Wat werkt bij migrantenjeugd en hun ouders?
Van Rooijen
Een aantal voornamelijk Amerikaanse studies laat zien dat generieke interventies, die ontwikkeld zijn op basis van onderzoek onder de autochtone bevolking, op zich ook positieve effecten kunnen hebben bij jeugd en ouders met een migratiegeschiedenis. Naar de effecten van cultuursensitieve interventies is veel minder onderzoek gedaan. Wel is bekend dat het aanpassen van interventies aan verschillende groepen een positieve invloed heeft op de acceptatie door, het bereik van en het behoud van deelname van migrantengroepen en ook daardoor mogelijk de effecten kan versterken.
Verschillende perspectieven op diversiteit
Van veel interventies is niet bekend of zij geschikt zijn voor verschillende (culturele) groepen. Voorstanders van ‘kleurenblind’ aanpak: minimaliseren van raciale of etnische verschillen en nadruk leggen op universele of menselijke aspecten van gedrag. Zij zijn tegen het ontwikkelen van aparte interventies, nadruk op verschillen tussen groepen kan juist resulteren in ongelijkheid. Uitgangspunt: als een interventie effectief is voor de ene groep, is die dat ook voor de andere groep > ‘fitting the patient to the model’. Tegenstanders: belangrijk rekening houden met verschillen > ‘fitting the model to the patient’ > cultuursensitieve interventies zijn ofwel aangepast aan de normen en waarden van verschillende groepen, ofwel specifiek ontwikkeld voor specifieke doelgroepen.
Effectonderzoek bij migrantengroepen
Moeilijk te bepalen of cultuursensitieve interventies effectiever zijn dan generieke interventies. Onderzoek dat wel is gedaan heeft over het algemeen methodologische tekortkomingen (kleine onderzoekspopulatie, geen controlegroep).
Onderzoek naar cultuursensitieve interventies
Twee meta-analyses naar effectiviteit cultuursensitieve interventies waarbij expliciet rekening is gehouden met ofwel waarneembare sociale- of gedragskenmerken van de doelgroepen ofwel psychische of sociale factoren die met gezondheid en welzijn te maken hebben:
Conclusie: cultuursensitieve interventies hebben matige effecten bij migrantenjeugd. Er is geen verschil in effectiviteit tussen interventies die zich richten op externaliserend probleemgedrag, fysieke gezondheid of internaliserend probleemgedrag. Er wordt wel opgemerkt dat relatief weinig interventies gericht waren op internaliserend probleemgedrag en dat hier meer onderzoek naar nodig is. Ook valt niet te zeggen of cultuursensitieve interventies effectiever zijn dan algemene interventies.
Onderzoek naar generieke interventies
Uit onderzoek blijkt dat generieke interventieprogramma’s positieve effecten hebben op jeugdige delinquenten uit etnische minderheidsgroepen. Over het algemeen zelfs even effectief als voor autochtone jeugdigen. Positieve resultaten werden onder meer gevonden op delinquent gedrag, schoolparticipatie, relaties met leeftijdsgenoten, academische prestaties en gedragsproblemen. Onderzoek van Stice naar generieke depressiepreventieprogramma’s: preventieprogramma’s zijn effectiever als er meer jeugdigen uit etnische minderheidsgroepen in de steekproef zijn opgenomen. Onderzoek naar psychotherapeutische behandelingen: interventies bleken even effectief voor autochtone jeugdigen als voor jeugdigen uit etnische minderheidsgroepen.
Cultuursensitief versus generiek
Huey & Polo (2008) bekeken in hun review en meta-analyse of evidence based behandelingen voor verschillende psychosociale problemen en stoornissen (waaronder angst, depressie, gedragsproblemen en middelenmisbruik) ook positieve effecten hebben op jeugdigen uit etnische minderheidsgroepen. Deze evidence based behandelingen zijn vaak ontwikkeld op basis van onderzoek onder de westerse bevolking. In veel van de behandelingen die in de review waren opgenomen zaten cultuursensitieve elementen, zoals matching van cliënt en therapeut op basis van etniciteit en taal. In geen enkele studie werd echter direct getest op de toegevoegde waarde van deze elementen.
Het bereik van interventies bij migrantengroepen
De resultaten uit de vorige paragraaf laten vrij duidelijk zien dat generieke programma’s positieve effecten kunnen hebben bij verschillende groepen. Naar cultuursensitieve interventies is echter nog te weinig kwalitatief goed onderzoek gedaan om te kunnen bepalen of deze niet nog betere effecten kunnen hebben dan vergelijkbare programma’s zonder die aanpassing. Wel is duidelijk dat het bereik van generieke interventies onder etnische minderheidsgroepen kleiner is dan onder de autochtone bevolking. Bovendien haken deelnemers uit etnische minderheidsgroepen vaker voortijdig af. Dit kan wijzen op een slechte afstemming van de programma’s op de behoeften van deelnemers uit etnische minderheidsgroepen.
Het aanpassen van interventies aan verschillende groepen kan daarom bijdragen aan de acceptatie bij en het bereik en behoud van deelnemers uit etnische minderheidsgroepen, en daarmee ook van invloed zijn op de effectiviteit.
Het aanpassen van interventies
Op basis van de resultaten tot nog toe wordt in de Meetladder Diversiteit Interventies aanpassen van bestaande interventies aanbevolen boven het ontwikkelen van cultuurspecifieke methodieken. Dit laatste ligt niet voor de hand, bijvoorbeeld gezien de heterogene samenstelling binnen culturele groepen.
Randvoorwaarden
Een open houding: meer waakzaam zijn op vooroordelen, belangstelling tonen, flexibel met de tijd omgaan en een positieve benadering gebruiken. Ook het investeren van tijd, energie en geduld en het hebben van doorzettingsvermogen zijn belangrijk.
Aandacht voor de eigen culturele bril: bewust zijn van eigen culturele waarden en vooroordelen.
Kennis over de culturele achtergrond: kennis opdoen over het wereldbeeld en perspectieven van verschillende migrantengroepen > gedrag en perspectief beter begrijpen. Ook contextualiteit en positie in de maatschappij valt hieronder: aandacht voor zaken als het migratieproces, de integratiegeschiedenis en veranderingen in sociale status.
Methodiek
Een gemeenschappelijk uitgangspunt is van belang voor het slagen van interventies. Het is belangrijk dat professionals duidelijk uitleggen wat precies hun rol is, en wat ze wel/niet kunnen bieden. Ook is het van belang dat professional duidelijk krijgt wat de wensen en verwachtingen zijn van deelnemers. O.b.v. deze wederzijdse verwachtingen kunnen interventiedoelen bepaald worden.
Bij het bepalen van doelstellingen is het van belang rekening te houden met de culturele achtergrond. Westerse opvoedprogramma’s zijn vaak child-centered, wat in andere culturen niet normaal is. Dit hoeft niet per se veranderd te worden, maar wel van belang om op te letten.
Voor bepaalde migrantengroepen kan een community-, netwerk- of familiebenadering raadzamer zijn dan een individuele behandeling.
Soms kan het meer voor de hand liggen om vrouwelijke familieleden bij de interventie te betrekken i.p.v. vaders.
Tot slot kan het van belang zijn de sociale steun te versterken.
Add new contribution