Voorbeeldtentamen bij Geschiedenis van de Psychologie aan de Universiteit Leiden - 2025/2026 - Exclusive

Meerkeuzevragen - Vraag 1 t/m 10

MC vraag 1

De evolutietheorie door natuurlijke selectie uit Charles Darwin's Origin of Speciesveronderstelt het bestaan van:

  1. Erfelijke kleine individuele verschillen.
  2. Erfelijke psychologische karakteristieken in mensen.
  3. Een aantal vaste groepen van soorten.
  4. Alle bovenstaande antwoorden zijn juist.

MC vraag 2

In de frenologische theorie van Gall zat een foute aanname. Welke?

  1. De taal functie bevindt zich vlakbij de voorkant van de cortex.
  2. Specifieke psychologische functies kunnen gelocalizeerd zijn in specifieke delen van de hersenen.
  3. De vorm van de schedel is een accurate representatie van de vorm van het onderliggende brein.
  4. Alle bovenstaande antwoorden zijn juist.

MC vraag 3

In Wundt's schema, wat zijn de vier basisdimensies van sensaties?

  1. Modus, kwaliteit, intensiteit, duur.
  2. Grootte, helderheid, interesse, richting.
  3. Hoogte, breedte, diepte, tijd.
  4. Activiteit, spanning, aangenaamheid, frequentie.

MC vraag 4

Onze perceptuele processen hebben volgens Gestalt psychologen de neiging om:

  1. Complexe opeenhopingen van stimuli in vergelijkbare groepen te organiseren.
  2. Het perceptuele veld te verdelen in figuur en grond.
  3. Het visuele veld te organiseren in gehelen.
  4. Alle bovenstaande antwoorden zijn juist.

MC vraag 5

Een goede behaviouristische psychologie zou volgens John B. Watson:

  1. Geen kwalitatief onderscheid maken tussen gedrag van mensen en dieren.
  2. Het voorspellen en controleren van gedrag tot zijn voornaamste doel maken.
  3. Subjectieve onderzoeksmethoden uitsluiten.
  4. Alle bovenstaande antwoorden zijn juist.

MC vraag 6

Wat was geen essentieel aspect van Wundt's onderzoek naar mentale chronometrie?

  1. Het meten van reactie tijden.
  2. De subtractieve procedure.
  3. De differentiatie tussen perceptie en apperceptie.
  4. Introspectie.

MC vraag 7

Mechanisme, verlichtingsdenken en positivisme hebben veel met elkaar gemeen. Welke van de volgende kenmerken is zeker niet in deze wetenschapsopvattingen terug te vinden?

  1. Een nadruk op het gevoel.
  2. Een voorkeur voor kwantitatieve analyses.
  3. Een voorkeur voor empirische gegevens. 
  4. Een anti-metafysische houding.

MC vraag 8

De laatste jaren zijn Wundt’s theorieën erkend voor hun relevantie tot een bepaalde actuele psychologische specialiteit. Welke?

  1. Cognitieve psychologie.
  2. Psycholinguïstiek.
  3. Intelligentie testen.
  4. Zowel A als B.

MC vraag 9

Welk principe is een voorbeeld van een secundaire associatiewet?

  1. Effect.
  2. Contrast.
  3. Intensiteit.
  4. Sluiting.

MC vraag 10

De latente inhoud van een droom zou volgens Freud informatie verschaffen over:

  1. Latentie.
  2. Het onbewuste.
  3. Ambivalentie.
  4. Het bewuste.

Antwoorden meerkeuzevragen - Vraag 1 t/m 10

MC vraag 1

A. Erfelijke kleine individuele verschillen.

MC vraag 2

C. De vorm van de schedel is een accurate representatie van de vorm van het onderliggende brein.

MC vraag 3

A. Modus, kwaliteit, intensiteit, duur.

MC vraag 4

D. Alle bovenstaande antwoorden zijn juist.

MC vraag 5

D. Alle bovenstaande antwoorden zijn juist.

MC vraag 6

D. Introspectie.

MC vraag 7

A. Een nadruk op het gevoel.

MC vraag 8

D. Zowel A als B.

MC vraag 9

C. Intensiteit.

MC vraag 10

B. Het onbewuste.

    Open vragen

    Open vraag 1

    Waarom maakte Ebbinghaus in zijn geheugenexperimenten gebruik van betekenisloze lettergrepen?

    Open vraag 2

    Wat wilde Watson met de experimenten met kleine Albert aantonen?

    Open vraag 3

    Wat verandert er bij operant conditioneren? In hoeverre is deze conditionering een aanvulling op het klassieke conditioneren?

    Open vraag 4

    Wat hield de Volkerpsychologie van Wundt in?

    Open vraag 5

    Wat betekenen de termen monisme en dualisme?

    Open vraag 6

    Hoe komt de mechanistische invloed naar voren in het denken van Descartes en Hobbes?

    Open vraag 7

    Wat wordt er bedoeld met de term ´homo economicus´ en wat is het verband met het utilitarisme?

    Open vraag 8

    Wat zijn de primaire en secundaire wetten van associatie?

    Open vraag 9

    Wat was een incorrecte aanname van Gall in zijn frenologische theorie?

    Antwoordsuggesties open vragen

    Open vraag 1

    Ebbinghaus wilde de capaciteit van het geheugen onderzoeken. Door betekenisloze lettergrepen te gebruiken vermeed hij associaties die het leerproces zouden kunnen vergemakkelijken. Als hij betekenisvolle, bestaande associaties, had gebruikt zou hij niets kunnen zeggen over het leren van nieuw materiaal, bovendien verschillen bestaande associaties per persoon.

    Open vraag 2

    Dat emoties (en ook andere psychische verschijnselen) niets anders dan gevolg van conditionering zijn. 

    Open vraag 3

    Bij operant conditioneren (Skinner) verandert de respons; er wordt dus nieuw gedrag aangeleerd wat een aanvulling is op het klassieke conditionering waar alleen de S verandert.

    Open vraag 4

    Wundt dacht dat hogere mentale processen zoals taal en denken niet vatbaar waren voor experimenteel onderzoek, zelfs niet met zijn geobjectiveerde introspectie. Dat kwam omdat deze processen in een sociaal proces tot ontwikkeling komen en behoren tot een bepaalde cultuur. Daarom zijn ze alleen aan de hand van voortbrengselen van die cultuur te bestuderen. Bij voortbrengselen van een cultuur kun je denken aan zaken als taal en rechtspraak.

    Open vraag 5

    Monisme is een filosofisch standpunt dat stelt dat er slechts één van iets is. Er zijn verschillende soorten monistische visies. Veel filosofen en wetenschappers zijn materialisten en hun visie is dat materie de enige substantie is die er bestaat. Dat is een voorbeeld van een monistisch standpunt genaamd realisme. Een ander voorbeeld is idealisme, zoals gevolgd door Plato, die geloofde dat de wereld van ideeën of de geest reëler is dan de fysieke wereld die we denken waar te nemen. Dualisme is een filosofisch standpunt dat stelt dat er twee verschillende vormen van substanties in het universum bestaan. De eerste is materie, zoals bestudeerd in natuurkunde, biologie en scheikunde. De tweede is de basis van de menselijke geest. Voorbeelden van dualisme zien we in de opvatting van Descartes die de substantie van de geest definieert als denken, en de causaliteit die Wundt beschrijft die denken en creativiteit zou drijven.

    Open vraag 6

    Descartes vertrouwde op het vermogen van de mens om de natuur te begrijpen en te verklaren. Complexe zaken zouden alleen begrepen kunnen worden door ze nauwkeurig te observeren. Hij beschouwde het menselijk lichaam ook als een machine, bestaande uit materie, dat zou werken via mechanistische principes. Hij beschouwde de menselijke ziel echter niet als een machine of bestaande uit materie. Hobbes daarentegen wel. Hobbes geloofde niet in het bestaan van een ziel en beschouwde hogere psychologische functies als materiële processen met stoffelijke oorzaken. Hobbes was vooral geïnteresseerd in het toepassen van het mechanisme op de samenleving, en minder op de individuele mens zoals Descartes dat wel deed.

    Open vraag 7

    De homo economicus maakt afwegingen en berekeningen. Het is zowel een term van Hobbes als van Smith. Zij gebruiken dit mensbeeld om hun maatschappijvisie te illustreren, verklaren en te verdedigen. Hobbes ziet mensen als wolven. Een leefbare maatschappij zou pas ontstaan als iedereen wat van zijn natuurrecht afstaat. Dit zou moeten worden vastgelegd in een sociaal contract. Smith ziet mensen als economische wezens en is voorstander van de vrije markt. Op basis van deze visie van de mens ontwikkelt zich een liberalistische ethiek: het utilitarisme. Deze ethiek beoordeelt de morele waarde van een handeling op basis van de bijdrage die deze levert aan het algemeen nut (het welzijn en geluk van alle mensen). Op deze manier legitimeert het utilitarisme de homo economicus.

    Open vraag 8

    De principes van associaties laten zien hoe simpele ideeën kunnen worden samengevoegd in complexe ideeën. Er wordt onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire wetten van associatie. De drie primaire wetten van associatie zijn contrast, gelijkheid en nabijheid (in tijd en plaats). Deze wetten beschrijven wanneer een associatie plaatsvindt, maar niet hoe sterk die associatie is. De secundaire wetten van associatie gaan daar wel over. Deze zijn recentheid (een associatie is sterker als deze recent is), frequentie (een associatie is sterker als deze gebaseerd is op een situatie die frequent plaatsvindt), en intensiteit (een associatie is sterker als de betrokken ideeën een sterkere impressie maken).

    Open vraag 9

    Frenologie is de leer die stelde dat aanleg en karakter werden bepaald door de groei van bepaalde hersendelen. Gall stelde dat de hersenen zouden zijn georganiseerd in delen die elk te maken hebben met een bepaald persoonlijkheidskenmerk. Deze eigenschappen zouden zijn aangeboren en zichtbaar zijn in de hersenstructuur en schedelvorm. Uiteindelijk bleek het incorrect te zijn dat de vorm van de schedel een accurate representatie van de vorm van het onderliggende brein is.

    Meer MC vragen - Vraag 11 t/m 26 (Exclusief voor wie volledige online toegang heeft)

    Exclusive section of this page (for members with extra services and online access)

    Image

    Access: 
    Public

    Image

    Check more: this content refers to
    Psychology Leiden: summaries and study notes - Theme
    Join WorldSupporter!

    Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

    Check: concept of JoHo WorldSupporter

    Concept of JoHo WorldSupporter

    JoHo WorldSupporter mission and vision:

    • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

    JoHo concept:

    • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
    • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

    Join JoHo WorldSupporter!

    for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

    Image

     

     

    Contributions: posts

    Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

    Image

    Check more: related and most recent topics and summaries
    Check more: study fields and working areas
    Check more: institutions, jobs and organizations

    Image

    Follow the author: Psychology Supporter
    Share this page!
    Submenu & Search

    Search only via club, country, goal, study, topic or sector