sociaal onderzoek komt het minder vaak voor. Dit heeft een aantal voordelen ten opzichte van een persoonlijk afgenomen interview:

  1. Ze zijn goedkoper en sneller af te nemen (er hoeft niet gereisd te worden).

  2. Het is makkelijker om toezicht te houden (controleren of de benadering van de interviewer bias in de hand werkt door bijvoorbeeld het herformuleren van vragen of het ongepast gebruikmaken van stimuli om meer informatie te verkrijgen).

  3. De antwoorden van de respondent worden niet (of veel minder) beïnvloed door eigenschappen (zoals geslacht) of de aanwezigheid van de interviewer.

Er zijn ook beperkingen ten opzichte van persoonlijk afgenomen interviews:

  1. Er is kans op ‘sampling bias’ aangezien niet alle huishoudens beschikken over een telefoon of apparaat dat videobellen mogelijk maakt (komt niet vaak voor, maar betreft waarschijnlijk de armere huishoudens).

  2. Toegankelijkheid. Slechthorenden hebben meer moeite met een telefonisch interview dan met een persoonlijk interview. Een video-interview kan dit verhelpen, mits de beeld- en geluidkwaliteit goed genoeg is en de internetverbinding niet te langzaam. 

  3. Lengte van het interview. Het is onwaarschijnlijk dat respondenten langer dan 20-25 minuten telefonisch geïnterviewd willen worden, terwijl een persoonlijk interview vaak veel langer duurt. 

  4. Lagere respons. 

  5. Lastiger om vragen te stellen over gevoelige onderwerpen (alcohol- of drugsgebruik, inkomen, gezondheid etc.). Het tegenovergestelde kan echter ook voorkomen.

  6. De identiteit van de respondent is lastiger te controleren.

  7. Er kan geen observatie plaatsvinden; bij een persoonlijk interview ziet de interviewer het als de respondent de vraag lastig vindt of niet begrijpt en kan hij/zij daar makkelijker en beter (gestandaardiseerd) op inspelen.

  8. Er kunnen geen visuele hulpmiddelen (zoals kaarten waarop respondenten hun antwoord moeten aanwijzen) gebruikt worden.

Tegenwoordig wordt er bij commercieel surveyonderzoek veel gebruikgemaakt van computer geassisteerd interviewen. De twee voornaamste vormen hiervan zijn CAPI (computer geassisteerd persoonlijk interviewen) en CATI (computer geassisteerd telefonisch interviewen). Bijna alle commerciële telefonische interviews worden gedaan met behulp van CATI. CAPI wordt binnen de commerciële context ook meer en meer gebruikt vanwege de verbeterde draagbaarheid (via laptops), betaalbaarheid en kwaliteit van softwareprogramma’s waarmee interviewprogramma’s gemaakt kunnen worden. CAPI en CATI zijn niet zo sterk geïnfiltreerd binnen de academische context van surveyonderzoek. Een groot voordeel van computer geassisteerd interviewen is dat de mate van controle over het interviewproces wordt verhoogd en dus de standaardisatie van het stellen van vragen en vastleggen van antwoorden verbetert, door bijvoorbeeld het gebruik van filtervragen waardoor programma’s naar de volgende relevante vraag springen na een gegeven antwoord terwijl een interviewer door zou gaan met het lijstje (irrelevante) vragen. Een mogelijke beperking van CAPI en CATI is dat de interviewer op de verkeerde reactie kan klikken, maar het is niet duidelijk of dit vaker voorkomt dan wanneer de interviewer pen en papier gebruikt. 

Hoe bereid je het afnemen van een gestructureerd interview voor?

Een grondige voorbereiding is essentieel voor het succesvol afnemen van interviews en het genereren van kwalitatief goede data. Zo moet je het interviewschema kennen, duidelijke instructies geven aan eventuele andere interviewers, de volgorde van de vragen bestuderen, bedenken of interviewtraining en toezicht nodig zijn als je iemand anders inschakelt (interviewer variabiliteit moet vermeden worden) en goed nadenken over de bewoordingen van de vragen,

Allereerst moet de interviewer het interviewschema door en door kennen. Interviewen kan stressvol zijn en bijvoorbeeld filtervragen kunnen de interviewer nerveus maken, waardoor zij vragen overslaan of de verkeerde stellen. Het kan handig zijn een pilot uit te voeren, om wat ervaring op te doen en je vragen te testen.

