Hoe ontwikkelen perceptie, actie, en leren zich in de kindertijd? - Chapter 5

Hoe verloopt de perceptuele ontwikkeling van kinderen?

Er is een verschil tussen perceptie en sensatie. Sensatie is het verwerken van basisinformatie vanuit de externe wereld, door middel van sensorische receptoren in de zintuiglijke organen en de hersenen. Perceptie is een proces dat zich richt op het organiseren en interpreteren van sensorische informatie.

Hoe verloopt de visuele ontwikkeling van kinderen?

De visuele capaciteit van baby’s werd vroeger onderschat. Uit onderzoek blijkt namelijk dat baby’s een grotere visuele capaciteit hebben dan altijd gedacht werd. Dit is bewezen door middel van de preferentiële kijktechniek en habituatie. De preferentiële kijktechniek is een methode voor onderzoek naar de visuele aandacht van baby’s, waarbij baby’s twee patronen of twee objecten tegelijkertijd gepresenteerd krijgen en uiteindelijk wordt gekeken welk patroon/object de voorkeur krijgt. Habituatie is een methode van onderzoek naar sensorische en perceptuele ontwikkelingen. De baby krijgt herhaaldelijk een stimulus gepresenteerd, totdat deze aan de stimulus went en dus een verminderde reactie laat zien. Dan wordt er een nieuwe stimulus gepresenteerd en als de reactie van de baby dan plotseling verhoogt, kan men concluderen dat de baby in staat is om oude en nieuwe stimuli van elkaar te onderscheiden.

Door het gebruik van de preferentiële kijktechniek zijn onderzoekers in staat om verschillende visuele aspecten van baby’s te beoordelen. Visuele scherpte is de mate van visuele discriminatie. De voorkeur van baby’s gaat uit naar sterke visuele contrasten, zoals zwart en wit. Deze voorkeur ontstaat vanwege de lage contrastsensitiviteit van baby’s. Contrastsensitiviteit is de mogelijkheid om verschillen tussen lichte en donkere gebieden te onderscheiden in visuele patronen. Baby’s hebben een lage contrastsensitiviteit, omdat de kegeltjes in de ogen nog niet goed ontwikkeld zijn. Kegeltjes zijn lichtsensitieve neuronen, die geconcentreerd zijn in de fovea van het oog. De fovea is het centraal gelegen gebied in het oog. De kegeltjes van baby’s vangen slechts twee procent van het licht op dat in de fovea terechtkomt, terwijl volwassenen 65% van het licht opvangen dat in de fovea terechtkomt. De hersenen van baby's reageren op een kleurverandering naar een andere categorie, maar niet op een kleurverandering binnen een bepaalde categorie.

Baby’s scannen de omgeving voor bewegende objecten, dit wordt visueel scannen genoemd. De objecten of personen moeten wel langzaam bewegen, anders worden baby’s snel afgeleid. De oogbewegingen van baby’s zijn nogal schokkerig, daardoor kunnen ze snelle bewegingen niet volgen.

Perceptuele constantheid is de perceptie van objecten als constante grootte, vormen, kleuren, etc., ondanks de fysieke verschillen in het retinale beeld van het object. Baby’s zijn in staat om perceptuele constantheid te ervaren.

Een andere cruciale perceptuele vaardigheid is objectsegregatie, waarbij de gescheiden objecten worden geïdentificeerd. Door middel van gemeenschappelijke bewegingen van verschillende objecten kunnen baby’s zien of er één object of meerdere objecten zijn. Wanneer baby’s ouder worden, gebruiken ze algemene kennis van de wereld om objecten te onderscheiden.

Optische uitbreiding komt voor wanneer een object steeds dichterbij komt en het object dus steeds groter lijkt te worden. Dit is een dieptecue waar baby's al vroeg gevoelig voor zijn. Wanneer dit fenomeen wordt gepresenteerd aan baby’s, gaan de baby’s knipperen met hun ogen. Een ander fenomeen is binoculaire ongelijkheid, het verschil tussen het retinale beeld van een object in het ene oog en het retinale beeld van een object in het andere oog dat resulteert in twee verschillende signalen die naar de hersenen worden gestuurd. Hoe dichterbij objecten die we bekijken zijn, hoe groter de ongelijkheid in locatie is tussen de twee beelden van beide ogen. Hoe verder objecten die we bekijken van ons vandaan zijn, hoe meer de beelden van beide ogen overeenkomen in locatie. Dit proces wordt diepte zien (stereopsis) genoemd. Wanneer baby’s tussen de zes en zeven maanden oud zijn, worden ze meer sensitief voor verschillende monoculaire dieptecues, ook wel picturale cues genoemd. Dit zijn perceptuele dieptecues, zoals relatieve grootte, die met slechts één oog gezien kunnen worden.

