Inleiding in de persoonlijkheidspsychologie
Barelds, D, P, H., en Dijkstra, P (2016)
Hoofdstuk 5
De rol van persoonlijkheid in het leven van alledag
Mensen verschillen in de manier waarop ze gemotiveerd zijn en hoe ze motivatie inzetten om hun behoeften te bevredigen
Zelfdeterminatietheorie (ZDT)
Volgens de ZDT heeft ieder mens de behoefte om zichzelf goed te voelen en te ontwikkelen.
Hierbij zijn drie basisbehoeften belangrijk
- De behoefte aan autonomie
Zelf bepalen wat je doet - Behoefte aan competentie
Doeltreffend omgaan met de omgeving - Behoefte aan verbondenheid met anderen
Naarmate activiteiten beter aansluiten bij deze behoeften zullen mensen deze activiteiten meer uit zichzelf uitvoeren.
Ze zijn dan intrinsiek gemotiveerd.
Vanuit ZDT valt motivatie het beste te beschouwen vanuit een continuüm.
Van intrinsiek naar extrensiek.
- Intrinsiek
De motivatie komt vanuit het persoon zelf - Extrinsiek
De motivatie komt van buiten het persoon
Volgens ZDT zet motivatie gedrag in gang.
Vijf vormen van gedragsregulatie gekoppeld aan drie vormen vna motivatie
- A-motivatie
- Extrinsieke motivatie
- Externe regulatie
Je doet iets omdat de omgeving dat wilt - Geïntrojecteerde regulatie
Zelfwaardering is in het geding - Geïdentificeerde regulatie
Je doet iets omdat je het belangrijk vind - Geïntegreerde regulatie
Je doet iets omdat je het belangrijk vind en je er behoefte aan hebt
- Intriensieke motivatie
- Intrensieke regulatie
Je doet iets omdat je het interessant of leuk vindt
Er zijn verschillen tussen mensen in de mate waarin ze de basisbehoeften nastreven
- De mate waarin ze behoefte hebben aan verbondenheid
- De mate waarin ze de behoefte hebben zich competent te voelen, te presteren en zichzelf te verbeteren
- De mate waarin ze behoefte hebben aan autonomie
In het algemeen geldt dat hoe meer intrinsiek de gedragsregulatie, hoe beter mensen presteren.
Doeloriëntatie
Om zich competent te voelen zullen mensen zich vergelijken met een standaard die aangeeft hoe goed ze het doen.
- Intrapersoonlijk
De standaard ligt in de mensen zelf - Interpersoonlijk
Kijken naar anderen
Uit de standaarden die mensen gebruiken om zichzelf te beoordelen vloeien doelen voort die ze nastreven.
- Performance-doel
Je wilt het beter (of niet slechter) doen dan anderen
Uit een interpersoonlijke standaard - Mastery-doel
Je wilt het beter doen dan eerder
Je vergelijken met jezelf door de tijd
Doelen worden onderscheiden in de uitkomsten die worden nagestreefd
- Avoidance
Vermijden van fouten of problemen - Approach
Het bereiken van positieve uitkomsten
Dus
- Mastery-approach
Een taak beter doen dan eerder - Mastery- avoidance
Een taak niet slechter doen dan eerder - Performance-approach
Een taak beter doen dan anderen - Performance-avoidance
Een taak niet slechter doen dan anderen
De doeloriëntatie verschil tussen personen en taken.
Ze hangen ook af van de omgeving.
Ze hebben gevolg voor de kwaliteit van prestaties.
- Approach doelen komen prestaties ten goede
- Avoidance doelen komen prestaties ten slechte
- Performance doelen kunnen de samenwerkingsbereidheid van werknemers ondermijnen
Werken ook bedrog in de hand - Mastery approach is het meest gunstig.
De persoonlijkheid van mensen drukt een stempel op hun gezondheid, hoe ze deze ervaren en hoe ze met problemen omgaan.
Gezondheid, gezondheidsklachten en levensduur
Als mensen meer zorgvuldig van aard zij is de kans kleiner dat ze lichamelijke aandoeningen ontwikkelen.
Als ze ziek zijn ervaren zij ook minder fysieke beperkingen.
Door de betere gezondheid leven ze ook langer.
Neuroticisme heeft een negatief effect op gezondheid.
Juist meer gezondheidsklachten.
Symptoomperceptiehypothese: neurotische mensen hebben een sterkere neiging om lichamelijke sensaties eerder op te merken en eerder te interpreteren als symptoom van een gezondheidsprobleem.
