Mediastinum | Ruimte tussen de linker en de rechter long, boven het mediastinum en tussen het sternum en de wervelkolom. Het mediastinum is omgeven door een mediastinale pleura en bevat alle thoracale organen, behalve de longen. Het mediastinum is onderverdeeld in het mediastinum superior en inferior. |
Mediastinum superior | Ligt tussen de thoracale opening en de transversale thoracale plaat. Het bevat de v. cava superior, v. brachiocephalicus, aortaboog, ductus thoracicus, trache, oesophagus, thymus, n. vagus, n. laryngeus recurrens sinistra en n. prhenicus. |
Transversale thoracale plaat | Geometrische plaat, wordt gebruikt om mediastinum superior en inferior van elkaar te scheiden. Loopt van de sternale hoek naar de 4e tussenwervelschijf tussen T4 en T5. |
Mediastinum inferior | Ligt tussen de transversale thoracale plaat en het diafragma. Het wordt onderverdeeld in: 1) mediastinum anterior (bevat restanten van de thymus, lymfevaten, vet en bindweefsel), 2) mediastinum medius (bevat pericard, hart, wortels van de grote vaten, boog van de v. azygos en hoofdbronchie, 3) mediastinum posterior (bevat oesophagus, thoracale aorta, v. azygos en hemiazygos, ductus thoracicus, n. vagus, sympatische grensstreng en de n. splenicus. |
Sternopericardale ligamenten | Fibreuze banden die van het pericard naar het sternum lopen |
Pericard= ‘hartzakje’ | Dubbelwandig fibreus membraan dat het hart en de wortels van de grote vaten omgeeft. Bestaat uit een stugge externe fibreuze laag (fibreus pericard) en twee interne glinsterende sereuze membranen (pariëtale en viscerale laag van sereus pericard) |
Pericardiale holte | Potentiële ruimte tussen de viscerale en pariëtale laag van het sereuze pericard. Het bevat een dun laagje sereuze vloeistof dat ervoor zorgt dat het hart vrij in de pericard kan bewegen. |
Epicard | Buitenste dunne vlies van de hartwand, dat het hartspierweefsel omgeeft, wordt gevormd door de viscerale laag van het sereuze pericard. |
sinus pericardium transversus | Holte, posterior gelegen t.o.v. de aorta en truncus pulmonalis en anterior gelegen t.o.v. de v. cava superior. Met je vinger kun je via de sinus naar de aorta en truncus pulmonalis. Belangrijke holte voor hartchirurgen (bijv. bloedcirculatie stoppen, plaatsen chirurgische klem) |
sinus pericardium obliquus | Wijde nis achter het hart. De vingers kunnen echter niet een van de venen (v. cava superior en inferior, v. pulmonalis), omdat het een blinde nis is. |
Arterie pericardiacophrenica | Tak van de a. thoracica interna, deze arterie is de belangrijkste arterie voor de bloedvoorziening van het pericard. |
Pericarditis | Ontsteking van het pericard. Veroorzaakt pijn op de borst en bij auscultatie wordt pericardiale wrijving gehoord. |
Harttamponade | Ophoping van vocht in het pericard. |
Hemopericardium | Bloed in de pericardeale holte |
Pericardiocentese | Het draineren van sereuze vloeistof uit de pericardeale holte |
Myocard | Dikke middelste laag van de hartwand, gevormd door hartspieren |
Endocard | Dunne binnenste laag van de hartwand of membraanbekleding van het hart dat de kleppen bedekt. |
Apex van het hart | Hartpunt, gevormd door het inferiolaterale deel van de linker ventrikel. Ligt posterior van de linker 5e intercostaalruimte. Hier hoor je de sluiting van het mitraalkleppen het best. |
Hartbasis | Posterior deel van het hart. Wordt hoofdzakelijk gevormd door het linker atrium. |
De 4 oppervlakten van het hart | -anterior (sternocostale) oppervlakte: hoofdzakelijk gevormd door de rechter ventrikel -inferior (diafragmatische) oppervlakte: hoofdzakelijk gevormd door de linker ventrikel en deel rechter ventrikel. -linker pulmonaire oppervlakte: hoofdzakelijk gevormd door de linker ventrikel, vorm -rechter pulmonaire oppervlakte: hoofdzakelijk gevormd door het rechter atrium |
