Wat zijn de algemene principes van motivatie?
Motivatie wordt gedefinieerd als alle interne en externe factoren die ervoor zorgen dat een individu zich op een bepaald moment op een bepaalde manier gedraagt. Motivationele staat of drift (drive) verwijst naar een interne conditie die het individu naar een specifiek doel stuurt. Een incentive is een gewild object en wordt ook wel 'reinforcer', beloning of goal genoemd. Hoe sterker de drift, hoe aantrekkelijker een bepaald object kan worden (incentive waarde).
Wat is homeostase?
Homeostase is het in balans houden van het interne milieu van het lichaam. Zodra het lichaam uit balans gehaald wordt, zal het er alles aan doen om die balans terug te krijgen. Dit concept werd onderzocht door Walter B. Cannon. Dieren, en in mindere mate mensen, gedragen zich op een manier die er voor zorgt dat ze de homeostase kunnen behouden: als het lichaam vocht nodig heeft, zoekt het dier drinken, als het lichaam zout nodig heeft, zoekt het dier zoutrijk voedsel, enzovoorts. Diften komen dus vaak voort uit het behouden van de Homeostase, maar het kan niet elke drift verklaren.
De drift die helpt de homeostase in stand te houden noemen we regulatieve drift (regulatory drive). Niet-regulatieve driften (nonregulatory drives), zoals seks, dienen andere doelen. We kunnen grofweg vijf categorieën driften onderscheiden:
- Regulatieve drift (Regulatory drives): deze driften bevorderen de overleving door middel van homeostase.
- Veiligheidsdrift (Safety drives): driften die motiveren om te ontwijken, vluchten of het afweren van gevaren.
- Reproductieve drift (Reproductive drives): dieren zullen hun leven riskeren om voort te planten en hun jongen te beschermen.
- Sociale drift (Social drives): veel diersoorten hebben coöperatie nodig om te overleven en hebben hierdoor de drift om contact te zoeken en om geacepteerd te worden in groepen.
- Educatieve drift (Educative drives): driften om te spelen en te onderzoeken.
Wat voor rol speelt het brein bij driften.
Volgens de central-state theory of drives corresponderen verschillende soorten driften (drives) met neurale activiteit in verschillende neuronenverzamelingen in de hersenen. Een dergelijke verzameling neuronen waarin activiteit een drift constitueert, wordt een centraal driftensysteem (central drive system) genoemd. Hoewel het systeem voor verschillende driften ook verschillend hoort te zijn, kunnen er wel overlappede componenten zijn. Honger en seks zijn twee verschillende driften maar bij beide zie je een verhoogde alertheid.
Onderzoekers hebben aanwijzingen gevonden dat de hypothalamus het centrum voor drift systemen zou kunnen zijn, ook door zijn ideale ligging hiervoor. Om als centraal driftensysteem te kunnen dienen, moet een verzameling neuronen aan een aantal voorwaarden voldoen. Allereerst moet het verschillende signalen kunnen ontvangen en integreren die de drifttoestand kunnen verhogen of verlagen. Daarnaast moet een centraal driftensysteem kunnen reageren op alle neurale processen die betrokken zijn bij het uitdragen van het gemotiveerde gedrag.
Hoe ziet het beloningssysteem van de hersenen eruit?
Een beloning heeft drie verschillende maar gecorreleerde betekenissen:
- Het kan iets zijn van we leuk (like) vinden: een subjectief gevoel van voldoening of tevredenheid.
- iets wat we willen (want): het verlangen naar de beloning. Heeft de sterkste link met motivatie, om iets te willen moet je gemotiveerd zijn.
- iets wat als een reinforcer werkt bij het leren: het effect dat beloningen hebben in het promoten van leren.
De bundel van de mediale voorhersenen onderdeel van het beloningsysteem van de hersenen. De cellichamen van de neuronen liggen in de mediale voorhersenen en de synapsen in de nucleus accumbens. Deze hersengebieden raken geactiveerd elke keer dat het individu een beloning ontvangt. De meeste neuronen in deze gebieden scheiden dopamine af wat cruciaal lijkt te zijn voor het willen component, maar niet voor het leuk vinden van iets. Dopamine is ook belangrijk voor het leren gebruiken van cues over beloningen. Dit komt omdat dopamine LTP stimuleert in de verbindingen met de nucleus accumbens. Dopamine is alleen betrokken bij nieuw leren.
Sommige neuronen in het beloningssysteem scheiden endorfine af, het natuurlijk opiaat van de hersenen. Het heeft onder andere een pijnstillende werking, maar het is ook betrokken bij de ervaring van plezier. Endorfine is gecorreleerd met het leuk component van het beloningssysteem.
Hoe beïnvloed het beloningssysteem verslavingen?
Veel drugs werken op het beloningssysteem van de hersenen, door de effecten van dopamine en/ of endorfine te stimuleren of na te bootsen. Drugs zijn niet alleen verslavend omdat ze een gevoel van euphorie afgeven, maar belangrijker omdat ze de neuronen voor het op beloning gebasseerde systeem activeren. Een soort superleren van het verlangen naar drugs is het gevolg. Hierdoor onstaat een ongewoon sterk verlangen en gewoonte om drugs te nemen, die elke keer sterker wordt. Een zelfde soort drang zie je bij een gokverslaving. Het onvoorspelbare winnen (de beloning ) stimuleert de afgifte van dopamine waardoor en een superleren onstaat voor de "cues" en acties geassocieerd met gokken.
Hoe werkt eetlust?
Het gevoel van honger en verzadiging zijn mechanisme die ervoor zorgen dat het lichaam genoeg eten binnenkrijgt om te functioneren. Het menselijke honger controlesysteem maakt gebruik van feedback controle. Zowel genen als omgevingsinlvoeden spelen een grote rol bij het ontwikkelen van overgewicht.
Het centrum van het honger controlesysteem ligt in de arcuate nucleus (onder in de hypothalamus). Hier liggen twee soorten neuronen: eetlust stimulerende neuronen en eetlust onderdrukkende neuronen. Beide soorten neuronen gebruiken langzame transmitters zodat het effect van minuten tot uren kan duren.
Peptide YY is een eetlust onderdrukkend hormoon dat geproduceerd wordt in de dikke darm. Uit onderzoek blijkt dat het basisniveau van PYY hoger is bij slanke mensen dan bij mensen met overgewicht. Het zou dus best kunnen dat onvoldoende PYY productie bijdraagt aan overgewicht.
Vetcellen produceren het hormoon leptine wat werkt op de arcuate nucleus en de eetlust onderdrukt. Hoe meer vet in de cel, hoe meer leptine geproduceerd wordt. Als een individu niet (genoeg) leptine produceert, krijgt het individu overgewicht. Leptine-injecties werkt alleen om mensen af te laten vallen als ze een leptine tekort hebben. Bij veel mensen met overgewicht zijn de hersenen minder gevoelig of zelfs ongevoelig voor leptine geworden.
Eetlust wordt ook opgewekt door sensorische stimuli in de omgeving. Sensorisch-specifieke verzadiging houdt in dat wanneer een individu zich volgegeten heeft met één soort voedsel, dit individu een hernieuwde eetlust krijgt als hem ander voedsel, met een andere smaak, wordt voorgezet. Het komt er op neer dat je meer eet als je meerdere soorten voedsel tot je beschikking hebt.
Wat zijn problemen van Obesitas?
Natuurlijke selectie heeft ons uitgerust met een mechanisme om gewichtsverlies tegen te gaan in de tijd van voedselschaarste, maar niet met een mechanisme om gewichtstoename tegen te gaan in de tijd dat er voedsel in overvloed is. Dat is vanuit evolutionair oogpunt te verlaren omdat schaarste vaker voorkwam dan overvloed en voor meer sterfgevallen zorgde. BMI (body mass index) wordt berekend door het lichaamsgewicht in kilogram te delen door de lichaamslengte in het kwadraat. Een BMI van 25 of meer staat voor overgewicht en een BMI van 30 of meer staat voor zwaarlijvig (obese).
Obesitas wordt in Westerse culturen vooral bepaald door genen, maar als je kijkt naar de verschillende culturen kan je ook verschillen in de omgeving zien die bijdragen aan obesitas. Zowel het verschil in dieet in een volwassene en een prenatale baby kunnen invloed hebben op de kans op obesitas.
Een makkelijke oplossing voor obesitas lijkt dieten. Hier komen alleen ook veel problemen bij kijken. Naast dat het lastig is om vet kwijt te raken (mede door hongergevoel) kan verminderde voedselinname ook je basale metabolisme vertragen waardoor eten wat je binnekrijgt sneller omgezet wordt in vetten. Een beter oplossing is regelmatig bewegen aangezien dit caloriën verbrandm, maar ook spiermassa opbouwt zodat je in rust ook meer caloriën verbrand.
