Depressie
Kenmerken volgens de DSM-V:
- Een sombere stemming
- Of verlies van interesse of plezier
Als een van de twee aanwezig is, zijn er ook andere kenmerken waaraan men moet kunnen of moet voldoen, zoals: slaapproblemen, vermoeidheid / verlies van energie, denken aan de dood, gewichtstoename/gewichtsverlies.
Belangrijk:
- Symptomen veroorzaken lijden en beperkingen in het dagelijks leven
- Niet toegeschreven aan een middel / somatische aandoening
- Geen manie en hypomanie
- Symptomen niet verklaard door psychotische stoornis.
Heel veel kenmerken:
- Zie slides
- Licht/matig/ernstig
- Met gemengde kenmerken
- Met angstige spanning
- Met atypische kenmerken
- Met begin peri partum
- Met katatonie
Types:
- Persisterend
- Premenstrueel
- Door medicatie/middel
- Door somatische aandoening
Er is veel heterogeniteit in depressie: geen depressie is hetzelfde. Anhedonie = geen plezier meer ervaren
Verschillende factoren
- Biologische factoren: genen
- Psychologische factoren
- Sociale factoren: stress etc.
Theorieën over het ontstaan van een depressie
- Operante conditionering
- Beloning → gedrag ga je vergroten
- Geen beloning → dan ga je het gedrag verkleinen
Zo ontstaat een negatieve spiraal, trekt zich steeds meer terug
Psychologische factoren:
- Gedachten
- The self
- The future en The world
Ik ben lelijk, ik ben hopeloos en dat zal altijd zo zijn, niemand houdt van mij.
Laatste theorie: aangeleerde hopeloosheid
- Deze is ook belangrijk bij het ontstaan van chronische depressie
- Ik zal nooit veranderen
- No matter wat ik doe, ik zal altijd depressief blijven
- Niemand begrijpt me
- Ik kan me beter terugtrekken
- Hier zit een belangrijk sociaal aspect aan.
De ander reageert daar ook op, als jij zegt ‘ik ben niets meer waard’. Anderen zullen zich sneller wegtrekken van deze persoon. Jeugdtrauma, met name emotionele verwaarlozing en mishandeling, is geassocieerd met depressie, maar je krijgt geen slechtere behandeluitkomsten.
Risicofactoren voor chroniciteit en recidief:
- Hoge ernst depressie
- Slechter fysiek en mentaal functioneren
- Angst
- Lager opleiding
- Werkeloos
- Gebruik medische zorg voor mentale problemen
- Middelenmisbruik
- Negatieve jeugdervaring
- Aanwezigheid psychopathologie bij ouders
Depressie gaat vaak samen met angststoornissen. Comorbiditeit is dit. Angst en depressie samen zorgen voor een slechtere prognose. Behalve voor een sociale angststoornis.
Andere veel voorkomende comorbiditeiten:
- Persoonlijkheidsstoornissen
- Somatische stoornissen
- Alcoholmisbruik
Over de jaren heen komt een depressie vaak terug, of wordt chronisch. Persoonlijkheidsstoornissen hebben geen negatief effect op het behandelresultaat.
Depressie behandelen
- Interventies zoals activatie, running therapie, e-interventies
- PST / kortdurende interventies
- Psychotherapie en/of farmacotherapie
- Elektroconvulsietherapie/rTMS (neuromodulatie)
Dit gaat van licht naar ernstig. Wij gaan het vooral hebben over psychotherapie en farmacotherapie. Er zijn heel veel psychotherapieën. De bekendste is CGT.
Psychotherapieën even effectief
- CBT net zo effectief als ADM maar alleen op korte termijn
- Op lange termijn CBT effectiever
- Combinatietherapie beter dan alleen ADM maar niet beter dan alleen CBT
- 50% daling in klachten, 50% response, 41% van de patiënten reageren op psychotherapie voor depressie, vergeleken met 19% in usual care
- Remissie: +- 30%
- Terugval binnen 1 jaar na succesvolle behandeling: +-30%
Als matige of ernstige depressie:
Depressie behandelen, CGT:
- CT: cognitive therapy
- Gedragsactivatie (BA)
- CBT skills aanleren: de patient wordt zijn eigen therapeut..
Socratisch vragen:
CGT:
- De cognitieve driehoek
- Gevoelens ⇄ Gedachten ⇄ Gedrag
Gedragsacctivatie:
- Activiteiten registreren
- Activiteiten plannen of veranderen
- Lijst van plezierige activiteiten
Depressieve en negatieve cognities:
- Automatische gedachtes - Hij vindt mij niet aardig
- Assumpties - Als ik alles perfect doe ben ik oke, anders faal ik
- Schema’s - Ik faal in alles wat ik doe of ik ben waardeloos
- Een manier is het gedachteformulier
- Zo zie je in welke situaties de patiënt welke gedachten heeft.
- Dan maak je bijvoorbeeld een lijst met argumenten voor, en dan een lijst met allemaal argumenten tegen om de automatische gedachten te ontkrachten.
Dan heb je aan het einde van CGT een terugvalpreventieplan:
- Waaraan herken ik dat ik terugval
- Wat zijn dingen die mij uit balans halen?
- Wat helpt mij / Wat kan ik doen?
Je wil niet dat de patiënt denkt dat de therapeut de verlosser is. Dat moet uit jezelf komen.
Een andere behandeling: IPT, interpersoonlijke therapie
Behandelfase
- Rolverandering
- Rouw
- Interpersoonlijk conflict
- Interpersoonlijk tekort
Afsluitfase
Wat is nou het beste formaat van een behandeling? Hoeveel psychotherapie heb je nodig om een depressie te behandelen? Het is niet het aantal sessies dat uitmaakt, maar de frequentie. Hoe vaker per week de patiënt een therapeut ziet, hoe sneller de patiënt opknapt. Hogere sessiefrequentie zorgt voor een verbetering van de depressie over tijd. Een hogere sessiefrequentie zorgt voor minder uitval en een snellere en betere response.
Behandelprotocol:
- De therapie moet werken
- De patiënt moet meedoen
- De therapeut moet deliveren
De docent kan de vraag of de kwaliteit belangrijk is niet beantwoorden, zij denkt van wel.