Welke cognitieve ontwikkelingstheorieën zijn er? - Chapter 4
Er zijn vijf verschillende theorieën over de cognitieve ontwikkelingen van een kind die in dit chapter besproken zullen worden.
- Wat zegt de theorie van Piaget over de cognitieve ontwikkeling van het kind?
- Wat zijn kritiekpunten op Piagets theorie?
- Wat zeggen de informatieverwerkingstheorieën over de cognitieve ontwikkeling van het kind?
- Wat is de aard van een kind volgens de informatieverwerkingstheorieën?
- Welke centrale ontwikkelingsaspecten zijn er volgens de informatieverwerkingstheorieën?
- Wat zeggen kennistheorieën over de cognitieve ontwikkeling van het kind?
- Wat is de aard van het kind volgens de kennistheorieën?
- Welke centrale ontwikkelingsaspecten zijn er volgens de kennistheorieën?
- Wat zeggen de sociaal-culturele theorieën over de cognitieve ontwikkeling van het kind?
- Wat is de aard van het kind volgens de sociaal-culturele theorieën?
- Welke centrale ontwikkelingsaspecten zijn er volgens de sociaal-culturele theorieën?
- Wat zeggen de dynamische systeemtheorieën over de cognitieve ontwikkeling van het kind?
- Hoe wordt de aard van het kind gezien in dynamische systeemtheorieën?
- Welke centrale ontwikkelingsaspecten zijn er volgens de dynamische systeemtheorieën?
Wat zegt de theorie van Piaget over de cognitieve ontwikkeling van het kind?
Piagets theorie blijft de best bekende cognitieve ontwikkelingstheorie. Piaget richt zich op de manier van denken van kinderen op verschillende leeftijden. Hij ziet het kind als onderzoeker: het kind verkrijgt kennis door middel van ervaringen. Kinderen zijn gemotiveerd om te leren zonder instructies of beloningen van anderen. Piaget wordt daarom gezien als een constructivist.
Piaget geloofde dat de genen en omgeving interacteren, om zo de cognitieve ontwikkeling te produceren. Piaget zag de ontwikkeling als een zowel continu proces als discontinu proces. De hoofdbronnen van continuïteit zijn: assimilatie, accommodatie, en evenwicht. Assimilatie is een proces waarin inkomende informatie wordt verwerkt aan de hand van kennis die het kind al heeft. Accommodatie is een proces waarin inkomende nieuwe informatie wordt verwerkt aan de hand van kennis wat het kind eerder nog niet had. Evenwicht is een proces waarin een balans ontstaat tussen de eerste twee processen, om zo nieuwe informatie te begrijpen. Wanneer een kind iets niet begrijpt, ontstaat er een fase van niet-evenwicht.
De meeste belangrijke aspecten van Piagets theorie bevatten discontinue aspecten, die hij benoemt als stadia van de cognitieve ontwikkeling. De volgende stadia zijn de centrale eigenschappen van Piagets stadiatheorie: kwalitatieve veranderingen, brede toepasselijkheid, korte transities en invariante sequenties. Onder kwalitatieve veranderingen wordt verstaan dat hoe ouder een kind wordt, hoe meer de interpretaties van bepaald gedrag veranderen. Onder brede toepasselijkheid wordt verstaan dat het denken over bepaalde onderwerpen beïnvloed wordt door de algemene manier van denken. Onder korte transities wordt de periode van overgang in de manier van denken verstaan. Onder invariante sequenties wordt verstaan dat ieder kind alle stadia verloopt in dezelfde volgorde.
Piagets theorie bestaat uit de volgende vier stadia, namelijk de sensorimotorische fase, preoperationele fase, de concrete operationele fase, en de formele operationele fase.
- De sensorimotorische fase ontstaat tussen de geboorte en het tweede levensjaar van een kind. De ontwikkeling van de intelligentie vindt plaats door middel van sensorische percepties en motorische acties. Belangrijke begrippen bij deze fase zijn objectpermanentie, de A-maar-niet-B-fout en vertraagde imitatie. Objectpermanentie houdt in dat een kind weet dat, als een voorwerp door een doek bedekt wordt, dit voorwerp niet verdwenen is en nog steeds bestaat. Kinderen snappen dit pas vanaf een leeftijd van 8 maanden. De A-maar-niet-B-fout is een proces waarbij een voorwerp onder een doek (doek A) verstopt wordt. Vervolgens wordt het voorwerp verstopt onder een andere doek (doek B). Het kind moet vervolgens het voorwerp zoeken (in dit geval dus op plek B). Kinderen tot en met 12 maanden snappen dit proces niet en zullen zoeken op plaats A. Vertraagde imitatie houdt in dat kinderen in het laatste half jaar van de sensorimotorische fase (18 tot 24 maanden) in staat zijn om bepaalde gedragingen van andere mensen te imiteren.
- De preoperationele fase vindt plaats tussen het tweede en zevende levensjaar van een kind. De ervaringen in taal (verbaal) en plaatjes (non-verbaal) worden weergegeven en verwerkt. Begrippen hierbij zijn symbolische representatie en egocentrisme. Met symbolische representatie wordt bedoeld dat kinderen vanaf een leeftijd van 3 jaar een voorwerp gebruiken voor een ander doel dan waar het voor bedoeld is. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld de telefoon als pistool. Egocentrisme houdt in dat kinderen in deze fase zaken alleen uit hun eigen perspectief bekijken en niet uit de perspectieven van anderen. Ook hebben kinderen in deze fase moeite met centreren; het focussen op een enkel waarneembaar object of gebeurtenis. Kinderen in deze fase hebben ook nog niet het conservation concept door. Dit houdt in dat zij nog geen goede inschattingen kunnen maken over hoeveelheden. Als water bijvoorbeeld van een laag, breed glas in een hoog, smal glas wordt geschonken, denken zij dat het nu meer water is, omdat het ‘hoger’ is.
- De concrete operationele fase vindt plaats tussen het zevende en twaalfde levensjaar. In deze fase wordt er geleerd om logisch te redeneren over concrete (niet abstracte) dingen.
- De formele operationele fase vindt plaats vanaf het twaalfde levensjaar. Gedurende deze fase worden de abstracte en hypothetische situaties/voorwerpen begrepen en overdacht.
Wat zijn kritiekpunten op Piagets theorie?
De volgende kritiekpunten bestaan op Piagets theorie:
- Piagets theorie is onduidelijk over de mechanismen die aanleiding geven tot het denken van het kind en die cognitieve groei bewerkstelligen.
- Baby’s en kleine kinderen zijn cognitief veel competenter dan dat Piaget doet overkomen.
- Piaget onderschat de invloed van de sociale wereld op de cognitieve ontwikkelingen van een kind.
- In het model van Piaget lijkt het alsof het denkgedrag van kinderen meer consistent is dan het in werkelijkheid is.
De komende vier theorieën zijn alternatieve theorieën voor Piagets theorie, gaan in op de zwakheden van Piagets theorie en hopen deze te verbeteren.
Uit Piagets werk volgen enkele implicaties voor hoe kinderen onderwijs zouden moeten krijgen. Ten eerste zouden de verschillende manieren van denken op verschillende leeftijden meegenomen moeten worden in het onderwijs. Ten tweede leren kinderen het beste van interactie met hun omgeving, fysiek en mentaal. Het verstrekken van relevante fysieke activiteiten waarbij vragen gesteld worden, kunnen het leren van kinderen bevorderen.
Wat zeggen de informatieverwerkingstheorieën over de cognitieve ontwikkeling van het kind?
Informatieverwerkingstheorieën focussen op de structuur van het cognitieve systeem en de mentale activiteiten die gebruikt worden om aandacht en geheugen in te zetten om problemen op te lossen. Taakanalyse is het identificeren van doelen, relevante informatie in de omgeving en potentiële strategieën voor een probleem. Taakanalyse helpt om gedrag beter te begrijpen, in sommige gevallen kan een computersimulatie geformuleerd worden, een wiskundig model dat precieze ideeën vormt over mentale processen.
Wat is de aard van een kind volgens de informatieverwerkingstheorieën?
Volgens Klahr is het kind een beperkte capaciteit van een verwerkingssysteem. De mens wordt vergeleken met een computer-verwerkingssysteem. De beperkingen van hardware hebben te maken met het geheugen van de computer en de efficiëntie in het uitvoeren van basisoperaties. De beperkingen van software hebben te maken met strategieën en informatie, die beschikbaar zijn voor bepaalde taken. Het menselijk denken is beperkt door vergelijkbare factoren: geheugencapaciteit, efficiëntie van gedachteverwerkingen, en de beschikbaarheid van bruikbare strategieën en kennis.
