Hoofdstuk 12 - Hoe verloopt de sociale ontwikkeling?

Sociale ontwikkeling verwijst naar de veranderende natuur van onze relaties met anderen gedurende ons leven. Erikson ontwikkelde een theorie van sociale ontwikkeling. Hij stelt dat elke levensfase een bepaald probleem of een set van problemen heeft die we oplossen door interacties met anderen. De manier waarop je een probleem oplost bepaalt vervolgens hoe je de volgende levensfasen benadert. Bowlby stelt dat baby's niet passief afhankelijk zijn van hun verzorgers. Door hun acties dragen baby's bij aan de emotionele band tussen henzelf en hun verzorgers. Bowlby gebruikt de term hechting om deze emotionele band aan te duiden. Sindsdien is deze term blijven hangen.

 

Hoe werkt hechting?

Harlow deed hechtingsexperimenten met ouderloze aapjes. In één van zijn experimenten groeiden kleine aapjes op met een soort pop als surrogaatmoeder, die soms van draad en soms van stof was. Onafhankelijk van bij welke moeder de aapjes zich konden voeden, hechtte ze zich aan de stofmoeder en zagen die als hun moeder.

Bowlby deed onderzoek naar hechting bij kinderen en stelt dat hechting een universeel menselijk fenomeen is met een biologische fundering. Bowlby stelt dat hechting het gevolg is van natuurlijke selectie.

Ainsworth ontwikkelde de vreemde situatietest (strange situation test) om hechting te kunnen beoordelen. De test gaat als volgt: moeder en kind zitten in een onbekende kamer met speelgoed waar een vreemde binnenkomt. Het kind blijft afwisselend alleen met de moeder achter, alleen met de vreemde achter en helemaal alleen achter. Uiteindelijk eindigt het ook weer met de moeder en het kind in de kamer. Afhankelijk van de hechtingsstijl vonden ze verschillende resultaten:

  • Zeker gehecht: kind is actief aan het onderzoeken zolang de moeder erbij is en raakt van streek en onderzoekt minder als de moeder weg is, het maakt niet uit of de vreemde er wel of niet bij is. Het kind is zichtbaar blij als de moeder terugkomt.
  • Onveilig-ambivalent gehecht: het kind blijft vreselijk overstuur zelfs als de moeder terug is en het kind probeert te troosten.
  • Onveilig-Vermijdend gehecht: het kind ontwijkt de moeder en gedraagt zich erg koeltjes tegenover de moeder, maar vaak ook de vreemdeling.
  • Gedesorganiseerd gehecht: laten geen bepaalde strategie zien voor het omgaan met de stress en de vreemdeling. Kunnen patronen van de drie bovenstaande hechtigsstijlen vertonen.

Deze test heeft zo zijn beperkingen. Zo beoordeelt de test alleen hechting in milde angstige situaties en houdt het geen rekening met eerdere ervaringen. Bovendien lijkt het erop dat de test geen goede beoordelaar is voor hechting in niet-westerse culturen.

Er zijn verschillende correlaties gevonden tussen het gedrag van de moeder en de hechtingsstijl van het kind, maar een correlatie is natuurlijk geen causatie. Uit onderzoek van Van der Boom kwam naar voren dat responsieve moeders de kans op een zekere hechtingsstijl vergroten en daar kunnen moeders in getraind worden. Zekere hechting als baby voorspelt voor een deel positieve ontwikkeling op latere leeftijd. Verschillende onderzoeken hebben gesuggereerd dat de relatie tussen ouderlijke zorg en hechting van kinderen in ieder geval deels afhankelijk is van de genetische samenstelling van het kind.

