Wat werkt in het voorkomen van ernstig en persistent delinquent gedrag bij risicojongeren? - De Vries - Universiteit Utrecht

De Vries

Wat werkt in het voorkomen van ernstig en persistent delinquent gedrag bij risicojongeren?

Doel artikel: overzicht geven van de werkzaamheid van interventies voor het voorkomen van ernstig en persistent delinquent gedrag bij risicojongeren.

Inleiding

Vroegtijdig interveniëren is belangrijk: jongeren met gedragsproblemen zijn minder ontvankelijk voor gedragsverandering naarmate zij ouder worden. Noodzaak: negatieve consequenties voor slachtoffers en daders + hoge kosten van delinquent gedrag voor samenleving. Er is een daling in jeugddelinquentie, maar een stijging in repressieve reacties op antisociaal gedrag. Niet alle interventies die worden gebruikt, werken goed > het is belangrijk te investeren in wetenschappelijk onderzoek en kennisverhoging in praktijk, beleid en onderwijs over wat wel/niet werkt.

Preventie en het RNR-Model

Preventie:

  • Primair (universeel): gericht op hele populaties of specifieke risicogroepen met verhoogde kans op delinquent gedrag, maar waarbij nog geen risico’s op individueel niveau zijn.
  • Secundair (selectief): vroegtijdige onderkenning en behandeling van risicojongeren met eerste symptomen van problematiek.
  • Tertiair (indicatief): curatieve behandeling voor jongeren met een langere voorgeschiedenis van probleem- en delinquent gedrag met als doel om herhaling en verergering van dit gedrag te voorkomen.

Risk-Need-Responsivity (RNR) model: uitgangspunt voor zowel preventie als behandeling in criminologie en forensische orthopedagogiek:

  1. Risicoprincipe schrijft voor dat intensiteit van een interventie moet worden afgestemd op recidiverisico van de jongere;
  2. Het behoefteprincipe stelt dat interventies moeten aangrijpen op veranderbare factoren die gerelateerd zijn aan delinquent gedrag en ook wel criminogene behoeften worden genoemd;
  3. Het responsiviteitsprincipe benadrukt dat de interventie goed moet aansluiten bij kenmerken van de jongere, zoals diens motivatie en cognitieve niveau;

Interventies die ingericht zijn volgens deze principes, zijn gemiddeld middelmatig effectief.

Internationaal onderzoek naar interventies voor risicojongeren

              Algemene bevindingen

Hoog-risicojongeren profiteren het meest van therapeutisch georiënteerde jeugdinterventies (sluit aan op risicoprincipe van RNR-model). Systematische review naar effecten van ambulante interventies voor antisocaal gedrag, concludeerde dat alle typen interventies in enige mate effectief waren (gemiddeld 5% daling in prevalentie). Interventies die bestaan uit afschrikking en bestraffing bleken ineffectief, terwijl versterken en herstellen van positieve sociale relaties van risicojongeren effectief bleken. Buitengerechtelijke interventies (sancties, maatregelen die als doel hebben jongeren buiten het justitiële systeem te houden) zorgen (indien goed geïmplementeerd en bestaande uit gedragsveranderende en gezinsgerichte technieken) voor een afname in nieuwe arrestaties, maar niet tot een afname in zelfgerapporteerd delictgedrag. Wanneer biutengerechtelijke interventies worden vergeleken met traditionele justitiële trajecten, blijken ze in het algemeen niet effectief. Ook verdwenen de positieve effecten wanneer er gebruik werd gemaakt van een onderzoeksdesign van hoge kwaliteit.

              Effectiviteit van individuele, groeps-, school- en gezinsinterventies

In meerdere meta-analyses zijn effecten van gezinsgerichte interventies gevonden. Gedragsgeoriënteerde oudertraining werkt het beste, terwijl een combinatie van gezinstherapie en interventies op school het minst succesvol is.

Door onderzoek is aangetoond dat interventies bestaande uit sociale en/of cognitieve vaardigheidstraining positieve effecten hebben. Vooral gestructureerde cognitieve gedragstraining die gegeven wordt in verschillende modules waarin meerdere criminogene behoeften van jongeren worden aangepakt. Effecten van CGT nemen toe wanneer componenten van trainen van agressiebeheersing en probleemoplossende vaardigheden zijn ingebouwd, terwijl componenten van aandacht voor slachtofferimpact of gedragsmodificatie niet leiden tot grotere effecten.

Groepsinterventies waarbij jongeren samen met leeftijdsgenoten tegelijk worden behandeld, kunnen schadelijk zijn. Het kan zelfs tot meer antisociaal gedrag leiden. Dit kan komen door deviancy training-principe: risicojongeren versterken elkaar onderling in het vertonen van antisociaal gedrag.

              Conclusie uit de overzichtsstudies

De effectiviteit van interventies neemt toe wanneer interventies worden gekenmerkt door een focus op hoog-risicojongeren, het versterken van sociale relaties, goede implementatie, multimodaliteit, ouder- en cognitieve gedragstraining. Buitengerechtelijke interventies en schoolinterventies (gecombineerd met oudertraining) leiden niet tot de gewenste gedragsverandering. Daarnaast blijken groepsinterventies en methodes van afschrikking en bestraffing een toename van probleemgedrag teweeg te brengen. Ten slotte is nog weinig kennis beschikbaar over welke componenten van interventies effectief zijn in het voorkomen van ernstig delinquent gedrag.

              Effectiviteit van specifieke interventiecomponenten

Jeugdinterventies zijn over het algemeen in geringe mate effectief in het voorkomen van ernstig delinquent gedrag. Specifieke interventiecomponenten, de vorm, intensiteit van de interventie zijn van invloed op de effectiviteit.

  • Het opstellen van gedragscontracten en het trainen van ouders in opvoedvaardigheden lijkt het meest succesvol in het voorkomen van ernstig delinquent gedrag.
  • De sterkste positieve effecten werden gevonden voor multimodale (meerdere risicofactoren aangegrepen) en gezinsinterventies.
  • Effectiviteit neemt af bij een relatief hoog aantal sessies. Risicoprincipe RNR-model: de intensiteit van de interventie moet proportioneel zijn aan de hoogte van het recidiverisico van de jongere.

Conclusie

  • Interventies laten kleine tot middelgrote effecten zien in het voorkomen en verminderen van ernstige delinquentie onder jongeren.
  • Therapeutische grondslag gericht op gedragsverandering + RNR-model zijn belangrijke voorwaarden voor effectiviteit.
  • Goed geïmplementeerde gezins- en multimodale interventies kunnen succesvol zijn, evenals interventies gericht op herstellen en versterken van sociale bindingen van jongeren.
  • Interventies zijn met name effectief wanneer deze gebaseerd zijn op principes van sociaal cognitieve leertheorie van Bandura.
  • Interventies met technieken gericht op gedragsverandering blijken vaker effectief.
  • Groepsinterventies en té intensieve interventies kunnen een averechts effect hebben op jongeren.

Toekomstige ontwikkelingen

  • Kennis over welke componenten in interventies wel/niet werkzaam zijn, wanneer en waardoor.
  • Blootleggen van variabelen die effecten van interventies op probleemgedrag mediëren.
  • Uitvoeren van kosten-batenanalyse om vast te stellen of interventies op de lange termijn een waardevolle investering opleveren voor overheid en belastingbetalers.

Image

Access: 
Public

Image

Join WorldSupporter!
This content is used in:

PPOB - Artikelen - Universiteit Utrecht

Image

 

 

Contributions: posts

Help other WorldSupporters with additions, improvements and tips

Image

Spotlight: topics

Check the related and most recent topics and summaries:
Institutions, jobs and organizations:
This content is also used in .....

Image

Check how to use summaries on WorldSupporter.org
Submenu: Summaries & Activities
Follow the author: AnnevanVeluw
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

Statistics
Search a summary, study help or student organization