De aandacht van baby's wordt vanaf de geboorte al naar gezichten getrokken. Baby's hebben een voorkeur voor het gezicht van hun moeder. Daarna ontwikkelen ze een voorkeur voor gezichten met hetzelfde geslacht als het geslacht van hun primaire verzorger. In het eerste levensjaar ontwikkelen baby's hun gezichtsperceptie met behulp van perceptuele vernauwing, het leren discrimineren tussen het soort gezichten dat ze regelmatig tegenkomen in hun omgeving. Een bewijs hiervoor is het other-race-effect waarbij individuen het makkelijker vinden om te onderscheiden tussen gezichten van hun eigen ras dan tussen gezichten van een ander ras. Dit heeft niets te maken met het eigen geslacht, maar met de kenmerken in de directe omgeving van het kind. Baby's lijken ook voorkeur te hebben voor knappe gezichten. Gezichtsperceptie kan ook belangrijke informatie geven over autisme spectrumstoornissen, waarbij vaak sprake is van moeite met gezichtsperceptie en geheugen voor gezichten. 

Hoe verloopt de auditieve ontwikkeling van kinderen?

Wat veel baby’s doen wanneer ze een geluid horen, is zich ernaartoe draaien. Het lokaliseren van een waargenomen geluid wordt auditieve lokalisatie genoemd. Baby’s zijn voornamelijk gevoelig voor muziek. De voorkeur gaat uit naar consonante muziek in plaats van dissonante muziek. Ook reageren baby’s op het ritme van muziek. Ze proberen dan met de voetjes te bewegen en te stampen op het ritme van de muziek. Baby's hebben een ander gevoel voor ritme dan volwassenen. Na twee weken luisteren naar muziek uit de Balkan, konden baby's veranderingen in complexe ritmes detecteren, terwijl volwassenen dat niet konden. Dit laat zien dat er met ervaring een proces van perceptuele vernauwing op gang komt: ontwikkelingsveranderingen waarbij ervaring het perceptuele systeem finetunet.

Baby's kunnen tweedimensionale versies van driedimensionale objecten herkennen. Wel pakken ze plaatjes soms op, wat zou kunnen suggereren dat ze niet snappen dat het afgebeelde object niet het werkelijke object is. Na 19 maanden en na genoeg ervaring met plaatjes, onderzoeken kinderen plaatjes niet meer met hun handen. Het lijkt dat ze dan hebben begrepen dat plaatjes niet om op te pakken zijn, maar om te bekijken. Kinderen uit culturen die niet opgegroeid zijn met plaatjes, hebben meer moeite met het begrijpen van de relatie tussen tweedimensionale plaatjes en driedimensionale objecten. Hier is dus ervaring voor nodig. 

Hoe ontwikkelt het vermogen tot proeven en ruiken zich?

Proeven en ruiken ontwikkelen zich al voor de geboorte. De voorkeur gaat uit naar zoetigheid en natuurlijke voedingsstoffen, zoals moedermelk. De reuk van de baby is al voor de geboorte erg sterk ontwikkeld. Reuk speelt namelijk een grote rol in het herkennen van de eigen moeder. Zelfs baby's hebben al voorkeuren voor specifieke geuren en smaken. Een onderzoek van Monnery-Patris en collega's (2015) vond dat de negatieve reactie van kinderen op onbekend voedsel sterker voorspeld wordt door de geur van dit voedsel dan door de smaak.

Waarom is de tast belangrijk voor baby's?

De tast is erg belangrijk in de ontwikkeling van een pasgeboren baby. De eerste paar maanden vindt deze ontwikkeling voornamelijk plaats door middel van orale exploratie. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat baby’s alles eerst in hun mond stoppen wanneer ze iets zien. Na vier maanden beginnen baby’s meer controle te krijgen over hun hand- en armbewegingen.

Wat is intermodale perceptie?

