Open vraag 1
Yente bestelt via internet op 15 januari 2012 een paar schoenen bij Sjalondo B.V. Op 21 januari 2012 worden deze bezorgd. Yente is dan op vakantie in Spanje en de buurvrouw neemt de schoenen in ontvangst.
Wat is de goederenrechtelijke positie van Yente en haar buurvrouw ten opzicht van de schoenen op 22 januari?
Open vraag 2
A verkoopt zijn huis aan B. Op 1 januari 2016 vindt de overdracht plaats. Op 1 mei 2016 ontdekt A dat B hem heeft bedrogen met een vervalst taxatierapport. Op 1 november wordt de overeenkomst in rechte vernietigd. B heeft echter het huis op 1 maart 2016 verkocht en geleverd aan C, die niets afwist van het vervalste taxatierapport (en ook niet hoefde te weten).
Wie is eigenaar van het huis op 1 november 2016?
Maakt het voor uw antwoord op de voorgaande vraag verschil indien C op 1 maart 2016 wel op de hoogte was van het door B gepleegde bedrog?
Open vraag 1
De buurvrouw is onmiddellijk houder op grond van art. 3:107 lid 4. Volgens art. 84 was er geen geldige levering, ze was ook niet beschikkingsbevoegd en ook geen geldige titel. Er was helemaal geen koopovereenkomst. Haar is ook geen bezit verschaft op grond van art 3:108.
Yente is nog geen eigenaar van de schoenen. De overdracht is nog niet compleet. 3:84: titel (koopovereenkomst), levering (3:114 en 3:115 kan niet), beschikkingsbevoegd (Yente heeft de goederen gekocht). Yenthe is dus nog helemaal niks.
De buurvrouw houdt dus voor de winkel. Dit omdat er geen sprake is van een tweezijdige verklaring (3:115) en het pakje is ook nog niet feitelijk bij haar afgeleverd (3:114). De feitelijke overdracht mag via een derde worden overgedragen. Als het pakje wordt afgegeven dan is de levering wel voltooid.
Mocht de buurvrouw het pakje voor zichzelf houden en zou zeggen dat ze hem nooit heeft gehad. Yenthe kan de winkel aansprakelijk stellen voor tekortkoming in nakoming van verbintenis (wanprestatie 6:74)
Open vraag 2
- A (1-1-2016) B: 3:84 A was beschikkingsbevoegd. Levering 3:10 jo 3:89. Titel koopovereenkomst. Een geldige overdracht tot stand gekomen
B )1-3-2016) B 3:84 Beschikkingsbevoegd. Levering 3:10 jo. 3:89. Titel koopovereenkomst. Een geldige overdracht tot stand gekomen
1-11-2016: Vernietiging 3:44 (bedrog) jo . 3:53 (terugwerkende kracht) dus b niet meer beschikkingsbevoegd. Art. 3:88 erbij pakken. Er is namelijk sprake van een registergoed Art. 3:10 jo. 3:89 lid 1 (3:3). C is eigenaar van het huis na de vernietiging. De verkrijger (C) was immers te goeder trouw (3:11) en de onbevoegdheid vloeit voort uit de ongeldigheid van een vroegere overdracht, deze was niet het gevolg van de toenmalige vervreemder (A). B is dus degene die beschikkingsonbevoegd was. Let op die fout in die overdracht mag niet voortvloeien uit beschikkingsonbevoegdheid, dus A mag geen dief zijn. Conclusie: C kan zich beroepen op bescherming van art. 3:88 BW. Dit betekent dat C eigenaar is. Als C niet succesvol beroep kan maken op derdebescherming dan is A eigenaar. Te goeder trouw is een vereiste vereiste voor 3:88 zie 3:11.