Hoofdstuk 6 - Waardoor kunnen wij ruiken, proeven, voelen en horen?

Het bestuderen van de zintuigen is belangrijk, want wat voor mentaal leven zouden we hebben als we geen input zouden ontvangen van onze zintuigen. Zintuigen bieden ons informatie die ons helpt te overleven en om onszelf voort te planten. Sensaties zijn de basisprocessen waardoor de sensorische organen en het zenuwstelsel kunnen reageren op stimuli in de omgeving en de elementaire psychologische ervaringen die daar uit voortvloeien. Perceptie is het meer complexe ordenen van de sensorische informatie in de hersenen en het maken van betekenisvolle interpretaties van deze informatie. Het proces van sensatie bestaat uit drie stappen: eerst is er een fysieke stimulus, die leidt tot een fysiologische respons en dit leidt tot de sensorische ervaring. De fysieke stimulus is de materie of energie uit de tastbare wereld die bij onze zintuigen binnekomen. Het fysiologische respons is het patroon van chemische en elektrische activiteit in de zintuigelijke organen, zenuwen en het brein als een gevolg van de stimulus. De  sensorische ervaring is de subjectieve psychologische sensatie of perceptie.

Elk zintuig heeft eigen sensorische receptoren en neurale routes van en naar de hersenen. Sensorische receptoren zijn gespecialiseerde structuren die reageren op stimuli in de omgeving door neurale impulsen te starten. Sensorische neuronen zijn gespecialiseerde neuronen die informatie van de sensorische receptoren naar het centrale zenuwstelsel brengen. De cerebrale cortex bevat specifieke sensorische gebieden. Transductie is het proces waarbij een receptorcel een elektrische verandering produceert in reactie op fysieke stimulatie. Tijdens transductie kunnen geladen deeltjes door het celmembraan en veranderen zo de spanning van het membraan. Deze elektrische verandering heet het receptorpotentiaal.

Sensorische codering is het proces waarbij informatie over de kwantiteit en de kwaliteit van een stimulus wordt behouden in het patroon van actiepotentialen die van de sensorische neuronen naar het centrale zenuwstelsel gestuurd worden. De kwantiteit van de stimuluscodering wil zeggen dat sterkere stimuli grotere receptorpotentialen produceren. Kwaliteitscodering wil zeggen dat verschillende weefsels reageren op verschillende soorten energie. Zintuigen zijn vooral geschikt voor het bespeuren van veranderingen in de sensorische omgeving. Het proces van sensorische aanpassing (adaptatie) is de verandering in sensitiviteit wanneer een sensorisch systeem een tijd lang wel of niet gestimuleerd is. Dit wordt meestal gemedieerd door de receptorcellen. Wat hiermee bedoeld wordt is dat je bijvoorbeeld went aan een bepaalde sterke geur als je daar langere tijd aan blootgesteld wordt.

 

Wat bestudeert men binnen de psychofysica?

Psychofysica bestudeert de relatie tussen fysieke karakteristieken van een stimulus en de sensorische ervaringen die ze produceren.

De absolute drempelwaarde (threshold) is de zwakst mogelijk waarneembare stimulus. De absolute drempelwaarde varieert per persoon en kan gemeten worden om iemands gevoeligheid voor bepaalde stimuli te ontdekken. Hoe ouder je wordt, hoe minder gevoelig voor stimuli je in het algemeen wordt. De verschildrempelwaarde is het minimale verschil in intensiteit tussen twee stimuli dat het individu kan onderscheiden. Dit wordt ook wel het net-waarneembare verschil (just-noticeable difference) genoemd. Weber stelde een wet op die stelt dat het net-waarneembare verschil voor stimulusmagnitude een constant deel is van de magnitude van de originele stimulus: jnd = kM. Dit heet de Weberfractie.

Onze sensorische ervaring van een stimulus wordt vergroot als de fysieke stimulus groter of sterker wordt. Het concept van een drempelwaarde gaat hiervan uit. Er is een standaard punt is waarop het individu een stimulus waarneemt, alleen ligt bij sensorische informatie niet zo absoluut. Het wel of niet waarnemen van een stimulus hangt namelijk ook af van het individu, hoe alert of gemotiveerd die is om de stimulus waar te nemen. Hierop is de signaal detectie theorie gebaseerd, het waarnemen van de stimulus is zowel afhankelijk van de fysieke intensiteit van de stimulus en de psychologische staat van de waarnemer. Hierin kan je vier uitkomsten hebben: Hit (stimulus aanwezig en gedetecteerd), miss (stimulus aanwezig niet gedetecteerd), false alarm (stimulus niet aanwezig wel gedetecteerd) en correct rejection (stimulus niet aanwezig niet gedetecteerd).

 

 

Wat is geur?

Geur is een chemisch zintuig, want de stimuli die betrokken zijn bij dit zintuig bestaan uit chemische moleculen. Ons reukvermogen is niet zo goed ontwikkeld als dat van veel dieren, maar toch kunnen we erg veel verschillende geuren onderscheiden. Bovendien draagt ruiken in grote mate bij aan wat we als smaak ervaren. Geurmoleculen komen via de lucht binnen in de neusholte. Daar worden de moleculen opgelost in het slijm dat het olfactory epithelium boven in de neusholte bedekt. Hier liggen de terminals van zo’n 6 miljoen olfactory sensorische neuronen. Een terminal heeft meerdere olfactory receptorgebieden (grote proteïne moleculen) die moleculen van verschillenden geuren kunnen binden. Als een molecule aan een receptor bindt verandert het celmembraan om actiepotentialen te starten.

Verschillende neuronen zijn gevoelig voor verschillende geuren. De axonen van olfactory sensorische neuronen lopen door de cribiforme plaat naar de olfactory bulb in de hersenen. Daar vormen ze synapsen met de neuronen in de glomeruli. Elk type olfactory sensorische neuron heeft een eigen glomerulus. Elke geur wordt gekenmerkt door een eigen activatiepatroon in de neuronen en glomeruli. Hoe meer activatie, hoe intenser de geur. Vanuit de glomeruli wordt informatie gestuurd naar met name het limbische systeem en de hypothalamus, maar ook naar delen van de cortex. De primaire olfactory cortex ligt onderin de temporale kwab, informatie gaat vanuit hier naar het secondaire olfactory gebied in de orbitofrontale cortex (onderin de frontale kwab).

Geuren kunnen op twee manieren het olfactory epithelium bereiken. De eerste is hierboven besproken en gaat via de neus. De tweede manier is via de mond. Geuren van substanties die je in je mond hebt gaan via de nasale pharynx naar de neusholte. Zo ervaar je iets als smaak terwijl het eigenlijk een geur is.

Ons reukvermogen neemt af als we ouder worden. Dit kan erg gevaarlijk zijn omdat ouderen vaak geen schadelijke stoffen meer ruiken. Vrouwen zijn vaak gevoeliger voor geuren dan mannen, voornamelijk in de reproductieve jaren van de vrouw is dit het geval. Veel mensen met een normaal geurvermogen zijn niet in staat om bepaalde chemicaliën te ruiken die andere mensen makkelijk kunnen ruiken. Deze verschillen zijn deels het gevolg van genetische verschillen. Het meest nauwkeurig en volledig bestudeerde voorbeeld omvat het vermogen om de chemische substantie androsteron (een afgeleide van testosteron) te ruiken. Deze stof wordt gevonden in menselijk zweet. Gevoeligheid voor specifieke geuren wordt ook erg beïnvloed door ervaring. Mensen kunnen bijvoorbeeld leren om de geuren van nauwelijks verschillende stoffen te onderscheiden die eerder hetzelfde leken te ruiken. Niet alleen dieren, maar ook mensen kunnen anderen herkennen aan hun geur. Hoewel geurherkenning niet cruciaal is, speelt het zeker een rol bij de hechting tussen een pasgeboren baby en zijn moeder.

Het Major Histocompatibility Complex (MHC) zorgt onder andere voor verschillen in de lichaamsgeur. Muizen kiezen bij voorkeur partners van wie de lichaamsgeur veel verschilt van de eigen geur. Het complex bepaalt ook immuunreacties. Het vinden van een partner met een ander complex (en dus een andere geur) heeft als voordeel dat het zorgt voor genetische variatie van de nakomelingen. Het MHC bestaat ook bij mensen, maar het is niet duidelijk in hoeverre mensen hun partners kiezen op de geur. Vrouwen kunnen wel de waarde schatten van een man als partner. Wanneer ze op hun vruchtbaarst zijn geven ze de voorkeur aan de geur van mannen die fysische symmetrische (meestal aantrekkelijkere) mannen. Bovendien blijkt het zintuig ‘ruiken’ een rol te spelen in vermijding van incest. Eén van de factoren die ervoor zorgen dat we een sterke aversie hebben tegen het hebben van seksueel contact met een familielid is het zintuig ‘ruiken’. Mensen kunnen hun genetische familieleden op basis van de reuk identificeren en zij vinden de geur van familieleden meer aversief dan anderen. Dit werd aangetoond in een experiment waarin mensen door gebruik van hun geur moesten identificeren van familieleden op basis van geur. Zij vonden de geuren van hun familieleden over het algemeen negatief.

Een feromoon is een chemische substantie die bij soortgenoten van het andere geslacht een bepaalde fysiologische of gedragsreactie stimuleert. Feromonen spelen onder andere een rol bij het afbakenen van het territorium en bij seksuele aantrekkingskracht. Veel dieren hebben een vomeronasaal orgaan in de neusholte dat zich specifiek bezig houdt met feromonen. Bewijs voor het bestaan van pheromonen bij mensen is niet uitsluitend en vanuit een evolutionair oogpunt hebben we het ook geen pheromonen nodig.

 

Wat is het nut van smaak?

Verschillende diersoorten hebben smaakreceptoren op verschillende plekken op het lichaam zitten, de zoogdieren hebben alleen smaakreceptoren in hun mond. Smaak is belangrijk voor het bepalen of iets wel of niet goed is om te eten. Smaakpapillen zijn ronde structuren die smaakreceptorcellen bevatten. Het merendeel van de smaakpapillen ligt op de tong. Hoe meer smaakpapillen iemand heeft, hoe gevoeliger iemand is voor smaken. Smaakmoleculen lossen op in speeksel en komen op die manier terecht bij de smaakreceptorcellen. Dit resulteert in actiepotentialen die van de smaakreceptorcellen naar de hersenen gaan. Tegenwoordig gaan we er van uit dat er vijf smaken zijn: zout, zoet, zuur, bitter en umami (aangenaam/hartig). Elke smaak heeft zijn eigen soort receptorcellen. Smaakneuronen zijn verbonden met het limbische systeem en met de cerebrale cortex. Het primaire smaakgebied in de cortex ligt onderin, achteraan in de frontale kwab en is zo opgebouwd dat er een set neuronen is voor elk van de vijf smaken. Het primaire smaakgebied staat ook nauw in verbinding met de orbitofrontale cortex.

Over het algemeen duiden de smaken zout, zoet en umami aan dat voedsel goed en voedzaam voor ons is en de smaken bitter en zuur wijzen er op dat voedsel niet goed voor ons is. Veel giftige stoffen smaken bitter, dit verklaart waarom we zoveel receptoren hebben voor bittere smaken. Het is immers belangrijk om giftige stoffen en hun smaken te kunnen herkennen en daardoor te kunnen vermijden. Toch is het niet goed om alles dat bitter smaakt te vermijden, want bepaald bitter voedsel is niet giftig of maar een klein beetje giftig en kan dus rustig gegeten worden. Vrouwen zijn gevoeliger voor bittere smaken dan mannen, vooral in het begin van de zwangerschap. Een verklaring hiervoor is dat de foetus in die maanden erg gevoelig is voor gifstoffen. Kleine kinderen zijn ook gevoeliger voor bittere smaken zodat ze niet per ongeluk giftige dingen eten voordat ze geleerd hebben wat je kan eten en wat niet.

 

Wat is pijn?

Pijn is een somatozintuig, dat wil zeggen dat de sensaties van vele plaatsen in het lichaam kunnen komen. Pijnreceptoren zitten overal in de huid en in veel soorten lichaamsweefsel. Bij de meeste zintuiglijke sensaties ervaar je de sensaties als komend van buitenaf, maar pijn ervaar je als iets dat van je eigen lichaam komt. Pijn is ook een (vaak alles overheersende) emotie en een drang. Het ervaren van pijn is evolutionair gezien erg belangrijk, het beschermt ons tegen gevaarlijke en soms zelfs levensbedreigende situaties, het is een waarschuwingssysteem.

Sensorische neuronen zijn de receptorcellen van pijn, maar ook voor gevoeligheid voor temperatuur en voor tast. Pijnneuronen zijn dunner dan andere neuronen en hebben vrije zenuwuiteinden, dat wil zeggen dat ze geen ‘eindorgaan’ hebben en dat ze geen laagje om hun uiteinde heen hebben. Er zijn twee soorten pijnneuronen. C vezels zijn dun, geleiden langzaam en hebben geen myeline schede. Deze vezels reageren op alle stimuli die pijn kunnen produceren. A-delta vezels zijn iets dikker, hebben wel een myeline laag en geleiden snel, zij reageren op sterke druk of op extreme temperaturen. A-delta vezels zorgen voor de eerste pijn: scherp en precies gelokaliseerd, C vezels zorgen voor de tweede pijn, die langer aanhoudt en meer diffuus is.

Via het ruggenmerg of de hersenstam komen de neuronen uit op de interneuronen. Sommige interneuronen zorgen voor een reflex en andere zorgen ervoor dat er een impuls naar de thalamus gestuurd wordt voor een bewuste ervaring van de pijn. Pijn heeft drie componenten: een onmiddellijke primaire, emotionele en motivationele component. Deze bevinden zich in de cingulate cortex binnen het limbische systeem en in de insular cortex in de frontaalkwab bevinden. Beschadiging van deze gebieden leidt tot asymbolie van pijn, patiënten voelen wel pijn, maar ondernemen niets om pijn te voorkomen of te verminderen. Het cognitieve secundaire emotionele en motivationele component handelt met het zorgen maken over pijn en over de betekenis van de pijn. Deze component bevindt zich in de prefrontale kwab. Schade hier zorgt ervoor dat mensen wel pijn ervaren, maar ze maken zich er geen zorgen meer om. De sensorische component komt van de somatosensorische cortex. Dit gebied is cruciaal voor het herkennen, lokaliseren en beschrijven van de pijnsensatie. Fantoompijn is wanneer iemand pijn en sensaties ervaart in een lichaamsdeel dat er niet meer is.

De sensitiviteit voor pijn kan veranderd worden in het lichaam op specifieke plekken of het gehele lichaam als je ziek bent. Zulke verhoogde sensitiviteit is waarschijnlijk ontstaan om het individu te motiveren het pijnlijke gebied te beschermen en te ontzien.

Melzack en Wall hebben de gate-controletheorie van pijn ontwikkeld. Deze theorie stelt dat de ervaring van pijn afhangt van de mate waarin de input van pijnneuronen de poorten (gates) kan passeren om hogere pijncentra in de hersenen te bereiken. Bepaalde condities kunnen invloed hebben op de mate waarin de poorten opgesteld zijn. Als je ziek bent neemt de gevoeligheid voor pijn over het hele lichaam toe. Bij letsel aan een lichaamsdeel is dit deel gevoeliger voor pijn. Dit is vooral ook zo omdat het lichaam zichzelf op deze manier beschermt tegen verder letsel.

Het periaqueductal gray (PAG)-gebied is een belangrijk zenuwcentrum voor de inhibitie van pijn. Neuronen van het PAG gebied sturen hun axonen naar het lage gedeelte van de hersenstam en naar het ruggenmerg om pijninput te inhiberen. Morfine en andere opiaten werken direct op het PAG gebied. Endorfine werkt ook op het PAG gebied en is een lichaamseigen morfine. Stress geïnduceerde analgesie is de soms sterk verminderde gevoeligheid voor pijn in zeer stressvolle situaties. Dit zorgt er voor dat dodelijk verwonde soldaten in het heetst van de strijd nog tot heldendaden in staat zijn. Daarnaast is er ook geloofsgeïnduceerde analgesie, dit is wanneer je verminderde (geen) pijn ervaart door de kracht van geloof. Een bekend voorbeeld is het placebo-effect: Als iemand gelooft dat een pil de pijn wegneemt, dan zal de pijn ook afnemen, zelfs als de pil geen werkzame stoffen bevat. De afscheiding van endorfinen draagt hier aan bij. Endorfinen worden ook afgescheiden tijdens langdurige fysieke inspanning, dit kan de zogenaamde ‘runners high’ verklaren.

 

Hoe werkt het gehoor?

Vleermuizen hebben het beste gehoor van alle zoogdieren. Zij gebruiken sonar om zich in hun omgeving te kunnen verplaatsen zonder overal tegenaan te vliegen. Ook voor mensen is het gehoor belangrijk, al is het maar omdat het gehoor essentieel is voor de communicatie via taal. Geluiden zijn luchtvibraties en verplaatsen zich als geluidsgolven. De amplitude van het geluid is de intensiteit van het geluid. De amplitude wordt aangegeven door de hoogte van de geluidsgolf en kan worden uitgedrukt in decibels. De toonhoogte bepaalt de frequentie van geluidsgolven en wordt uitgedrukt in Hertz. Pure tonen kunnen alleen in het laboratorium geproduceerd worden en komen in de echte wereld niet voor, want alle geluiden in de echte wereld zijn mengelingen van tonen.

Het gehoor komt tot stand door de gevoeligheid van de druk op een speciaal sensorisch weefsel. Zoogdieren hebben speciale organen buiten het hoofd die de druk van de geluidsgolven kunnen vergroten en die de golven naar het speciale weefsel leiden: de oren.

Het buitenoor bestaat uit kraakbeen en huid, het gehoorkanaal is de opening naar het trommelvlies. Het buitenoor is vooral bedoeld om geluidsgolven te ontvangen en naar binnen te leiden. Het middenoor is een met lucht gevulde holte, hier liggen de ossicles, die bestaan uit drie kleine botjes: de hamer, de stijgbeugel en het aambeeld. Deze botjes lopen van het trommelvlies naar het ovale raam en geven op deze manier vibraties door. Het binnenoor bestaat uit de gekrulde cochlea (slakkenhuis), hier vindt de transductie plaats.

De cochlea bevat een met vloeistof gevuld buitenkanaal dat begint bij het ovale raam en loopt naar het ronde raam. Het binnenkanaal is ook gevuld met vloeistof en ligt tussen het inkomende en het uitgaande deel van het buitenkanaal. Het basilaire membraan vormt de vloer van het binnenkanaal. Hier liggen de haarcellen, de receptorcellen voor het gehoor. Er zijn vier rijen haarcellen, hier uit komen kleine haartjes: cilia, deze drukken tegen het tectoriale membraan aan. Aan de andere kant van de cilia vormt de haarcel synapsen met auditieve neuronen die samen de auditieve zenuw vormen. Vibraties komen via de ossicles van het trommelvlies naar het ovale raam, dat de vibraties doorgeeft aan de vloeistof in het buienkanaal. Dit zorgt voor op-en-neer gaande golven van het basilaire membraan dat erg flexibel is. Hierdoor komen de cilia tegen het niet zo flexibele tectoriale membraan. Dit zorgt voor een fysieke verandering in het membraan van de haarcel en dit leidt tot een elektrische verandering: het receptorpotentiaal. Hierdoor worden neurotransmitters afgescheiden die de snelheid van actiepotentialen van auditieve neuronen vergroten. De golven in het basilaire membraan nemen snel in amplitude toe tot een maximum bereikt is, waarna ze verdwijnen. De plaats waar de golf het maximum bereikt, bepaalt de frequentie van de toon. Hoe sneller de golf het maximum bereikt, hoe hoger de frequentie.

Bij conductieve doofheid zijn de ossicles te stijf om vibraties door te geven. Dit kan verholpen worden met een normaal gehoorapparaat dat zelf de trillingen doorgeeft aan het ovale raam. Bij sensorineurale doofheid is er schade aan de cochlea. Om dit te verhelpen kan gebruik gemaakt worden van een modern gehoorapparaat: een cochlear implantaat. Dit apparaatje doet het werk wat normaal gedaan wordt door de haarcellen. Het werkt niet als de auditieve zenuw zelf beschadigd is.

Asymmetrie in auditieve masking wil zeggen dat geluiden met een lage frequentie beter geluiden met een hoge frequentie maskeren dan andersom. Dit komt omdat geluiden met lage frequenties verder langs het membraan reizen. Deze theorie wordt ook wel de reizende golf theorie van frequentiecoding genoemd. Naarmate we ouder worden, worden we minder gevoelig voor hoge tonen omdat de haarcellen die hierbij betrokken zijn bij alle geluiden worden gebruikt en dus sneller slijten.

Voor frequenties onder de 4000 Hertz (bijna alle spraak) is ook de timing van de activiteit van het basilaire membraan belangrijk. De primaire auditieve gebieden liggen in beide temporale kwabben. De neuronen hier zijn tonotopisch georganiseerd: elke neuron reageert maximaal op geluiden van een bepaalde frequentie en de neuronen zijn zo verdeeld dat de neuronen die op hoge frequenties reageren aan de ene kant liggen en de neuronen die op lage frequenties reageren aan de andere kant liggen. De tonotopische organisatie kan veranderen door ervaring. Het is belangrijk dat we in staat zijn te lokaliseren waar een geluid vandaan komt. Door dit vermogen zijn we ook in staat om een bepaald geluid van andere te onderscheiden. Lokalisatie hangt af van de timing waarmee verschillende geluidsgolven het oor bereiken. Afhankelijk van waar het geluid vandaan komt en welk oor de geluidsgolven als eerste bereiken, lokaliseren we een geluid.

We identificeren woorden door de veranderingen in amplitude of frequentie over de tijd dat het woord uitgesproken wordt. Er zijn corticale gebieden die deze patronen analyseren. Fonemen zijn individuele klinker of medeklinker klanken. Fonemische restoratie is een auditieve illusie waarbij mensen een foneem horen dat weggelaten is in een woord of in een zin. Het herstelde geluid komt altijd overeen met de betekenis van de rest van de zin. Het komt ook voor bij muziek: mensen horen een noot die er eigenlijk niet is in een bekend muziekstuk. Fonemische restoratie werkt alleen als het gat wordt opgevuld met een ander geluid, als er een stilte valt, kunnen mensen het ontbrekende foneem, of de ontbrekende toon wel identificeren en weten ze dat hij ontbrak.

 

Bulletpoints

  • Psychofysica bestudeert de relatie tussen fysieke karakteristieken van een stimulus en de sensorische ervaringen die ze produceren.

  • Geur is een chemisch zintuig, want de stimuli die betrokken zijn bij dit zintuig bestaan uit chemische moleculen. Ons reukvermogen is niet zo goed ontwikkeld als dat van veel dieren, maar toch kunnen we erg veel verschillende geuren onderscheiden. Bovendien draagt ruiken in grote mate bij aan wat we als smaak ervaren. Geurmoleculen komen via de lucht binnen in de neusholte. Daar worden de moleculen opgelost in het slijm dat het olfactory epithelium boven in de neusholte bedekt. Hier liggen de terminals van zo’n 6 miljoen olfactory sensorische neuronen. Een terminal heeft meerdere olfactory receptorgebieden (grote proteïne moleculen) die moleculen van verschillenden geuren kunnen binden. Als een molecule aan een receptor bindt verandert het celmembraan om actiepotentialen te starten.

  • Over het algemeen duiden de smaken zout, zoet en umami aan dat voedsel goed en voedzaam voor ons is en de smaken bitter en zuur wijzen er op dat voedsel niet goed voor ons is. Veel giftige stoffen smaken bitter, dit verklaart waarom we zoveel receptoren hebben voor bittere smaken. Het is immers belangrijk om giftige stoffen en hun smaken te kunnen herkennen en daardoor te kunnen vermijden. Toch is het niet goed om alles dat bitter smaakt te vermijden, want bepaald bitter voedsel is niet giftig of maar een klein beetje giftig en kan dus rustig gegeten worden. Vrouwen zijn gevoeliger voor bittere smaken dan mannen, vooral in het begin van de zwangerschap. Een verklaring hiervoor is dat de foetus in die maanden erg gevoelig is voor gifstoffen. Kleine kinderen zijn ook gevoeliger voor bittere smaken zodat ze niet per ongeluk giftige dingen eten voordat ze geleerd hebben wat je kan eten en wat niet.

  • Pijn is een somatozintuig, dat wil zeggen dat de sensaties van vele plaatsen in het lichaam kunnen komen. Pijnreceptoren zitten overal in de huid en in veel soorten lichaamsweefsel. Bij de meeste zintuiglijke sensaties ervaar je de sensaties als komend van buitenaf, maar pijn ervaar je als iets dat van je eigen lichaam komt. Pijn is ook een (vaak alles overheersende) emotie en een drang. Het ervaren van pijn is evolutionair gezien erg belangrijk, het beschermt ons tegen gevaarlijke en soms zelfs levensbedreigende situaties, het is een waarschuwingssysteem.

  • Het buitenoor bestaat uit kraakbeen en huid, het gehoorkanaal is de opening naar het trommelvlies. Het buitenoor is vooral bedoeld om geluidsgolven te ontvangen en naar binnen te leiden. Het middenoor is een met lucht gevulde holte, hier liggen de ossicles, die bestaan uit drie kleine botjes: de hamer, de stijgbeugel en het aambeeld. Deze botjes lopen van het trommelvlies naar het ovale raam en geven op deze manier vibraties door. Het binnenoor bestaat uit de gekrulde cochlea (slakkenhuis), hier vindt de transductie plaats.

 

Tentamentickets

  • Bij het laatste stukje over het gehoor is het handig als er een plaatje naast wordt gehouden met de namen van de verschillende delen, dat maakt het lezen en leren gemakkelijker.
  • Online heb je testen om te kijken hoeveel hertz jijzelf kan horen. Interessant om erachter te komen of je alle tonen hoort, of misschien zelfs meer.

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: NaomiW (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2707
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector