HC28: Bouw ademstelsel, klinische aspecten
Algemene informatie
- Welke onderwerpen worden behandeld in het hoorcollege?
- In dit college wordt de medische beeldvorming van het ademhalingsstelsel aan de hand van een paar klinische voorbeelden besproken
- Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?
- Alle onderwerpen in dit college worden ook behandeld in de literatuur
- Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?
- Er zijn geen recente ontwikkelingen besproken
- Welke opmerkingen worden er tijdens het college gedaan door de docent met betrekking tot het tentamen?
- Er zijn geen opmerkingen over het tentamen gemaakt
- Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen?
- Er zijn geen mogelijke vragen behandeld
Thoraxfoto
Op een echo zijn de longen niet goed weer te geven:
- De long bevat (normaal gesproken) vooral lucht
- De contouren van de long zijn wel zichtbaar
Bij pneumonie is er op een echo- en thoraxfoto meer wit aanwezig. Dit komt door de aanwezigheid van veel slijm.
Een thoraxfoto wordt gemaakt alsof de patiënt naar de arts kijkt. Het is van klinisch belang om de longen te kunnen lokaliseren:
- Ventraal liggen de boven- en middenkwab
- Dorsaal licht de onderkwab
- De ondergrens van de long is in rust de 6e rib
- Hieronder ligt nog de pleura
Inademing
Bij inademing vinden een aantal processen plaats:
- De druk in de pleuraholte wordt sterker negatief → de long wordt hiernaartoe gezogen
- Het diafragma beweegt naar beneden → de longen kunnen zich vullen en groter worden
- De ribben bewegen zich omhoog → de longen kunnen zich vullen
- De externe tussenribspieren zorgen voor inspiratie
- De interne tussenribspieren zorgen voor expiratie
- Expiratie gebeurt meestal passief
Om dit mogelijk te maken moet de long elastische eigenschappen hebben: de longen bestaan uit een groot elastisch netwerk.
Pneumothorax
Bij een pneumothorax is het mogelijk om de elasticiteit van zowel de long als de thorax waar te nemen. De long en thorax bevinden zich in rustpositie → de thorax is uiteengezet (breder) en de long kleiner → het rustvolume van de thorax is groot, het rustvolume van de long is klein. Er zijn tegengestelde krachten die elkaar evenwicht brengen: de long wil naar binnen trekken en de thoraxwand wil naar buiten trekken. Hierdoor ontstaat een klein beetje negatieve druk.
Bij pneumothorax is dit maar aan één kant aanwezig. Een klaplong op een aantal manieren herkend worden:
- Verhoogd middenrif
- Meer mediastinum aan de kant van de klaplong
- Verder uit-elkaar-staande ribben aan de kant van de gezonde long → de gezonde long probeert de compenseren voor de klaplong
Longkwabben
De long bestaat uit kwabben die door fissuren van elkaar zijn gescheiden. De 10 longsegmenten zijn door septa van elkaar gescheiden → heirdoor is er geen lucht- en bloeduitwisseling tussen de segmenten mogelijk.
Acinus
Een acinus is een groepje alveoli die door een beperkt aantal luchtwegen en kleine bloedvaten wordt voorzien. Een acinus is een functionele eenheid → opereert zelfstandig, er vindt geen communicatie plaats. Hierbij kunnen enkele problemen optreden:
- Shunt: er is een vernauwing → er kan geen gasuitwisseling plaatsvinden
- Zuurstofarm bloed gaat naar de linkerharthelft
- Dode ruimte: kan ontstaan door longembolie (stolsel dat vastraakt)
- Er vindt wel ventilatie, maar geen gaswisseling plaats
Arteria bronchialis
De grotere luchtwegen worden door de arteria bronchialis van bloed voorzien. Veneuze afvoer vindt plaats via de vena pulmonalis. In de periferie fuseert de arteria bronchialis met de vena pulmonalis → er ontstaat een arterioveneuze shunt → zuurstofrijk bloed wordt met zuurstofarm bloed gemengd. Er ontstaat een A-a (alveolair-arterieel) gradiënt voor zuurstof. De functie hiervan is onbekend.
Als de arteria bronchialis gaat verdikken en gaat communiceren met de bronchiaalboom kan een spatader (hemoptoë) ontstaan.
Anatomie en beeldvorming
Er zijn verschillende manieren om de longen in beeld te brengen:
- Thoraxfoto
- Geeft een duidelijk beeld van de anatomie van de longen en het mediastinum
- CT-scan
- Geeft een zeer duidelijk beeld
- Wordt vanaf de voeten van de patiënt genomen
- Echo
- Zwart beeld
- Gebaseerd op vocht
- Lucht veroorzaakt weerkaatsing
- MRI
- Wordt vooral gebruikt bij verschillende vormen van longkanker
- Bronchoscopie
- Met een camera wordt vanuit "binnen" het lichaam gekeken
- Deze camera gaat via de neus, naar de trachea, naar de bronchi
- Endo-echografie
- Dezelfde techniek als bronchoscopie, maar kan ook informatie over de omgeving van de camera verkrijgen
- Het echokopje wordt tegen de wand van de trachea aangelegd
- Wordt vooral gebruikt bij longkanker
- Thorascopie
- Een camera wordt tussen de ribben gebracht → de longen en ribben kunnen bekeken worden