Intermodale perceptie is het combineren van informatie door twee of meerdere zintuigen. Onderzoek heeft uitgewezen dat baby's verschillende vormen van auditieve-visuele intermodale perceptie bezitten. Dit is onderzocht met het volgende onderzoek: er staan twee beeldschermen voor een baby en de baby hoort door de boxen een bepaald geluid dat overeenkomt met de beelden op één van de beeldschermen. Uit dit onderzoek is gebleken dat de baby langer naar het beeldscherm kijkt dat overeenkomt met het geluid. Een demonstratie van auditieve-visuele vermenging is het McGurk effect. Hierbij wordt een video getoond waarop een persoon 'ga' zegt, terwijl auditief het woord 'ba' wordt gesproken. Een persoon die zowel kijkt als luistert zal zeggen dat hij 'da' hoort. Dit effect is al te zien bij kinderen van vier en een halve maand.

Hoe verloopt de motorische ontwikkeling van kinderen?

Welke reflexen vertoont een baby?

Na de geboorte is de baby ongecoördineerd door de plotselinge zwaartekracht. Een baby heeft verschillende reflexen. Reflexen zijn aangeboren en onveranderlijke patronen van acties die ontstaan in reactie op bepaalde stimulaties. Voorbeelden van reflexen zijn: grijpen, zuigen, en slikken. Wanneer een reflex niet aanwezig is, kan men zich zorgen maken, omdat dit kan duiden op een hersenbeschadiging.

Wat zijn de mijlpalen in motorische ontwikkeling?

Wanneer de baby ouder wordt, leert het zijn/haar hoofd optillen, kruipen, staan en uiteindelijk lopen. Hierbij bestaan cultuurverschillen. In sommige landen (bijvoorbeeld China en Paraguay) worden de motorische bewegingen niet aangemoedigd. Ouders houden het kind zoveel mogelijk dichtbij zich om veiligheidsredenen. Aan de andere kant zijn er culturen in Afrika waarin motorische ontwikkeling sterk gepromoot wordt.

Wat is de moderne kijk op de motorische ontwikkeling van kinderen?

Eerdere theorieën stelden dat de motorische ontwikkeling wordt bewerkstelligd door hersenontwikkeling. Echter, huidige theorieën benadrukken dat motorische ontwikkeling een samenvloeiing is van allerlei factoren, zoals de ontwikkeling van neurale mechanismen, vermeerdering van kracht, meer controle over houding en balans en perceptuele vaardigheden.

De loopreflex is een neonataal reflex waarbij een baby eerst het ene been optilt en dan het andere in een gecoördineerd patroon wat lijkt op lopen. Deze verdwijnt normaal gesproken na twee maanden, wat men toeschreef aan corticale ontwikkeling. Echter, uit een onderzoek bleek dat het beoefenen van de loopreflex ervoor zorgde dat deze bleef bestaan. Uit vervolgonderzoek blijkt dat dit waarschijnlijk komt vanwege snelle gewichtstoename bij baby's, waarbij de benen sneller zwaarder worden dan sterker.

Op welke manieren vergroot de wereld van een baby?

Baby's zijn in eerste instantie beperkt tot pre-reikbewegingen, onhandige, slaande bewegingen in de buurt van objecten die ze zien. Uiteindelijk, als ze rond de drie maanden oud zijn, bereiken ze met succes een object. De bewegingen zijn dan echter nog wel wat schokkerig en ongecontroleerd. Met ongeveer zeven maanden kunnen baby's zitten en wordt hun reiken redelijk stabiel en soepel. Baby's reiken sneller naar een object als er een volwassene aanwezig is als ze acht maanden zijn. 

Wanneer baby’s acht maanden oud zijn, zijn ze bekwaam genoeg om zichzelf voor het eerst in hun leven te verplaatsen door de omgeving. Dit wordt zelfvoortbeweging genoemd. Dit zorgt echter ook voor uitdagingen: er zijn gladde vloeren en andere obstakels. Soms gaan er ook dingen mis. Denk aan schaalfouten, de poging van een kind om een actie uit te voeren op een klein object, wat onmogelijk is vanwege de grote discrepantie in de relatieve groottes van het kind en het object.

