Europees Recht - RUG - Oefententamen 2012/2013 (2)

Vragen bij oefententamen

Open Vraag 1

Week 5, HC10, HVII paragraaf 3.

Het zakelijk instinct van Marietje en Stomka is nog steeds niet uitgeput en ze besluiten samen om scooters te gaan verkopen. Deze scooters zijn bijzonder populair in die lidstaten met een grote populatie van jongere mensen. Stomka laat de Scooters maken in Bangladesh en importeert de scooters vervolgens in lidstaat Polsika, waar deze scooters legaal verhandeld kunnen worden. Vanuit die lidstaat worden de scooters over de verschillende andere lidstaten gedistribueerd. In een lidstaat Scootsie vindt de distributie plaats via een online winkel die is geregistreerd in Scootsie en wordt geleid door Marietje vanuit Hamsterdam, de hoofdstad van Scootsie, en waar de online winkel ook een winkel heeft.

Marietje en Stomka verkopen veel scooters via de online winkel. Als de politie langskomt om een overtreding van een nieuwe Wet op de verkeersveiligheid van scooters te constateren blijkt dit succes van korte duur te zijn.

Deze Wet vereist dat deze scooters worden verkocht in niet-online winkels in combinatie met afdoende training voor de bestuurders van de scooters. Het is overduidelijk voor het Openbaar Ministerie dat de verkoop van scooters via het internet nooit kan voorzien in voldoende training voor de bestuurder. Ten overstaan van de strafrechter beroept Marietje zich op het Werkingsverdrag. In antwoord hierop geeft het Openbaar Ministerie aan dat Bengalese scooters niet onder dit Verdrag vallen omdat de scooters zijn geproduceerd buiten de Europese Unie.

Hoe zou volgens u de rechter moeten oordelen over de argumenten van het Openbaar Ministerie en de argumenten van Marietje gelet op het EU recht?

Open Vraag 2

Week 5, HC10, HVII paragraaf 3.3.1 en 3.5.

De regering van Scootsie is nog steeds bezorgd over de veiligheid van scooters en de regering neemt een nieuwe wet aan die een rijbewijs voor bestuurders van scooters verplicht stelt. Bovendien mogen dergelijke scooters in de bebouwde kom alleen op fietspaden worden gebruikt. Deze regels volgen op wetenschappelijk onderzoek van de incidenten met scooters dat laat zien dat de mensen met een vrijwillig rijbewijs 76% minder kans hebben om bij een ongeluk betrokken te zijn. Ditzelfde onderzoek toont tevens aan dat de overgrote meerderheid van ongelukken met scooters plaatsvindt buiten de fietspaden.

Beredeneer uw mening betreft de verenigbaarheid van deze maatregelen met het Europees recht.

Open Vraag 3

Week 7, HC13, HVIII paragraaf 2.

Scooters moeten regelmatig worden onderhouden door een erkende scootermaker. Het merendeel van de scootermakers is aangesloten bij de Vereniging van Scootermakers en Reparateurs (VSR). Stomka is echter geen lid van deze vereniging. Tijdens de algemene leden vergadering van de VSR is besloten dat er een lijst komt met scooters die niet langer worden onderhouden. De scooters die Stomka verkoopt staan op de zwarte lijst en worden aldus niet onderhouden. Uit de notulen blijkt dat dit besluit is genomen om Stomka van de markt te drukken omdat zij haar scooters aanzienlijk goedkoper verkoopt dan de leden van de VSR.

Wat kan Stomka op basis van het Europees Recht doen tegen deze situatie?

 

Antwoordsuggesties bij oefententamen

Open Vraag 1

Week 5, HC10, HVII paragraaf 3.

Het beroep van Stomka op het Werkingsverdrag moet zien op de fundamentele vrijheid die van toepassing is op haar zaak. Dit is het vrije verkeer van goederen, omdat zij door de regels wordt belemmerd in de mogelijkheid om scooters, stoffelijke goederen, over de grens te importeren. Deze belemmering vloeit voort uit een wet die in de weg zou staan aan internetverkoop, en regelt daarmee een verkoopmodaliteit, zie de zaak Familiapress. Of de verkoopmodaliteit ook onder het verbod van artikel 34 VWEU valt, hangt af van het feit of deze voldoet aan de vereisten uit de zaak Keck en Gourmet. Stomka kan zich op artikel 34 beroepen omdat deze bepaling rechtstreekse werking heeft.

Wat betreft het argument van het Openbaar Ministerie is onhoudbaar gelet op artikel 28 lid 2 jo. Artikel 29 VWEU. Als de scooters legaal kunnen worden verhandeld in een andere lidstaat dan bevinden ze zich in het vrije verkeer en geldt artikel 34 VWEU evenzeer.

Open Vraag 2

Week 5, HC10, HVII paragraaf 3.3.1 en 3.5.

Deze maatregelen betreffen de verenigbaarheid met het Europees recht en het gebruik van een goed dit hangt dus in eerste instantie af van het antwoord op de vraag of dit wel een maatregel van gelijke werking zou opleveren, gelet op het arrest Mickelsson & Roos. Over het inherente en kenmerkende gebruik van een scooter moet u uw mening geven en of dit ook wordt ingeperkt op een wijze die aanmerkelijke invloed kan hebben op de vraag naar scooters. U dient hier in te gaan op beide regels namelijk het gebruik van uitsluitend fietspaden en het verplichte rijbewijs. Als u tot de conclusie komt dat de maatregel een belemmering oplevert dan dient u de rechtvaardiging op grond van Cassis en artikel 36 VWEU te onderzoeken. Dat de verkeersveiligheid een dwingend vereiste oplevert, moge duidelijk zijn, betreft de zaak Italiaanse scooteraanhangers. De daadwerkelijke vraag in casu is of de maatregel evenredig en noodzakelijk is, hierover dient u een beredeneerde mening te geven.

Open Vraag 3

Week 7, HC13, HVIII paragraaf 2.

Door het besluit van de VSR dat wellicht als een besluit van een ondernemingsvereniging conform artikel 101 VWEU kan worden aangemerkt wordt Stomka van de markt gedrukt. Het verkopen en repareren van scooters is een economische activiteit waardoor de leden van de VSR ondernemingen zijn. De VSR is daarmee een ondernemersvereniging. Het besluit van de VSR strekt ertoe om Stomka (een concurrente) van de markt te drukken omdat zij haar scooters goedkoper aanbiedt. Het verdwijnen van Stomka van de markt zal zodoende een naar boven gericht effect hebben op de prijzen en kan daardoor aangemerkt worden als het zijdelings vaststellen van de verkoopprijzen. Op grond hiervan kan worden gesteld dat het besluit ertoe strekt de mededinging te beperken. Omdat het merendeel van de scooterverkopers is aangesloten bij de VSR zal het besluit een invloed hebben op de handel tussen de lidstaten, VCH, zodat artikel 101 lid 1 VWEU van toepassing is. Het besluit valt dus onder de nietigheidssanctie van artikel 101 lid 2.VWEU. Beide leden van het artikel zijn voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk zodat Stomka zich hierop kan beroepen bij de bevoegde nationale rechter. Daarnaast kan Stomka klagen bij de Commissie, die bevoegd is op grond van artikel 105 VWEU.

Meer TentamenTests - Vraag 4 t/m 9 (Exclusief voor wie volledige online toegang heeft) 

Exclusive section of this page (for members with extra services and online access)

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help
Share: this page!
Follow: Law Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2733
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector