Emotional and Behavioural Disturbances hoorcollege 7

 

Hoorcollege 7: depressie

 

Voordat er specifiek gekeken wordt naar wat depressie precies inhoudt, is het van belang dat er naar de geschiedenis ervan gekeken wordt. Tot aan 1970 werd gedacht dat een werkelijke depressie niet bij kinderen kon voorkomen. De redenen van psychoanalytici sloten namelijk niet aan bij de ontwikkeling van een jong kind. Zo zou er voor het ontwikkelen van een depressie sprake moeten zijn van een volwaardig superego, het verlies van een geliefde en gestabiliseerde geïnternaliseerde normen, oftewel een volwaardig ego. Vanaf 1970-1980 kwam er een erkenning voor het onderscheid tussen leeftijdsspecifieke symptomen en algemene symptomen. Jonge kinderen zouden een “gemaskerde” depressie hebben, waarbij de depressie schuil gaat achter andere problemen. Dit zijn problemen zoals hyperactiviteit of agressie. Desondanks werd het somber voelen wel als het meest typische symptoom benaderd. In 1980 kwam de DSM-III naar voren waarin kinderen en volwassenen dezelfde diagnose konden ontvangen. Het verschil zit hem alleen in het humeur, dat gedeprimeerd of geïrriteerd kan zijn. Onder de jongeren heeft 80% het geïrriteerde type.

 

DSM-5

In de DSM-5 werd de benaming ‘major depressive disorder’ (MDD) toegevoegd. Hiervoor zijn er strenge criteria. Zo moeten er minimaal 5 symptomen zijn die op zijn minst twee weken aanhouden. Daarnaast moet er  in ieder geval sprake zijn van óf een gedeprimeerd humeur óf een vermindering in algehele interesse. De andere symptomen zijn: gewichtstoename of –afname, slapeloosheid of overmatige slaperigheid, psychomotorische beweging of vertraging, verlies van energie, gevoelens van schuld of waardeloosheid, het niet kunnen concentreren of nadenken en gedachtes over de dood. In de DSM-5 is er een hoofdstuk genaamd depressieve stoornissen, waaronder MDD valt. Naast MDD worden er vier andere stoornissen in dit hoofdstuk benoemd, zoals: een aanhoudende depressieve stoornis, een verstoorde humeurregulatie, een depressie die ontstaan is door medicatie en een depressie die ontstaan is door een andere medische aandoening.

 

Epidemiologie

Onder deze vijf types in totaal, is MDD de meest voorkomende. 80% van de kinderen met een depressie, hebben deze vorm. 10% heeft een aanhoudende depressieve stoornis en de andere 10% heeft een dubbele depressie waarbij er een combinatie plaatsvindt tussen deze twee benoemde vormen. Episodes komen bovendien vaak voor in de adolescentie waarin er een daling plaatsvindt rond de 13-15 jaar. Dit komt echter vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Daarnaast vinden sekseverschillen pas plaats rond een 13-jarige leeftijd, waarbij er een stijging plaatsvindt bij meisjes. Het verloop van depressie bij zowel baby’s, dreumesen, kinderen en adolescenten is helder weergegeven in een tabel die te vinden is in de slides.

 

Etiologie

Er zijn verschillende theorieën over het verloop van een depressie. Zo is er een theorie die zich focust op biologische invloeden en een theorie die zich focust op sociaalpsychologische invloeden. Bij de biologische invloeden speelt temperament vooral een grote rol. Er kan hierbij sprake zijn van negatieve affectiviteit en positieve affectiviteit. Bij negatieve affectiviteit is er sprake van een neiging tot het hebben van negatieve emoties en gevoelig zijn voor negatieve stimuli. Bij positieve affectiviteit is er juist sprake van gevoeligheid tot beloningen en een hoge mate van energie er toenadering. Binnen de biologie is tevens gebleken dat depressie in de familie kan zitten, waardoor er sprake is van een verhoogd risico. Bij de sociaalpsychologische invloeden spelen gedragstheorieën een belangrijke rol. Ook aangeleerde hulpeloosheid is een belangrijk onderdeel bij het ontwikkelen van een depressie. Binnen de sociaalpsychologische benadering zijn er ook een aantal cognitieve theorieën. Zo bestaat er de negatieve cognitieve triade, waarin automatische gedachten een grote rol spelen. Binnen deze triade vallen willekeurige conclusies (gedachtes over waardeloosheid), selectieve abstractie (gedachtes over hulpeloosheid) en over-generalisatie (gedachtes over hopeloosheid). Tevens zijn sociale relaties ook van belang binnen de sociaalpsychologische benadering. Zo kan er een gebrek zijn in sociale ondersteuning, negatieve sociale interactie, afwijzing van peers of slechte familie interacties. Een extra risicofactor is ouderlijke depressie. Hierbij hebben kinderen (ook baby’s) een verhoogd risico op een depressie als ouders daaraan lijden. Ook is er een verhoogd risico voor andere stoornissen.

Beschermende factoren

Naast al deze risicofactoren zijn er ook beschermende factoren voor mensen met een (verhoogd risico voor) depressie. Zowel intra-persoonlijke, familiaire als peer aspecten spelen hierbij een rol. Intra-persoonlijke aspecten is bijvoorbeeld ervaring met stress, een hoge frustratie tolerantie en fysieke gezondheid. Bij familiaire aspecten is een veilige hechting belangrijk, maar sociale ondersteuning over het algemeen is ook van belang.

 

Assessment van depressie

Om depressie vast te stellen, zijn er over het algemeen drie methodes. Er kan gebruik gemaakt worden van het zelf invullen van vragenlijsten, het invullen van vragenlijsten door leraren en peers en observaties. Bij deze observaties wordt er gelet op emotie, het reguleren van bepaalde beïnvloeding, non verbaal gedrag, spraak en interacties.

 

Behandeling

Er zijn verschillende methodes voor de behandeling van een depressie. Deze kan gericht zijn op drie verschillende aspecten: cognitief, familiair of gedragsmatig. Bij een cognitieve benadering wordt een kind geconfronteerd met zijn of haar gedachtes en worden deze gekenmerkt door het benoemen van bijvoorbeeld negatieve gedachten. Bij een gedragsmatige behandeling is er vaak sprake van rollenspellen en worden er technieken toegepast voor zelf-bekrachtiging.

 

 

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector