Hoofdstuk 9 - Welke perspectieven zijn er op bewgeheugen, aandachten en bewustzijn?

Ons geheugen is iets dat we vaak voor lief nemen, het valt ons pas op als we problemen hebben met ons geheugen. En toch onthouden we veel meer dan dat we vergeten. Geheugen is overal in ons leven en het is nauw verbonden met het leren. Het concept bewustzijn is er één waarover al vele jaren over wordt gediscussieerd. Veel psychologen definiëren bewustzijn als het ervaren van je eigen mentale processen op een manier dat je anderen over deze mentale processen kunt rapporteren.

 

Wat omvat het "model of the Mind"?

Geheugen wordt gedefinieerd als alle informatie in iemands hoofd (mind) en het vermogen om deze informatie op te slaan en op te halen. De cognitieve psychologie maakt veel gebruik van modellen, veel van deze modellen proberen niet om mentale processen op een neuraal niveau te verklaren. Het modal model of the mind is het meest invloedrijke model van het geheugen, onthoud echter dat het slechts een model is. Dit model stelt dat er drie soorten van geheugenopslag zijn met elk een eigen functie, een andere capaciteit en een verschillende duur:

  1. Sensorisch geheugen: de duur van de opslag verschilt per zintuig. Voor zicht is het minder dan een seconde, hoewel geluid enkele seconden vastgehouden kan worden. De functie van dit geheugen is waarschijnlijk om informatie lang genoeg vast te houden om opgeslagen te kunnen worden. Elk zintuig heeft een eigen sensorisch geheugen. Alle zintuigelijke informatie wordt hier opgeslagen ongeacht of we er bewust van zijn of niet. Door aandacht wordt bepaalde informatie van het sensorische geheugen naar het werkgeheugen gebracht.

  2. Kortetermijngeheugen (werkgeheugen): dit kun je zien als de werkplaats van de geest en wordt ook wel het werkgeheugen genoemd. In het werkgeheugen vindt bewuste gedachteverwerking plaats. Zowel informatie uit het sensorische geheugen als informatie uit het lange termijn geheugen kunnen in het werkgeheugen terecht komen. Zonder verdere mentale activiteit verdwijnt informatie binnen enkele seconden uit het werkgeheugen. Het werkgeheugen heeft een relatief kleine capaciteit (7 +/- 2 items), maar de hoeveelheid informatie die er doorheen kan gaaf over tijd is enorm.

  3. Lange termijn geheugen: het lange termijn geheugen is wat veel mensen zien als ons geheugen. In het lange termijn geheugen wordt alles wat een individu weet opgeslagen, dit duidt op een enorme capaciteit. Van veel van de items die opgeslagen liggen in ons lange termijngeheugen zijn we ons niet bewust. Het lange termijngeheugen is passief en opgebouwd als een boekenkast, de informatie ligt er inactief totdat iemand een boek pakt en het opent.

 

Welke controleprocessen beïnvloeden geheugenopslag? 

Geheugenopslag is niet alleen afhankelijk van de verschillende soorten opslag, maar ook van controleprocessen. De controleprocessen in het modal model of the mind zijn aandacht, encoding en terughalen (retrieval). Aandacht bepaalt welke informatie er van het sensorische geheugen in het werkgeheugen terechtkomt. Encoding zorgt ervoor dat bepaalde informatie van het werkgeheugen in het lange termijngeheugen wordt opgeslagen. Dit kan bewust of onbewust gebeuren. Terughalen komt is het ophalen van informatie vanuit het lange termijn geheugen naar het werkgeheugen. Dit is wat we in het dagelijkse leven herinneren noemen en kan ook zowel bewust al onbewust gebeuren.

Het kortetermijngeheugen heeft een gelimiteerde capaciteit waardoor en een beperkte stroom aan informatie verwerkt of teruggehaald kan worden. Elk controleproces kost energie en neemt hiermee een deel van de capaciteit in. Hoeveel energie een bepaalde cognitieve taak vergt kan gemeten worden met neuro-imaginaire technieken die de hoeveelheid glucose in het brein meten. Glucoseconsumptie in het brein is groter wanneer er moeilijkere taken worden uitgevoerd in vergelijking met makkelijkere taken. Je hebt inspannende (effortfull) processen die gebruik maken van de mentale capaciteiten. Deze processen hebben de volgende kenmerken:

  1. Ze zijn beschikbaar voor het bewustzijn
  2. Interfereren met andere inspannende taken
  3. Verbeteren met oefening
  4. Worden beïnvloed door individuele verschillen in intelligentie, motivatie en educatie

Daarnaast heb je automatische processen die weinig tot geen capaciteit gebruiken. Deze kun je herkennen aan de volgende kenmerken:

  1. Ze vinden plaats zonder intentie of bewuste aandacht
  2. Interfereren niet met de uitvoering van andere taken
  3. Verbeteren niet door oefening
  4. Worden niet beïnvloed door Intelligentie, motivatie en educatie

Deze controle processen leiden tot het idee dat mensen twee verschillende procedure hebben, langzaam en snel. Dit worden Dual process theories genoemd. Denken ligt op een continuüm met aan de ene kant snel (onbewust en intuïtief) denken en aan de ander kant langzaam (bewust en opzettelijk) denken. De Stroop taak laat zien dat het lastig is om het snelle denken uit te zetten. Bij deze taak heb je woorden op papier in verschillende kleuren.  De participanten moeten zo snel mogelijk de kleur van het woord opnoemen, maar sommige woorden zijn de namen van kleuren. Aangezien lezen een snel en automatisch proces is, lazen de participanten het woord in plaats van dat ze de kleur van het woord noemde of ze deden veel langer over het benoemen van de kleur.

 

Wat is aandacht?

Aandacht heeft twee concurrerende functies:

  1. Het concentreren op een taak en terwijl je dit doet niet afgeleid raken door stimuli in de omgeving
  2. Het monitoren van stimuli in de omgeving die irrelevant zijn voor de taak zodat je gelijk je aandacht kan verschuiven op het moment dat er gevaar dreigt of er iets is dat voordeliger is dan de huidige taak.

In een gegeneraliseerd model van aandacht fungeert aandacht als een soort poort tussen het sensorische geheugen en het werkgeheugen. In de preattentieve analyse wordt de relevante sensorische stimuli van de irrelevante stimuli gescheiden, dit gebeurt onbewust. Om te bepalen of de stimuli relevant zijn of niet moet de informatie vergeleken worden met de informatie in het werkgeheugen. Dit gebeurt door middel van een topdown-controle.

Mensen zijn behoorlijk goed in het concentreren op relevante stimuli en het negeren van irrelevante stimuli. Een voorbeeld van selectief luisteren is het cocktailparty fenomeen, de mogelijkheid om belangrijke informatie op te pikken hoewel je focust op iets anders. Dit zie je ook terug in shadowing tasks. Hierbij moet je herhalen wat je op het ene oor hoort en negeren wat je in het andere oor hoort. Mensen konden alleen opvallende informatie herinneren (hun naam) van de kant die ze negeerde. Dit laat zien dat de informatie tot op zekere hoogte wel verwerkt werd.

Selectief zien is makkelijker te controleren dan luisteren aangezien we kunnen controleren wat we zien door onze ogen te bewegen. Inattentional blindness is dat je niet doorhebt dat iets verandert als je aandacht er niet op ligt, zelfs als het wel in je gezichtsveld ligt. Recent onderzoek laat zien dat bij evolutionair relevante stimulus inattentional blindness niet voorkomt. We zijn goed het negeren van irrelevante stimuli, maar ook goed in het verschuiven van aandacht naar het gevaarsignaal.

Het visuele sensorische geheugen noemen we ook wel het iconisch geheugen. Een icoon is een kort geheugenspoor voor een visuele stimulus. Het iconisch geheugen houdt visuele informatie nog ongeveer een derde van een seconde vast nadat de visuele stimulus verdwenen is. Ook bij het lezen van woorden zijn er aanwijzingen voor het pre-attentief verwerken op betekenis. Wanneer participanten de ene visuele stimuli moesten negeren, merkte ze in die stimuli wel dingen op die een speciale betekenis voor hen hadden. Dit is het cocktailparty effect in visuele vorm

Het auditieve sensorische geheugen heet ook wel echoïsch geheugen. Een echo is een kortdurend geheugenspoor voor een specifiek geluid. In een experiment moesten participanten een taak doen terwijl ze iets te horen kregen. Op een signaal moesten ze de laatste woorden herhalen. De subjectieve ervaring van de participanten was dat ze de laatste woorden konden "horen" alsof de geluiden opnieuw afgespeeld werden.

 

Welke onbewuste effecten heeft sensorische input?

Het modal model of the mind kan niet verklaren waarom sensorische input ook onbewuste effecten heeft.

Een van deze onbewuste effecten is primen. Dit is de activatie van eerder in het lange termijngeheugen opgeslagen informatie door sensorische input. Deze geactiveerde informatie wordt hierdoor toegankelijker en verandert de gedachtegang van de persoon. Voor primen hoeft het individu zich niet bewust te zijn van de prime stimulus. In het dagelijks leven vormt primen een belangrijke bron van informatie om wijs te worden van de contextuele informatie waar we niet op letten.

Veel taken die heel veel geoefend worden, worden later automatisch. Lezen lijkt niet alleen automatisch, maar zelfs verplichtend te werken. Dit verplichtende effect zie je bij de Stroop taak. Het Stroop effect bestaat natuurlijk alleen bij mensen die kunnen lezen.

 

Welke mechanismen in het brein zorgen voor preattentieve processen en aandacht?

We weten over dit onderwerp nog niet veel, maar er zijn wel drie algemene conclusies:

  • Stimuli waar we geen aandacht aan besteden activeren toch sensorische en perceptuele gebieden in de hersenen.
  • Aandacht verhoogt de activiteit die taak gerelateerde stimuli veroorzaken en verkleint de activiteit die irrelevante stimuli veroorzaken.
  • Neurale mechanismen in de anterieure delen van de cortex zijn verantwoordelijk voor verschuivingen in aandacht.

Onderzoek toonde aan dat sommige vormen van hersenbeschadiging ervoor kan zorgen dat mensen informatie van één helft van hun visuele veld negeren of dat zij deze informatie simpelweg niet zien. Laesies in de pariëtale kwab, de frontale kwab en de anterieur singularis cortex in één hersenhelft kan resulteren in ‘spatial neglect’ waarbij individuen niet in staat zijn om dingen in het contralaterale visuele veld te ‘zien’.

 

Hoe werkt het werkgeheugen?

Het werkgeheugen is de plaats van bewuste gedachtegang en perceptie. Het werkgeheugen is wat we gebruiken om beslissingen te nemen, om aandacht te sturen enzovoorts. Baddeley stelt een model voor van het werkgeheugen waarin het werkgeheugen bestaat uit drie aparte, maar samenwerkende gedeeltes, namelijk de fonologische loop (voor verbale informatie), het visuospatiële sketchs pad (voor visuele en ruimtelijke informatie) en het centrale executieve systeem (voor het coördineren van mentale activiteiten en voor encoding en terughalen).

De kortetermijngeheugen-span is het aantal uitspreekbare items dat iemand na korte tijd nog terug kan rapporteren. Dit zijn ongeveer evenveel woorden als die je in twee seconden hardop kunt zeggen. Door het sub vocaal herhalen is de fonologische loop in staat om verbale informatie in het werkgeheugen te houden. Als de informatie niet herhaald wordt zal deze spoedig verdwijnen. We gebruiken de fonologische loop voor onze verbale gedachtegang.

 

Wat bedoelen we met de executieve functies?

Tegenwoordig zien cognitieve psychologen het werkgeheugen niet als een geïsoleerd proces, maar als een deel van de zogenoemde executieve functies – relatief basale en algemeen doelgerichte informatieverwerkingsmechanismen die samen zeer belangrijk zijn voor planning, gereguleerd gedrag en de uitvoering van complexe cognitieve taken. De meeste onderzoekers zijn het eens dat executieve functies uit drie gerelateerde componenten bestaan:

  • het ‘werkgeheugen’ of het updaten, monitoren en in een snel tempo toevoegen of verwijderen van de inhoud van het werkgeheugen;

  • ‘switching’, het flexibel wisselen tussen verschillende taken;

  • ‘inhibitie’, het voorkomen van een cognitieve of gedragsmatige respons of het houden van ongewilde informatie uit het brein.

Individuele verschillen in executieve functies hangen samen met de prestaties op andere cognitieve taken zoals het IQ. Een voorbeeld van een switching taak is de Wisconsin Card Sorting Test (WCST). Hierbij moeten proefpersonen kaarten onder verschillende categorieën brengen (die wisselen), waardoor proefpersonen een beroep moeten doen op hun mentale flexibiliteit.

Er kunnen vier algemene conclusies over de executieve functies genomen worden:

  • Executieve functies laten zowel uniteit als diversiteit zien. De prestatie op verschillende typen van executieve functies (updating, switching en inhibitie) correleren allemaal met elkaar. Scoor je goed op de ene taak, dan scoor je waarschijnlijk ook goed op de andere taak.

  • Executieve functies hebben een substantiële genetische component. Dit betekent echter niet dat executieve functies niet veranderd kunnen worden door ervaring.

  • Executieve functies zijn gerelateerd aan en voorspellend voor belangrijke klinische en maatschappelijke uitkomsten. Zo zijn executieve functies gerelateerd aan de mogelijkheid om het eigen gedrag en de eigen emoties te reguleren.

  • Executieve functies zijn stabiel in de gehele ontwikkeling. Hoewel alle aspecten van executieve functies verbeteren in de kindertijd is het zo dat mensen die op kinderleeftijd goed presteren op executieve functies een grotere kans hebben om zich te ontwikkelen als volwassenen met hoge executieve functiemogelijkheden.

Er is niet een enkel gebied dat verantwoordelijk is voor de verschillende componenten van executieve functies, maar de prefrontale cortex is geïdentificeerd als een zeer belangrijk gebied voor de controle van gedachtes en gedrag en blijkt daarom ‘het’ neurale knooppunt te zijn voor executieve functies. Aangezien de prefrontale cortex connecties heeft met zowel de sensorische cortex, het motorsysteem en het limbisch systeem, heeft dit hersengebied een belangrijke rol in de controle van zowel gedrag als emoties. Uit de casus van Phineas Gage blijkt dat mensen met beschadiging aan de prefrontale cortex moeite hebben met plannen, het maken van besluiten, het reguleren van emoties en het inhiberen van gedachtes en gedrag. De prefrontale cortex speelt ook een belangrijke rol bij het werkgeheugen, er is namelijk sprake van vergrote activiteit in dit hersendeel wanneer iemand vrijwillig verbale of visuele informatie probeert vast te houden.

 

Wat is het verschil tussen het expliciet en het impliciet geheugen?

Geheugen omvat alle informatie in het brein en de capaciteit tot opslag en het terughalen van de informatie. Het geheugen omvat twee soorten, expliciet en impliciet.

Expliciet geheugen (declaratief) is het soort geheugen dat de inhoud van bewuste gedachtegang voorziet en erg flexibel is. Er zijn twee soorten geheugen te onderscheiden. Episodisch geheugen is waar de herinneringen aan iemands eigen eerdere ervaringen liggen opgeslagen en heeft een hoge persoonlijke kwaliteit. Het semantische geheugen is waar woordbetekenissen en algemene kennis opgeslagen ligt. Dit zijn allemaal gegevens die je ook door ervaring verwerft, maar die niet mentaal verbonden zijn aan een bepaalde eerdere ervaring. Expliciet geheugen kan ook opgeroepen worden in een heel andere context dan de context waarin het geleerd is en is meer vrijwillig.

Impliciet geheugen (non-declaratief) is het soort geheugen dat niet in het bewustzijn komt en gaat meestal om vaardigheden. Impliciet geheugen is sterk verbonden aan de context waarin het geleerd is en is meer automatisch. Ook impliciet geheugen kan onderverdeeld worden. Onder klassieke conditioneringseffecten vallen geconditioneerde emotionele reacties. Primen is de impliciete activatie van concepten in het lange termijngeheugen zoals dat ook al eerder besproken is in dit hoofdstuk. Procedureel geheugen is het geheugen waarin motorische vaardigheden, gewoontes en tactieken liggen opgeslagen.

Netwerkmodellen omschrijven het lange termijn geheugen als een web van associaties die kunnen verschillen in sterkte. Activatie spreidt zich uit langs associatieve wegen waardoor we herinneringen kunnen ophalen en gedachten.

 

Welke problemen met het geheugen kunnen zich voordoen?