Het benaderen van potentiële respondenten is een belangrijk onderdeel van het onderzoeksproces. Deze benadering moet helderheid verschaffen over wie je bent, het onderzoek dat je uitvoert en waarom je dit doet. Een gebrek aan duidelijkheid kan participanten afschrikken. Je moet beleefd, georganiseerd en erkentelijk zijn wanneer je iemand benadert. Omdat je kostbare tijd in beslag neemt, is het belangrijk dat je een geloofwaardige beweegreden (motiverende inleiding) voor je onderzoek geeft, zeker in een tijd waarin de respons op surveyonderzoek lijkt af te nemen. Dit kan aan de hand van een informatieblad. Hierop moet het volgende staan: identiteit van de persoon die contact opneemt met de respondent, de persoon of organisatie die het onderzoek uitvoert, wie het onderzoek financiert, waar het onderzoek over gaat en waarom het belangrijk is, waarom de respondent geselecteerd is, dat deelname vrijwillig is, de respondent niet identificeerbaar is, alle verstrekte informatie vertrouwelijk wordt behandeld en op elk moment vragen mogen worden gesteld (verschaf contactgegevens). Bij het benaderen van de respondent moet de interviewer bereid zijn om te blijven bellen (of langsgaan) wanneer de respondent geen gehoor geeft, waarbij rekening moet worden gehouden met de dagindeling van de respondent (werk, vakantie, alleenstaanden bezoeken voordat het donker is). Ook moet de interviewer zelfverzekerd zijn (als de interviewer aanneemt dat de respondent meedoet met het onderzoek, zal er eerder een positieve reactie komen dan wanneer de onderzoeker aanneemt dat de persoon niet mee doet). Overtuig de respondent dat jij geen verkoper bent (begin niet met "mag ik u een paar vragen stellen?"), kleed je op een manier die in een brede context acceptabel is en maak duidelijk dat jij graag wilt afspreken op een tijdstip dat uitkomt voor de respondent. 

Consistentie en helderheid zijn erg belangrijk. Het is cruciaal dat elke respondent precies dezelfde vragen krijgt in een gestructureerd interview, omdat variatie een error kan opleveren. De kans hierop is klein als je gebruikmaakt van een gestructureerd interview, maar het blijft afhankelijk van de interviewer (pas de vraag dus niet aan gedurende het interview, hou het bij de opgeschreven vraag). Door het zorgvuldig overwegen van de bewoordingen van een vraag kun je dit risico beperken. Zelfs kleine variaties in bewoordingen kunnen een groot verschil maken wat betreft de antwoorden die respondenten geven. Daarnaast moeten de vragen makkelijk te begrijpen zijn voor participanten. Vermijd lange woorden, het gebruik van jargon en langdradige vragen. Voor een student kunnen bepaalde termen logisch zijn, maar voor leken niet. Je kunt familie of vrienden om feedback vragen.

Daarnaast is het vasthouden aan de volgorde van de vragen belangrijk. Hierin variëren kan leiden tot het per ongeluk overslaan van een vraag en invloed hebben op de antwoorden (risico op een error). De kwaliteit van de respons heeft de neiging af te nemen naarmate het interview vordert. Hier kun je rekening mee houden bij het opstellen van het interviewschema, wacht niet te lang met de belangrijkste vragen. De eerste vragen moeten betrekking hebben op het onderwerp van het onderzoek, idealiter wordt niet begonnen met persoonlijke vragen (leeftijd etc.). Indien mogelijk moeten vragen die voor respondenten waarschijnlijk relevant zijn in het begin worden gesteld, zodat je hun aandacht of interesse opwekt. Gevoelige vragen bewaar je voor later. In geval van een lange survey kunnen de vragen opgedeeld worden in secties. Binnen elke vragengroep begin je met algemene vragen, daarna volgen de specifieke. Soms is het aan te raden om vragen over meningen en houdingen te stellen voorafgaand aan vragen over kennis en gedrag. Soms geeft een respondent een antwoord op een vraag die later in het interview aan bod komt, deze moet dan alsnog gesteld worden, omdat de volgorde van de vragen invloed kan hebben op het antwoord. Onderzoekers moeten bovendien letten op de mogelijke implicaties van het effect van eerdere vragen op antwoorden op daaropvolgende antwoorden.

Hoe neem je een interview af?

Na het introduceren van het onderzoek, ga je verder met het opbouwen van een verstandhouding met de respondenten, het stellen van de vragen en het opnemen van de antwoorden. Ook als je al eerder informatie hebt verstrekt ter introductie, moet je dit nogmaals kort samenvatten voorafgaand aan het interview.

Hoe bouw je een verstandhouding op?

Het opbouwen van een verstandhouding met de respondent is belangrijk, omdat het diegene aanmoedigt tot deelname aan en afronding van het interview. Het is goed om vriendelijk te zijn en de ander op zijn of haar gemak te stellen, maar ga hierin niet te ver. Het interview kan hierdoor te lang gaan duren of de respondent krijgt de neiging bepaalde antwoorden te geven om de interviewer 'te plezieren'. Er mag ook niet afgeweken worden van het formele, gestructureerde schema. Het opbouwen van een verstandhouding is het makkelijkst in een persoonlijk interview (oogcontact, glimlachen).

Hoe stel je de vragen?

