Transdiagnostiek: ongeacht de pathologie blijft het neuropsychologisch referentiekader en denken gelijk. De hypotheses zijn in eerste instantie gericht op functiedifferentiatie.
Epilepsie is officieel geen aandoening, maar een symptoom van iets wat op dat moment niet goed gaat in de hersenen. Maar we geven het wel de naam epilepsie.
1 op de 10 mensen krijgt ooit een aanval, 1/3 van hen heeft ook echt epilepsie.
Epilepsie is een chronische aandoening van de hersenen die gekenmerkt wordt door een voortdurende neiging tot het genereren van epileptische aanvallen, en door de neurobiologische, cognitieve, psychologische, en sociale gevolgen.
Een aanval is een abnormale, overmatige, synchrone ontlading van corticale neuronen, en dat leidt tot de symptomen.
Mogelijke beginsels van een aanval:
Focaal: intact bewustzijn, kan motorisch of niet-motorisch zijn. Focaal kan het zich verspreiden naar bilateraal tonisch-clonisch.
Gegeneraliseerd: motorisch of niet motorisch (absence)
Onbekend: motorisch of niet motorisch, maar niet geclassificeerd.
Deze beginsels kunnen gekenmerkd worden door:
Motorische verschijnselen kunnen verder worden gespecificeerd: automatismen, atonisch, clonisch, epileptisch spasme, hyperkinetisch, myoclonisch en tonisch.
Onder de niet-motorische verschijnselen vallen: autonome verschijnselen, plotseling stoppen met bezigheden (arrest), cognitieve, emotionele en sensorische verschijnselen.
Als de spanning te hoog oploopt, kunnen er ook nep-aanvallen gebeuren. Niet alles is een daadwerkelijke epileptische aanval.
Epilepsie is voor het grootste gedeelde genetisch bepaald.
Een absence is een abrupte onderbreking van bezigheden. Dit kan lijken op dagdromen, maar er zijn verschillen. Zo is dagdromen niet abrupt, te onderbreken, treedt op bij verveling, etc.
Enkelvoudige partiële aanvallen (geen vermindering van bewustzijn):
- Motorische aanval
- Sensorische aanval
- Vegetatieve aanval
Bij classificatie moet ook gekeken worden naar leeftijd, intellectuele ontwikkeling, bevindingen tijdens neurologisch onderzoek, beeldvorming, Bij classificatie zijn er twee belangrijke aspecten:
- De oorzaak van de epilepsie
- Symptomatisch (oorzaak is bekend)
- Idiopatisch (oorzaak is onbekend)
- Gegeneraliseerd of partieel
Cryptogene epilepsiedyndromen: de oorzaak van epilepsie is waarschijnlijk een afwijking of beschadiging van de hersenen, maar de afwijking kan (nog) niet worden aangetoond.
Oorzaken van epilepsie bestaan uit:
- Verworven (tumor, hersenletsel, etc.)
- Genetisch
- Vaker in kinderen
Factoren die een epileptische aanval kunnen teweegbrengen bestaan uit hyperventilatie, slaap, slaapgebrek, sensorische stimuli, trauma, etc.
Behandeling van epilepsie kan met medicatie. Dit is effectief bij 70% van de patiënten. Kan door middel van:
- GABA verhogende medicijnen (inhiberend)
- Verminderde glutamaat (exciterend)
- Aanvalsmedicatie of preventieve medicatie
Twee belangrijke pijlers zijn voorlichting/informatie en medicatie (aanvalsmedicatie/ preventieve medicatie).
Behandeling kan ook door middel van neurochirurgie, waarbij 2 dingen mogelijk zijn:
- Verwijdering epileptische haard
- Functionele chirurgie (proberen een hersenfunctie te verbeteren door een selectieve ingreep).
Veel van de kennis die we hebben over de neuropsychologie weten we van het onderzoek naar epilepsie.
Aandachtsproblemen worden vaak gerelateerd aan epilepsie:
Psychologisch – altijd bezig zijn met wanneer je een aanval krijgt
Biologisch – er is altijd wel een neiging tot een aanval, wat energie slurpt
In groepsstudies is de intelligentie stabiel, maar dit is in subgroepen wel aan het verminderen door mogelijk een hoge dosis medicatie, ernstige epilepsie, de jonge leeftijd waarop de epilepsie begon, blijvende aanwezigheid van epilepsie. Er is niet zozeer sprake van een achteruitgang, maar van geen of minder ontwikkeling.
Kinderen met epilepsie hebben vaker cognitieve gedragsproblemen.
Leeftijd waarop de epilepsie begon en duur van epilepsie invloeden:
- Lager IQ als epilepsie op vroege leeftijd begint
- Meer problemen met schoolse vaardigheden (vooral rekenen)
- Verminderde automatisering
- Meer gedragsproblemen
- Hemiplegische kinderen: geassocieerd met cognitieve tekorten
Bij gegeneraliseerde epilepsie lagere prestaties wanneer snelheid van informatieverwerking van belang is.
Idiopatische gegeneraliseerde epilepsie hogere IQ dan bitemporale epilepsie.
Psychologische gevolgen van epilepsie:
Sociale factoren:
- Stigma
- Discriminatie
- Sociale buitensluiting
Omgevingsfactoren:
- Familie factoren
- School
- Sociale steun, collegae
Individuele factoren:
- Locus of control (ligt bij epilepsie ipv bij jezelf)
- Zelfbeeld
- Angst voor aanvallen
Overige bijkomende factoren:
- Levensstijl
- Vrijetijdsbesteding
- Autorijden
- Beroepskeuze
- (Negatieve) life events
Traumatisch hersenletsel kent een hele hoge mortaliteit en morbiditeit. Er zijn weinig behandelingsmogelijkheden.
Open hersenletsel
- Vooral focale hersenbeschadiging
- Penetratie van de schedel, bijvoorbeeld door een kogel
Gesloten hersenletsel
- Focale schade + diffuse schade axonen (scheuring of draaiing van axonen)
- Geen penetratie van de schedel
Bestaat uit:
Primaire beschadiging
- Mechanische processen & acuut
- Vooral frontaal en temporaal; subcorticaal
Secundaire beschadiging
- Pathofysiologische processen & geleidelijk
Coup vs contrecoupe letsel:

Soorten bloedingen:
- Intracerebrale bloeding
- Epiduraal hematoom (ontstaat geleidelijk, dus is gevaarlijk; steeds suffer).
- Subduraal hematoom
Met de Glasgow coma schaal kan gekeken of iemand in een coma verkeerd. Er wordt gekeken naar ‘openen ogen’, ‘motorische reactie’ en ‘verbale reactie’. De GCS wordt geclassificeerd op de volgende manier:
Contusio Cerebri
GCS < 9 = ernstig hersenletsel
GCS 9-12 = matig hersenletsel
Acute symptomen: hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, amnesie, etc.
Neuropsychologische gevolgen: snelheid van info verwerking aangetast, aandacht en concentratie aangetast, etc.
Commotio cerebri
GCS 13-15 = licht hersenletsel
Neuropsychologische gevolgen: binnen 3 maanden goed herstel, klachten langer dan 3 maanden: post-commotioneel syndroom.
Lange termijn gevolgen: cogniforme stoornis (exessieve cognitieve klachten)
Trauma capitis
GCS 15 en geen PTA = hoofdletsel
Post traumatische amnesie wordt berekend inclusief de duur van de coma. Het lost zich langzaam op: islands of memory. Duur van de PTA is een maat om aan te geven hoe erg de hersenen zijn aangetast.
Bij een geïnduceerde coma kan je de PTA niet heel goed vaststellen.
Vragen? Laat het vooral hieronder weten en ik probeer ze te beantwoorden!
Vond je deze samenvatting interessant en wil je op de hoogte blijven van mijn nieuwe bijdragen? Volg dan snel mijn Worldsupporter account! Dit kan door rechts naast deze samenvatting op '+ Follow' te klikken! Wordt erg gewaardeerd :)