Wat gebeurd er tijdens slaap?
Slaap lijkt een regulatieve drang te zijn, behalve dat niet duidelijk is wat er gereguleerd wordt. Slaperigheid is niet alleen afhankelijk van hoeveel iemand daarvoor geslapen heeft, maar ook van de tijd van de dag, ofwel onze biologische klok. Tijdens de slaap reageert een individu bijna niet op de omgeving. De beste index van slaap komt van de EEG. Bij een relaxte, maar wakkere staat vertoont de EEG alpha-golven. Bij een wakkere, alerte staat vertoont de EEG beta-golven. Naarmate je dieper in slaap valt vertoont het brein meet delta-golven.
Slaap bestaat uit vier verschillende fasen. fase 1 is een overgangsperiode, het moment dat je in slaap valt. In fase twee tot en met vier val je steeds dieper in slaap en worden ook wel niet-REM slaap genoemd. Vanuit fase 4 ga je terug naar fase 3, naar fase 2 en van daar uit ga je over in de REM (rapid eye movement) slaap. Tijdens de REM-fase komt de EEG overeen met dat van een wakker persoon, maar de spieren zijn meer ontspannen dan in welke andere fase van de slaap ook. Per nacht maak je ongeveer 4 of 5 slaapcyclussen door, elke slaapcyclus duurt ongeveer 90 minuten. Hoe meer cyclussen iemand doormaakt op een nacht, hoe langer de REM-slaap ten opzichte van de niet-REM slaap.
Tijdens de REM-fase zijn de dromen levendig en echt en worden ook wel echte dromen (true dreams) genoemd. In de niet-REM slaap droom je niet echt maar heb je meer slaap gedachten (sleep thoughts). Iets wat beide droom soorten overeenkomstig hebben is dat ze snel vergeten worden nadat de persoon wakker wordt. Dit zorgt ervoor dat we niet duizenden bizarre en verwarrende gedachten opslaan.
Wat zijn verschillende theorieën over slapen?
Er zijn verschillende theorieën over de functie van slaap. Een bekende theorie is de theorie van preservation and protection theory (behouden en beschermen). Deze theorie stelt dat slaap bedoeld is als bescherming tijdens de minst waardevolle en meest gevaarlijke uren van de dag en ter behoud van energie. Argumenten voor deze theorie komen voort uit de variatie in slaapgewoonte tussen soorten, afhankelijk verschillende variabelen (soort eten, prooi of jager enz.) hebben ze verschillende duur van slaap. Een ander argument is dat bijvoobeeld dieren die niet afhankelijk zijn van zicht juist 's avonds jagen en wakker zijn. Volgens deze theorie is alles dus terug te brengen op behouden en beschermen.
De lichaamshersteltheorie stelt dat het lichaam uitgeput raakt van de dag en het daarom slaap nodig heeft om weer te herstellen. Een argument hiervoor is de observatie dat tijdens slaap je lichaam rust en herstelt. Als je te lang niet slaapt, breekt je lichaam af.
De theorie van hersenonderhoud stelt dat er consolidatie van herinneringen plaatsvind tijdens de REM-slaap. Verschillende neuronen worden zo actief gehouden om te voorkomen dat de synapsen degenereren. Volgens sommige slaaponderzoekers zijn de hersenen in de REM-slaap ideaal voor het consolideren van de effecten van nieuw leren, voornamelijk bij het leren van perceptuele, motorische vaardigheden.
Of dromen een functie heeft is niet precies bekend, sommige onderzoekers stellen dat dromen een bijwerking is van de fysiologische veranderingen tijdens de REM-slaap. Tijdens het dromen is het mogelijk dat er ideeën en zorgen boven komen die de persoon overdag opzettelijk onderdrukt.
Niet bij iedereen is de slaapdrang even sterk. Zo slapen nonsomniacs nauwelijks, terwijl ze zich overdag niet moe voelen. De meeste mensen hebben ongeveer 8 uur slaap per nacht nodig om zich uitgerust te voelen. Mensen met insomnia hebben een normale slaapdrang, maar hebben moeite met slapen ’s nachts en voelen zich overdag steeds moe. Slaperigheid leidt tot een verminderde concentratie en beoordeling en kan hierdoor gevaarlijk zijn.
Tegenwoordig weten we dat slaperigheid actief gestimuleerd wordt door neurale mechanismen in de hypothalamus en de daarmee verbonden gebieden. De 24-uurs slaapcyclus blijft bestaan, zelfs als het individu in een kunstmatig tijdsvrije omgeving wordt geplaatst. Het circadiaane ritme is elke cyclische verandering in de fysiologie en in het gedrag van een individu dat ongeveer 24 uur, dus een dag, in beslag neemt, zonder dat er externe tijdsaanduidingen zijn. De biologische klok van het circadiaans ritme van slaap is gevestigd in de suprachiasmatische nucleus van de hypothalamus, ook de circadiaanse ritmes van lichaamstemperatuur en voor de afscheiding van bepaalde hormonen bevinden zich hier. Licht synchroniseerd de interne klok met de licht donker cyclus. Door blootstellling aan kunstlicht kan het slaap-waakritme aangepast worden. Een tract neuronen van de retina naar de suprachiasmatische nucleus geeft veranderingen in het licht door aan de hersenen.
Wat is de waarde van emotie?
Een emotie is een subjectief gevoel dat gericht is op een bepaald object. Het object kan alles zijn dat belangrijk is voor de persoon. Het gevoel dat bij de emotie komt kijken wordt door sommige psychologen ook wel affect genoemd. Dit gevoel heeft twee dimensies: plezierig/onplezierig en activatie/deactivatie (mentale en lichamelijke alertheid). Een stemming is een emotioneel gevoel dat niet aan een object gekoppeld is. Een stemming houdt meestal langer aan dan een emotie: het kan uren, maar zelfs dagen of weken aanhouden. Iemands stemming heeft grote invloed op de manier waarop iemand dingen ziet en hoe iemand zich gedraagt.
Hoeveel emoties er zijn kan niet gezegt worden, maar Rober Plutchik heeft een model opgesteld met 4 paren van 8 tegengestelde emoties. acceptatie tegenover walging, verrassing versus verwachting, vreugde versus verdriet en angst tegenover woede. Zijn kijk was dat je door deze emoties te mengen alle bestaande emoties kunnen ontstaan.
Darwin dacht dat emoties universeel zijn en een soortspecifieke adaptieve functie hebben, weerspiegeld in gelaatsuitdrukkingen. Op basis van gelaatsuitdrukkingen identificeerde hij zes basisemoties: verrassing, woede, verdriet, walging, angst en vreugde. Het idee dat basisemoties aangeboren zijn en leiden tot bepaalde gelaats- en lichaamskenmerken wordt ook wel de discrete emotietheorie genoemd. Het is een verlengstuk van het functionalistisch gedachtegoed van Darwin.
Emoties hebben verschillende componenten. Een uiterlijke emotionele reactie betekent niet altijd dat de persoon daadwerkelijk deze emotie voelt. Zo kan een persoon een heel andere emotie laten zien dan de daadwerkelijke emotie die hij op dat moment heeft. Dit vergt een groot vermogen om emoties te kunnen reguleren. Bovendien is het zo dat we emoties van mensen niet alleen kunnen herkennen aan hun gezicht, maar ook aan hun stem of lichaamstaal. Ten slotte zijn emoties niet onafhankelijk van cognities.
Emoties hebben een adaptieve waarde. Het lijkt erop dat emoties ons motiveren om ons op een bepaalde manier te gedragen. Emoties geven ons het vermogen onze bedoelingen en behoeften duidelijk te maken aan anderen. Veel emoties gaan gepaard met lichamelijke veranderingen, zoals verandering in hartslag en bloeddruk. Deze veranderingen bereiden het lichaam voor op mogelijke actie.
Wat voor effecten hebben emoties op het lichaam?
William James (1890/1950) stelt dat emotionele gevoelens het gevolg zijn van de sensaties van de lichamelijke verandering. In zijn theorie komt de emotie voort vanuit de lichamelijke verandering. In reactie op de een vecht vlucht reactie (verhoogde harstlag enz.) voel je de emotie angst.
Schachters theorie van emotie is een variatie op de theorie van James. Hij stelt dat het emotionele gevoel niet alleen afhangt van sensorische feedback van de reactie van het lichaam, maar ook van iemands cognities over de stimulus die de reactie uitlokt. Hij stelt dat de cognities het type emotie beïnvloedt en dat de sensorische feedback van het lichaam de intensiteit van de emotie beïnvloedt.
Ekman stelt dat sensorische feedback van gezichtsuitdrukkingen bijdraagt aan emotionele gevoelens en de reactie van het hele lichaam. Uit onderzoek blijkt dat dit ook werkt bij geforceerde gezichtsuitdrukkingen.
Hoe werkt emotie in de hersenen?
De amygdala ontvangt informatie van alle sensorische systemen in het lichaam en beoordeelt dan snel en onbewust zodat die bijbehorende lichamelijke reacties in gang kan zetten. De amygdala is onderdeel van het limbische systeem en functioneert als een soort waarschuwingssysteem. Er zijn twee routes van de ogen naar de amygdala. De snelle, onnauwkeurige route, ook wel de subcorticale route genoemd. Deze route analyseert informatie al voor deze door de sensorische gebieden in de cortex verwerkt is. De tweede route is de corticale route, welke wat langzamer en gedetailleerder is dan de subcorticale route. De corticale route analyseert informatie die door de cerebrale cortex verwerkt is. De amygdala is meer betrokken bij negatieve emoties dan bij positieve emoties. De prefrontale cortex is belangrijk voor de bewuste ervaring van emoties en voor het vermogen om op een weloverwogen manier te kunnen reageren op emoties.
De prefrontale cortex is nauw verbonden met de amygdala en de somatosensorische cortex. Tegenovergesteld aan de amygdala vindt hier de volle bewuste ervaring van de emotie plaats. De rechter prefrontale cortex lijkt meer betrokken bij negatieve emoties en je terugtrekken (withdrawel) van de stimulus, de linker bij positieve emoties en het benaderen (approach) van de stimulus.
Bulletpoints
Motivatie wordt gedefinieerd als alle interne en externe factoren die ervoor zorgen dat een individu zich op een bepaald moment op een bepaalde manier gedraagt. Motivationele staat of drift (drive) verwijst naar een interne conditie die het individu naar een specifiek doel stuurt. Een incentive is een gewild object en wordt ook wel 'reinforcer', beloning of goal genoemd. Hoe sterker de drift, hoe aantrekkelijker een bepaald object kan worden (incentive waarde).
De drift die helpt de homeostase in stand te houden noemen we regulatieve drift (regulatory drive). Niet-regulatieve driften (nonregulatory drives), zoals seks, dienen andere doelen.
De bundel van de mediale voorhersenen onderdeel van het beloningsysteem van de hersenen. De cellichamen van de neuronen liggen in de mediale voorhersenen en de synapsen in de nucleus accumbens. Deze hersengebieden raken geactiveerd elke keer dat het individu een beloning ontvangt. De meeste neuronen in deze gebieden scheiden dopamine af wat cruciaal lijkt te zijn voor het willen component, maar niet voor het leuk vinden van iets. Dopamine is ook belangrijk voor het leren gebruiken van cues over beloningen. Dit komt omdat dopamine LTP stimuleert in de verbindingen met de nucleus accumbens. Dopamine is alleen betrokken bij nieuw leren.
Slaap lijkt een regulatieve drang te zijn, behalve dat niet duidelijk is wat er gereguleerd wordt. Slaperigheid is niet alleen afhankelijk van hoeveel iemand daarvoor geslapen heeft, maar ook van de tijd van de dag, ofwel onze biologische klok. Tijdens de slaap reageert een individu bijna niet op de omgeving. De beste index van slaap komt van de EEG. Bij een relaxte, maar wakkere staat vertoont de EEG alpha-golven. Bij een wakkere, alerte staat vertoont de EEG beta-golven. Naarmate je dieper in slaap valt vertoont het brein meet delta-golven.
Een emotie is een subjectief gevoel dat gericht is op een bepaald object. Het object kan alles zijn dat belangrijk is voor de persoon. Het gevoel dat bij de emotie komt kijken wordt door sommige psychologen ook wel affect genoemd. Dit gevoel heeft twee dimensies: plezierig/onplezierig en activatie/deactivatie (mentale en lichamelijke alertheid). Een stemming is een emotioneel gevoel dat niet aan een object gekoppeld is. Een stemming houdt meestal langer aan dan een emotie: het kan uren, maar zelfs dagen of weken aanhouden. Iemands stemming heeft grote invloed op de manier waarop iemand dingen ziet en hoe iemand zich gedraagt.
Tentamentickets
- Eigenlijk zijn we altijd op zoek naar balans. Zowel biologisch (homeostase) als mentaal (als je gestrest bent ga je opzoek naar rust enz.)
- Effect en affect zijn twee hele verschillende dingen. Affect heeft met gevoelens te maken die je ergens bij hebt en effect is de uitwerking die iets heeft.