Om diepteperceptie bij baby's te testen, hebben onderzoekers een visuele klif ontworpen, een klif met stevig plexiglas eroverheen. De moeder staat aan de andere kant van de klif en roept het kind. Baby's bleken de klif niet over te steken, wat erop duidt dat ze de significantie van dieptecues en relatieve grootte begrijpen. In een ander onderzoek werden baby's gestimuleerd over verschillende hellingen te kruipen of lopen. Hierbij bleek dat kinderen nog niet goed in kunnen schatten wat ze wel en niet kunnen. Hierbij maakte het ook uit of de ouder het kind stimuleerde. Een kind zou door stimulatie sneller van een te steile heuvel af lopen. Dit wordt ook wel social referencing genoemd, het kind maakt gebruik van de emotionele respons van een ander om te beslissen hoe het zich moet gedragen in een onzekere situatie.

Welke manieren van leren hanteren baby's?

Er zijn verschillende manieren van leren die baby’s hanteren om kennis te verkrijgen door middel van persoonlijke ervaringen en de wereld om zich heen.

Habituatie

Het herkennen van een eerdere ervaring/object leidt tot habituatie. Ofwel: de reactie op een eerdere ervaring/object leidt tot een verminderde reactie wanneer dit object vaker gepresenteerd wordt. Wanneer er een nieuwe ervaring of object wordt gepresenteerd, verhoogt de reactie hierop en gaat de aandacht naar de nieuwe stimuli.

Perceptie-leren

Door middel van differentiatie en affordances. Differentiatie is de extractie van de constant veranderlijke stimuli uit de omgeving, die invariant of stabiel zijn, bijvoorbeeld een boos gezicht met een boos geluid. Affordances houden de mogelijkheden in voor acties, door middel van bepaalde objecten en situaties.

Statistisch leren

Het simpelweg oppikken van informatie vanuit de omgeving, door middel van associaties die ontstaan tussen stimuli in een statistisch voorspelbaar patroon.

Klassieke conditionering

Klassieke conditionering is een vorm van leren, die bestaat uit associaties maken tussen een neutrale stimulus en een stimulus die altijd al een bepaalde reactie uitlokte. Een ongeconditioneerde stimulus (UCS) in klassieke conditionering, is een stimulus die een bepaalde reactie uitlokt. Een ongeconditioneerde reactie (UCR) in klassieke conditionering is een bepaalde reactie die wordt uitgelokt door de ongeconditioneerde stimulus. De geconditioneerde stimulus (CS) in klassieke conditionering is een neutrale stimulus die herhaaldelijk wordt gecombineerd met de ongeconditioneerde stimulus, om zo uiteindelijk zelf de ongeconditioneerde respons uit te lokken. De geconditioneerde reactie (CR) in klassieke conditionering is een bepaalde reactie die op een gegeven moment gecombineerd wordt met de geconditioneerde stimulus. Dus: eerst leidt de UCS naar een UCR, vervolgens leidt een CS van een UCS naar een UCR, en uiteindelijk leidt een CS naar een CR.

Instrumentele conditionering of operante conditionering

Operante conditionering is een vorm van leren die bestaat uit de relatie tussen iemands eigen gedrag en de gevolgen die voortkomen uit dat gedrag. Door middel van beloningen en straffen wordt het gedrag op een positieve of een negatieve manier beïnvloed. Positieve bekrachtiging is een beloning die volgt op bepaald gedrag en daarmee vergroot de waarschijnlijkheid dat het gedrag in de toekomst weer vertoond zal worden. Straffen zorgen voor vermindering en uiteindelijk verdwijning van bepaald gedrag.

Observationeel leren/imitatie

Iemand leert door middel van het observeren/imiteren van andere mensen. Ook leert iemand andermans intenties voor dat bepaalde gedrag. Belangrijke hersensystemen voor imitatie zijn de spiegelneuronensystemen, dit systeem wordt actief als anderen geobserveerd worden alsof de persoon die observeert de actie zelf uitvoert.

Rationeel leren

Het gebruik van eerdere ervaringen om te voorspellen wat er gaat gebeuren. Een manier om dit te onderzoeken is met violation-of-expectation paradigma's, die gebruik maken van de verbazing van baby's als er onverwachte uitkomsten zijn.

Actief leren

Actief leren is leren door middel van reageren op de wereld, in plaats van het passief observeren van objecten en gebeurtenissen.

Geheugen

Het geheugen van kinderen bestaat al voor de geboorte en ontwikkelt zich snel tijdens de eerste levensjaren. De data van Rovee-Collier's studie impliceert dat het lange termijn geheugen van kinderen accurater wordt naarmate ze ouder worden. Ook het werkgeheugen krijgt meer capaciteit naarmate kinderen ouder worden.

 

 

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Social Science Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2971
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector