1.3 Beleidseffecten
De effecten en gevolgen van beleid kun je beantwoorden door middel van het stellen van onderstaande deelvragen.
- Doelbereiking: Worden de doeleinden van het beleid bereikt?
- Effectiviteit: In hoeverre kan het bereiken van de doeleinden toegeschreven worden aan de gekozen beleidsinstrumenten?
- Bijwerkingen: Wat zijn de neveneffecten (niet-beoogde effecten) van het beleid?
- Efficiëntie/doelmatigheid: Hoe is de verhouding tussen kosten van de ingezette middelen en de baten van de bereikte doelen?
- Profijt: Hoe gelijk/ongelijk verdelen de kosten en baten van het beleid zich over bepaalde groepen van de bevolking en diverse overheidsinstanties?
- Conformiteit (rechtvaardigheid): Zijn de instrumenten van het beleid op de correcte manier toegepast?
- Legimiteit: In hoeverre wordt het beleid door de betrokkenen als juist beschouwd en gesteund?
1.4 Verandering van beleid op lange termijn
Er kunnen vier mogelijke vormen van ontwikkeling van een beleid optreden: rationalisering, democratisering, differentiatie en integratie.
| Ontwikkelingsvorm | Definitie |
| 1. Rationalisering | Dit is de toename van rationaliteit, d.w.z. de toename van de redelijkheid en houdbaarheid van argumentatie (zowel empirisch als normatief) |
| 2. Democratisering | Dit is de toename van democratie, d.w.z. de mogelijkheid voor alle betrokkenen om direct of indirectie invloed uit te oefenen op het beleid |
| 3. Differentiatie | Dit is de toename van verscheidenheid van doeleinden en middelen in het beleid en een toenemende taakverdeling en specialisatie in beleidsorganisatie |
| 4. Integratie | Dit is de toename van afstemming en bundeling van onderdelen van het beleid en van de organisatie tot samenhangend geheel |