Voorbeeldtentamen bij Sociale en Organisatiepsychologie aan de Universiteit Leiden - Exclusive
Meerkeuzevragen - Vraag 1 t/m 10
Vraag 1
Wat is waar over counterfactual thinking:
Herhaaldelijk een situatie overdenken met manieren waarop je het anders had kunnen doen, kan leiden tot een depressie omdat je er geen invloed meer op hebt.
Een situatie overdenken met manieren waarop je het anders had kunnen doen, kan je in de toekomst beter laten handelen in een soortgelijke situatie.
A en B zijn beide waar.
Geen van beide is waar.
Vraag 2
Welke van de volgende variabelen zijn de belangrijkste situationele factoren die interpersoonlijke attractie voorspellen?
similarity
self-esteem
propinquity
reciprocal liking
Vraag 3
Henk scheldt op teamgenoot Jeroen tijdens een voetbalwedstrijd. Volgens het covariatie model van Kelly (1967) zullen toeschouwers geneigd zijn dit gedrag aan de specifieke situatie (en niet aan Henk of Jeroen) te attribueren wanneer:
consensus en consistentie hoog zijn, maar distinctiviteit laag.
distinctiviteit en consistentie hoog zijn, maar consensus laag.
consistentie hoog is, maar distinctiviteit en consensus laag.
geen van de bovenstaande antwoorden is juist.
Vraag 4
In onderzoek van Correll, Park, Judd & Wittenbrink (2002) naar de automatische invloed van stereotypes, hebben proefpersonen als taak om in een computertaak snel op personen (die wit of zwart zijn) te schieten wanneer ze een geweer, maar niet wanneer ze een stuk gereedschap vasthouden. Het typische “shooter-bias” effect dat een automatische invloed van stereotypes laat zien komt tot uiting in:
een interactie-effect: Proefpersonen maken vaker fouten bij plaatjes van zwarte personen zonder wapens dan witte personen zonder wapens, maar minder vaak bij plaatjes van zwarte personen met wapens dan witte personen met wapens.
een interactie-effect: Proefpersonen maken vaker fouten bij plaatjes van zwarte personen met wapens dan witte personen met wapens, maar minder vaak bij plaatjes van zwarte personen zonder wapens dan witte personen zonder wapens.
een hoofd-effect: Proefpersonen maken vaker fouten bij plaatjes van witte dan zwarte personen.
een hoofd-effect: Proefpersonen maken vaker fouten bij plaatjes van personen met wapen dan zonder wapens.
Vraag 5
Berend twijfelt enorm over een baanaanbod in de commerciële sector. Hij heeft een knagend gevoel over de commerciële sector, maar omdat het salaris goed is en hij de werkzaamheden leuk vindt, neemt hij de baan aan. Op basis van reasons-generated attitude change zou je het volgende voorspellen:
Berend krijgt spijt omdat hij focuste op aspecten die er niet toe doen het leven (salaris, werkzaamheden).
Berend krijgt spijt omdat hij focuste op aspecten die makkelijk in woorden zijn te vatten (salaris, werkzaamheden), maar gevoelens negeerde die moeilijker te verklaren zijn (knagend gevoel bij commerciële sector). Juist die gevoelens die moeilijk in woorden te zijn verklaren doen ertoe op lange termijn.
Berend is blij omdat hij focuste op aspecten die makkelijk in woorden zijn te vatten (salaris, werkzaamheden) en dit dus goed aan zijn vrienden kan uitleggen.
Berend is blij omdat hij focuste op aspecten die voor iedereen belangrijk zijn (salaris, werkzaamheden), want deze aspecten zullen uiteindelijk het knagende gevoel wegnemen.
Vraag 6
Julia is op vakantie en gaat bungeejumpen. Als ze na de sprong nog staat te trillen op haar benen komt ze een hele aantrekkelijke jongen tegen waar ze een leuk gesprekje mee heeft. Ze komt opgetogen terug bij haar vriendinnen en vertelt dat ze denkt dat ze verliefd is. Dit kan een klassiek geval zijn van:
two factor theory of emotion
hindsight bias
self justification
misattribution of arousal
Vraag 7
Festinger & Carlsmith (1959) lieten proefpersonen een saaie taak doen en betaalden proefpersonen 1 of 20 dollar. De bevindingen die door dissonantiereductie verklaard kunnen worden lieten zien dat:
proefpersonen die 1 dollar kregen de beloning minder leuk vonden dan proefpersonen die 20 dollar kregen.
proefpersonen die 20 dollar kregen de beloning minder leuk vonden dan proefpersonen die 1 dollar kregen.
proefpersonen die 1 dollar kregen de taak minder leuk vonden dan proefpersonen die 20 dollar kregen.
proefpersonen die 20 dollar kregen de taak minder leuk vonden dan proefpersonen die 1 dollar kregen.
Vraag 8
De impact bias is de neiging van mensen te overschatten hoe erg en hoe lang ze last hebben van negatieve emotionele gebeurtenissen. Welke van de onderstaande uitspraken is juist:
Dissonantie reductie kan verklaard worden doordat mensen de impact bias onderschatten.
Dissonantie reductie kan verklaard worden doordat mensen de impact bias overschatten.
De impact bias kan verklaard worden doordat mensen dissonantie reductie onderschatten.
De impact bias kan verklaard worden doordat mensen dissonantie reductie overschatten.
Vraag 9
Onderzoek laat zien dat mensen die bloot worden gesteld aan herrie waar ze geen invloed op uit kunnen oefenen vaak moeite hebben om nieuwe taken te leren (b.v. Glass & Singer, 1972). Dit wordt veroorzaakt door:
fobische angst
geleerde hopeloosheid
gehoorverlies
sensorische overbelasting
Vraag 10
De moeder van Omar is erg tegen tatoeages en verbiedt hem dan ook ten zeerste om er ooit één te nemen. Dat Omar hierdoor juist getriggerd wordt om een tatoeage te nemen, kan verklaard worden door:
boomerang theory
attitude inocculation
reactance theory
prohibition theory
Antwoorden meerkeuzevragen - Vraag 1 t/m 10
Vraag 1
C. A en B zijn beide waar.
Vraag 2
C. propinquity
Vraag 3
D. geen van de bovenstaande antwoorden is juist.
Vraag 4
A. een interactie-effect: Proefpersonen maken vaker fouten bij plaatjes van zwarte personen zonder wapens dan witte personen zonder wapens, maar minder vaak bij plaatjes van zwarte personen met wapens dan witte personen met wapens.
Vraag 5
B. Berend krijgt spijt omdat hij focuste op aspecten die makkelijk in woorden zijn te vatten (salaris, werkzaamheden), maar gevoelens negeerde die moeilijker te verklaren zijn (knagend gevoel bij commerciële sector). Juist die gevoelens die moeilijk in woorden te zijn verklaren doen ertoe op lange termijn.
Vraag 6
D. misattribution of arousal
Vraag 7
D. proefpersonen die 20 dollar kregen de taak minder leuk vonden dan proefpersonen die 1 dollar kregen.
Vraag 8
C. De impact bias kan verklaard worden doordat mensen dissonantie reductie onderschatten.
Vraag 9
B. geleerde hopeloosheid
Vraag 10
C. reactance theory
Meer TentamenTests - Vraag 11 t/m 40 (Exclusief voor wie volledige online toegang heeft)
- Ben je aangesloten bij JoHo, log dan in en lees hieronder verder voor vragen 11 t/m 40
- Nog niet aangesloten, sluit je dan eerst hier aan.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden

Contributions: posts
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








