Vraag 1
Van elf willekeurig gekozen studenten is direct na afloop van tentamen M&T nagegaan hoeveel van de 40 vragen zij goed beantwoord hebben. Deze scores zijn weergegeven in onderstaande stemplot.
0 2 6 6
1 0 8 9
2 1
3 4 6 8 9
Bepaal de waarde van de Mediaan.
Vraag 2
Wat is de mediaan van de scores 4-6-8-10-18?
Vraag 3
Wat is de mediaan van de volgende rij getallen: 8, 9, 14, 15?
Vraag 4
De volgende 5 begrippen worden veel gebruikt om kenmerken van een statistische variabele samen te vatten: minimum, maximum, 1e kwartiel, 3e kwartiel, mediaan. Wat is de goede volgorde, van klein naar groot?
Vraag 5
Wat houdt errorvariantie in?
Vraag 6
Wat is het verschil tussen betrouwbaarheid en validiteit, twee centrale begrippen binnen de statistiek?
Vraag 7
Wat is het verschil tussen interne en externe validiteit?
Vraag 8
Een onderzoeker heeft vastgesteld dat hogere niveaus van testosteron bij jonge mannen samenhangen met verhoogd risicovol gedrag tijdens het autorijden. In een vervolgstudie vindt hij hetzelfde verband in een steekproef jonge vrouwen. Van welke soort validiteit is dit een voorbeeld?
Vraag 1
19
Vraag 2
8
Vraag 3
11.5. De getallen zijn al gerangschikt van klein naar groot. Er zijn een even aantal (8) getallen. De mediaan is dan het gemiddelde van de twee middelste getallen: 9 en 14.
Vraag 4
Minimum, 1e kwartiel, mediaan, 3e kwartiel, maximum. Het ligt voor de hand dat een onderzoeker begint met minimum en eindigt met maximum. Verder is het 1e kwartiel die waarde van de variabele waarvoor geldt dat 25% van de mogelijke waarden kleiner zijn dan deze waarde. De mediaan is de middelste waarde, en het derde kwartiel is die waarde waarvoor geldt dat 75% van de mogelijke waarden kleiner zijn dan deze waarde. Dit bepaalt de volgorde van klein naar groot.
Vraag 5
Errorvariantie is variantie die niet verklaard kan worden door de onderzoeker en dus wordt veroorzaakt door variabelen die de onderzoeker niet onderzoekt.
Vraag 6
De betrouwbaarheid houdt in dat het meetinstrument consistente resultaten geeft. Als je twee keer dezelfde meting doet, geeft een betrouwbaar meetinstrument twee keer hetzelfde resultaat. Validiteit beschrijft of het gemeten concept inderdaad gemeten wordt door het meetinstrument.
Vraag 7
Bij interne validiteit gaat het erom dat een onderzoeker juiste conclusies trekt over de effecten van de onafhankelijke variabele, externe validiteit gaat over de mate waarin resultaten generaliseerbaar zijn naar andere steekproeven.
Vraag 8
Externe validiteit. Externe validiteit gaat over de mate waarin gevonden onderzoeksresultaten generaliseerbaar zijn naar andere steekproeven.