Zo is er een onderzoek geweest dat kinderen onderzocht die verschilden in een bepaald gen dat betrokken is bij de manier waarop de hersenen de neurotransmitter serotonine gebruikt. Het gen in kwestie (het 5-HTTLLPR gen) komt in twee vormen (of allelen), namelijk een korte (s) vorm en een lange (l) vorm. Het l-allel zorgt voor een grotere opname van serotonine in hersenneuronen dan het s-allel. Uit dit onderzoek kwam een correlatie tussen de sensitiviteit van de moeder en de ss/sl groepen, maar niet de ll groepen. De ll-kinderen toonden een hoge zekere hechting ongeacht het niveau van de sensitiviteit van de moeder. Naast de moeder hechten kinderen ook aan andere mensen zoals familie of leiding op het kinderdagverblijf. Kinderdagverblijven die een goede kwaliteit zorg leveren, zorgen voor een grotere kan op succesvolle aanpassing later in het leven.

 

Welke verschillen bestaan er tussen culturen?

In jaag- en verzamelculturen is een kind heel vaak bij de moeder of bij andere verzorgers. De kinderen zijn constant in contact met iemand waardoor er gelijk gereageerd kan worden of onrust of honger. Wel zie je dat ook deze kinderen met een leeftijd van 8 tot 12 maanden een voorkeur hebben voor de borst en troost van de moeder. In dergelijke culturen is de betrokkenheid van de vader bij het kind vaak groter dan in agrarische of industriële culturen. Kinderen van de !Kung San (jaag- verzamelcultuur), een bevolkingsgroep uit Zuid Afrika, zijn uitzonderlijk coöperatief, moedig en verkennen nieuwe omgevingen meer en zelfstandiger dan Britse kinderen.

 

Hoe ontwikkelt prosociaal gedrag zich?

Erikson zegt dat een kind van 1 tot 12 door 3 fasen gaan: autonomie, initiatief en industrie (competentie in het afmaken van taken). De verworven zelfstandigheid van een kind en het conflict met de verzorgers dat hieruit voortkomt, is ook karakteristiek voor de periode. Prosociaal gedrag zin vrijwillige acties met het doel anderen te helpen. Hieronder vallen helpen, troosten/geruststellen en delen.

Bij babies kunnen de grondbeginselen van empathie gezien worden, ze gaan huilen als een andere baby ook huilt. Deze reactie is een reflex. Na ongeveer 6 maanden huilt de baby niet meer in reflex, maar besteed het nog wel veel aandacht aan het huilende kind. Pas vanaf 15 maanden proberen ze een ander gerust te stellen, dit is dan nog wel een egocentrische empathie (gericht op eigen behoefte in plaats van de ander). Met 2 jaar lukt het kinderen om een ander te troosten. Op dat moment kunnen ze zich in de ander verplaatsen en de reden begrijpen.

Geven en helpen blijkt ook een natuurlijk instinct te zijn. Vanaf ongeveer 1 jaar beginnen kinderen met het geven van speelgoed aan anderen. In verschillende experimenten kwam er ook naar voren dat kinderen vanuit zichzelf geneigd zijn te helpen. Ook hier is het op jonge leeftijd nog egocentrisch, maar met leeftijd ligt de focus ook steeds meer op de ander en leren ze dus empathie. Empathie is het waarnemen en voelen van iemand anders zijn emoties.

Dicht gerelateerd aan geven is delen. Jonge kinderen zijn opmerkelijk slechte delers, vooral om te delen met andere kinderen. Uit onderzoek blijkt dat delen meer voorkomt met oudere kinderen waarbij geldt dat de hoeveelheid die gedeeld wordt toeneemt met de leeftijd. Jonge kinderen delen vooral in situaties waarin zij samen moeten werken om een doel te bereiken.

 

Wat is sociaal leren?