Door Klahr wordt het kind ook gezien als een probleemoplosser. Een probleem oplossen is een proces waarbij men een doel wil bereiken, door gebruik te maken van een strategie om obstakels/problemen te overwinnen.
Welke centrale ontwikkelingsaspecten zijn er volgens de informatieverwerkingstheorieën?
De informatieverwerkingstheorieën verschillen van andere theorieën, omdat deze ook beschrijven hoé verandering plaatsvindt. Geheugen is hierbij een cruciaal aspect. De meeste theorieën maken onderscheid tussen werkgeheugen, langetermijngeheugen en executieve functies.
Het werkgeheugen is een geheugensysteem dat verantwoordelijk is voor het actief aandacht hebben voor, het vergaren van, het behouden van, het opslaan van en het verwerken van informatie. Het werkgeheugen is gelimiteerd in capaciteit en de duur van het vasthouden van informatie zonder updaten. Het langetermijn geheugen bestaat uit de kennis die mensen vergaren tijdens hun leven en die blijft. Dit is feitenkennis, conceptuele kennis, procedurele kennis, houdingen en redeneerstrategie bijvoorbeeld. Executieve functies hebben controle over cognitie, de prefrontale cortex speelt hierbij een belangrijke rol. Drie belangrijke types zijn inhibitie, het verbeteren van het werkgeheugen door strategieën en cognitieve flexibiliteit. De kwaliteit van de executieve functies op jonge leeftijd voorspellen veel uitkomsten op latere leeftijd. Trainingsprogramma's kunnen goed helpen bij het verbeteren van de executieve functies.
Er zijn drie types capaciteiten die de kwaliteit en ontwikkeling van het geheugen kunnen verklaren: basale processen, strategieën en inhoudelijke kennis.
- Basale processen zijn de simpele en meest gebruikte mentale activiteiten, zoals het herkennen van objecten. Encoding is een basaal proces waarbij specifieke kenmerken van objecten en gebeurtenissen die belangrijk zijn in het geheugen gerepresenteerd worden.
- Het vergaren van strategieën is een andere manier waarop het geheugen zich ontwikkelt. Tussen de 5 en 8 jaar gaan kinderen gebruik maken van rehearsal, het herhalen van informatie, om het zo te onthouden. Een andere strategie is selectieve aandacht, waarbij er gefocust wordt op de informatie die het meest relevant is voor het huidige doel.
- Daarnaast is inhoudelijke kennis van belang. De vermeerdering van kennis zorgt ervoor dat het makkelijker is om nieuw materiaal te integreren in de bestaande kennis en het te begrijpen. Kennis vermeerdering kan met behulp van het verbeteren van encoding en het verstrekken van associaties.
De ontwikkeling van het probleemoplossend vermogen kan het beste uitgelegd worden aan de hand van de overlappende golvenbenadering, een informatieverwerkingsbenadering die de variabiliteit van de manier van denken bij kinderen benadrukt. Met leeftijd en ervaring worden de strategieën die meer succesvol blijken, vaker gebruikt. Plannen voorafgaand aan het ondernemen van actie, heeft een voordelig effect bij problemen oplossen. Hoe ouder kinderen worden, hoe beter ze kunnen plannen voordat ze actie ondernemen.
Kinderen uit armere gezinnen lopen vaak al vroeg achter op kinderen uit rijkere gezinnen qua numerieke kennis. Een informatieverwerkingsanalyse laat zien dat het spelen van spelletjes met getallen een belangrijke factor kan zijn. Door meer spelletjes te spelen met getallen kan ook de kennis van kinderen met een achterstand vergroot worden.
Wat zeggen kennistheorieën over de cognitieve ontwikkeling van het kind?
Kennistheorieën zijn benaderingen die stellen dat kinderen aangeboren kennis hebben in domeinen met speciaal evolutionair belang en domein-specifieke leermechanismen voor snel en moeiteloos informatie verwerven. Studies laten twee kenmerken zien van deze theorieën. Ten eerste focussen deze theorieën op kennisgebieden die belangrijk zijn gebleken door de evolutionaire geschiedenis heen, zoals het begrijpen en manipuleren van het denken van anderen. Ten tweede bestaat binnen deze theorieën de assumptie dat kinderen en baby's op bepaalde gebieden denken op manieren die meer ontwikkeld zijn dan dat Piaget dacht.
Wat is de aard van het kind volgens de kennistheorieën?
Kennistheorieën zien kinderen als actieve leerlingen. Piaget en informatieverwerkingstheorieën stellen dat kinderen de wereld inkomen met een algemeen leervermogen en dat zij hun kennis door middel van dit vermogen gradueel vergroten. Kennistheoretici geloven echter dat kinderen de wereld inkomen met zowel een algemeen leervermogen als gespecialiseerde leermechanismen, om op een snelle manier kennis te kunnen verkrijgen. Piaget ziet een kind als een onderzoeker, terwijl kennistheoretici een kind zien als een aangepast product van de evolutie.
De basale begrippen die door kennistheorieën worden voorgesteld, worden verondersteld als domeinspecifiek, wat betekent dat het gelimiteerd is tot een bepaald gebied.
Welke centrale ontwikkelingsaspecten zijn er volgens de kennistheorieën?
Theoretici zijn het er binnen de kennistheorieën niet over eens hoeveel kennis aangeboren is. Er zijn twee stromingen: het nativisme en het constructivisme. Het nativisme is de theorie dat baby's een substantiële hoeveelheid aangeboren kennis hebben van evolutionair relevante domeinen. Spelke stelde dat baby's hun leven beginnen met vier kennissystemen: een systeem voor levenloze objecten en hun interacties, een systeem voor de mind van mensen en andere dieren die doelbewuste acties kunnen genereren, een systeem voor cijfers en een systeem voor ruimtelijke indelingen en geometrische relaties.
Constructivisme is de theorie dat baby's een steeds meer gevorderd begrip ontwikkelen door basale, aangeboren kennis en ervaring te combineren. Deze theorie deelt drie belangrijke karakteristieken met formele wetenschappelijke theorieën:
- Er worden fundamentele units geïdentificeerd om relevante objecten en gebeurtenissen in basale categorieën te verdelen.
- Ze verklaren veel fenomenen in termen van een paar fundamentele principes.
- Ze verklaren gebeurtenissen in termen van niet-observeerbare oorzaken.
Aanhangers van de kennistheorieën erkennen dat er ook veel fundamentele concepten zijn die pas later in het leven ontwikkelen. Een van deze concepten is natuurlijke selectie, wat zelfs bij het ouder worden lastig te begrijpen is. Deze moeite kan komen doordat jonge kinderen essentialisten zijn, ze geloven dat leden van een ras een gefixeerde innerlijke essentie hebben die hen maakt wat ze zijn. Essentialisme interfereert met leren over natuurlijke selectie, omdat het hebben van een gefixeerde essentie het vormen van nieuwe soorten uit andere soorten uitsluit. Met behulp van fictieve verhalen, kunnen jonge kinderen dit soort concepten toch begrijpen, blijkt uit onderzoek.
Wat zeggen de sociaal-culturele theorieën over de cognitieve ontwikkeling van het kind?
Socioculturele theorieën zijn benaderingen die andere mensen en de culturele omgeving zien als een bijdrage aan de ontwikkeling van een kind. Vaak helpen de ouders van een kind om kennis te verkrijgen. Dit wordt gestuurde participatie genoemd. Dat is een proces waarin een meer geïnformeerd individu (hier: de ouder) activiteiten organiseert om een minder geïnformeerd individu (hier: het kind) iets te leren. Ook de culturele context van een kind beïnvloedt het denken van een kind, wat ook wel culturele tools worden genoemd, dit zijn bijvoorbeeld bepaalde waarden en vaardigheden.
Wat is de aard van het kind volgens de sociaal-culturele theorieën?
Ook tussen de theorie van Piaget en de theorie van Vygotsky bestaan nogal wat verschillen. Vygotsky’s theorie ziet een kind als een social learner, terwijl Piagets theorie een kind ziet als een onderzoeker. Vygotsky’s theorie ziet een kind kwantitatieve veranderingen in het denken doormaken, terwijl een kind volgens Piagets theorie kwalitatieve veranderingen in het denken doormaakt.
Vygotsky’s theorie bestaat uit drie fasen: in de eerste fase wordt het gedrag van een kind gecontroleerd en bepaald door anderen. In de tweede fase wordt het gedrag van een kind bepaald door private speech. Private speech is een fase waarin internalisatie van gedachtes plaatsvindt. Kinderen ontwikkelen een zelfregulatiesysteem en een probleemoplossend vermogen door zichzelf hardop te vertellen wat ze moeten doen, zoals de ouders dat eigenlijk in de eerste fase voor hen deden. In de laatste fase wordt het gedrag van een kind bepaald door interne private speech.
Mensen hebben twee unieke karakteristieken die cruciaal zijn voor onze vaardigheid om complexe, snelle veranderende culturen te creëren. Ten eerste is dit de neiging om anderen dingen te leren en ten tweede de neiging om aandacht te hebben voor en te leren van zulk onderwijs.
Socioculturele theoretici geloven dat veel van de processen die ontwikkeling produceren, zoals gestuurde participatie, overal hetzelfde zijn. De inhoud die kinderen leren is echter van cultuur naar cultuur verschillend.
Welke centrale ontwikkelingsaspecten zijn er volgens de sociaal-culturele theorieën?
Intersubjectiviteit is een proces waarin mensen een wederzijds begrip delen over een bepaald onderwerp of een bepaalde situatie. Dit leidt dan op een gegeven moment tot een gezamenlijke aandacht gericht op een bepaald voorwerp of een bepaalde situatie. Gezamenlijke aandacht (joint attention) is een proces waarbij sociale partners zich intentioneel richten op een gemeenschappelijk object in de externe omgeving. Op deze manier kunnen kinderen ook veel leren van anderen.
Social scaffolding is een proces waarin meer competente mensen een tijdelijk kader geven aan kinderen, om hen te helpen op een hoger niveau te denken dan wanneer ze dit alleen zouden doen. Bijvoorbeeld door het helpen vormen van autobiografische herinneringen (autobiographical memories). Dit wil zeggen dat de ouders het kind een narratieve (causale) koppeling leren maken tussen de eigen actie en de reactie in de wereld.
Instructies zouden gericht moeten zijn op kinderen te helpen een beter begrip te krijgen, waarbij leren een coöperatieve activiteit is en het leren een verlangen creëert om meer te leren. Het community-of-learners programma tracht aan dit doel te voldoen, hierbij werkten kinderen op school in groepjes aan deelonderwerpen, waarbij ze elkaar nodig hadden voor het gehele plaatje. Dit wordt ook wel de jigsaw benadering genoemd. Kinderen werden bedreven in goede oplossingen te bedenken voor problemen die ze op moesten lossen.
Wat zeggen de dynamische systeemtheorieën over de cognitieve ontwikkeling van het kind?
Dynamische systeemtheorieën focussen op hoe verandering plaatsvindt over de tijd in complexe fysieke en biologische systemen. Volgens deze theorieën vindt er continu verandering plaats.
Hoe wordt de aard van het kind gezien in dynamische systeemtheorieën?
Dynamische systeemtheorieën stellen dat kinderen innerlijk gemotiveerd zijn om te leren over de wereld om hen heen, wat ook de motivator is voor de ontwikkeling.
Welke centrale ontwikkelingsaspecten zijn er volgens de dynamische systeemtheorieën?
Dynamische systeemtheorieën zien ontwikkeling als een zelforganiserend proces dat componenten samenbrengt, die zich indien nodig aanpassen aan een continu veranderende omgeving. Dynamische systeemtheorieën richten zich daarom op het denken en de ontwikkeling van de actie, in plaats van het denken alleen. Het denken vormt de actie, maar het denken wordt ook gevormd door de actie zelf. Kinderen ontwikkelen vaardigheden op verschillende leeftijden en op verschillende manieren. Net als dat variatie en selectie een biologische evolutie veroorzaken, veroorzaken ze ook een cognitieve ontwikkeling. Hoe ouder een kind wordt, hoe meer aandacht het kind heeft, hoe beter het geheugen wordt en hoe beter de bewegingen worden.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








