Welke onderzoeksmethoden worden gebruikt in de sociale psychologie? - Chapter 2

Sociaal psychologen bestuderen constructen. Dat zijn theoretische ideeën als attituden en persoonlijkheid die onzichtbaar zijn en daarom ook moeilijk te meetbaar. 

Hoe ontwerpen sociaal psychologen onderzoeken?

Algemene wetenschap is onderzoek naar het begrip en de theorie van de psychologie. Het tracht sociaal gedrag te voorspellen. Aan de andere kant zorgt toegepaste wetenschap er voor dat deze theorie vertaalt wordt naar oplossingen voor problemen. Beide vormen zijn belangrijk om sociale problemen op te lossen.

Wat houdt de wetenschappelijke methode in?

De wetenschappelijke methode is een systematische manier om nieuwe kennis te creëren door de volgende stappen te volgen:

  1. Het observeren van een patroon in gedrag
  2. Het opstellen van een hypothese. Een hypothese is een stelling over de verwachte uitkomst van het onderzoek.
  3. Het toetsen van de hypothese door het observeren van mensen, experimenten uitvoeren en meer.
  4. Het interpreteren van de resultaten en het herformuleren van de hypothesen. Na de interpretatie van de resultaten kan het namelijk mogelijk zijn dat de hypothesen aangepast moeten worden. Dan kan het proces opnieuw gestart worden.

Deze fases zijn allemaal met elkaar verbonden en tijdens het onderzoeksproces kan er vrij genavigeerd worden tussen de stappen.

Wat is het doel van een beschrijvend ontwerp en een vragenlijst?

Onderzoek begint vaak met een beschrijvend ontwerp. Dit ontwerp omschrijft, beschrijft en verheldert patronen die natuurlijk voorkomen. Op geen enkele manier zal de onderzoeker dus ingrijpen in de natuurlijke setting.

Het eerste ontwerp bestaat uit archiefgegevens. Deze gegevens bestaan uit opgeslagen data die oorspronkelijk voor een andere reden zijn verzameld dan voor onderzoek en die later wel nuttig kan zijn om te gebruiken tijdens onderzoek. Dit kunnen bijvoorbeeld cijfers van studenten zijn of schermtijd van tieners.

Het tweede ontwerp is natuurlijke observaties. Hierbij kijkt de onderzoek naar andermans gedrag en houdt dit systematisch bij. Het gaat hier om natuurlijk gedrag dat ook voorgekomen zou zijn als de onderzoeker niet aanwezig was. Echter, soms passen mensen hun gedrag aan als ze weten dat ze geobserveerd worden. Dit wordt reactiviteit genoemd. Om dit probleem op te lossen kan een onderzoeken undercover gaan en doen alsof hij onderdeel is van de natuurlijke omgeving. In dat geval wordt er gesproken van deelnemersobservatie.

Het derde en laatste ontwerp is de beschrijvende vragenlijst. Dit is vaak de makkelijkste manier van dataverzameling. Deze vragenlijsten bevatten vaak zelfrapportageschalen waarop de participant informatie moet geven over zichzelf door middel van het beantwoorden van verschillende vragen over hetzelfde thema. Het probleem met vragenlijsten is echter sociale wenselijkheid. Dit is de neiging van participanten om andere antwoorden te geven zodat anderen een beter beeld van hen krijgen.

Waarom worden correlationele analyses gebruikt?

Een correlationele analyse is een statistische toets om te testen of twee continue variabelen systematisch geassocieerd zijn met elkaar. Door middel van deze toets kan een onderzoek controleren of de correlatie tussen twee constructen statistisch gezien significant is. Bij een positieve correlatie bewegen beide variabelen in dezelfde richting. Als de ene toeneemt, zal de andere variabele ook toenemen. Daartegenover staat de negatieve correlatie. Hierbij zal de ene variabele afnemen als de andere toeneemt. Ze bewegen dus in tegengestelde richting.

Soms kan de correlatie tussen twee variabelen verklaard worden met behulp van een derde variabele. Deze derde factor correleert zowel met de eerste als met de derde variabele. Hierdoor staat een correlatie dus niet gelijk aan een oorzakelijk verband. Zelfs als er een oorzakelijk verband speelt tussen de twee variabelen weet je nog niet welke van de twee de oorzaak is en welke het gevolg.

Hoe worden experimenten toegepast in de sociale psychologie?

Experimenteel onderzoek bestaat uit pre-experimentele ontwerpen , quasi-experimenten en echte experimenten.

Wat zijn pre-experimentele ontwerpen?

Tijdens een pre-experiment wordt één enkele groep van mensen getest om te kijken of een bepaalde ervaring of behandeling effect heeft. Met dit type experiment zijn er geen verschillen tussen mensen wat het een vrij eerlijk en onbevooroordeelde test maakt. Hierdoor is het wel lastig om de gevonden verschillen toe te kunnen schrijven aan de onderzochte variabele en niet aan andere externe factoren.

Wat zijn quasi-experimenten?

Tijdens een quasi-experiment worden natuurlijke resultaten van verschillende groepen vergeleken. Dit ontwerp is vooral handig om zeer verschillende groepen te vergelijken, maar het is wel beperkt in hoeverre het kan controleren op de aanwijzigheid van alternatieve verklaringen. Alternatieve verklaringen worden ook wel storende variabelen genoemd.

Wat zijn echte experimenten?

Een echt experiment is een onderzoeksontwerp waarbij twee of meer groepen vergeleken worden die zijn ontstaan door willekeurige indeling. Dit experiment kost de meeste moeite en tijd, omdat de groepen nog gemaakt moeten worden door de onderzoeker. De groepen zijn gelijk in elk opzicht, alleen verschillen ze op de factor die de onderzoeker onderzoekt. Het grootste voordeel van dit ontwerp is dat de onderzoeker controleert op derde variabelen.