Emulation is een vorm van sociaal leren. Rond de leeftijd van drie jaar kunnen de meeste kinderen op een betrouwbare manier de acties van een model herhalen, zelfs wanneer zulke acties irrelevant zijn en er een betere en meer efficiënte manier is om het probleem op te kunnen lossen. Dit wordt over-imitatie genoemd. De vraag is: wat is precies het nut van over-imitatie? Een mogelijke verklaring is dat mensen van drie jaar en ouder over het algemeen geloven dat modellen betrouwbaar zijn en dat zij alle acties uitvoeren met een bepaald doel. Hoewel kinderen zeker weten veel leren van het bekijken van volwassenen leren zij tevens van andere kinderen. 

 

Welke ouderschapsstijlen bestaan er?

De verschillende manieren waarop ouders met hun kinderen interactie hebben worden ook wel ouderschapsstijlen genoemd. Psychologen beschrijven ouderschapsstijl in termen van twee dimensies: (1) de mate van warmte die de ouder laat zien naar het kind toe en (2) de mate van controle die de ouder probeert te hebben over het kind en zijn of haar behoeften.

Op basis van bovenstaande twee dimensies maken psychologen onderscheid tussen vier verschillende ouderschapsstijlen:

  • Autoritaire ouderschapsstijl: gebruiken veel machtshandhaving. Deze ouders scoren hoog op de dimensie ‘controle’ en laag op de dimensie ‘warmte’.
  • Autoratieve ouderschapsstijl: gebruiken met name inductie en machtshandhaving alleen als het nodig is. Zij scoren hoog op zowel de dimensie ‘controle’ als de dimensie ‘warmte’
  • Toegeeflijke ouderschapsstijl: gebruiken weinig disciplinaire methodes. Deze ouders scoren hoog op de dimensie ‘warmte’, maar laag op de dimensie ‘controle’.
  • Niet betrokken/negerende ouderschapsstijl. Zij zijn emotioneel koud en vragen weinig van hun kinderen.

De authoratieve ouderschapsstijl lijkt het meest positief te zijn. Door training kunnen ouders hun ouderschapsstijl veranderen en verbeteren. Het is belangrijk om in je achterhoofd te houden dat je voorzichtig moet zijn met causale gevolgtrekkingen bij onderzoek naar ouderschapsstijlen. Het is verleidelijk om te concluderen dat een positieve ouderlijke stijl het goede gedrag van de nakomelingen veroorzaakt, maar het tegenovergestelde oorzakelijk verband kan net zo aannemelijk zijn.

 

Wat is het belang van spelen in de ontwikkeling?

Een functie van spelen lijkt te zijn dat je vaardigheden verwerft. Veel spelletjes zijn universeel zoals tikkertje spelen, vechten en zorgen voor iets, zoals een pop. Ze leren niet alleen algemene vaardigheden, maar ook vaardigheden en waarden die belangrijk zijn in een specifieke cultuur. Spelen heeft ook nog een ander doel, het leert kinderen regels en sociale rollen en het vergroot hun zelfcontrole. Door het bespreken van sociale dilemma's met hun leeftijdsgenootjes wordt het moreel redeneren van een kind beter. Volgens Vygotsky leren kinderen hun impulsen te beheersen in een spel en leert het kind zich te houden aan regels en rollen die sociaal overeengekomen zijn. Spelen met kinderen van verschillende leeftijden is anders dan spelen met kinderen van dezelfde leeftijd. Zo is het spel minder competitief en meer gericht op onderwijzen, leren en ontwikkelen of behouden van vaardigheden.

 

Welke verschillen in de sociale ontwikkeling bestaan er tussen jongens en meisjes?

Er zijn 4 algemene gebieden waarin gender verschillen beschreven worden: fysieke en mentale gezondheid, fysieke ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling en socioemotieonele ontwikkeling. In veel van de gevallen zijn de verschillen klein. De aanwezigheid van deze gender verschillend verklaart niet het ontstaan ervan. Het verschil tussen sekse en gender is dat sekse verwijst naar de biologische verschillen tussen jongens en meisjes en dat gender meer de nadruk legt op de sociale verschillen.

Volwassenen behandelen kinderen vanaf hun geboorte al verschillend gebaseerd op gender. Meisjes worden "warmer" behandelt dan jongens. Ook de verwachtingen van de ouder kunnen een rol spelen in het gedrag van het kind. Gespeculeerd wordt dat deze verschillende behandeling het gender verschil creëren of vergroten.

Tegen de tijd dat een kind een jaar of vier/vijf is, heeft het een duidelijke, maar stereotype beeld van mannen en vrouwen in hun cultuur. Ook kunnen ze zichzelf herkennen als van één van genders, dit heet de genderidentiteit. Op deze leeftijd imiteren ze cultureel passend gedrag voor hun gender. De kinderen overdrijven gender stereotypering en spelen ook meer met kinderen van hetzelfde gender. Deze voorkeur voor het eigen gender bereikt het hoogtepunt tussen het achtste en het elfde levensjaar. Jongens houden zich bezig met ‘mannelijke' activiteiten, meisjes met ‘vrouwelijke' activiteiten. Jongens spelen vaak in grote, hiërarchisch geordende groepen en doen vaak competitieve spelletjes. Meisjes spelen vaak in kleine, intiemere groepjes en het spelen legt meer de nadruk op samenwerking al is op een meer subtiele manier ook het competitie-element aanwezig. Jongens en meisjes spelen meer met elkaar als ze spelen met een groep met kinderen van verschillende leeftijden.

 

Hoe ziet de adolescentie eruit?

De adolescentie is een overgangsfase tussen kind en volwassene en begint met de puberteit. In de westerse wereld duurt adolescentie langer dan vroeger en langer dan in andere culturen. Dit komt omdat we het einde van de adolescentie kenmerken als het moment waarop een individu zichzelf ziet als een volwaardig lid van de volwassen maatschappij en ook anderen hem of haar als zodanig zien. Dat is tegenwoordig door studiemogelijkheden en dergelijke later dan een eeuw geleden. Tegenwoordig begint de puberteit, de fysieke veranderingen die leiden tot het vermogen zich voort te planten, in de westerse wereld veel vroeger dan een eeuw geleden. In pre-industriële culturen begint de puberteit een stuk later dan in westerse culturen.

Volgens Erikson wordt de adolescentie gekenmerkt door een identiteitscrisis. De adolescentie is de tijd waarin kinderen rebelleren tegen hun ouders, dit is vooral gericht op de onmiddellijke controle die de ouders hebben op het gedrag van het kind. Dit komt vaak omdat het kind als volwassene behandeld wil worden en de ouders het kind willen beschermen tegen de onveilige wereld. Ondanks hun rebellie respecteren de meeste adolescenten hun ouders en de normen en waarden van hun ouders. De rebellie komt vooral in het begin van de puberteit voor. Adolescentie is ook een periode waarin individuen meer naar hun leeftijdsgenootjes toetrekken voor emotionele steun.

Dunphy onderscheidt cliques en crowds. Cliques zijn kleine groepen van heel goede vrienden die veel tijd met elkaar doorbrengen. Bij jongere adolescenten bestaan de cliques meestal uit mensen van dezelfde gender, later wordt het meer gemengd. Crowds zijn grote groepen van meerdere cliques die samenkomen voor feestjes en dergelijke. Deze zijn vaak vanaf de jonge adolescentie al gemengd. Later verdwijnen cliques wat en is er meer ruimte voor bevriende stelletjes. In de adolescentie willen individuen erg graag er net zo uit zien en zich net zo gedragen als de anderen in hun groep. Adolescenten zoeken vaak een groep van mensen op die aansluit bij hun eigen interesses. Er is veel geschreven over de negatieve gevolgen van de invloed van anderen (groepsdruk), maar die druk kan ook zeker positieve gevolgen hebben.

 

Wat zijn karakteristieke gedragingen van een adolescent?

