Vraag 1
Wat is het verschil tussen beschrijvende en inferentiële statistiek?
Vraag 2
Myrthe kijkt naar de jaarlijkse uitgaven van gezinnen in verschillende regio’s in Nederland over de periode 1980 tot afgelopen jaar. Gebruikt zij inferentiële of beschrijvende statistiek?
Vraag 3
Een arbeidspsycholoog doet onderzoek naar werkstress bij startende ondernemers. Hij gebruikt gegevens van de Kamer van Koophandel en vindt dat 62% van de ondernemers man is, en 38% vrouw. Van de ondernemers die aan zijn onderzoek meedoen, rapporteert 73% van de vrouwen bovengemiddelde stress, tegenover 45% van de mannen. Hij voorspelt dat vrouwelijke ondernemers vaker last zullen krijgen van burn-outklachten. Welk deel in het onderzoek is beschrijvende statistiek, en welk deel is inferentieel?
Vraag 4
Hoe wordt de vorm van statistiek genoemd die zich bezig houdt met het trekken van conclusies?
Vraag 5
Hoe wordt de waarde die het meest consistent is met de geobserveerde data genoemd?
- Puntschatting.
- Intervalschatting
- Maximale waarschijnlijkheidsschatting
- Minimale waarschijnlijkheidsschatting
Vraag 6
In een marktonderzoek naar online winkelgedrag zegt 79% van een steekproef van 1200 personen regelmatig online producten te bestellen. Bereken het 95% betrouwbaarheidsinterval.
Vraag 7
In een onderzoek naar de houding van jongeren tegenover het vuurwerkverbod wordt een steekproef gedaan. In de steekproef van 500 middelbare scholieren is 56% voor en 44% tegen. Bereken het 99% betrouwbaarheidsinterval.
Vraag 8
Hoe kun je het betrouwbaarheidsinterval verkleinen?
Vraag 9
Een vrouwenblad plaatst een poll met de stelling ‘Mijn vriendinnen gaan voor mijn familie’. 883 lezeressen nemen deel aan de poll. Wat is de geschatte standaardfout als 36% het eens is?
Vraag 1
Beschrijvende statistiek wordt gebruikt voor het samenvatten, organiseren en vereenvoudigen van data.
Inferentiële statistiek dient om samples te bestuderen en vervolgens te generaliseren naar de populaties waaruit ze geselecteerd zijn. Dit wordt gebruikt om voorspellingen te doen.
Vraag 2
Beschrijvende statistiek. Als ze met haar onderzoek voorspellingen zou doen over de uitgaven van gezinnen in het huidige jaar, dan zou het inferentiële statistiek zijn.
Vraag 3
De verdeling mannelijke/vrouwelijke ondernemers is beschrijvend, evenals het percentage ondernemers in beide groepen dat bovengemiddelde stress rapporteert. De voorspelling over burn-outklachten is inferentieel.
Vraag 4
Inferentiële statistiek.
Deze methode gaat ervan uit dat de onafhankelijke variabele effect heeft gehad, wanneer het verschil tussen de gemiddelden van de condities groter is dan dat we zouden verwachten op basis van alleen toeval. We vergelijken daarom de groepsgemiddelden die we gevonden hebben met de groepsgemiddelden die we verwachtten te vinden als er alleen sprake zou zijn van errorvariantie. Deze methode geeft helaas geen zekerheid. We kunnen alleen de kans vaststellen dat de verschillen in groepsgemiddelden het gevolg zijn van errorvariantie.
Vraag 5
C
Vraag 6
Se =
= 0.012. Dit is de standaardfout. 0.012 x 1.96 = 0.02. Het 95% betrouwbaarheidsinterval is 0.79 ± 0.02, dus 77 tot 81% in de bevolking bestelt weleens producten online.
Vraag 7
Se =
= 0.022. Dit is de standaardfout. 0.022 x 2.58 = 0.06. Het 99% betrouwbaarheidsinterval voor het percentage jongeren dat voor het vuurwerkverbod is, is 0.56 ± 0.06, dus 50 tot 62% van de totale populatie is voor.
Vraag 8
Door een grotere steekproef te gebruiken.
Vraag 9
Se =
= 0.016