Arbitrage Filipijnen versus China over de Zuid-China zee
Het internationale VN zeerechtarbitragetribunaal deed op 12 juli 2016 uitspraak in een door de Filipijnen ingestelde zaak tegen China over gebruik van de Zuid-Chinese zee. China had in 2006 al zich onttrokken aan de jurisdictie van het Tribunaal op grond van art. 298(1)(a) UNCLOS omtrent geschillen over territoriale soevereiniteit en historische rechten, maar de Filipijnen hadden hun claim niet zodanig expliciet hierover geformuleerd, al was dit wel de onderliggende kwestie. Zodoende concludeerde het Tribunaal dat zij rechtsmacht over het geschil had en dat alle claims ontvankelijk waren, ondanks China’s verweer dat zij met de Filipijnen bilaterale verklaringen had afgelegd dat zij zulke geschillen middels onderhandelingen zouden oplossen. De inhoud kan worden samengevat in vier punten:
China heeft verklaard de uitspraak als “null and void” te beschouwen.
Haagse rechtbank vernietigt arbitrale vonnissen Yukos versus Rusland
Op 24 april 2016 vernietigde het internationaal investeringstribunaal zes van zijn vonnissen gewezen in de zaak Yukos versus Rusland, een investeerder-Staat geschil (op basis van het Energiehandvest) over faillissement van een oliemaatschappij door toedoen van de Staat. Rusland heeft dit verdrag nooit geratificeerd maar wel ondertekend. Art. 45 Energiehandvest bepaalt echter dat het een voorlopige werking heeft voor elke ondertekende partij “voor zover niet strijdig met haar constitutie, wetten of voorschriften”. Het Tribunaal concludeerde dat hiervan geen sprake was en dus zodoende bevoegd was van het geschil kennis te nemen. Het stelde de oliemaatschappij in 2014 in het gelijk, waarop Rusland vernietiging van het vonnis vorderde. In de hierop volgende zaak onderzocht de rechtbank meer gespecificeerd of het Russische nationale recht verenigbaar was met afzonderlijke verdragsbepalingen. Nu het Energiehandvest geen wettelijke basis in dit nationale recht heeft is, volgens de rechtbank, ratificatie vereist voor toepassing van afwijkende of aanvullende verdragsbepalingen. De conclusie is dat Rusland nooit gebonden was aan de arbitrageregeling van het Energiehandvest en dat het Tribunaal zich onterecht bevoegd had verklaard, wat vernietiging van de betreffende vonnissen meebrengt.