Begrippenlijst bij Psychology van Gray en Bjorklund - 8e druk

Wat is psychologie? - Begrippenlijst 1

  • Psychologie: de wetenschap van gedrag en de geest.

  • Gedrag: de waarneembare acties van soorten.

  • Geest: iemands gewaarwordingen, percepties, herinneringen, gedachten, dromen, motieven, emoties en andere subjectieve ervaringen.

  • Wetenschap: het proberen om vragen te beantwoorden door systematische verzameling en logische analyse van data.

  • Dualisme: opvatting dat mensen bestaan uit een materieel lichaam en een immateriële ziel.

  • Materialisme: overtuiging dat de ziel betekenisloos is en alles bestaat uit materie en energie.

  • Reflexen: basisopstelling van het zenuwstelsel; automatische reacties op prikkels.

  • Locatie van functie: het idee dat specifieke hersengebieden verantwoordelijk zijn voor specifieke functies.

  • Empirisme: de overtuiging dat kennis en gedachten voortkomen uit zintuiglijke ervaringen.

  • Tabula rasa: de gedachte dat kinderen worden geboren als een onbeschreven blad.

  • Wet van associatie door contiguïteit: idee dat ervaringen die kort na elkaar optreden aan elkaar gekoppeld worden.

  • Nativisme: overtuiging dat bepaalde kennis aangeboren is.

  • A priori kennis: kennis die aangeboren is.

  • A posteriori kennis: kennis die voortkomt uit ervaring.

Onderzoeksmethoden - Begrippenlijst 2

  • Onderzoek: een systematische manier om antwoorden te verkrijgen op vragen.

  • Observatie: het verzamelen van objectieve gegevens.

  • Theorie: een idee of model dat verklaart wat wordt geobserveerd.

  • Hypothese: een voorspelling over wat zal gebeuren onder bepaalde omstandigheden.

  • Onafhankelijke variabele: de variabele die wordt gemanipuleerd.

  • Afhankelijke variabele: de variabele die wordt gemeten.

  • Experimenteel onderzoek: onderzoek waarbij een variabele wordt gemanipuleerd en andere constant worden gehouden.

  • Correlationeel onderzoek: onderzoek waarbij gekeken wordt naar relaties tussen variabelen zonder manipulatie.

  • Beschrijvend onderzoek: onderzoek gericht op het beschrijven van gedrag zonder te zoeken naar oorzaken.

  • Bias: systematische fout in het verzamelen of interpreteren van data.

  • Blind onderzoek: onderzoek waarbij deelnemers of onderzoekers niet weten in welke groep iemand zit.

  • Replicatie: herhaling van een onderzoek om de betrouwbaarheid te testen.

  • Betrouwbaarheid: de mate waarin een meetinstrument consistente resultaten oplevert.

  • Validiteit: de mate waarin een meetinstrument meet wat het beoogt te meten.

Onderzoeksethiek - Begrippenlijst 3

  • Ethiek: het geheel aan normen en waarden over wat goed onderzoek is.

  • Informed consent: toestemming die gebaseerd is op volledige informatie over het onderzoek.

  • Vertrouwelijkheid: de belofte dat persoonlijke informatie van deelnemers privé blijft.

  • Deception: misleiding in onderzoek, alleen toegestaan als het essentieel is.

  • Debriefing: nabespreking waarin deelnemers geïnformeerd worden over het ware doel van het onderzoek.

  • IRB (Institutional Review Board): commissie die onderzoeksvoorstellen beoordeelt op ethiek.

Genetica en evolutie - Begrippenlijst 4

  • Gen: een eenheid van erfelijk materiaal in DNA die bijdraagt aan gedrag en mentale processen.

  • Chromosoom: structuur in de celkern die genen bevat.

  • Fenotype: observeerbare eigenschappen van een organisme.

  • Genotype: genetische opmaak van een organisme.

  • Allelen: verschillende vormen van een gen.

  • Homozygoot: gelijke allelen op een locus.

  • Heterozygoot: verschillende allelen op een locus.

  • Mutatie: spontane verandering in genetisch materiaal.

  • Natuurlijke selectie: proces waarbij eigenschappen die bijdragen aan overleving en voortplanting worden doorgegeven.

  • Adaptatie: een erfelijke eigenschap die helpt bij overleven en voortplanting.

De neurale basis van gedrag - Begrippenlijst 5

  • Neuronen: cellen die gespecialiseerd zijn in communicatie binnen het zenuwstelsel.

  • Synaps: contactpunt tussen twee neuronen.

  • Actiepotentiaal: elektrische impuls die informatie overbrengt binnen een neuron.

  • Neurotransmitter: chemische stof die signalen tussen neuronen doorgeeft.

  • Myelineschede: isolerende laag rond een axon die snelheid van impulsgeleiding verhoogt.

  • Receptor: structuur op postsynaptische cel die neurotransmitters ontvangt.

  • Excitatie: verhoogde kans op vuren van een neuron.

  • Inhibitie: verlaagde kans op vuren van een neuron.

Sensorische processen - Begrippenlijst 6

  • Sensorische neuronen: neuronen die informatie van zintuigen naar het centrale zenuwstelsel sturen.

  • Transductie: het proces waarbij fysieke energie wordt omgezet in neurale signalen.

  • Sensorisch coderen: het proces waarbij kenmerken van stimuli worden omgezet in patronen van neurale activiteit.

  • Adaptatie: afname van gevoeligheid na langdurige blootstelling aan een stimulus.

  • Absolute drempel: de minimale intensiteit die nodig is om een stimulus waar te nemen.

  • Verschil drempel: het kleinste verschil tussen twee stimuli dat nog waarneembaar is.

  • Webers wet: het principe dat de verschil drempel een constante verhouding is van de oorspronkelijke stimulus.

De chemische zintuigen: geur en smaak - Begrippenlijst 7

  • Olfactorisch systeem: het zintuiglijke systeem voor geur.

  • Gustatie: het zintuig van smaak.

  • Smaakpapillen: structuren op de tong die smaakreceptoren bevatten.

  • Smaakreceptorcellen: gespecialiseerde cellen die reageren op smaakstoffen.

  • Feromonen: chemische signalen die communicatie tussen individuen van een soort mogelijk maken.

Pijn - Begrippenlijst 8

  • Nociceptie: de neurale processen van pijnwaarneming.

  • Endorfines: lichaamseigen stoffen die pijn verminderen.

  • Pijnmodulatie: het proces waarbij pijnsignalen versterkt of verzwakt worden.

  • Plaatsvervangende pijn: pijn die gevoeld wordt op een andere plek dan waar de oorzaak ligt.

Zien - Begrippenlijst 9

  • Netvlies (retina): het lichtgevoelige oppervlak achter in het oog waar transductie plaatsvindt.

  • Staafjes: lichtgevoelige cellen in het netvlies die zwart-wit waarnemen bij weinig licht.

  • Kegeltjes: cellen in het netvlies verantwoordelijk voor kleurenzicht en scherpte.

  • Fovea: het centrale punt van de retina met de hoogste concentratie kegeltjes.

  • Optische zenuw: bundel axonen die visuele informatie van het oog naar de hersenen vervoert.

  • Visuele cortex: hersengebied waar visuele informatie wordt verwerkt.

Horen en evenwicht - Begrippenlijst 10

  • Cochlea: het slakkenhuis in het binnenoor waar geluidsgolven worden omgezet in neurale signalen.

  • Haarcellen: receptoren in het binnenoor die trillingen omzetten in elektrische signalen.

  • Basilaire membraan: structuur in de cochlea die trilt als reactie op geluidsgolven.

  • Auditieve cortex: hersengebied waar geluid wordt verwerkt.

  • Vestibulair systeem: systeem in het binnenoor dat informatie geeft over balans en beweging.

Meer Begrippenlijsten - 11 t/m 20 (Exclusief voor wie volledige online toegang heeft)

  • Ben je aangesloten bij JoHo, log dan in en lees hieronder verder voor begrippenlijsten bij de volgende onderwerpen: Perceptie, Bewustzijn, Leren, Geheugen, Denken en intelligentie, Motivatie en emotie, Ontwikkeling, Persoonlijkheid, Psychische stoornissen en Therapie en behandeling
  • Nog niet aangesloten, sluit je dan eerst hier aan.
Exclusive section of this page (for members with extra services and online access)

Image

Access: 
Public

Image

Check more: this content refers to
Psychology and behavorial sciences - Theme
Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
473
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector