Austin moet worden gezien als de grondlegger van het rechtpositivisme. Rechtpositivisten richten zich enkel op het positieve bestaande recht en kijken niet normatief.
Austin was van mening dat gewoonte nog geen recht maakt. Pas als regels zijn uitgevaardigd door een soeverein kunnen zij recht zijn.
Volgens Austin gaat rechtswetenschap over positief recht, dat is het recht in de enge zin van het woord. Het wordt namelijk door superieuren (overheid) opgelegd aan de onderdanen. Recht (wetten) in de ruimste zin van het woord is ieder bevel van een intelligent wezen dat macht heeft over een ander intelligent wezen aan wie het wie het bevel is gericht. Het kan zijn dat zo’n bevel van God komt en aan de mensen is gericht of dat het bevel door bepaalde mensen aan andere mensen wordt opgelegd.
Wetten door mensen opgelegd aan andere mensen vallen uiteen in twee groepen:
Wetten in de zin van waarden, gentlemen’s agreements, opinie’s etc. (niet door regering, politieke machthebbers opgesteld)
Wetten opgesteld door politieke machthebbers/ regering.
Wat niet met dit soort wetten verward moet worden zijn de “wetten” in figuurlijke zin.(bijv. De wet van de zwaartekracht, het recht van de sterkste).
Een rechtsregel is:
Bevel: een wensuiting van een machthebber aan een ander en indien deze wens niet wordt nageleefd dan volgt er een sanctie. Deze sanctie houdt een straf is, en is dus negatief.
Het bevel is algemeen: het bevel moet betrekking hebben op een algemene klasse van handelingen. Dit wil zeggen dat het bevel algemeen verplicht tot het verrichten of nalaten van een bepaalde categorie handelingen. Het bevel mag niet incidenteel of bijzonder (eenmalig) zijn. Voorbeeld: een algemeen bevel verplicht een regiment om iedere dat op een vaste tijd te oefenen, een incidenteel bevel verplicht een regiment om op een bepaalde dag te oefenen.
Deze algemeenheid van bevelen geldt alleen ten aanzien van handelingen en niet voor personen, het bevel kan best tot één persoon gericht zijn.
Het bevel is afkomstig van een soeverein. Dat is:
Een aanwijsbare en gemeenschappelijke superieur
Die zelf niet onderworpen is aan een andere persoon of instantie
Het merendeel van de bevolking heeft de gewoonte de superieur te gehoorzamen
Is aan deze voorwaarden voldaan dan is er sprake van een rechtsregel (het gevolg hiervan is dus dat rechtsregels ook immoreel kunnen zijn!). Austin hanteert dus een empirische opvatting van recht (rechtvaardigheid is irrelevant).
Gewoonterecht (ook rechtersrecht) valt volgens Austin onder het begrip bevel omdat het door de soeverein wordt gehandhaafd. Indien een rechter toetst aan het gewoonterecht dan is dit recht doordat de soeverein de rechter heeft opgedragen recht te spreken.