Wat is de relatie tussen acquisitie en terughalen van informatie? - Chapter 7
Wat is de invloed van de context op het onthouden van informatie?
Context-afhankelijk leren
Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat de leeromgeving van invloed kan zijn op het herinneren van materiaal (contextafhankelijk leren). Als jij bijvoorbeeld elke dag thuis in je kamer leert, dan zal je naar verwachting het beste presteren wanneer jij de toets ook in je kamer maakt. Dit kan verklaard worden door encoderings specificiteit. Dit houdt in dat iemand tijdens het leren van iets, ook informatie over de context opslaat. Wanneer de persoon dan in dezelfde context wordt geplaatst, zorgt deze context er voor dat er verbindingen worden geactiveerd, wat er voor zorgt dat men de dingen die hij of zij heeft geleerd, makkelijker kan herinneren. Wat hier wel heel belangrijk is om bij te noemen, is dat het niet zo zeer om de fysieke context, maar ook om de mentale context gaat. Dus dingen zoals de kleur, geur, grootte van een ruimte en dingen zoals wel of niet luisteren naar muziek wordt ook opgeslagen tijdens het leren. In één studie moesten participanten in een andere context dan de context waarin zij hebben gestudeerd, een toets maken. Echter, vlak voor de toets, kregen zij de instructie om zich de context waarin zij hebben gestudeerd, zich in te beelden. Zij presteerden vervolgens even goed als de mensen die in dezelfde context de toets maakten. Dit is belangrijk om te onthouden! Het terug denken aan de context heeft dus ook invloed op de prestaties.
Wat is het geheugen netwerk?
Het geheugen kan worden gezien als een verzameling van ideeën die op een bepaalde manier zijn gerepresenteerd. Deze representaties kunnen worden gezien als knopen in een geheugen netwerk. Deze knopen zijn onderling verbonden door middel van associaties. Een knoop wordt geactiveerd als hij een sterk genoeg signaal ontvangt. Anders gezegd, een knoop heeft een bepaalde activatiegrens of niveau. Activiteit moet over deze grens gaan, om de knoop te kunnen te laten vuren. Als twee soorten input afzonderlijk niet een sterk signaal creeeren, maar samen wel dan heet dit subgrens activatie. Dit past ook weer bij neuronen en herkenningsdetectoren. Dit kan gemeten worden met behulp van de lexicale beslissingstaak. Deze taak houdt in dat participanten combinaties van letters zien, waarvan sommige woorden zijn en sommige niet. Zij moeten dan bepalen wat wel woorden zijn en wat niet. Een variant op deze taak is het aanbieden van twee verzamelingen van letters, waarin participanten moeten aangeven of dit twee woorden zijn, of niet. Als de twee woorden aan elkaar gerelateerd zijn (dokter, verpleegster), dan is er sprake van semantische priming (priming op basis van betekenis) en dan reageren participanten sneller dan wanneer twee woorden niet aan elkaar gerelateerd zijn (cake, schoen).
Wat is het impliciete geheugen?
In een aantal studies naar het geheugen werd participanten gevraagd om een lijst met woorden te lezen, zonder dat hen werd verteld dat zij deze woorden zouden moeten onthouden. Vervolgens werd met behulp van lexicale beslissingstaak gekeken naar of deze woorden de participant zouden hebben geprimed. Participanten merkten de woorden op de woordenlijst inderdaad sneller op. Dit gold zelfs wanneer zij zich deze woorden niet meer konden herinneren! Dit werd getest met een herkenningstaak, waarin de participanten een aantal woorden te zien krijgen en dan moeten zeggen of zij deze woorden eerder wel of niet hebben gezien. De participanten lijken dus 'geprimed' door de woordenlijst, maar zijn zich hier niet van bewust en kunnen de woorden niet herkennen. Dit bleek ook uit de 'woord-stam-aanvul taak', waarin men een aantal letters krijgt als begin van een woord en het woord af moet maken. Ook hieruit bleek dat als participanten een woord recent nog hebben gezien, zij eerder geneigd zijn om dit woord te noemen!
Deze resultaten doen onderzoekers denken dat er twee soorten geheugen zijn; een expliciet en een impliciet geheugen.
- Het expliciete geheugen kan getest worden met behulp van testen die het directe geheugen testen (herinneren, herkenningsteken).
- Het impliciete geheugen daarentegen kan alleen getest worden door middel van het indirect testen van het geheugen en worden vaak in priming effecten bekeken. Dit type geheugen kan met behulp van de lexicale beslissingstaak en de woord-stam-aanvul taak getest worden.
Valse beroemdheid
In een klassieke studie kregen participanten een lijst met namen te zien. Zij kregen de opdracht deze namen hardop voor te lezen en er werd hen verder niks verteld over de studie. Een tijdje later kregen de participanten een nieuwe lijst met namen te zien en moesten zij aangeven hoe beroemd de personen op deze lijst waren. Sommige namen op deze lijst waren inderdaad beroemdheden, sommige waren gewone mensen en sommigen namen waren geheel verzonnen. Deze verzonnen namen waren van twee soorten: sommige stonden op de eerste lijst met namen die de participanten voor moesten lezen en anderen waren nieuwe verzonnen namen.