De 4 grenzen van het hart | -rechter grens (ligt convex): gevormd door het rechter atrium en loopt door tussen de v. cava inferior en superior. -inferior grens (bijna horizontaal): gevormd door de rechter ventrikel en een klein deel door de linker ventrikel. -linker grens (oblique): gevormd door de linker ventrikel en een klein deel door de linker aurikel. -superior grens: gevormd door de rechter en linker atria en aurikels. |
Aurikel | Hartoortje, klein kegelvormig musculair zakje. |
Sinus coronarius | Hoofdvene van het hart. Ligt in het posterieure deel van de coronaire groeve en ontvangt bloed van de cardiale venen. |
Conus arteriosus | Trechtervormig begin van de a. pulmonalis |
Trabeculae carneae | Onregelmatige gespierde verhogingen, zijn te vinden in zowel rechter als linker ventrikel |
Rechter AV klep | Tricuspidalis klep, gelegen tussen het rechter atrium en rechter ventrikel, bestaande uit 3 cusps |
Pulmonalis klep | Klep tussen rechter ventrikel en a. pulmonalis, bestaande uit 3 cusps |
Chordae tendineae | Peesjes die de AV-kleppen met papillair spieren verbinden. Ze voorkomen scheiding en terugklappen van de hartkleppen op het moment dat de ventrikels samentrekken. |
Papillair spieren | Deze spieren contracteren voordat de contractie van het rechter ventrikel plaatsvindt, waardoor de chordae tendinea worden strak getrokken en de kleppen worden dichtgetrokken. |
Interventriculair septum | Sterke, schuine wand tussen het rechter en linker ventrikel, die deel uitmaken van de wand van beide ventrikels. Het wordt gevormd door zowel membraneuze als musculaire delen. |
Septomarginale trabecula | Ook wel de moderator band genoemd. Het is een gebogen gespierde bundel die loopt van het inferior deel van het interventriculaire septum tot de basis van de anterior papillairspieren. Dit trabeculum is belangrijk aangezien het een deel van de rechter bundel tak van de AV bundel vervoert. |
Inflow tract | De instroom van bloed in het rechter ventrikel, posterior |
Outflow tract | De uitstroom van bloed in de truncus pulmonalis |
Linker AV klep | Mitralisklep, gelegen tussen het linker atrium en linker ventrikel, bestaande uit 2 cusps |
Aortaklep | Klep tussen linker ventrikel en aorta, bestaande uit 3 cusps |
Sinus aortae | Ruimte bij de oorsprong van de opstijgende aorta tussen de gedilateerde wand van de vaten en elke cusp van de aorta klep. Uit de sinus aortae dexter ontspringt de rechter coronaire arterie. Uit de sinus aortae sinister ontspringt de linker coronaire arterie. |
Atriaal septum defect (ASD) | Aangeboren afwijking in het interatriale septum, meestal gerelateerd aan incomplete sluiting van het foramen ovale |
Cerebrovascular accident (CVA) | Een beroerte, veroorzaakt door een afsluiting in een arterie in de hersenen |
Kleplijden | Afwijkingen in de hartkleppen waardoor de efficiënte pompwerking van het hart wordt verstoord. -stenose: klep kan niet meer volledig openen, waardoor een vertraagde bloedstroom van een ventrikel ontstaat. -valvulaire insufficiëntie/regurgitatie: klep kan niet meer volledig sluiten. Hierdoor kan bloed dat net de kamer is uitgepompt, weer de kamer terug in stromen. |
Coronaire arterie | Kransslagaders, voorzien het myocard en epicard van bloed. |
Rechter kransslagader | Ontstaat uit de sinus aortae dexter en gaat naar de coronaire groeve. De belangrijkste takken die hij afgeeft: Sinu-atriale (SA) nodale tak: Ascenderende aftakking van de rechter kransslagader, die de SA-knoop voorziet van bloed. Rechter marginale tak: voorziet het rechter atrium, grootste deel van de rechter ventrikel, deel van het linker ventrikel, deel van het IV septem en AV-knoop van bloed
|
Linker kransslagader | Ontstaat uit de sinus aortae sinster en gaat naar de coronaire groeven. De belangrijkste takken die hij afgeeft: SA nodale tak: voorziet de SA-knoop van bloed Anterior IV tak, circumflex tak, linker marginale arterie: voorzien linker atrium, grootste deel van de linker ventrikel, deel van het rechter ventrikel, grootste deel van het IV septum van bloed.
