Klinische neuropsychologie bestudeert de relatie tussen hersenen en gedrag, bij gezonde mensen en bij patiënten.
Een klinisch neuropsycholoog is een science-practitioner: klinische praktijk en wetenschappelijk onderzoek combineren.
Heteroanamnese: informatie verkrijgen met behulp van naasten van de patiënt.
Hippocrates: hersenen zijn zetel van intellect
Aristoteles: de geest is apart en onafhankelijk van het lichaam en de zintuigen
Herophilus: niet de hersenen, maar de ventrikels zijn de zetel van het intellect
Galen: de ventrikels zijn crucial voor actie en sensatie
Descartes: de geest zetelt in de pijnappelklier
Gall: frenologie, de vorm van de schedel indiceert de ontwikkeling van functies
Clinico-anatomische methode: aan de hand van specifieke hersenletsel het effect op cognitie en gedrag bekijken.
Broca onderzocht patiënt ‘Tan’. Hij ontdekte een correlatie tussen spraakstoornis en de linker frontaalkwab.
Wernicke onderzocht inhoudsloze spraak: posterieure gebieden in de linker hemisfeer.
Moeten we hersenfuncties zien als holistisch of zien als lokalisatie? Luria: hersenen is een complex systeem waarbinnen subsystemen een eigen bijdrage leveren aan een gezamenlijke activiteit.
Moderne neuropsychologie: heeft zich ontwikkeld als klinische discipline met psychologen ipv medici.
Patiëntgebonden onderzoek:
- Single case studies
- Beloopstudies (longitudinaal, crosssectioneel en behandelstudies)
Diagnostiek omvat:
- Neurologische stoornissen
- Psychiatrische stoornissen
- Ontwikkelingsstoornissen
- Veroudering en dementie
Neuropsychologisch onderzoek bestaat uit:
- Anamnese en heteroanamnese
- Observatie
- Psychometrische testbatterij
- Specifieke functietests
- Vragenlijsten
Je moet rekening houden met stoorfactoren of onderpresteren bij het beoordelen van scores (bijvoorbeeld achtergrondgeluid, medicatie, etc.)
Bij neuropsychologisch onderzoek zet je de behaalde scores af tegen de ‘normale populatie’.
Behandeling (altijd rekening houden met kenmerken van specifieke patiënt, zoals letsel):
- Psycho-educatie
- Cognitieve gedragstherapie
- Relatie en systeemtherapie
- Acceptance and committment therapie
- Of specifieke behandeling
Wat is intelligentie?
- Een g-factor
- Galton (meten met reactietijden)
- Spearman (correlatie tussen intelligentietests, dus er moet een correlatie zijn)
- General ability ‘g’ (g+s)
- Het bestaat uit meerdere factoren
- Thurstone, Gardner & Sternberg: intelligentie bestaat uit meerdere factoren
Binet wordt gezien als de grondlegger van intelligentietests. Hij werd gevraagd of een kind wel of niet geschikt is voor onderwijs, en ontwikkelde een test.
Standord-Binet Intelligence Test: worden veel van de huidige intelligentietesten op gebaseerd. Binet: intelligentie is ratio tussen chronologische leeftijd en mentale leeftijd x100.
Catell:
- Crystallized intelligentie: pasklare kennis en vaardigheden
- Fluid intelligentie: capaciteiten inzetbaar in nieuwe (probleem)situaties
WAIS (4): In eerste instantie toetste dit verbale vs. nonverbale kennis, maar inmiddels 4 factoren:
- Verbaal begrip
- Perceptuele organisatie
- Werkgeheugen
- Verwerkingssnelheid
Raven Progressive Matrices: meest zuivere test om g te meten. Raven zei dat dit een cultuuronafhankelijke test was, maar daar is kritiek op.
Nederlandse leestest voor volwassenen: meet gekristalliseerde intelligentie.
Snijders-Oomen-Non verbale intelligentieschaal: ontwikkeld voor doven. Kan ingezet worden als de Nederlandse taal niet goed beheerst wordt.
Intelligentie:
- Combinatie tussen erfelijkheid en omgevingsfactoren
- 85% erfelijk
- Vooral verbindingsbanen in hersenen lijken van belang (met name fronto-parietaal netwerk)
- Ook de effectiviteit van netwerk lijkt belangrijk
Neurale efficiëntiehypothese: bij hogere intelligentie, is er mindere activatie in de hersenen.
Bij ouder worden neemt fluid intelligence sneller af dan crystallized intelligence.
Cognitieve reserve: hoe hoger het opleidingsniveau, hoe hoger de cognitieve reserve, waardoor ontwikkeling van dementie pas op een latere leeftijd start. Maar als de symptomen er eenmaal zijn gaat de achteruitgang wel sneller.
Flynn-effect: elk decennium worden mensen beter in het maken van intelligentietesten.
Vragen? Laat het vooral hieronder weten en ik probeer ze te beantwoorden!
Vond je deze samenvatting interessant en wil je op de hoogte blijven van mijn nieuwe bijdragen? Volg dan snel mijn Worldsupporter account! Dit kan door rechts naast deze samenvatting op '+ Follow' te klikken! Wordt erg gewaardeerd :)