Temporale kwab amnesie komt meestal door schade aan de hippocampus en de daarmee nauw verbonden corticale en subcorticale gebieden. Dit werd geobserveerd in patiënt H.M., die door een operatie zijn vermogen tot het vormen van nieuwe expliciete (bewuste) lange termijn herinneringen verloor. Delen van de temporale kwab en de onderliggende delen van het limbische systeem waren verwijderd van beide hemisferen. Sindsdien kan hij geen nieuwe lange termijn herinneringen maken, wel kan hij zich dingen herinneren van ruim voor de operatie. Hij is zich volledig bewust van omgeving en kan erover nadenken.

kinder amnesie (infantile) is het onvermogen om je momenten uit de kindertijd te herinneren. Dit komt waarschijnlijk doordat de manier waarop je de informatie toen hebt opgeslagen en zag verschilt van hoe je het later probeert te herinneren.  Kinderen hebben vaak een beter semantisch geheugen dan een episodisch geheugen. Hierbij geldt dat je weet zonder te weten wanneer of in welke context je dat geleerd hebt.

 

Hoe wordt informatie gecodeerd in ons brein?

Simpele herhaling alleen is niet voldoende om informatie in het werkgeheugen naar het lange termijn geheugen te vervoeren. Cognitief psychologen onderscheiden twee soorten herhaling. Bij behoud herhaling blijft de informatie een tijdje in het werkgeheugen. Bij encoding herhaling wordt de informatie in het lange termijngeheugen opgeslagen. Veel van wat we onthouden komt doordat de informatie onze aandacht trekt en ons denken stimuleert, niet omdat we bewust proberen het te onthouden.

Uitweiding (elaboration) bevordert de opslag in het lange termijngeheugen. Dat wil zeggen dat we dingen beter onthouden als we er dieper over na denken. Eigenlijk is het doel van uitweiding niet om de informatie te onthouden, maar om het te begrijpen. Technieken van uitweidende herhaling zijn veelal gebaseerd op logica, zelfs als deze logica alleen fictie is zoals bij ezelsbruggetjes. Uit onderzoek is ook inderdaad gebleken dat je woorden makkelijker leert als je vragen krijgt over de betekenis van het woord dan over de print van het woord.

Organisatie lijkt wel op uitweiding als het gaat om de geheugenstrategie. Om na te kunnen denken over informatie moet je deze kunnen ordenen. Door middel van chunking zijn we in staat om meer items te onthouden. Chunking is het splitsen van 1 groot item in meerdere kleine items om te onthouden. Wat je bijvoorbeeld vaak doet is bij het onthouden van telefoonnummers steeds twee getallen samennemen. Door het verminderen van het totale aantal te onthouden items (aan een stuk) en het betekenis geven aan de items is het makkelijker ze te onthouden.

Ander Ericsson en collega’s stellen dat het lange termijn werkgeheugen een rol speelt bij het ontstaan van voordeel door expertise. Dit geheugen is een set van onderling verbonden items die nodig zijn voor het oplossen van het probleem en het afmaken van de taak. Expertisevoordeel gaat alleen op als de items op een gebruikelijke manier georganiseerd zijn. Als ze at random georganiseerd zijn scoren ze niet beter dan anderen. Gegevens die op een hiërarchische manier georganiseerd zijn, zijn makkelijker te onthouden, daarom zijn studieboeken ook altijd op een hiërarchische manier opgebouwd.

We kunnen ook visuele informatie opslaan in het lange termijn geheugen op een non-verbale manier. Visuele en verbale herinneringen vullen elkaar meestal aan. Als je verbale informatie ook visualiseert is het makkelijker deze te onthouden. Dit kan komen doordat visualisatie zorgt voor een aanvullend visueel geheugenspoor. Het kan een efficiënte manier zijn van chunking van verbale informatie en het kan nieuwe informatie koppelen aan al eerder opgeslagen informatie.

 

Hoe werkt consolidatie?

Amnesie heeft twee verschillende vormen. Anterograde amnesie is het verlies van het vermogen om lange termijnherinneringen te vormen na een ongeluk/ operatie. Retrograde amnesie is geheugenverlies van gebeurtenissen die gebeurd zijn voor het letsel. Hoe dichter (chronologisch gezien) een herinnering bij het tijdstip van het letsel ligt, hoe groter de kans dat de herinnering verloren gaat. Deze tijdsgebonden natuur van retrograde amnesie suggereert dat er twee vormen van herinneringen zijn, labiel en stabiel. Over tijd wordt de labiele vorm re-coded in een stabiele herinnering.

Consolidatie is het proces waarin labiele herinneringen worden omgevormd tot solide herinneringen. Vooral de labiele herinneringen zouden afhankelijk zijn van de hippocampus en de daarmee verbonden gebieden. We weten alleen niet hoe consolidatie plaats vindt. Waarschijnlijk omvat het zowel aanpassing van bestaande synaptische verbindingen als groei van nieuwe synaptische verbindingen. Zo heeft recent onderzoek met voornamelijk dieren aangetoond dat iedere keer wanneer een herinnering wordt opgehaald en toegepast, het neurale spoor voor die herinnering tijdelijk een nieuw labiel stadium ingaat, dat wil zeggen, een stadium waarin het kan worden aangepast. Afhankelijk van wat er gebeurt wanneer de herinnering wordt opgehaald, kan de betreffende herinnering versterkt, verzwakt of veranderd worden door de toevoeging van enkele nieuwe inhoud. Vanuit deze visie zijn lange termijn herinneringen dus niet statische, maar dynamische entiteiten die iedere keer wanneer ze gebruikt worden in zekere zin veranderen. Veel recente experimenten hebben aangetoond dat slapen kort na het leren helpt om nieuw opgedane herinneringen te consolideren, waardoor ze gemakkelijker terug te halen zijn en minder vatbaar voor ontwrichting zijn dan ze waren voor het slapen.

 

Hoe werken associaties?

Ons lange termijn geheugen bevat ontzettend veel informatie, daarom is het belangrijk dat we de informatie kunnen vinden die we op dat moment nodig hebben. Om informatie terug te kunnen halen, is het belangrijk te weten hoe de informatie geordend is. Informatie is georganiseerd in associaties. Als een bepaalde herinnering wordt geactiveerd door een stimulus, worden ook geassocieerde herinneringen geactiveerd. Een retrieval cue is een gedachte of een stimulus die een bepaalde herinnering makkelijker toegankelijk maakt. Aristoteles stelde een aantal principes van associatie op. Het principe van associatie door contiguïteit stelt dat sommige concepten met elkaar geassocieerd zijn doordat ze samen voorgekomen zijn in de eerdere ervaringen van de persoon. Het principe van associatie door gelijkheid (similarity) stelt dat items die een of meerdere kenmerken delen makkelijker worden geassocieerd in het geheugen.

De ideeën van Aristoteles over associatie hebben standgehouden: de meeste cognitief psychologen vandaag de dag gaan er van uit dat onze kennis opgeslagen ligt als een netwerk van associaties. Hoe sterker de mentale associatie tussen twee mentale concepten is, hoe makkelijker je het ene concept op kan halen als je het ander al in je hoofd hebt. Een spreidingsactivatie model gaat er van uit dat de activatie van een bepaald concept ook leidt tot activatie van daarmee geassocieerde concepten die daardoor makkelijker toegankelijk worden. Hoe meer mentale associaties je creëert voor een nieuw geleerd item, hoe makkelijker je het item later kunt ophalen. Dit is bijvoorbeeld waarom uitweidend herhalen het makkelijker maakt om items terug te halen.

 

Hoe kunnen herinneringen gekleurd worden?

Het geheugen is geen opnameapparaat waarop je gebeurtenissen kunt opnemen en vervolgens weer kunt afspelen. We draaien ervaringen niet zomaar weer af, we onthouden slechts delen en moeten vervolgens de rest van het verhaal construeren en herbouwen vanuit verschillende bronnen. Dit proces is belangrijk omdat we op die manier wijs kunnen worden uit de onvolledig opgeslagen informatie, maar het kan ook tot verstoringen leiden. Bartlett noemt mentale representaties van objecten, situaties of gebeurtenissen schema’s. Scripts zijn schema’s die handelen met de chronologische organisatie van gebeurtenissen. Schema’s helpen ons niet alleen om dingen en zaken te herkennen, maar ze beïnvloeden ook hoe we die dingen en zaken ons later herinneren.

Ook gebeurtenissen die volgen op een bepaalde ervaring, kan de herinnering van deze ervaring kleuren. Een voorbeeld hiervan is suggestie. In het geval van ooggetuigen van een misdaad kan suggestie grote gevolgen hebben, als gebeurtenissen gereconstrueerd worden op een manier die niet overeenkomt met de waarheid. Het komt voor dat ooggetuigen beïnvloed worden door agenten of anderen die met een onderzoek belast zijn om te zeggen dat ze iemand herkennen, terwijl ze er eigenlijk niet zeker van zijn, maar als je keer op keer iemand als schuldige aanwijst, ga je het na verloop van tijd zelf ook geloven. Onder hypnose zijn mensen erg beïnvloedbaar, daarom is het ook niet moeilijk om door middel van suggestie valse herinneringen te creëren onder hypnose. Sturende vragen zijn in staat om herinneringen van een gebeurtenis te beïnvloeden.

In de jaren ’80 waren er ineens veel rechtszaken van volwassenen die zich in therapie herinnerden dat ze in hun jeugd waren misbruikt en die de daders van dit misbruik alsnog achter slot en grendel wilden krijgen. In reactie hierop waren er veel ‘daders’, veelal de ouders, die therapeuten aanklaagden wegens het creëren van valse herinneringen in hun cliënten. Dit alles leidde weer tot veel onderzoek binnen de psychologie naar de invloeden die technieken als suggestie en aanmoediging hebben op cliënten. Suggestie, aanmoediging en verbeelding zijn ook technieken die gebruikt kunnen worden om valse jeugdherinneringen te creëren.

De belangrijkste oorzaak van het construeren van valse herinneringen is bronverwarring (source confusion). We kunnen ons een gebeurtenis nog wel herinneren, maar we kunnen ons niet meer herinneren of het echt gebeurd is, of dat iemand het ons verteld heeft of dat we het ons ingebeeld hebben. Oftewel, we kunnen ons de bron niet meer herinneren. Dit is vooral het geval bij herinneringen uit de jeugd. Sociale druk speelt ook een rol bij valse herinneringen.

 

Wat is het prospectief geheugen?

Het prospectief geheugen bestaat uit herinneringen over het doen van dingen in de toekomst. Het is een vorm van het episodisch geheugen, maar datgene wat is teruggehaald is niet het afgelopen, maar een toekomstige intentie. Onderzoekers onderscheiden twee soorten prospectief geheugen: gebeurtenis-gebaseerd prospectief geheugen en tijd-gebaseerd prospectief geheugen.

Gebeurtenis-gebaseerd prospectief geheugen houdt het herinneren van een bepaalde actie in wanneer iemand in aanraking komt met een bepaalde situatie, bijvoorbeeld het vertellen van een boodschap aan een vriend wanneer je hem ziet. Tijd-gebaseerd prospectief geheugen houdt het herinneren van het uitvoeren van een intentionele actie in na verloop van een bepaalde hoeveelheid tijd, bijvoorbeeld het antwoorden van een e-mail na tien minuten. Fouten in het prospectief geheugen is een typische klacht van oudere volwassenen wat serieuze consequenties met zich meebrengt op meerdere werkplekken.

Er bestaan drie fasen in het prospectief geheugen:

  1. het vormen van een intentie;

  2. het vasthouden van een intentie;

  3. het plaatsvinden van een ‘switch’ van een bepaalde taak naar het uitvoeren van de intentie.

Het prospectief geheugen vergt veel van de executieve functies, mensen moeten immers veel gebruik maken van hun planning vaardigheden.

Sommige onderzoekers benoemen het prospectief geheugen als mentaal tijdreizen, de mogelijkheid om te anticiperen op de toekomst en hiervoor te plannen. Deze mogelijkheid vereist een zelfkennende component waardoor individuen zichzelf kunnen representeren in de toekomst. Dit is waarom mensen zulk geheugen vaak benoemen als een episodische toekomst gedachte.

 

Bulletpoints

  • Geheugen wordt gedefinieerd als alle informatie in iemands hoofd (mind) en het vermogen om deze informatie op te slaan en op te halen. De cognitieve psychologie maakt veel gebruik van modellen, veel van deze modellen proberen niet om mentale processen op een neuraal niveau te verklaren. Het modal model of the mind is het meest invloedrijke model van het geheugen, onthoud echter dat het slechts een model is. Dit model stelt dat er drie soorten van geheugenopslag zijn met elk een eigen functie, een andere capaciteit en een verschillende duur

  • Geheugenopslag is niet alleen afhankelijk van de verschillende soorten opslag, maar ook van controleprocessen. De controleprocessen in het modal model of the mind zijn aandacht, encoding en terughalen (retrieval). Aandacht bepaalt welke informatie er van het sensorische geheugen in het werkgeheugen terechtkomt. Encoding zorgt ervoor dat bepaalde informatie van het werkgeheugen in het lange termijngeheugen wordt opgeslagen. Dit kan bewust of onbewust gebeuren. Terughalen komt is het ophalen van informatie vanuit het lange termijn geheugen naar het werkgeheugen. Dit is wat we in het dagelijkse leven herinneren noemen en kan ook zowel bewust al onbewust gebeuren.

  • Aandacht heeft twee concurrerende functies. Het concentreren op een taak en terwijl je dit doet niet afgeleid raken door stimuli in de omgeving. Het monitoren van stimuli in de omgeving die irrelevant zijn voor de taak zodat je gelijk je aandacht kan verschuiven op het moment dat er gevaar dreigt of er iets is dat voordeliger is dan de huidige taak.

  • Een van deze onbewuste effecten is primen. Dit is de activatie van eerder in het lange termijngeheugen opgeslagen informatie door sensorische input. Deze geactiveerde informatie wordt hierdoor toegankelijker en verandert de gedachtegang van de persoon. Voor primen hoeft het individu zich niet bewust te zijn van de prime stimulus. In het dagelijks leven vormt primen een belangrijke bron van informatie om wijs te worden van de contextuele informatie waar we niet op letten.

  • Het werkgeheugen is de plaats van bewuste gedachtegang en perceptie. Het werkgeheugen is wat we gebruiken om beslissingen te nemen, om aandacht te sturen enzovoorts. Baddeley stelt een model voor van het werkgeheugen waarin het werkgeheugen bestaat uit drie aparte, maar samenwerkende gedeeltes, namelijk de fonologische loop (voor verbale informatie), het visuospatiële sketchs pad (voor visuele en ruimtelijke informatie) en het centrale executieve systeem (voor het coördineren van mentale activiteiten en voor encoding en terughalen).

  • Tegenwoordig zien cognitieve psychologen het werkgeheugen niet als een geïsoleerd proces, maar als een deel van de zogenoemde executieve functies – relatief basale en algemeen doelgerichte informatieverwerkingsmechanismen die samen zeer belangrijk zijn voor planning, gereguleerd gedrag en de uitvoering van complexe cognitieve taken.

  • Expliciet geheugen (declaratief) is het soort geheugen dat de inhoud van bewuste gedachtegang voorziet en erg flexibel is. Er zijn twee soorten geheugen te onderscheiden. Episodisch geheugen is waar de herinneringen aan iemands eigen eerdere ervaringen liggen opgeslagen en heeft een hoge persoonlijke kwaliteit. Het semantische geheugen is waar woordbetekenissen en algemene kennis opgeslagen ligt. Dit zijn allemaal gegevens die je ook door ervaring verwerft, maar die niet mentaal verbonden zijn aan een bepaalde eerdere ervaring. Expliciet geheugen kan ook opgeroepen worden in een heel andere context dan de context waarin het geleerd is en is meer vrijwillig.

  • Impliciet geheugen (non-declaratief) is het soort geheugen dat niet in het bewustzijn komt en gaat meestal om vaardigheden. Impliciet geheugen is sterk verbonden aan de context waarin het geleerd is en is meer automatisch. Ook impliciet geheugen kan onderverdeeld worden. Onder klassieke conditioneringseffecten vallen geconditioneerde emotionele reacties. Primen is de impliciete activatie van concepten in het lange termijngeheugen zoals dat ook al eerder besproken is in dit hoofdstuk. Procedureel geheugen is het geheugen waarin motorische vaardigheden, gewoontes en tactieken liggen opgeslagen.

 

Tentamentickets

  • ezelsbruggetje voor episodisch geheugen: in episodisch zit het Engelse woord episode wat aflevering betekend. Het is dus het geheugen voor een aflevering uit je eigen verleden, een moment opname.
  • Het makkelijkste is om een klein schema op te stellen van welk soort geheugen waaronder valt een een korte definitie erbij neer te zetten.
  • Primen is een begrip wat nog veel vaker terug gaat komen in de psychologie. Dit wordt vaak in verschillende onderzoeken gebruikt en is dus belangrijk om te weten.

 

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: NaomiW (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2706
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector