Machiavellianism in children in Dutch elementary schools and sports clubs - Baar en Wubbels - Universiteit Utrecht

Baar & Wubbels 2011

Machiavellianism in children in Dutch elementary schools and sports clubs

Inleiding

In dit artikel wordt pestgedrag onderzocht op school en in de sportclub. Er wordt gekeken naar prevalentie, stabiliteit en of kinderen controle strategieën inzetten. Onderscheid tussen agressieve kinderen met prosociale neigingen (Machiavellians) en zonder prosociale neigingen (coercieve-agressieve kinderen).

Sport en agressie

De sportclub kan worden gezien als sociale plaats waar kinderen kunnen experimenteren met verschillende rollen en groepsinteractie. Verschillende studies hebben gesuggereerd dat het socialisatieproces bij sport agressieve daden kan legitimeren. Het gaat bij sport om fysieke kenmerken, er is een winnersmentaliteit > dit kan agressief gedrag onder jongeren aanmoedigen. In deze studie worden drie fysieke graden van speler-tot-speler contact onderscheiden: vechtsporten (veel lichamelijk contact), contactsporten (gelimiteerd lichamelijk contact), en non-contactsporten (geen lichamelijk contact).

Hulpmiddelenstrategieën

Evolutionair perspectief op sociale dominantie relaties: kinderen gebruiken twee verschillende strategieën om middelen te controleren in sociale groepscontexten: dwangstrategieën (puur agressieve kinderen) en prosociale strategieën. Een derde groep, Machiavellians, zijn kinderen die beide strategieën gebruiken. Dit kan een adaptieve manier zijn om middelen te controleren of sociale dominantie te behouden/krijgen. Machiavellian kinderen zijn sociaal actief en worden leuk gevonden door leeftijdsgenoten, wat hun agressieve gedrag kan camoufleren voor volwassen observeerders. Hierdoor is het lastig voor leerkracht/trainer om agressief gedrag te herkennen.

Doelen en verwachtingen

Doelen:

  1. Het vergelijken van de prevalentie van zelf-gerapporteerde peer aggression en prosociaal gedrag volgens het type sportparticipatie en school.
  2. De prevalentie van rollen voor hulpmiddelenstrategieën vergelijken onder de kinderen in de verschillende sporten.
  3. De stabiliteit van de rollen voor hulpmiddelenstrategieën voor participanten in de drie typen sport onderzoeken.
  4. De stabiliteit van hulpmiddelstrategieën voor participanten onderzoeken bij gender.

Sociale dominantie visie: peer aggression is een strategie waardoor individuen sociale status en dominantie verkrijgen en behouden in een relatie.

Gedrags-ecologische visie: agressief en prosociale strategieën zullen niet alleen afhangen van de persoonlijke kenmerken van het kind, maar ook van de kenmerken van de context.

Peer aggression vindt vooral plaats op ongestructureerde plekken waar geen/minder toezicht is. Hierom wordt verwacht dat er een hogere prevalentie van zelf-gerapporteerde peer aggression is in de sportclub:

  • Kinderen moeten hun sociale positie herpakken in een relatief instabiele sportgroep;
  • De sportclub is een minder gestructureerde setting, met minder supervisie doen op school;
  • Sportprogramma’s zijn vaak competitief, wat agressief gedrag onder atleten kan aansporen en onbewust leert dat agressief gedrag een acceptabele manier is om tot gewenste uitkomsten te komen;
    • Enhancement hypothese: participatie in krachtsport moedigt over de tijd antisociale neigingen aan.
      • Onderzoek: jongens die participeerden in krachtsport lieten meer gewelddadig gedrag zien binnen de club, en niet-gewelddadig antisociaal gedrag buiten de club. Deze jongens waren niet gekenmerkt bij hogere levels van antisociale betrokkenheid.
  • Dus: sociale dominantie theorie gaat om het verkrijgen van macht, sociale status wat je kan verkrijgen door anti-sociaal gedrag te gebruiken. Bij de enhancement hypothese gaat het erom dat machogedrag, competitie etc. wordt aangemoedigd waardoor anti-sociaal gedrag vaker voorkomt.

Verwachtingen:

  1. Zelfgerapporteerde peer aggression meer prevalent onder participanten van vechtsport  en contactsport dan onder participanten van niet-contactsport (enhancement hypothese).
  2. De mate van zelf-gerapporteerd prosociaal gedrag onder contactsporten hoger dan bij niet-contactsporten, gevolgd bij participanten in vechtsporten.
    1. Contactsporten zijn vaak in een team > prosociaal gedrag is belangrijker.
  3. Contactsporten meer hulpmiddelenstrategieën dan vechtsport en niet-contactsport > contactsporten moeten samenwerken om een goed team te zijn.
  4. Peer aggression lijkt bij meisjes meer afhankelijk van de context > meisjes zullen makkelijker agressief gedrag aannemen wanneer zij van sociale omgeving wisselen.

Resultaten

Discussie

Doel 1: prevalentie van peer aggression en prosociaal gedrag in de twee contexten en voor verschillende typen van sport.

  • Overeenkomend met de sociaal dominantie visie was er een significant hogere mate van zelf-gerapporteerde peer aggression en prosociaal gedrag gevonden  onder kinderen op de sportclub dan op school. Deze bevinding geeft steun voor de aanname dat het lastiger is voor een kind om een dominante sociale status te verkrijgen en te behouden in een relatief minder gestructureerde en minder stabiele sportcontext. Het geeft ook steun aan de aanname dat georganiseerde sportprogramma’s agressief gedrag onder kinderen kan aanmoedigen (enhancement hypothese).
  • Jongens rapporteerden significant meer peer aggression in beide contexten dan meisjes (meer competitief). Meisjes rapporteerden meer prosociaal gedrag (wordt ook meer van meisjes verwacht).
  • Geen steun voor de ‘enhancement hypothese’ als het gaat om vechtsporten. Redenen:
    • Contactsporten waren teamsporten. Hierdoor kunnen ze meer agressief en competitief zijn om sociale dominantie te verkrijgen.
    • Kinderen gaan niet alleen op een vechtsport om te leren vechten, maar ook als zelfverdediging.
  • Geen steun voor de aanname dat vechtsportparticipanten minder prosociaal gedrag zouden rapporteren.

Doel 2: prevalentie van resource control strategy roles in de twee contexten voor verschillende typen van sport.

  • Tegen de verwachting in: contactsport participanten waren over het algemeen vaker coercive-aggressive dan participanten in andere sporten. Deze bevindingen komen niet overeen met de enhancement hypothese. Vrouwelijke vechtsportsters waren het meest coercive-aggressive in school, maar het laagst in de sportclub context.
  • Meisjes behoorden drie keer zo vaak tot de prosociale groep in beide contexten dan jongens. Dit is in lijn met de verwachting. Tegen de verwachting in: vechtsportparticipanten in beide contexten waren meer prosociaal dan participanten in contactsport en niet-contactsport.
  • Contactsportparticipanten waren vaker Machiavellians in beide contexten. Komt overeen met verwachting.
  • De drie verschillende sporttypen toonden meer Machiavellian gedrag in de sportclub dan in school.

Doel 3: stabiliteit van resource control strategy roles tussen de contexten als je kijkt naar type sport.

  • Peer aggression rollen zijn stabiel over de verschillende contexten.
  • Coercive-aggressive rollen zijn minder stabiel over contexten voor niet-contactsporten dan voor contactsporten. Maar: de rollen zijn meer stabiel over contexten voor contactsporten dan voor vechtsporten.
  • Hawley’s Resource Control Theory klopt: de Machiavellian rollen zijn meer stabiel over contexten voor contactsporten dan voor vechtsporters en niet-contactsporters. De prosociale rollen zijn minder stabiel over contexten voor contactsporten dan voor vechtsporten en niet-contactsporten.

Doel 4: stabiliteit van resource control strategy roles tussen de contexten als je kijkt naar gender.

  • De resource control strategy roles van zowel jongens als meisjes zijn stabiel over de contexten.

Image

Access: 
Public

Image

Join WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it support personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check more: this content is used in

PPOB - Artikelen - Universiteit Utrecht

Image

 

 

Contributions: posts

Help other WorldSupporters with additions, improvements and tips

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Image

Check more: related and most recent topics and summaries
Check more: institutions, jobs and organizations
Check more: this content is also used in

Image

Follow the author: AnnevanVeluw
Share this page!
Statistics
1376
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector