Vaak terugkerende tentamenvragen & onderwerpen strafrecht 1
Knigge en Wolswijk – Het materiële strafrecht
Hoofdstuk 4 Wanneer is er sprake van strafbaarheid?
Hoofdstuk 5 Hoe moet de objectieve zijde van het delict worden behandeld?
De volgende onderwerpen moet je kunnen uitleggen, of naar verwijzen in een antwoord:
Causaliteit, leer van de redelijke toerekening – Letale Longembolie arrest.
‘Conditio sine qua non verband’ en ‘de relevant veroorzakende factor’.
Differentiatie naar delict.
Arrest Haarlemse steekpartij; fouten of gedragingen van anderen dan de verdachte kunnen de causale keten tussen de gedraging van de verdachte en het gevolg ‘doorbreken’, maar daarvan zal niet snel sprake zijn.
Hoofdstuk 6 Wat houdt het bestanddeel ‘opzet’ in?
Nagaan of er sprake is van (voorwaardelijk) opzet a.d.h.v. materiële vragen. In de antwoorden op de tentamenvragen komt het volgende beantwoordingsschema terug:
- 1e materiële vraag: kan bewezen worden dat…
- Aanmerkelijke kans? Zie arrest Slaan met pistool; voorwaardelijk opzet. Bij voorwaardelijk opzet is de aanmerkelijke kans op het gevolg af te leiden uit algemene ervaringsregels.
- Is er sprake van weten (bewustzijn) en willen (aanvaarden)? Zie arrest Ronde Klip.
- 2e materiële vraag: is het feit te kwalificeren als een strafbaar feit?
- 3e materiële vraag: is de dader strafbaar?
Voorwaarden voor het ad informandum voegen van feiten – arrest Ad Informandum.
Hoofdstuk 7 Wanneer is er sprake van schuld en culpa?
In de antwoorden wordt het culpa schema afgelopen (1e materiële vraag):
Is er sprake van een onvoorzichtige gedraging?
– Was het gevolg voorzienbaar? Er wordt een onderscheid gemaakt tussen objectieve- en subjectieve voorzienbaarheid zie ook de Garantenstellung.
– Plicht tot nalaten van de gedraging?
Is het gedrag verwijtbaar?
– Vermijdbaar? Mocht van de verachte worden gevergd dat hij anders had gehandeld?
– Geen schulduitsluitingsgrond? (verontschuldigbare onmacht.
Was de onvoorzichtigheid aanmerkelijk? Zie arrest Winssen; het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst daarvan en de omstandigheden waaronder die gedraging is begaan).
Causaal verband? Dit is een vereiste, maar hoeft bij de vragen gericht op culpa niet uitgewerkt te worden.
Is het feit strafbaar (2e materiële vraag art.350 Sv)?
Is de dader strafbaar (3e materiële vraag art.350 Sv)?
Hoofdstuk 8 Welke strafuitsluitingsgronden zijn er?
Veel voorkomende vraag: tot welke einduitspraak komt de rechter? (bij casus). In het antwoord komen de volgende aspecten aan de orde:
Vereisten voor ontoerekeningsvatbaarheid
Vereisten noodweer / noodweerexces
– proportionaliteit en subsidiariteitsvereisten.
OVAR / AVAS
Hoofdstuk 14 Welke straffen en maatregelen zijn er?
Samenvatting Keulen e.a. Strafprocesrecht
Hoofdstuk 8 Wat is de rol van het slachtoffer in het strafproces?
Hoofdstuk 12 Welke eisen worden er aan de dagvaarding en tenlastelegging gesteld?
Hoofdstuk 14 Wat zijn de regels omtrent het bewijs?
In vrijwel ieder tentamen zit(ten) één of meerdere casussen over een sanctiepakket waarbij beoordeeld moet worden of dit sanctiepakket voldoet aan de wettelijke voorwaarden.
In vrijwel ieder tentamen zit(ten) één of meerdere casussen waarbij beoordeeld moet worden welke beslissingen en motiveringen het vonnis van de rechter dient te bevatten (art.358 / 359 Sv).