Hoorcollege 6: OCS & PTSS
Obsessive Compulsive Disorder (OCS): Geschatte prevalentie is 1-3% bij volwassenen en 1% bij jongeren. Het is de 4de meest voorkomende psychologische stoornis
Obsessies:
- intrusieve en verontrustende gedachte, beelden of impulsen.
- Enorme inzet om gedachte, beeld of impulsen te onderdrukken of te neutraliseren. Insight in ‘internal origin”
Compulsies:
- Gedrag als respons op obsessies (covert or overt).
- Gedrag often rigide, repetitief en volgens strikte regels.
- Bedoeld om de ervaren angst te reduceren of om de ramp te voorkomen
90% van de gezonde control deelnemers rapporteren negatieve intrusies. Klinische experts kunnen maar ‘normale’ van ‘abnormale’ intrusies onderscheiden. Klinische niet-klinische obsessies onderscheiden zich in interpretatie, stress, hardnekkigheid, moeite om te onderdrukken en frequentie
Smetvrees: dwangmatig wassen, zoals compulsief schoonmaken en ritueel handen wassen
Cognitieve domeinen in OCS
- Thought-action-fusion (TAF): je gedachten hebben negatieve consequenties. Negatieve morel gedachten zijn gelijk aan daden
- Overdreven verantwoordelijkheidsgevoel: overdreven overtuiging dat je in staat bent om een ramp te voorkomen of een negatieve gebeurtenis te veroorzaken
- Controleerbaarheid van gedachten: controleren van wensen en gedachten
- Perfectionisme: overtuiging dat er maar één manier is om dingen juist te doen
- Overschatten van gevaar: het risico van ernstige negatieve gebeurtenissen wordt overschat
- Intolerance of uncertainty: de gedachte dat iets niet te verdragen is zonder 100% zekerheid ervan te hebben
- Exposure therapie kan helpen deze cognitieve domeinen te verminderen. Ook de taarttechniek is mogelijk, hierbij worden percentages toegekend aan hoe waarschijnlijk het is dat iets gebeurd
comorbiditeit van ocs
- Tussen de 30% tot 55% comorbiditeit met depressie (MDD)
- 65% lifetime history van depressie
- 25% tegelijkertijd met andere angststoornissen- meestal GAD, Sociale angst, PTSS
- 8% tegelijkertijd met een eetstoornis
- 5% tegelijkertijd met Tourette’s syndrome
Studie naar effecten van herhaaldelijk checken ondervond een verminderd zelfvertrouwen in het uitvoeren en details en levendigheid van herinnering. Dit verklaard waarom mensen met OCS zovaak controleren, ze hebben namelijk een minder zekere herinnering door herhaling.
Psychologische behandelingen OCS
- Exposure en Response Preventie (ERP)
- Exposure therapie: de cliënt wordt blootgesteld aan datgene waar hij/zij daadwerkelijk bang voor is
- Responspreventie: de cliënt mag niet gedrag vertonen dat de obsessie neutraliseren of de ingebeelde bedreiging voorkomen
- Cognitieve therapie
- ERP+ medicatie
- Motiverende gespreksvoering: je aansluiten bij de patiënt en dingen in perspectief brengen. Je wilt dan de verandertaal uitlokken (willen, kunnen, redenen, noodzaak, commitment, actiebereidheid, stappen gezet). Bijvoorbeeld middels een voordelen en nadelenbalans. Shared Decision Making en Routine Outcome Monitoring
Two factor therapie van Mowler
- Obsessies zorgen voor angst en spanning
- Compulsies reduceren de obsessieve angst
- Door het uitvoeren van compulsies wordt het uitdoven van de angst voorkomen
- Compulsies worden negatief bekrachtigd door de korte reductive in ervaren angst
Gedachten (intrusies): intrusies zijn een serieuze waarschuwing voor gevaar: ramp+ spanning. Inntrusies leiden tot veiligheidshandelingen, die actief zijn (wassen, controleren) en passieve handelingen (vermijding) die zorgen voor een tijdelijke spanningsreductie. Op lange duur leidt dit tot uit de hand gelopen routinegedrag
Posttraumatische stressstoornis (PTSS):
A) Iemand maakt een ingrijpende gebeurtenis mee
vier symptoomclusters
Intrusies: herbelevingen, nachtmerries, flashbacks
vermijding van emotionele associaties met trauma
negatieve cognities over jezelf, anderen en de wereld
prikkelbaarheid, niet kunnen concentreren, overmatige waakzaamheid
B) er is sprake van herbelevingen en niet alleen nare herinneringen
C) Na een traumatische ervaring worden oa de volgende basisovertuigingen aangetast. hierdoor is er een gevoel van constante dreiging
veiligheid: het overkomt mij niet, alleen anderen
rechtvaardigheid: de wereld is rechtvaardig
juistheid: als ik goed doe, gebeuren er goede dingen
D) Cognitieve domeinen zijn aangedaan
E) verhoogde arousal (minimaal 2 voor calssificatie)
geïrriteerdheid en woede uitbarstingen
Roekeloosheid en zelfdestructief gedrag
Hyperalertheid
Overdreven schrikreacties
Concentratieproblemen
Slaapproblemen: doorslapen/niet kunnen slapen/nachtmerries
Emotioneel misbruik (i.e. negatieve verbale kritiek, vijandigheid) en emotionele verwaarlozing (i.e. psychologische niet beschikbaar) kunnen leiden tot trauma symptomen, maar hoort niet bij classificatie van het A-criterium van PTSS

Risicofactoren voor PTSS: life time 7.8- 8.7%, 12 maanden 3.5%
- pre trauma variabelen: genetische achtergrond, geslacht, leeftijd, socio-economische status, eerdere trauma’s, eerdere psychopathologie, acute stress response
- peri trauma variabelen: waargenomen ernst van de gebeurtenis, negatieve cognities over de gebeurtenis, peritraumatische emoties, gevoelens van individuele verantwoordelijkheid
- posttrauma variabelen: sociale steun, coping ,nieuwe life events
Comorbiditeit
- 20-30% van de patiënten met verslavingsproblematiek ontvangt een PTSS diagnose
- Persoonlijkheidsproblematiek
- Psychotische stoornissen
- Overlevingsreacties op trauma: voorzichtig, vluchten, vechten, vrede bewaren, verlammen
Maar een klein deel van de mensen die een trauma meemaken ontwikkelen PTSS
Voornamelijk oorlog en verkrachting gerelateerde trauma’s zijn leiden tot PTSS. Dit komt doordat individuele verantwoordelijk hier invloed kan uitoefenen
(Complexe) PTSS
- Chronische traumatisering: komt meestal voor wanneer er sprake is van herhaaldelijke traumatisering in de kindertijd (bijvoorbeeld langdurig fysiek en/of seksueel misbruik)
- Enkelvoudige traumatisering: Enkelvoudig of herhaald trauma waarbij chronische (langdurige) traumatisering kan worden uitgesloten (bijvoorbeeld eenmalig trauma in de jeugd en eenmalig trauma in de volwassenheid)
- Dissociatief subtype: Vindt plaats als het ‘integratieve vermogen’ is aangetast. Fragmentatie van de herinnering