Sommige participanten kregen de tweede lijst gelijk na hun eerste lijst te zien en anderen moesten een hele dag wachten voordat zij de tweede lijst te zien kregen. De eerste groep, de groep die de tweede lijst gelijk te zien kreeg, weet dat als zij een bekende naam zien, dat zij dit zojuist al in de eerste lijst hebben gezien. Als zij dus de naam Pjauey hebben gezien op de eerste lijst en vervolgens op de lijst met de 'beroemdheden' ook, dan voelt de naam voor hen bekend, maar dan hebben zij ook nog de herinnering aan de lijst, waardoor zij dit gevoel van 'bekendheid' kunnen plaatsen. Echter, wanneer participanten de tweede lijst een hele dag later zien, ervaren zij ook een gevoel van 'bekendheid', maar kunnen zij zich niet meer zo goed herinneren dat dit komt door dat zij deze naam zojuist hebben gezien. Deze participanten zijn dus eerder geneigd om de 'bekende' namen te beoordelen als beroemdheden. Bekendheid en de interpretatie van het gevoel ergens bekend mee te zijn, bepaalt dus de beoordelingen van de participanten. Als men de gevoelens van bekendheid kon plaatsen, dan was er geen sprake van het benoemen van 'valse beroemdheden', terwijl als men deze gevoelens wel voelt, maar niet de bron ervan weet, dan zijn zij eerder geneigd om mensen als 'beroemdheid' te beoordelen. Er is dus sprake van een misattributie. Welke attributies mensen maken is natuurlijk afhankelijk van hun interpretatie. Bij het impliciete geheugen gaat het erom dat iets 'een bel doet rinkelen' of een gevoel van bekendheid veroorzaakt. Het is vervolgens per persoon en per situatie verschillend hoe deze persoon dit gevoel uiteindelijk interpreteert.
Impliciet geheugen en de 'illusie van waarheid'
Hoe groot is de potentie voor het verkeerd interpreteren van het impliciete geheugen? Zinnen die we eerder gehoord hebben, nemen we eerder aan als waar, bekendheid vergroot dus geloofwaardigheid. Dit wordt ook wel de illusie van waarheid genoemd. Sterker nog, dit effect treedt zelfs op wanneer je van te voren expliciet gewaarschuwd wordt om deze zinnen niet te geloven. De misattributie kan zelfs nog verder gaan door het aan de verkeerde stimulus toe te kennen. Als een bekende zin tegelijkertijd wordt gepresenteerd met een hard geluid, nemen mensen dit geluid als zachter waar dan wanneer het gepresenteerd wordt met een onbekende zin. Ook kan impliciet geheugen worden toegekend aan de verkeerde bron. Een voorbeeld hiervan is het selecteren van de dader in een line-up van mogelijke verdachten op basis van ‘mug shots. Ook hier is het gevoel van 'bekendheid' belangrijk. Als mensen al eerder mug shots van iemand hebben gezien, dan voelen ze bekend aan. Echter kunnen mensen vaak niet de bron van dit gevoel van bekendheid achterhalen en daarom maken ze vaak een misattributie van dit gevoel. Dit zijn dus voorbeelden van het impliciete geheugen: mensen hebben herinneringen aan iets, terwijl zij hier niet van op de hoogte zijn. Dit impliciete geheugen kan dus, zonder dat mensen zich ervan bewust zijn, veel invloed hebben op de levens van mensen (zoals het verkeerd benoemen van daders). In het kort komt het er op neer dat mensen vrijwel altijd kiezen voor hetgeen (zinnen, mensen, objecten) dat zij eerder hebben gezien.
Hoe ontstaat het impliciete geheugen?
Verwerkingssnelheid
Het impliciete geheugen kan in stappen begrepen worden. Ten eerste, wanneer een stimulus wordt waargenomen, dan activeert dit bepaalde detectoren, die weer andere detectoren activeren, net zo lang totdat jij de stimulus herkent. Dit is dus een stroom van activatie, die van detector naar detector vloeit, een soort 'verwerkingspad'. Ook bij het herinneren van iets, worden deze paden geactiveerd. Het gebruik van deze paden, dus vaker denken aan iets of vaker met iets te maken krijgen, zorgt er voor dat deze verbindingen tussen de detectoren (of knopen) worden versterkt. Het hebben en gebruiken van een verwerkingspad verhoogt dus de verwerkingssnelheid.
Dus wanneer iemand in een lexicale beslissingstaak het woord 'bubbel' heeft gezien op een woordenlijst, dan is dit verwerkingspad al actief geweest en al 'opgewarmd of geprimed'. Als iemand dus het woord bubbel weer ziet, zal de verwerking van dit woord sneller verlopen door het geprimede verwerkingspad en zal de persoon het woord eerder herkennen.
Andere effecten kunnen worden verklaard doordat mensen gevoelig zijn voor hóe goed hun verwerkingssnelheid is. Zij kunnen dus merken of het herkennen van iets makkelijk ging, of moeilijk. Kostte het hen veel moeite of niet? Echter, wanneer zij merken dat iets heel weinig moeite kost, dan denken zij niet: "wat heb ik een snelle verwerkingssnelheid." In plaats daarvan denken zij: "Goh, dat ging heel makkelijk! Ik ken dit woord/object/etc." Echter ontstaat dit gevoel niet zozeer door de actuele snelheid van verwerking. Mensen merken daarentegen eerder veranderingen in verwerkingsgemak op, dus zij merken bijvoorbeeld dat het eerst heel lastig was om iets te berekenen, terwijl het nu veel makkelijker gaat. Ook merken mensen discrepanties op tussen hoe moeilijk het was om iets te doen en hoe moeilijk zij verwachtten dat het zou zijn. Deze opgemerkte verandering en discrepanties zorgen er voor dat mensen een gevoel van 'speciaalheid' krijgen. Mensen willen dit gevoel verklaren. Dit lukt hen vaak ook goed, zij kunnen vaak plaatsen waar zij iemand van kennen ("oh, dat is die vrouw die ik gisteren bij de tandarts zag"). In andere situaties (zoals bij het aanwijzen van de dader op basis van getoonde mug shots) wordt dit gevoel niet goed geplaatst.
De bron van bekendheid
Onderzoek toont aan dat een stimulus bekend zal lijken, wanneer er aan de volgende punten wordt voldaan:
- Men is eerder blootgesteld aan de stimulus.
- Dankzij deze eerdere blootstelling (en de 'oefening' die je hebt gehad), is de verwerkingssnelheid sneller.
- Men merkt deze vloeiendheid op en denkt dat de stimulus speciaal is.
- Men probeert te achterhalen waarom deze stimulus speciaal aanvoelt.
- Men trekt een conclusie over waarom deze stimulus speciaal is ('het moet wel een beroemdheid zijn').
Alleen de laatste stap is bewust, de rest verloopt op een automatische manier. Er kan ook sprake zijn van dat een stimulus objectief bekend is (iemand zijn vader), maar het niet bekend aanvoelt (denk aan het Capgras syndroom). Dan worden de laatste twee stappen overgeslagen. Ook kan er sprake zijn van dat een stimulus bekend aan voelt, maar dit niet is. De persoon heeft de stimulus dan nooit eerder gezien en is ook niet geprimed. Dit heet de 'illusie van bekendheid'.
Conclusie
Er zijn dus twee soorten geheugen: een expliciet, bewust geheugen en een impliciet, onbewust geheugen. Deze soorten geheugen kunnen ook weer verder onderverdeeld worden. Het expliciete geheugen kan onderverdeeld worden in het episodische geheugen (herinneringen van specifieke gebeurtenissen) en het semantische geheugen (algemene kennis). Het impliciete geheugen wordt vaak in vier subcategorieën bekeken: het procedurele geheugen, primingseffecten, perceptueel leren en klassieke conditionering.
Het meeste bewijs voor dit onderscheid tussen het expliciete en impliciete geheugen komt van onderzoeken met patiënten met verschillende typen hersenschade.
Wat is amnesie?
Sommige typen schade aan de hersenen kunnen leiden tot geheugenverlies, wat ook wel amnesie wordt genoemd. Er zijn verschillende typen amnesie: retrograde en anterograde amnesie. Retrograde amnesie houdt in dat het geheugen voor dingen die vóór de schade zijn gebeurd, is verstoord. Anterograde amnesie houdt in dat het geheugen of de herinneringen voor de dingen die ná het ongeluk gebeuren, is verstoord. Retrograde amnesie ontstaat meestal door klappen op het hoofd.
Uit onderzoek blijkt dat er een dubbele dissociatie is tussen het episodische en het semantische geheugen, omdat sommige mensen na een ongeluk heel veel dingen kunnen vergeten die horen bij het semantische geheugen (woorden, beroemdheden, historische gebeurtenissen), maar alsnog wel specifieke dingen kunnen benoemen die horen bij hun episodische geheugen (zoals hun huwelijk, de dood van een geliefde, etc.).
Anterograad amnesie kan ook ontstaan door overmatig alcoholgebruik. Alcoholisten hebben namelijk vaak niet een goed dieet en krijgen eigenlijk alleen bier binnen. Bier bevat geen vitamine B1 (thiamine), wat op den duur leidt tot een vitamine B1 tekort. Dit kan op zijn beurt leiden tot het Korsakoff syndroom, waar in patiënten ook vaak symptomen van anterograad amnesie vertonen. Wat opvallend is dat patiënten met anterograad amnesie vaak wel een impliciete herinnering aan iets hebben! Het impliciete geheugen lijkt dus in tact te zijn.
Er kan ook sprake zijn van een expliciet geheugen, zonder dat men zich iets impliciet herinnert.
Hoe kan je optimaal leren?
Als jij iets wil onthouden (voor een toets), wordt het aangeraden om deze stof op veel verschillende manieren te bestuderen. Op deze manier creëer je veel verbindingen, waardoor je de inhoud later waarschijnlijk makkelijker terug kan halen. Dit heet ook wel het gebruik van meerdere perspectieven of het gebruik van multi perspectieven.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








