Paradijs
Een paradijs, zo zou je de plek waar ik nu ben kunnen omschrijven. Deze laatste week van mijn reis verblijf ik namelijk in een vrij luxe resort op Zanzibar. De bungalowtjes, restaurant en bar zijn schilderachtig mooi, ontbijtbuffet is heerlijk uitgebreid en natuurlijk is het privéstrand slechts 20 meter lopen. De blauwe zee, het witte strand en de palmbomen lijken rechtstreeks uit een catalogus te komen. Ik voel me hier enorm verwend en lui, want we hoeven zelfs de gordijnen niet zelf open en dicht te doen. Het zonnetje doet goed zijn best en ik probeer nog wat aan mijn kleurtje te doen voordat ik terug naar huis kom. 
 
Natuurlijk heeft wat ik zojuist beschreven helemaal niks te maken met het 'echte Tanzania'. De tegenstelling met wat ik de eerdere weken heb gezien, en ook tussen het resort en de leefomstandigheden van de mensen van het dorpje vlakbij, is erg groot. Ik ben dan ook erg blij dat ik meer van het land heb gezien dan dit afgesloten stukje blankenland. Vooral in mijn week alleen reizen kwam ik heel zelden een andere blanke tegen. De plekken die ik had uitgekozen waren niet toeristisch en dit kon erg waarderen. Toegegeven, de hoofdreden waren de betaalbare prijzen van deze oorden en het feit dat het bereisbaar was vanaf Ilula, maar het was een prettige bijkomstigheid. 
 
Na Dodoma ben ik naar Kondoa gereisd, waar ik tot 10.000 jaar oude rock art heb mogen bekijken. Niet dat de tekeningen nou nog bijzonder goed zichtbaar of mooi waren, maar het mysterieuze aspect eraan trok me aan. Er is simpelweg weinig bekend over de reden waarom onze voorouders deze tekeningen maakten, één van de weinige aanknopingspunten die ons iets over hun leven en denkwijze kunnen vertellen. Wat ik erg schokkend vond, was dat tussen de oude gevonden gebruiksvoorwerpen in het kleine museumpje een soort schoffel lag, die de Tanzanianen tegenwoordig nog steeds gebruiken. Sterker nog, ik had deze zelf ook gebuikt bij het werken in de tuin. Op dit punt heeft het land dus al duizenden jaren geen ontwikkeling gekend. Daarnaast waren de rotsen erg afgelegen en zeer moeizaam te bereiken. De paden die we met de constant afslaande motor hebben bereden zijn het niet waard om wegen genoemd te worden. Dit gold trouwens ook voor het gros van de autowegen waar ik met de bus doorheen gestuiterd ben. 
 
Na Kondoa ging ik door naar Babati en vervolgens Katesh om de vier-na-hoogste berg van Tanzania te beklimmen: mount Hanang (+-3500m)!! Het zou 5-6 uur duren om naar de top te klimmen, en 3-4 om weer naar beneden te gaan. Jammer genoeg was hier de 1,5 uur die ervoor nodig was om naar het startpunt toe te lopen, wat ook al klimmen was, nog niet bij opgeteld. Bij elkaar heb ik dus bijna 12 uur gelopen die dag en ik ben helemaal kapot gegaan, MAAR: ik heb de top gehaald!! Ik was best trots op mezelf, want ik vond het echt heel erg zwaar en zou liegen als ik ontkende tijdens de klim bijna constant buiten adem te zijn geweest. Toch maar iets meer sporten als ik terug ben!
 
Na de klim ben ik via Arusha dus hierheen gevlogen en zaterdagnacht vlieg ik weer naar Nederland. Gelukkig heb ik morgen (hopelijk) nog een laatste klapperactiviteit tegoed: zwemmen met de dolfijnen!
 
Al met al ben ik heel blij met de afwisselende ervaringen die ik heb mogen meemaken. Ik ben het land doorgegaan als vrijwilliger, reiziger en toerist, en heb veel kunnen zien in deze relatief korte tijd. Ik wil jullie ontzettend bedanken voor het lezen van mijn blog en de leuke reacties die ik heb ontvangen. Ik zie jullie volgende week alweer, veel liefs!
 
Contributions, Comments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.