‘Probing’ is een groot probleem voor onderzoekers die gebruikmaken van een gestructureerd interview: soms snappen de respondenten de vraag niet goed, verzoeken zij om meer informatie of geven zij een niet-passend antwoord waardoor de interviewer moet ingrijpen. Echter, de interventie kan het antwoord van de geïnterviewde beïnvloeden en interventies kunnen per interviewer verschillen. Probing is niet te elimineren, maar kan wel beperkt worden. Tactieken die hiervoor gebruikt worden:

  • Heb je meer informatie nodig (meestal in geval van een open vraag), gebruik dan gestandaardiseerde interventies, zoals “Kun jij daar iets meer over vertellen?”, “Zijn er nog meer redenen waarom jij dat denkt? of een simpel "Mmmm..?"

  • Wanneer het antwoord op een gesloten vraag niet past binnen de antwoordcategorieën, kan de interviewer de opties herhalen en aangeven dat de respondent moet kiezen uit één van die antwoorden.

  • Als de interviewer vraagt naar een specifieke kwantificatie (bijvoorbeeld: “Hoe vaak per week ga jij naar de sportschool?”) en de respondent reageert met algemene termen (zoals “niet zo vaak”), dan is het nodig dat de interviewer de vraag herhaalt en om een numerieke waarde vraagt (suggereer er niet zelf een).

‘Prompting’ gebeurt wanneer de interviewer een mogelijk antwoord op de vraag voorstelt. Belangrijk is dat elke respondent dezelfde ‘prompts’ moet krijgen. Het is onacceptabel als in geval van een open vraag suggesties worden voorgelegd aan sommige respondenten, bijvoorbeeld omdat zij moeite hebben de vraag te beantwoorden. De interviewer kan gebruikmaken van kaarten waarop antwoorden staan waaruit de respondent moet kiezen. Het overhandigen van kaarten kan in drie gevallen de voorkeur hebben boven het oplezen van de reeks mogelijke antwoorden:

  • Er is een lange lijst van mogelijke antwoorden (bijvoorbeeld als je vraagt welke krant iemand leest. Lees deze niet allemaal op, maar geef een lijst om uit te kiezen).

  • Verschillende groepen vragen hebben dezelfde reeks antwoordmogelijkheden en deze telkens oplezen is vervelend (bijvoorbeeld als je de Likert-schaal gebruikt). 

  • Soms delen respondenten liever geen persoonlijke gegevens (leeftijd, inkomen). Je kunt, als je geen exacte informatie nodig hebt, categorieën maken (leeftijd 20-30 bijvoorbeeld) en de respondent daaruit laten kiezen. 

Consistentie is niet alleen belangrijk bij het stellen van de vragen, maar ook bij het noteren van de antwoorden. Deze moeten zo precies mogelijk worden opgeschreven, anders kan dit leiden tot een error. Een error zal niet snel optreden in geval van gesloten vragen. De grootste kans hierop bestaat wanneer meerdere interviewers de antwoorden op open vragen opschrijven (inter-interviewer variabiliteit). Het is daarom aan te raden het interview op te nemen.

Hoe beëindig je een gestructureerd interview?

Na beantwoording van de laatste vraag bedank je de respondenten voor hun tijd. Ook na het afnemen van het interview moet de interviewer zich voorzichtig gedragen en uitspreken om bias te voorkomen. Dit kan na afloop van een interview optreden wanneer een respondent in gesprek wil gaan over het doel van het onderzoek en hierover vervolgens vertelt aan een respondent die nog geïnterviewd moet worden. Hou het dus vriendelijk, maar professioneel door niet meer te vertellen dan in de introductie is vermeld.

Welke problemen kunnen zich voordoen ten aanzien van een gestructureerd interview?

Ten eerste suggereert veel literatuur dat de karakteristieken van de interviewer invloed kunnen hebben op de gegeven antwoorden, al kan hier geen algemene les uit worden getrokken mede omdat de effecten van de verschillende karakteristieken die een interviewer heeft (leeftijd, geslacht, sociale status en dergelijke) niet los van elkaar kunnen worden beoordeeld. Uit een onderzoek is echter gebleken dat wanneer respondenten naar hun favoriete acteur werd gevraagd, zij vaker zwarte acteurs noemden als de interviewer zwart was. De mate en aard van de invloed zijn onduidelijk en variëren van geval tot geval. 

Ten tweede vormt de zogenaamde 'response set' een probleem. Dit houdt in dat respondenten reageren op een consistente manier die irrelevant is voor het concept wat gemeten wordt. De twee voornaamste types response sets zijn ‘acquiescence’ (oftewel: de neiging hebben om consistent “ja” of “nee” te zeggen of door bijvoorbeeld een reeks van Likert-vragen volledig met 'helemaal mee eens'  te beantwoorden zelfs als er een tegengestelde vraag in zit) en de sociale wenselijkheidbias (de antwoorden zijn afhankelijk van wat de respondenten sociaal wenselijk achten).

Ten derde is er het probleem van betekenis waarbij aangenomen wordt dat de interviewer en de respondent dezelfde betekenis toekennen aan gebruikte termen.

Image

Access: 
Public

Image

Check more: click and go to more related summaries or chapters

Samenvatting van Bryman's Social Research Methods van Clark e.a. - 6e druk

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Social Science Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2607
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector