Positieve psychologie is de studie naar optimaal functioneren met als doel het beter begrijpen en toepassen van dingen die personen en samenlevingen helpen te bloeien. Het perspectief van positieve psychologie zoekt balans tussen werken aan zwaktes en aandacht besteden en versterken van sterke kanten. Voor de Tweede Wereldoorlog was er aandacht voor positieve psychologie, echter na de Tweede Wereldoorlog verdween deze aandacht en kwam er alleen nog maar onderzoek naar behandeling van psychopathologie. De focus kwam op ziektemodel, waarin alleen naar zwakten en gebreken werd gekeken. Pas rond 1998 kwam de positieve psychologie weer op door Seligman. Positieve psychologie maakt gebruik van een aantal principes: Strengths theory, Broaden and Build Theory of positive emotions, Complete State model of Mental Health en de Four-front approach to client assessment.
Strengths theorie stelt dat het begrijpen en bouwen op sterkte kanten, terwijl zwaktes worden beheerst essentieel is voor groei en welzijn. Dit gaat in tegen de meest voorkomende manier van denken, werken aan zwaktes en de sterkte kanten op zijn beloop laten, wat je bijvoorbeeld ziet op scholen en ook in therapie. Volgens de strengths theorie is deze manier van denken fout omdat wanneer je aandacht besteed aan sterkte kanten, deze zich veel beter zullen ontwikkelen. Een tweede denkfout is dat sterktes en zwaktes twee tegenstellingen zijn en dat door aandacht te besteden aan een zwakte deze een sterke kant kan worden. Je kunt niet alles over mentale gezondheid leren door alleen naar zwaktes te kijken, er moet ook gekeken worden zijn positieve bijdragen, wat een groot punt is om gedragsverandering te bewerkstelligen in positieve psychologie. Een laatste denkfout wat mensen weerhoudt om een positief psychologisch punt aan te nemen is de gedachte dat mensen alles kunnen, als ze het maar willen. Dit is onjuist omdat iedereen eigen sterktes heeft wat ze succesvol kan maken in het ene, maar niet in het andere. Als je vast blijft houden aan dingen waarin jouw sterkte niet ligt zal dit leiden tot negatieve gevoelens.
Er is veel onderzoek naar de functie van negatieve emoties, maar onderzoekers noemen dat positieve emoties geen andere functie hebben dan signaleren dat er geen negatieve emotie is. De B&B theorie laat zien dat positieve emoties wel van belang zijn. De theorie bestaat uit diverse hypotheses:
Broaden hypothese: volgens Frederickson leiden positieve emoties tot een verbreding van gedachten-actie repertoires. Je ziet dus meer mogelijkheden. Dit is het tegenovergestelde wat gebeurd bij negatieve emoties, waarin een tunnelvisie ontstaat waarin minder opties, maar specifiekere opties worden gezien (vluchtreactie), welke adaptief zijn in de situatie. Het verbreden van opties bij positieve emoties is ook adaptief, alleen op de lange termijn, voornamelijk door het opbouwen van bronnen. De hypothese werd onderzocht door filmpjes te laten zien welke een positieve, neutrale of negatieve emotie bevatte en dan de participanten een taak te laten maken waaruit zou blijken of ze breed of smal dachten (meer antwoorden of een breder antwoord bij positieve emoties).
Build hypothese: volgens deze hypothese worden persoonlijke bronnen opgebouwd door de tijdelijke verbreding van de gedachte-actie repertoires tijdens positieve emoties. Er worden fysieke bronnen (coördinatie, spierkracht en cardiovasculaire gezondheid), sociale bronnen (vriendschap, support en sociale vaardigheden), intellectuele bronnen (kennis en probleemoplossing) en psychische bronnen (creativiteit, optimisme en veerkracht) opgebouwd (denk aan spelende kinderen, ervaren plezier en bouwen de rest daardoor op). Deze bronnen behoud je over tijd. De hypothese wordt ondersteund door bevindingen dat veilig gehechte mensen meer open, flexibel en vasthoudend zijn in probleemoplossen en dat leren beter gaat wanneer je in een positieve emotionele staat bent.
Undoing hypothese: positieve emoties hebben de kracht om slepende negatieve emoties ongedaan te maken. Gedachte-actie repertoires kunnen niet tegelijkertijd verbreed en versmald worden. Dus door een positieve emotie op te wekken, wordt de lens waardoor je de wereld ziet verbreedt, waardoor de grip op de negatieve emotie afneemt. Dit ‘undoing’ effect vindt op zowel cognitief als fysiek gebied (bloeddruk, hartslag etc.) plaats. In een studie werden constant fysieke metingen verricht, een baseline, vervolgens gedurende inductie van angst, daaropvolgend gedurende de inductie van een tweede emotie (positief, neutraal of verdriet). In de positieve emotie conditie keerde de fysieke metingen sneller terug naar het baseline niveau.
Resilience hypothese: de hypothese noemt dat opwaartse spiralen van welzijn worden getriggerd door het verbredende effect van positieve emoties. Negatieve emoties leiden tot een neerwaartse spiraal doordat denken versmalt en negatief blijft. Dit leidt tot meer negatief affect. Positieve emoties verbreden denken, waardoor meer opties worden gezien en men optimistischer denkt. Dit versterkt de positieve emotie en helpt te bouwen aan coping-vaardigheden. Uit onderzoek is gebleken dat positief affect en coping elkaar versterken.
Flourish hypothese: ‘flourish’ is het optimaal leven en het ervaren van goede dingen in het leven als persoonlijke groei en veerkracht. Een voorspeller hiervoor is de ratio tussen positief en negatief affect, welke 2.9 (pos.) tot 1 (neg.) moet zijn om flourish te ervaren. Wanneer de ratio daaronder komt ervaart men problemen, ratio’s tot 11.6-1 promoten flourishing, daarboven leidt het weer tot verstoringen.
Dit model stelt dat mentale gezondheid en mentale ziekte op twee verschillende continuüms liggen. Assessment levert een mate van gezondheid en een mate van ziekte op. Dit levert vier verschillende soorten cliënten op:
- Compleet mentaal gezond/flourishing: lage mentale ziekte en hoge mentale gezondheid
- Compleet mentaal ziek/floundering: hoge mentale ziekte en lage mentale gezondheid
- Incompleet mentaal gezond/languishing: lage mentale ziekte en lage mentale gezondheid
- Incompleet mentaal ziek/struggling: hoge mentale ziekte en hoge mentale gezondheid
Cognitieve en gedragsveranderingen worden afgestemd op de categorie waarin je valt. Er wordt gestreefd naar de flourishing categorie. Er wordt dus zowel gewerkt aan het verminderen van mentale ziekte als aan het verhogen van mentale gezondheid.
Dit stelt dat iedereen zowel krachten als zwakten heeft en zowel kansen als destructieve invloeden in de omgeving heeft. De therapeut moet naar alle vier deze gebieden kijken en niet alleen naar de zwakten en problematische omgevingsinvloeden (negatieve bias) omdat de krachten en hulpbronnen vanuit de persoon en omgeving dan niet volledig gebruikt worden. De omgeving wordt vaak vergeten mee te nemen omdat de informatie hierover minder bereikbaar is en vanwege een fundamentele attributie fout (de neiging om gedrag toe te schrijven aan interne factoren en geen rekening te houden met externe invloeden).
De principes van positieve psychologie zojuist beschreven hebben geleid tot een aantal positief psychologische interventies:
Deze therapie richt zich op het versterken van krachten en positieve emoties en het verhogen van betekenis in de levens van de cliënten om psychopathologie te verlichten en geluk te bevorderen. Therapeuten besteden aandacht aan en lokken positieve emoties en herinneringen uit in het gesprek met de cliënt. Ook gaan ze het gesprek aan over problemen van de cliënt, met als doel het positieve en negatieve te integreren (bijvoorbeeld in het helpen omgaan met een tragedie kan ook genoemd worden dat die tragedie heeft geleid tot ontwikkeling van een aantal sterke kanten). Deze vorm van therapie is gebaseerd op het werk van Seligman, wie stelt dat een geluk bestaat uit het plezierig leven (plezier: wordt bereikt als je positieve emoties kan ervaren over je verleden, het heden en de toekomst), het betrokken leven (betrokkenheid: bereikt wanneer je diep betrokken bent en opgaat in wat je doet in meerdere levensdomeinen) en het betekenisvolle leven (betekenis: je sterke kanten gebruiken in dienst van iets groters dan jijzelf). Het lege leven, wanneer een van deze elementen ontbreekt, is een risicofactor voor psychologische problemen. De therapie moet afgestemd worden op de cliënt.
Dit mixt positieve psychologie met cognitieve therapie om cliënten te helpen doelen, behoeften en wensen te ontdekken en naar toe te werken zodat een leven van kwaliteit en tevredenheid ontstaat. In ieder stadium van therapie wordt een link gelegd tussen levensdoelen, behoeften, wensen, en de interventies. Er wordt bij cliënten naar zowel krachten, zwakten als psychopathologie gekeken in 16 gebieden van dagelijks functioneren. Deze vorm van therapie is gebaseerd op het CASIO model, waarin wordt gesteld dat tevredenheid in een levensdomein bestaat uit vier componenten:
- De objectieve Circumstances of Characteristics van het levensdomein
- De subjectieve Attituden, percepties en interpretaties van het domein
- De evaluatie over vervulling van het domein, gebaseerd op de Standaard over wat vervulling inhoudt op dat domein
- De Importance die toebedeeld wordt aan het levensdomein ten aanzien van algeheel welzijn
De O staat voor de overall tevredenheid in het leven.
In de therapie wordt gewerkt aan meer tevredenheid in belangrijke gebieden van hun leven door te kijken hoe ze hun doelen en behoeften kunnen bereiken door het volgen van het CASIO model (aanpassen omstandigheden/attituden/standaarden/doelen/waarde die eraan gehecht wordt). Er wordt gekeken naar wat te veranderen is, wat onder de controle van de cliënt ligt. Ten slotte wordt cliënten geleerd te kijken naar levensgebieden waar ze overheen hebben gekeken.
Dit is een korte, gestructureerde, directieve en probleemgerichte behandeling gebaseerd op Ryff’s cognitief model van psychologisch welzijn. Het maakt gebruik van zelf-observatie, dagboek bijhouden en cliënt-therapeut interacties om welzijn te vergroten. Ryff’s model van psychologisch welzijn bevat 6 dimensies: environmental mastery, persoonlijke groei, doel in het leven, autonomie, zelfacceptatie en positieve relaties met anderen. Het doel van therapie is mensen naar hoge levels van functioneren te begeleiden in deze 6 gebieden. Dit wordt gedaan door ervaringen van welzijn op deze gebieden te identificeren en ze te evalueren, zodat mensen bewust worden van hun welzijn. De volgende stap is het identificeren van gevoelens geassocieerd met welzijn evenals gedachten die welzijn in de weg staan (negatieve automatische gedachten, net als bij CBT). De gedachten worden uitgedaagd en gedragingen welke welzijn veroorzaken worden aangemoedigd. Ten slotte vindt educatie plaats over de zes gebieden van welzijn en moet de cliënt connecties leggen met zijn eigen leven. De belangrijkste technieken in deze therapie: cognitive restructuring, activity scheduling, assertiviteitstraining en problem solving.
Het stelt dat emoties volgen op gedachten over het al dan niet behalen van doelen (wel behalen leidt tot positieve emotie; niet behalen leidt tot negatieve emotie). De therapie is kort, semi gestructureerd en focust op huidige doelen, kansen en successen in plaats van op problemen. In therapie worden doelen geconceptualiseerd, wordt geleerd diverse wegen erheen te bedenken en wordt energie gecreëerd om te kunnen blijven werken aan doelen, zodat zelf-percepties met betrekking tot hun vaardigheid de doelen te kunnen behalen positief veranderen. Hope therapie bestaat uit vier componenten:
- Hope finding: het onderzoeken van de hoop die iemand heeft waarop gebouwd kan worden in het proces van verandering. Dit wordt gedaan door middel van verhalen en self-reports.
- Hope bonding: het bouwen aan een sterkte therapeutische relatie door de cliënt te betrekken in het plannen van de therapie en einddoelen, terwijl geprobeerd wordt de cliënt als geheel te begrijpen.
- Hope enhancing: het verhogen van hoopvol denken door de aandacht van de cliënt te verleggen van het verminderen van negatieve naar het verhogen van positieve gedragingen. Wat kan helpen is cliënten te vragen wat ze in het algemeen motiveert of heeft gemotiveerd in het verleden en hoe ze in het verleden obstakels zijn overkomen. Ook positieve self-talk over hun vaardigheden om een doel te bereiken en ze leren dat het proces naar een doel toe net zo leuk kan zijn als het behalen van een doel is behulpzaam.
- Hope reminding: het leren van cliënten om hoopvolle gedachten te monitoren en om hoop-versterkende technieken te gebruiken zodat ze na therapie hoge levels van hoop kunnen behouden.
Positieve psychologie is de studie naar optimaal functioneren met als doel het beter begrijpen en toepassen van dingen die personen en samenlevingen helpen te bloeien. Het perspectief van positieve psychologie zoekt balans tussen werken aan zwaktes en aandacht besteden en versterken van sterke kanten. Voor de Tweede Wereldoorlog was er aandacht voor positieve psychologie, echter na de Tweede Wereldoorlog verdween deze aandacht en kwam er alleen nog maar onderzoek naar behandeling van psychopathologie. De focus kwam op ziektemodel, waarin alleen naar zwakten en gebreken werd gekeken. Pas rond 1998 kwam de positieve psychologie weer op door Seligman. Positieve psychologie maakt gebruik van een aantal principes: Strengths theory, Broaden and Build Theory of positive emotions, Complete State model of Mental Health en de Four-front approach to client assessment.