Assink & van der Put
Risk factors for persistent delinquent behavior among juveniles: A meta-analytic review
Abstract
Grote effecten: criminele geschiedenis, agressief gedrag, alcohol/drugs misbruik;
Kleine effecten: familie, neurocognitief gebied, houding;
Geen effecten: fysieke gezondheid, achtergrond, buurt;
Moderatoranalyse: effecten van sibling-related risicofactoren zijn groter dan de effecten van moeder-gerelateerde risicofactoren.
Introductie
Waarom is onderzoek naar risicofactoren voor persistent delinquent gedrag belangrijk?
Negatieve impact van life-course persistent offending (LPC): negatieve consequenties voor slachtoffers en daders + kost veel geld.
Er moet bekend worden waar behandeling/preventie op gericht moet zijn.
Influential developmental taxonomic theory by Moffit
Er kunnen twee profielen opgesteld worden waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen timing en duur van antisociale betrokkenheid door jeugdige daders. Moffit gaat hierbij uit van een kwalitatief verschil.
Life-course persistent
Kleine groep individuen die veranderende manifestaties van persistent en serieus antisociaal gedrag vertonen gedurende hun leven. Deze individuen starten met antisociaal gedrag in de kindertijd en vervolgen dit gedrag in adolescentie en volwassenheid.
Oorzaak: interactie tussen neuropsychologische verslechtering en een nadelige omgeving.
Adolescence-limited
Groep individuen waarbij het antisociale gedrag beperkt is tot de adolescente fase van het leven. Het gedrag is voornamelijk niet-agressief en vindt zijn oorzaak niet in neuropsychologische verslechteringen, maar in het feit dat adolescenten de wens hebben behandeld te worden als volwassenen en daarom hun LPC-peers nadoen om status en privileges te krijgen.
Onderzoek spreekt deze theorie tegen:
Mensen die in hun kindertijd antisociaal gedrag vertonen, stoppen hiermee in de adolescentie.
Wanneer antisociaal gedrag verschijnt in de adolescentie, is het zelden gelimiteerd tot deze levensfase.
AL en LCP tonen gelijke risicofactoren in de kindertijd: persoonlijkheidskenmerken, neuropsychologische kwetsbaarheden, en veranderingen in de hersenstructuur en –functie.
Dus: het onderscheid in ontwikkelingsantecedenten tussen AL en LCP is eerder kwantitatief dan kwalitatief (Fairchild).
Domein: groep van ongeveer gelijke risicofactoren
8 domeinen voor recidive (Andrews & Bonta):
Big four (sterkste voorspeller): geschiedenis van anitsociaal gedrag, antisociale persoonlijkheidspatroon, antisociale congnitie, antisociale peer-aansluiting.
Moderate four (gematigde voorspeller): familieomstandigheden, school/werk, vrijetijdsbesteding, drugsmisbruik.
What works principles:
Risk principle: intensiteit van een interventie moet in verhouding zijn met het risico van recidive.
Need principle: interventies die gericht zijn op het verminderen van delinquent gedrag moeten ingaan op de criminogene behoeften van dader, welke veranderbaar zijn.
Methode
Resultaten
Moderator analyses
Discussie
Effecten van domeinen van risicofactoren
In de meeste domeinen waren de risicofactoren significant hoger bij LCP dan bij AL. Dit bevestigt dat blootstelling aan risicofactoren in verschillende domeinen de kans op persistentie verhogen, wat indiceert dat er verschillende domeinen betrokken zijn bij delinquent gedrag.
Sterkste effecten bevinden zich in het criminele geschiedenis en agressie-domein.
The next strongest effects were found in the following risk domains: alcohol/drug abuse, sexual behavior, relationship, emotional and behavioral problems, and school/employment.
Het kan wel dat interactie tussen neuropsychologische verslechtering en een nadelige omgeving kan leiden tot LCP (Moffit).
Aan de andere kant kan het ook dat dit kleine effect impliceert dat het verschil tussen AL en LCP niet ligt bij ontwikkelingsantecedenten (Fairchild).
Moderatie-effecten voor kenmerken van risicofactoren
Moderatie-effecten van kenmerken van sample en onderzoeksdesign
Bij het domein van criminele geschiedenis en relatie, werden effecten kleiner wanneer het percentage culturele minderheden steeg. Dit betekent dat het behoren tot een culturele minderheid op zich geen risicofactor hoeft te zijn.
Bij het domein van criminele geschiedenis, hing het algemene effect af van de manier waarop delinquentie gemeten werd.
Beperkingen
Er zijn verschillen in criteria en methoden in de analyse > lastiger om het echte effect van risicofactoren te achterhalen.
Geen conclusies over causaliteit.
Risicofactoren komen niet geïsoleerd voor, maar in interactie met andere risicofactoren. Hoe meer risicofactoren, hoe groter de kans op delinquentie. In deze studie werd echter naar individuele risicofactoren gekeken.
Er werd niet goed met missende data omgegaan.
Lage statistische power: de moderator analyses zijn gebaseerd op een klein aantal effectgroottes.
Implicaties voor klinische praktijk
Om LCP te voorkomen, moeten interventies verschillende domeinen vanuit verschillende disciplines aanpakken.
Familie-gefocuste interventies hoeven niet winstgevend te zijn: kleine effecten op het familiedomein.
Interventies die inspelen op problemen bij sociale interacties, lijken vooral te helpen wanneer deze gegeven worden in de kindertijd. Vroege interventie is dus van belang.
Add new contribution