|
Cardiale cyclus | Cyclus die de complete beweging van het hart beschrijft. Wordt gecoördineerd door het impulsgeleidingssysteem. De cyclus begint met de diastole en eindigt met de systole. Geleiding van impulsen via de SA-knoop --> AV-knoop --> AV-bundel --> Purkinjevezels --> septomarignale trabeculae --> papillairspieren --> wand ventrikel |
SA-knoop | De pacemaker van het hart, initieert en reguleer impulsen voor contractie. Ligt bovenin atrium. |
AV-knoop | Stuurt het signaal van de SA-knoop naar de AV-bundel. De AV-knoop ligt bij de opening van de sinus coronarius. |
AV-bundel/bundel van His | Loopt van de AV-knoop door het fibreuze skelet van het hart en langs het membraneuze deel van het IV septum. Bij de verbinding van het membraneuze en musculaire deel van het septum splitst de AV-bundel zich in een rechter en linker tak. |
Purkinjevezels | Aftakkingen van de bundel de AV-bundel |
N. vagus | 10e hersenzenuw, verzorgt de parasympatische innervatie van het hart |
Harttonen | Geluid dat veroorzaakt wordt door het sluiten van de kleppen. |
Hartskelet | Fibreus netwerk van dichte collageen vezels. Dit netwerk vormt vier fibreuze ringen, die om de openingen van hartkleppen zitten. De rechter en linker fibreuze trigiones verbinden de ringen, de membraneuze delen van de interatriale en interventriculaire septa. Functies van hartskelet: 1) voorkomt dat de openingen van de AV-kleppen en aortakleppen niet teveel uitrekken, 2) verschaft aanhechtingen voor de cusps van de kleppen en het myocard, 3) vormt een elektrische isolator door scheiding van de impulsen van de atria en de ventrikels. |
Myocardinfarct | Hartinfarct, gevormd door een deel van het myocard dat is genecrotiseerd. |
Coronaire bypass graft | Overbrugging van de coronaire arterie waarbij een segment van een arterie of vene wordt verbonden met de aorta ascendens of met het proximale deel van de coronaire arterie en vervolgens met het deel van de coronaire arterie dat distaal van de stenose ligt. De a. radialis wordt steeds meer gebruikt i.p.v. de v. saphena. |
Percutane transluminale coronire angioplasty | Techniek waarbij er een katheter met aan het uiteinde een smalle opblaasbare ballon in de arterie met de obstructie wordt geschoven. Wanneer de katheter bij de obstructie is wordt de ballon opgeblazen en wordt het vat met de plaque opgerekt. |
Thrombokinase | Enzym dat de bloedklonten oplost |
Echocariografie | Methode waar bij met een grafische opname de positie en beweging van het hart worden vastgelegd met behulp van echo die verkregen wordt door ultrasone golven die door de thorax gaan. |
Cardiale plexussen | Zenuwnetwerken van waaruit autonome zenuwvezels naar het hart gaat. Deze netwerking liggen tegen het anterior deel van de bifurcatie van de trachea en tegen het posterior deel van de aorta ascendens. |
Zenuwen van de thorax |
Zenuw | Oorsprong | Ligging | Distributie |
n. vagus (10e hersenzenuw) | 8-10 wortel van de medulla | Komt het mediastinum superior, posterior bij de tracheo-oesphageale sternoclaviculaire verbinding en de v. brachciocephalicus. Geeft een tak af aan de n. laryngeus recurrens | Plexus pulmonalis en plexus cardalis |
n. prhenicus | Anterior rami van C3-C5 zenuwen | Passeert de apertura thoracis superior en loopt tussen het mediastinale pleura en pericard | Centrale deel van het diafragma |
n. intercostales (1-11) | Anterior rami van T1-T11 zenuwen | Lopen in de intercostale ruimtes | Spieren in en huid over de intercostale ruimtes. Lagere zenuwen innerveren spieren en de huid van de anterolaterale abdominale wand |
n. subcostales | Anterior ramus van de T12 zenuw | Volgt de inferior grens van de 12e rib en gaat de abdominale wand in | Abdominale wand en huid van de gluteale regio |
n. laryngeus recurrens | n. vagus | Rechts: gaat om de a. subclavia. Links: gaat om de aorta boog. | Intrinsieke spieren van de larynx |
Cardiale plexus | Cervical en cardiale takken van de n. vagus en sympathische grensstreng | Afkomstig van de aortaboog en posterior oppervlakte van het hart. | Impulsen passeren de SA-knoop, langzame parasympathische vezels, verlagen de hartslag en zorgt voor vasoconstrictie van de kransslagaders. Sympathische vezels hebben het tegenovergestelde effect |
Pulmonaire plexus | n. vagus en sympathische grensstreng | Gevormd op wortels van de longen en breiden zich uit over de bronchiale aftakkingen | Parasympathische vezels zorgen voor constrictie bronchiolen, sympathische vezels zorgen voor dilatatie. Afferente zorgen voor reflexen. |
Oesophageale plexus | n. vagus, sympathische ganglia en n. splanchnicus major | Distaal van de tracheale bifurcatie, n. vagus en sympathische zenuwen van de plexus rond de oesophagus. | Vagale en sympathische vezels naar gladde speren in de klieren van 2/3 van het inferior deel van de oesophagus. |
Hiatus oesophagus | Opening in het diafragma waardoor de oesophagus gaat |
Ductus thoracicus | Buis die het grootste gedeelte van de lymfe uit het lichaam verzamelt en afgeeft aan het veneuze systeem. Vindt zijn oorsprong in de cysterna chili (lymfezak) |
Azygos systeem | Veneus systeem (waaronder de v. azygos en v. hemi-azygos), gelegen aan beide kanten van de wervelkolom, dat de rug, thoraco-abdominale wand en mediastinale organen draineert. De v. azygos vormt een collateraal netwerkt tussen de v. cava superior en de v. cava inferior en draineert bloed van het posterior deel van het abdomen. De v. azygos ontvangt ook bloed van de mediastinale, oesophageale en bronchiale venen. Het azygos systeem leveren een alternatieve manier van veneuze drainage wanneer er een obstructie in de v. cava inferior of superior is. |
Chylothorax | Binnendringen van chyle (lichaamssap bestaande uit lymfe en gemulgeerde vetten) in de pleuraholte, door een scheur in de ductus thoracicus. |
Coarctatie van de aorta | In de aorta boog of aorta descendens zit een abnormale vernauwing, waardoor een obstructie van de bloedstroom naar het inferior deel van het lichaam optreedt. |