Psychosomatische hypothese: neurotische mensen zouden een ontregeld autonoom zenuwstelsel hebben.
Voor beide hypothesen is bewijs gevonden.
Daarnaast leven ze ongezonder. Ze ervaren relatief veel stress.
Type A, B, C en D
Wetenschappers hebben profielen opgesteld van vier typen personen met een verhoogd risico op gezondheidsklachten.
Type A: gehaast en vijandig
Type A personen ervaren voortdurend tijdsdruk.
Ze hebben verhoogde kans op hart- en vaatziekten.
Type A mensen leven vaak relatief ongezond.
Maar, door hun gedreven harde werken hebben Type A mensen vaak succes in studie en werk en kunnen ze een hoge maatschappelijke status bereiken.
Type B: ontspannen en rustig
Type B mensen zijn ontspannen, vriendelijk en gemakkelijk in de omgang.
Nemen de tijd en maken zich niet snel druk.
Type B mensen reageren veel minder intens op negatieve gebeurtenissen in het dagelijks leven, waardoor zij minder stress ervaren.
We kunnen type A en B zien als een continuüm.
Type C: afhankelijk en rationeel
Type C mensen zijn vaak meegaand en schikken zich naar andermans wensen. Ze willen anderen graag een plezier doen.
Ze vinden het lastig om op eigen benen te staan en stellen zich afhankelijk en passief op.
Bij tegenvallers voelen ze zich vaak machteloos en hulpeloos.
Ze rationaliseren negatieve emoties weg.
Type C mensen kunnen slecht met stress en negatieve emoties omgaan.
Deze stress ondermijnt het immuunsysteem en zorgt voor een slechte gezondheid.
Type D: negatief en gesloten
Type D mensen hebben twee persoonlijkheidskenmerken die hen kwetsbaar maken voor stress en gezondheidsproblemen
- Negativisme
Type D mensen voelen zich vaak gestrest, boos en onrustig
Ze letten vooral op wat niet goed is - Sociale geremdheid
Type D mensen voelen zich vaak ongemakkelijk, gespannen en geremd in hun contacten met anderen
Ze houden emotioneel afstand
Deze twee zorgen ervoor dat Type D mensen veel negatieve emoties ervaren zonder uitlaatklep.
Het zijn binnenvetters.
Type D mensen ervaren vaker geestelijke en lichamelijke klachten.
Eenmaal ziek zijn Type D mensen pessimistischer en maken ze zich meer zorgen.
De verhoogde kwetsbaarheid is toe te schrijven aan stressgevoeligheid en leefstijl. Deze is ongezonder en ze luisteren minder goed naar dokters.
Mensen indelen in typen geeft de werkelijkheid niet altijd goed weer.
Het is meer een continuüm.
Hoe mensen omgaan met stress, problemen en negatieve gebeurtenissen heeft invloed op hun welzijn.
Hoe mensen omgaan met een gebeurtenis wordt voor een groot gedeelte bepaald door de mate van controle die ze ervaren op hun leven en de gebeurtenissen die zich voordoen.
Om op een adequate manier met tegenslagen om te gaan is een gevoel van controle nodig.
Een gevoel van controle zorgt voor een initiatiefrijke en actieve houding.
Locus of control: de plaats waar mensen controle leggen
- Interne locus of control: een gevoel van controle over het leven en gebeurtenissen
- Externe locus of control: een ervaring van weinig controle over het leven en gebeurtenissen
Het ligt buiten mensen zelf.
Als mensen langdurig ene externe locus van control laten zien wordt er gesproken van aangeleerde hulpeloosheid.
Dit is vooral een probleem als er wel iets gedaan kan worden om een situatie te verbeteren of een probleem op te lossen.
Een passieve en hulpeloze houding zorgt ervoor dat problemen onopgelost blijven en zich kunnen verergeren.
Mensen met een externe locus of control zullen vaker aan emotiegerichte coping doen
Ook bij gebeurtenissen waar niets aan te doen is speelt de ervaren mate van controle een belangrijke rol.
Je kunt iets doen aan de gevolgen van zo’n gebeurtenis.
Mensen die hoog scoren op neurotisisme hebben vaak een externe locus of control en hanteren vaak een emotiegerichte copingstrategie.
Extraverte en zorgvuldige personen gebruiken vaak een probleemgerichte copingsstrategie en ervaren vaak een interne locus of control.
Een interne locus of control gaat gepaard met meer optimisme.