Een echt experiment bestaat dus uit twee variabelen. De onafhankelijke variabele is degene die gemanipuleerd wordt tijdens het onderzoek om het effect te kunnen achterhalen. Daartegenover staat de afhankelijke variabele, dit is de gemeten uitkomst op het einde van het experiment en is de variabele die beïnvloed wordt door de onafhankelijke variabele.

Een onderzoek kan ook een controlegroep bevatten. Dit is een groep participanten die neutraal is, oftewel die geen behandeling ontvangt tijdens het experiment.

Hoe kunnen resultaten van experimenten geanalyseerd worden?

Na het verzamelen van de resultaten moet de onderzoeker controleren of zijn hypothesen verworpen of bevestigd worden.

Hoe worden twee groepen vergeleken?

Wanneer een onderzoek uit twee groepen bestaat kan een t-test worden gebruikt. Dit is een statistische toets die het gemiddelde en de standaarddeviatie van twee groepen vergelijkt om te kijken of ze significant van elkaar verschillen. Om deze toets te mogen gebruiken moet de steekproef willekeurig en groot genoeg zijn, zodat het representatief is voor de bevolking.

Hoe worden drie of meer groepen vergeleken?

Als er meer dan twee groepen gebruikt worden in een onderzoek, wordt er gebruikt gemaakt van een andere statistische toets. Hierbij wordt een analyse van variantie (ANOVA) gebruikt. Deze toets vergelijkt de gemiddelden en standaarddeviaties van drie of meer groepen om te kijken of ze significant van elkaar verschillen.

Hoe wordt de betrouwbaarheid van onderzoek getest?

Om te controleren of onderzoek betrouwbaar en aannemelijk is wordt er gekeken naar verschillende factoren als validiteit, ethische richtlijnen en ‘open wetenschap’.

Hoe wordt betrouwbaarheid, validiteit en randomiseren gebruikt om te controleren of onderzoek betrouwbaar is?

Betrouwbaarheid is de nauwkeurigheid van een instrument, zowel door de tijd als op verschillende testmanieren. Onderzoek is betrouwbaar als vergelijkbare resultaten worden gevonden op verschillende momenten en plekken. Een andere factor om te controleren of onderzoek goed is, is door te kijken naar de validiteit. De validiteit van een onderzoek is in hoeverre een instrument meet wat het beoogt te meten. Er zijn verschillende soorten validiteit:

  • Interne validiteit: dit is het niveau van zekerheid die onderzoekers hebben dat de patronen uit hun data komen door wat er getest wordt en niet door bijvoorbeeld fouten in de onderzoeksopzet.
  • Constructvaliditeit: dit is in hoeverre toetsen die zijn gekozen voor een onderzoek ook daadwerkelijk meten wat ze moeten meten.
  • Externe validiteit: dit is de mate waarin resultaten van een enkel onderzoek toegepast kunnen worden op andere settings of andere mensen. Dit wordt ook wel generaliseerbaarheid genoemd. Om de externe validiteit toe te laten nemen, kan een onderzoeker gebruik maken van random steekproeven. Bij deze techniek wordt er een random steekproef getrokken van een kleiner groepje uit een grotere populatie.

Wat is het belang van ethiek in psychologisch onderzoek?

Psychologie betreft gevoelige onderwerpen. Daarom moeten psychologen zorgvuldig omgaan met de data die ze hebben verzameld tijdens onderzoek. De institutional review boards (IRBs) zijn comités van mensen die de ethische implicaties van een onderzoek controleren voordat het onderzoek uitgevoerd mag worden. Op deze manier is er toezicht op hoe onderzoek veilig uitgevoerd kan worden. Er zijn ook specifieke richtlijnen opgesteld voor onderzoek in psychologie. Deze zijn mede door de IRBs opgesteld, maar ook door de ‘American Pscyhological Association’ (APA). Dit is een organisatie bestaande uit professionele psychologen die de ethische standaarden van onderzoek mogen bepalen. De belangrijkste rechten van onderzoeksparticipanten zijn volgens de APA:

  • Informed consent: een deelnemer moet altijd voorafgaand aan het onderzoek geïnformeerd worden over wat er gebeurt tijdens het onderzoek en de gevaren ervan.
  • Misleiding: een deelnemer heeft het recht om te weten waar het onderzoek over gaat in hoeverre dat mogelijk is. Bij sommige onderzoeken wordt er gebruik gemaakt van misleiding en kan het onderzoek juist verstoord worden als de deelnemer te veel weet.
  • Debriefing (nabespreking): na een onderzoek heeft de participant het recht om alle overige informatie over het onderzoek te krijgen, vooral als er sprake is van misleiding.
  • Het recht om zich terug te trekken: deelnemers kunnen op elk moment van het onderzoek vanwege elke reden stoppen met het onderzoek.

Hoe heeft de ‘open science’ beweging ethiek beïnvloed in psychologisch onderzoek?

Open science is een beweging die is gestart om de wetenschap transparanter, coöperatiever, eerlijker en makkelijker reproduceerbaar te maken. Op deze manier zorgt de ethiek ervoor dat de replicatiecrisis overwonnen kan worden. Dit wordt gedaan door:

  • Preregistratie: voor het starten van een onderzoek moet een onderzoeker zijn hypothesen, methode en statistisch plan vastleggen.
  • Resultaatblind peer review: door experts te vragen of zij een onderzoek kunnen beoordelen op de waarde en kwaliteit voorafgaand aan de dataverzameling zal de betrouwbaarheid ook toenemen.
  • Publicatiebadges: dit zijn symbolen die aangeven of een onderzoek onderdeel is van de ‘open science’ beweging.

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2662
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector