Kesselring
Actieve burgers en actieve professionals in de pedagogische civil society
Inleiding
Er is bij ouders een groeiende vraag naar professionele hulp. Opvallende paradox: aantal jeugdigen is niet toegenomen, ook geen toename in aantal/ernst van problemen. Het lijkt eerder beter te gaan met de jeugd. Overconsumptie:
- Individualisering: succes van opvoeding ligt in handen van ouders > problemen uit leefwereld (domein van burgers) wordt getransporteerd naar systeemwereld (wereld van overheid, professionals).
- Binnen systeemwereld: nadruk op signalering van risico’s en preventie van problemen > relatief lichte opvoedvragen worden snel opgeschaald naar gespecialiseerde vormen van zorg > ouders raken afhankelijk van professionals.
Inzicht: het grootbrengen van jeugdigen is een gedeelde verantwoordelijkheid van burgers, die samen de pedagogische civil society (PCS) vormen > voorkomen van een onnodig beroep op professionele zorg. De geplande transitie van Wmo (bestuurlijke en financiële overheveling naar gemeenten) lijkt ondersteunend te zijn aan inhoudelijke verschuiving (transformatie) in visie op zorg voor jeugdigen en hun ouders. Deze transformatie doet beroep op zelfredzaamheid en medeverantwoordelijkheid van civil society.
Definitie van de pedagogische civil society
PCS: er bestaat bij burgers de attitude om met elkaar in de eigen sociale netwerken en het publieke domein verantwoordelijkheden rond het opgroeien en opvoeden van kinderen te delen, in de vorm van informele wederzijdse steun en informele sociale controle. 3 a’s:
- Actoren: alle volwassenen die zelf opvoeder zijn of vanuit een informele rol ondersteuning kunnen bieden als medeopvoeder. Professionals (geen actoren) kunnen initiatieven ontlokken en faciliteren.
- Attitude: bereidheid de opvoedingsverantwoordelijkheid te delen.
- Acties: de rol die actoren binnen de PCS kunnen spelen. Zowel direct als indirect. Steun is vaak wederkerig en kent verschillende vormen: emotionele steun (> meer zelfvertrouwen), instrumentele/praktische steun, informationele steun (>probleemoplossend vermogen vergroten), informele sociale controle. Beschikbaarheid van steun is positief gerelateerd aan veerkracht en kan effecten van stress verlichten.
Actief burgerschap binnen de pedagogische civil society
Handelingsverlegenheid: uit angst zich op te dringen en een negatieve reactie te krijgen, wachten mensen tot er een concreet beroep op hen wordt gedaan. Aan de vraagzijde lijkt het moeilijk aangeboden informele steun te accepteren (vrees voor afhankelijkheid) en te vragen (incompetent, afwijzing, onbekendheid).
Maatschappelijk opvoeden De Winter:
- Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid die een samenleving heeft voor het grootbrengen van elke nieuwe generatie individuen.
- Opvoeden tot het leven in de gemeenschap, het ontwikkelen van een actieve, betrokken en verantwoordelijke rol in de samenleving.
Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor opvoeden
Ontwikkelingen in jeugd- en gezinsbeleid > groter beroep op civil society (eigen verantwoordelijkheid burgers en mobilisatie van informele ondersteuning) > burgers gaan meer participeren. Civiele burgerparticipatie: participatie gericht op contacten en betrokkenheid tussen burgers onderling > appèl op actief burgerschap en vrijwillige inzet voor omgeving.
Burgerschap als fundament onder transformatie van jeugdstelsel > samenredzaamheid:
- Eigen verantwoordelijkheid: zelfredzaamheid
- Medeverantwoordelijkheid: verantwoordelijkheid voor eigen sociale omgeving en samenleving als geheel.
Principes van ontzorgen en normaliseren moeten hand in hand gaan:
- Ontzorgen: gericht op een stimulerend sociaal netwerk gecombineerd met zorg die eigen kracht en de kracht van sociale netwerk kan versterken.
- Normaliseren: gericht op tegengaan van onnodige problematisering en etikettering.
- Dit lijkt nog niet goed te gaan > burgers worden niet gestimuleerd om vragen en problemen zelf op te pakken.
De Pedagogische Civil Society als educatieve gemeenschap
Normatief kader: PCS als educatieve gemeenschap, waarin burgers gestalte geven aan het op een democratische manier met elkaar samenleven. Betrokkenheid van medeopvoeders kan een indirect effect (via ouders) hebben op het welbevinden van jeugdigen. Ook kan het een direct effect hebben: bijv. door intergenerationeel contact. Steun van medeopvoeders zorgt voor veerkracht, empathie, sympathiek gedrag, grotere betrokkenheid bij school en betere schoolprestaties, meer zelfvertrouwen, betere sociale vaardigheden, minder antisociaal gedrag en middelenmisbruik. Mechanisme: modeling: volwassenen kunnen jeugdigen door voorbeeldgedrag vaardigheden, waarden en normen leren.
Intergenerationeel contact kan ook als informele sociale controle faciliteren. Bekendheid met elkaar is hiervoor van belang. Hierdoor kan ook wederzijds begrip ontstaan en zijn afspraken over omgangsvormen inzet voor elkaars kinderen mogelijk. Actief burgerschap en participatie kunnen bij burgers het gevoel vergroten dat ze zelf controle hebben over een situatie; een belangrijk aspect van empowerment + gevoel van nuttig en verantwoordelijk zijn, en vermindering van gevoelens van vervreemding en anonimiteit.
PCS als assetbuilding community en authoritative community: een omgeving gekenmerkt door warmte en ondersteuning, duidelijke grenzen, hoge verwachtingen, gedeelde verantwoordelijkheid en waarden, waarbinnen meeste opvoedende taken worden gedaan door niet-professionals. Collectief belang: bijdrage aan algemene opvoedkwaliteit, voorkomen van problemen en behapbaar houden van probleemgevallen voor professionals.
Pedagogische civil society als nieuw dominant discours?
Kritiek op PCS:
- Het zou als legitimatie voor geplande bezuinigingen in jeugdzorg worden gebruikt.
- Is niet zo: het is een essentiële maatschappelijke waarde op zichzelf, waar ook investering voor nodig is.
- Diskwalificatie van het nut van professionele inzet.
- Het concept van PCS betekent niet dat professionals minder doen. Het is en-en, niet of-of.
De rol van overheden en professionals: een paradox?
Overheden en professionals kunnen een rol spelen bij de totstandkoming van nieuwe sociale normen door bij burgers de bereidheid aan te wakkeren zich voor elkaar in te zetten. Om tot nieuwe normen te komen, lijkt ‘coproductie’ een belangrijk uitgangspunt: (mede)opvoeders zijn geen cliënten maar partners, en professionals zijn geen experts maar denken met (mede)opvoeders mee. Professionals hebben de rol van het mobiliseren van sociale veerkracht: sociale netwerken helpen oplossingen te creëren. Deze faciliterende rol vraagt niet zozeer specifieke competenties, maar eerder een andere houding t.a.v. opvoedingsondersteuning.
Conclusie