Over de hele wereld gedragen mensen zich tijdens de adolescentie gevaarlijker dan tijdens welke andere periode in hun leven dan ook. Voornamelijk mannen vertonen aanzienlijk meer roekeloos en delinquent gedrag. Volgens sommige psychologen komt dit omdat adolescenten een mythe van onkwetsbaarheid hebben. Dit wil zeggen dat ze de valse overtuiging hebben dat ze niets zal overkomen. Anderen noemen adolescenten sensatiezoekers met een verhoogde agressiviteit. Moffitt stelt dat de piek in criminaliteit en geweld tijdens de adolescentie het gevolg is van de langere adolescentie. Jongeren komen al veel vroeger in de puberteit dan vroeger en zijn dus vroeger biologisch volwassen. Maar omdat ze nog niet als dusdanig gezien worden door de maatschappij grijpen ze naar ‘volwassen' activiteiten zoals seks, criminaliteit en drank. Haar theorie verklaart alleen lang niet al het roekeloze gedrag van adolescenten.

Steinwerg stelt dat het risicogedrag van adolescenten een competitie tussen twee ontwikkelende hersensystemen reflecteert. Het ‘cognitieve-controle netwerk’, dat betrokken is bij planning en het reguleren van gedrag en primair gelokaliseerd is in de frontale kwab. Het ‘sociaal-emotionele netwerk’ dat primair gelokaliseerd is in het limbisch systeem. Wanneer adolescenten in de aanwezigheid van leeftijdsgenootjes zijn domineert het sociaal-emotionele hersennetwerk. Het resultaat hiervan is dat, hoewel adolescenten ‘beter weten’, de aanwezigheid van leeftijdsgenootjes interfereert met het cognitieve-controle netwerk, hetgeen de incidentie van deelname aan risicovol gedrag vergroot.

Harris stelt dat het gedrag van adolescenten juist bedoeld is om los te breken van de wereld van de volwassenen en om door hun leeftijdsgenoten geaccepteerd te worden. Wilson en Daly spreken van het ‘jonge mannen syndroom'. Het gevaarlijke gedrag van jonge mannen zou misschien waarde kunnen hebben voor de reproductie. Door meer risico's te nemen krijgt een man een hogere status en dat vergroot zijn kans op reproductie. Vrouwen geven vaak ook aan dat ze zich aangetrokken voelen tot mannen die risico's nemen, zelfs als dit eigenlijk onverantwoorde risico's zijn. Ook vrouwen hebben een piek in criminaliteit en geweld tijdens de adolescentie, maar deze piek is veel minder dan bij mannen.

 

 Hoe ontwikkelt moreel redeneren zich?

Tijdens de adolescentie neemt de verfijning van moreel redeneren snel toe en ontwikkelen adolescenten een moreel zelfbeeld dat. Kohlberg heeft veel onderzoek gedaan naar moreel redeneren en stelt dat dit ontwikkeld wordt in een aantal opeenvolgende fasen.

  1. gehoorzaamheid en straforiëntatie
  2. zelfinteresse-uitwisselingen
  3. interpersoonlijk akkoord en conformiteit
  4. law-and-order-moraliteit
  5. mensenrechten en sociaal welzijnsmoraliteit.

Je moet eerst door fase één om bij fase twee te komen enzovoorts en hoe hoger je komt, hoe breder sociaal perspectief wordt. De fasen zijn niet aan leeftijd gekoppeld, maar Kohlberg stelt dat adolescentie en jong volwassenheid wel de tijd is om naar hogere fasen van moreel redeneren te komen. Fase vijf wordt door bijna nooit bereikt.

Kohlberg legt ook de nadruk op het feit dat moreel redeneren niets hoeft te zeggen over zich moreel gedragen. Jongeren die een sterk moreel zelfbeeld hebben ontwikkeld hebben meestal een goede relatie met een ouder die dient als rolmodel.

 

Hoe ziet het patroon van seksueel gedrag tijdens de adolescentie eruit?

Adolescentie is vooral ook een periode van seksuele ontdekkingen, hormonen gieren door het lichaam. Seksueel gedrag volgt een typisch patroon voor adolescenten in ontwikkelde landen hetgeen begint met seksuele fantasieën. De ontwikkeling van de seksuele identiteit is voor homo’s en lesbiennes (de ‘seksuele minderheid’) gelijk aan dat van heteroseksuele jongeren. Veel kinderen worden zich bewust van een seksuele aantrekkingskracht voor hetzelfde geslacht rond de leeftijd van 8 à 10 jaar. De gemiddelde leeftijd dat mensen zichzelf identificeren als ‘seksuele minderheid’ is echter rond de 15. Het moment waarop zij hiervoor ‘uit de kast komen’ en hun seksuele identiteit openlijk aan anderen vertonen is rond de 17 à 18 jaar.

In de VS zie je regelmatig tienerzwangerschappen, in Nederland ligt dat percentage veel lager. Vaak zijn tienerzwangerschappen buiten een huwelijk en ongeveer de helft van de tienerzwangerschappen eindigt in een abortus. Tienerzwangerschappen kunnen vaak voorkomen worden door goede voorlichting en door de bereidheid van ouders om openlijk over seks te praten met hun kinderen.

Als het over seks gaat heerst er een dubbele standaard voor jongens en meisjes: een jongen die veel vriendinnetjes heeft (gehad) is stoer, een meisje dat veel vriendjes heeft (gehad) wordt als slet gezien. Meisjes zijn vaak ook minder bereid tot seks dan jongens. De theorie van ouderlijke investering kan verklaren waarom mannen meer bereid zijn tot seks buiten een relatie. Volgens Draper en Harpending leidt de aanwezigheid van een zorgende vader tot het zoeken van een vaste relatie en het wachten met het hebben van seks tot ze die vaste relatie hebben. Dit gaat zowel bij meisjes op als bij jongens. De afwezigheid van een zorgende vader leidt tot meer promiscuïteit. Deze theorie blijft controversieel, al is er wel wat bewijs voor uit correlationeel onderzoek.

 

Hoe ziet volwassenheid eruit bij de mens?

Volgens Erikson zijn het vinden van voldoening in het werk en het ontwikkelen van intieme, zorgende relaties de doelen van de volwassenheid. De mens is een romantisch wezen en een wezen dat trouwt en in veel culturen wordt de combinatie van liefde en huwelijk als ideaal gezien. Romantische liefde lijkt qua vorm op de band tussen ouder en kind, de fysieke nabijheid en een gevoel van exclusiviteit zijn  belangrijk. Onderzoek bij dieren toont aan dat ook de onderliggende neurale en hormonale mechanismen hetzelfde zijn. De emotionele band is meer dan een bijproduct van gedeelde genoegens. De hechtingsstijl die ontwikkeld is in de kindertijd kun je ook terug zien in volwassen gehechtheid. Een zekere hechtingstijl als kind vergroot de kans op een zekere emotionele band met een romantische partner, omgekeerd geldt hetzelfde.

Markman en collega's hebben verschillende risicofactoren geïdentificeerd voor ongelukkige huwelijken en scheidingen. De factoren kunnen buiten de controle liggen van het individu en persoonlijkheid kan ook een rol spelen. Mensen die defensief op problemen en teleurstellingen reageren hebben een groter risico. Andere factoren zijn: trouwen met iemand met een andere religieuze achtergrond, trouwen nadat je elkaar pas kort daarvoor ontmoet hebt en het hebben van onrealistische verwachtingen van het huwelijk. Bovendien hebben stellen die al samenwoonden voor het huwelijk een grotere kans op een scheiding dan stellen die pas na het huwelijk gaan samenwonen.

Tips die Markman en zijn collega’s hebben voor een succesvol huwelijk zijn:

  • gebruik een positieve stijl met praten en het oplossen van argumenten

  • Doe moeite om te blijven communiceren als je het oneens bent.

  • leer om meningsverschillen aan te pakken als een team;

  • wees eerlijk tegenover jezelf en je partner.

Vrouwen zijn vaak beter in het reageren op onuitgesproken behoeften van hun partner en daarom hangt geluk in het huwelijk vaak af van hoe goed de man hierin is.

 

Bestaan er verschillen tussen de seksen en hun percepties ten op zichtte van werk?

Tegenwoordig werken zowel mannen als veel vrouwen buitenshuis. Het werk is een belangrijk deel van het volwassen leven, het is meer dan alleen zorgen voor brood op de plank. Het zorgt ook voor sociale contacten, uitdagingen en voor de ontwikkeling van intellectuele en fysieke vaardigheden.

Mensen geven de voorkeur aan complex, gevarieerd werk zonder directe supervisie. Kohn noemt deze voorkeur beroepszelfdirectie (occupational self-direction). Mensen met een baan met een hoge mate van beroepszelfdirectie zijn intellectueel flexibeler en vaak democratischer. Dit werkt ook door in hun gezinsleven en heeft meestal een positieve invloed op de kinderen. Vrouwen hebben vaak twee banen, één buitenshuis en één binnenshuis. Mannen zijn tegenwoordig wel meer betrokken bij het huishouden en de kinderen, maar nog steeds komt het grootste gedeelte van deze taken neer op de vrouw. Vrouwen voelen zich dan ook vaak heen en weer geslingerd tussen een carrière en hun gezin. Vrouwen voelen zich vaak gelukkiger op het werk dan thuis, voor mannen is dit juist andersom. Volgens Larson et al. komt dit doordat de niet-stereotypische taak meer voelt als een keuze dan een verplichting, waardoor men er meer plezier uit haalt.

 

Wat zijn theorieën over ouderdom?

Hoewel het leven er slechter uitziet als je ouder wordt (pijn en verlies), voelt men zich vaak subjectief beter. Dit wordt ook wel de paradox van het ouder worden genoemd. Met leeftijd worden we in zeker zin wijzer, kalmer en kunnen we meer genieten van het heden.

Carstensen stelde de socio-emotionele selectiviteitstheorie op. Deze theorie stelt dat mensen met het ouder worden zich steeds meer gaan bezig houden met het genieten van het hier en in plaats van het zorgen maken om de toekomst. Ze steken meer tijd in de relaties die ze hebben en hechten meer waarde aan deze relaties dan voorheen. Ouderen hebben meer aandacht voor emotioneel positieve stimuli en hebben hier ook een beter geheugen voor. Ouderen zijn vaak niet meer zo bang om dood te gaan, de piek in deze angst ligt zo rond het 50e levensjaar. Ouderen leren de dood zien als onvermijdelijk en als iemand een vol leven heeft geleid is de dood ook niet meer zo oneerlijk. Stervende mensen gaan door vijf fasen: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en uiteindelijk acceptatie. Dit gaat met name op bij ongeneeslijk zieke mensen.

 

Bulletpoints

  • Ainsworth ontwikkelde de vreemde situatietest (strange situation test) om hechting te kunnen beoordelen. De test gaat als volgt: moeder en kind zitten in een onbekende kamer met speelgoed waar een vreemde binnenkomt. Het kind blijft afwisselend alleen met de moeder achter, alleen met de vreemde achter en helemaal alleen achter. Uiteindelijk eindigt het ook weer met de moeder en het kind in de kamer. Afhankelijk van de hechtingsstijl vonden ze verschillende resultaten:

  • Zeker gehecht: kind is actief aan het onderzoeken zolang de moeder erbij is en raakt van streek en onderzoekt minder als de moeder weg is, het maakt niet uit of de vreemde er wel of niet bij is. Het kind is zichtbaar blij als de moeder terugkomt.

  • Onveilig-ambivalent gehecht: het kind blijft vreselijk overstuur zelfs als de moeder terug is en het kind probeert te troosten.

  • Onveilig-Vermijdend gehecht: het kind ontwijkt de moeder en gedraagt zich erg koeltjes tegenover de moeder, maar vaak ook de vreemdeling.

  • Gedesorganiseerd gehecht: laten geen bepaalde strategie zien voor het omgaan met de stress en de vreemdeling. Kunnen patronen van de drie bovenstaande hechtigsstijlen vertonen.

  • Emulation is een vorm van sociaal leren. Rond de leeftijd van drie jaar kunnen de meeste kinderen op een betrouwbare manier de acties van een model herhalen, zelfs wanneer zulke acties irrelevant zijn en er een betere en meer efficiënte manier is om het probleem op te kunnen lossen. Dit wordt over-imitatie genoemd. De vraag is: wat is precies het nut van over-imitatie? Een mogelijke verklaring is dat mensen van drie jaar en ouder over het algemeen geloven dat modellen betrouwbaar zijn en dat zij alle acties uitvoeren met een bepaald doel. Hoewel kinderen zeker weten veel leren van het bekijken van volwassenen leren zij tevens van andere kinderen. 

  • Autoritaire ouderschapsstijl: gebruiken veel machtshandhaving. Deze ouders scoren hoog op de dimensie ‘controle’ en laag op de dimensie ‘warmte’.

  • Autoratieve ouderschapsstijl: gebruiken met name inductie en machtshandhaving alleen als het nodig is. Zij scoren hoog op zowel de dimensie ‘controle’ als de dimensie ‘warmte’

  • Toegeeflijke ouderschapsstijl: gebruiken weinig disciplinaire methodes. Deze ouders scoren hoog op de dimensie ‘warmte’, maar laag op de dimensie ‘controle’.

  • Niet betrokken/negerende ouderschapsstijl. Zij zijn emotioneel koud en vragen weinig van hun kinderen.

  • Er zijn 4 algemene gebieden waarin gender verschillen beschreven worden: fysieke en mentale gezondheid, fysieke ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling en socioemotieonele ontwikkeling. In veel van de gevallen zijn de verschillen klein. De aanwezigheid van deze gender verschillend verklaart niet het ontstaan ervan. Het verschil tussen sekse en gender is dat sekse verwijst naar de biologische verschillen tussen jongens en meisjes en dat gender meer de nadruk legt op de sociale verschillen.

  • Over de hele wereld gedragen mensen zich tijdens de adolescentie gevaarlijker dan tijdens welke andere periode in hun leven dan ook. Voornamelijk mannen vertonen aanzienlijk meer roekeloos en delinquent gedrag. Volgens sommige psychologen komt dit omdat adolescenten een mythe van onkwetsbaarheid hebben. Dit wil zeggen dat ze de valse overtuiging hebben dat ze niets zal overkomen. Anderen noemen adolescenten sensatiezoekers met een verhoogde agressiviteit. Moffitt stelt dat de piek in criminaliteit en geweld tijdens de adolescentie het gevolg is van de langere adolescentie. Jongeren komen al veel vroeger in de puberteit dan vroeger en zijn dus vroeger biologisch volwassen. Maar omdat ze nog niet als dusdanig gezien worden door de maatschappij grijpen ze naar ‘volwassen' activiteiten zoals seks, criminaliteit en drank. Haar theorie verklaart alleen lang niet al het roekeloze gedrag van adolescenten.

 

Tentamentickets

  • Zowel de hechtingsstijlen als de ouderschaps stijlen zijn belangrijk om te weten
  • selffulfilling prophecy invloed kan je bij jezelf waarschijnlijk ook wel ontdekken. Wanneer hebben mensen bepaalde verwachtingen van jou, waar je je dan naar gaat gedragen?

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: NaomiW (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2663
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector