Hoe werken groepen in verschillende contexten? - Chapter 15

Groepen bevinden zich op verschillende locaties zoals klaslokalen, ziekenhuizen, sportvelden en bioscopen. De omgevingen hebben een belangrijke invloed op de groepen.

Ecologie is de studie naar organismen en hun leefomgevingen: hoe interacteren ze met en passen ze zich aan aan andere organismen in hun omgeving en aan de omgeving zelf. Groepsecologie lijkt hierop. Dat is de studie van de interacties tussen levende en niet-levende componenten van de omgeving van een groep, met bijzondere nadruk op de ruimtelijke ordening van individuen in kleine groepen.

Van plekken wordt vaak gezegd dat ze een ambiance hebben. Dat is de psychologische reactie die wordt opgeroepen door een plek. De reactie van een groep op zijn omgeving is subjectief, want de zichtbare fysieke kenmerken van de plaats worden gefilterd door de persoonlijke voorkeuren, verwachtingen, waarden en houdingen van elk lid.

Wat houdt cognitieve overbelasting in?

Groepen kunnen een cognitieve overbelasting ervaren als ze worden overweldigd door de aanwezige informatie in de omgeving. Overbelasting is een psychologische reactie op situaties en ervaringen die zo cognitief, perceptueel of emotioneel stimulerend zijn dat ze het vermogen van het individu om inkomende informatie te verwerken belasten of zelfs overtreffen. In dagelijkse situaties gaan mensen om met overbelasting door hun contact met anderen te verminderen, de hoeveelheid informatie die ze opmerken en verwerken te beperken, aspecten van de situatie te negeren en door herstellende acties uit te voeren: tijd doorbrengen in een omgeving die geen hoge niveaus van gericht vereist aandacht. Sociaal psycholoog Kaplan ontwikkelde de attention restoration theory (ART). Dat is een conceptuele analyse van de cognitieve processen die het uitvoerende functioneren op hoog niveau ondersteunen, inclusief aandachtsfocus en zelfregulatie, die ervan uitgaat dat deze cognitieve hulpbronnen kunnen worden aangevuld door een interactie met natuurlijke omgevingen.

Sommige plekken geven stress. Stress is een negatieve fysiologische, emotionele, cognitieve en gedragsreacties op omstandigheden die iemands gevoel van welzijn en veiligheid bedreigen - of waarvan wordt gedacht dat ze bedreigen. Factoren die stress beïnvloeden zijn onder andere temperatuur en geluid. Er bestaan ook extreme en ongewone omgevingen; dat zijn omgevingscontexten die verschillen van die waar mensen meestal wonen, inclusief besloten en geïsoleerde omgevingen.

De omgeving van een groep omvat ook de andere mensen die op dezelfde plek aanwezig zijn. Mensen geven er de voorkeur aan om wat ruimte tussen hunzelf en anderen te houden. Dit wordt personal space genoemd. De definitie is: het gebied dat individuen om zich heen onderhouden waarin anderen niet kunnen binnendringen zonder ongemak op te wekken.

Welke persoonlijke ruimtes zijn er?

Verschillende groepsactiviteiten vragen verschillende groottes van persoonlijke ruimtes. Hall introduceerde vier verschillende variaties en later is daar eentje aan toegevoegd:

  1. Intieme zone (knuffelen).
  2. Persoonlijke zone (samen tv kijken).
  3. Sociale zone (praten met een receptioniste).
  4. Publieke zone (college).
  5. Afgelegen zone (e-mail).

De meeste theorieën over non-verbale communicatie erkennen die afstandsfunctie om de aard van de relatie tussen mensen te definiëren. Het evenwichtsmodel van communicatie is bijvoorbeeld een verklaring voor gedrag om te distantiëren in interpersoonlijke situaties, met het argument dat de hoeveelheid oogcontact en de intimiteit van het onderwerp van invloed zijn op de hoeveelheid persoonlijke ruimte die de groepsleden nodig hebben.

Een situatie met een hoge dichtheid is niet altijd een problematische situatie. Dichtheid is een kenmerk van de groepscontext - het aantal mensen per ruimte. Crowding daarentegen is de psychologische reactie die mensen ervaren wanneer ze het gevoel hebben dat ze niet genoeg ruimte hebben.

Volgens de dichtheid-intensiteitshypothese zal de situatie, als de groepsinteractie onaangenaam is, de situatie nog onplezieriger maken. Maar als de situatie aangenaam is, zal een hoge dichtheid de situatie nog beter maken. Drukke situaties worden ook als onaangenaam ervaren omdat ze de controle van groepsleden over hun ervaringen ondermijnen.

Sociaal psycholoog Sommer maakte onderscheid tussen sociopetal spaces en sociofugal spaces. De eerste zijn omgevingsinrichtingen die interactie tussen groepsleden bevorderen, zoals zitplaatsen die gesprekken vergemakkelijken. De tweede zijn omgevingsinrichtingen die interactie tussen groepsleden ontmoedigen of voorkomen.

Het hoofd-van-de-tafel effect is de neiging van groepsleden om de leiderschapsrol en zijn verantwoordelijkheden te associëren met de zetel aan het hoofd van de tafel: als gevolg daarvan verschijnen individuen die dergelijke posities bekleden vaak als leiders in groepen zonder aangewezen leiders.

Ook mensen hebben territoria. Dat is een specifiek geografisch gebied dat individuen of groepen individuen claimen, markeren en verdedigen tegen indringing door anderen. Wanneer mensen een territorium vestigen, proberen ze over het algemeen te bepalen wie toegang heeft. Zoals omgevingspsycholoog Altman opmerkte, hangt de mate van controle echter af van het type territorium. Controle is het hoogst voor primaire territoria (een slaapkamer). Individuen behouden slechts een matige hoeveelheid controle over hun secundaire territoria (een tafel in een café). Controle over openbare gebieden is nog beperkter (lift). Groepsruimte is een tijdelijke ruimtelijke grens die zich vormt rond op elkaar inwerkende groepen en dient als een barrière voor ongewenste indringing door niet-leden.

Onderzoek naar territoriumgedrag suggereert dat mensen zich veel comfortabeler voelen als hun groep hun leefgebieden kan territorialiseren. Ook zorgen territoria ervoor dat er minder conflicten tussen groepen zijn, omdat ze contact tussen groepen organiseren en reguleren door een groep van een andere groep te isoleren.

De kracht van een groep wordt vaak bepaald door de kwaliteit en omvang van de ruimte die zij beheert, zodat groepen hun territorium beschermen als een middel om hun reputatie te beschermen. Geschillen over territoria zijn echter vaak eenzijdig, omdat groepen die hun territorium verdedigen, vaak winnen van groepen die territoria binnenvallen – een fenomeen dat het thuisvoordeel wordt genoemd. Individuele leden hebben vaak ook persoonlijke territoria binnen de territoria van de groep. Deze persoonlijke territoria vervullen privacy-, organisatie- en identiteitsfuncties voor individuele leden.

Ecologisch psycholoog Barker onderzocht de relatie tussen mensen en de plaatsen waar ze wonen en werken. Hij ontdekte dat in de meeste van deze omgevingen mensen zich aanpasten aan de eisen van de plaats. Barker noemde het behavior settings waar de acties van mensen worden voorgeschreven door de kenmerken en functies van de instellingen voor situaties. Ze zijn specifieke ruimtelijke gebieden met grenzen die de rand van de ene behavior setting en het begin van de volgende identificeren.

Synomorphy is in de ecologische psychologie de kwaliteit van de match tussen de menselijke aanwezigen en de fysieke situatie. Hierbij hoort de theorie van ecologisch psycholoog Wicker, genaamd staffing theorie. Dat is een ecologische analyse van behavior settings dat beargumenteert dat zowel onderbezetting als overbezetting schadelijk kan zijn.

Wat voor soort ruimtes hebben mensen nodig om maximaal productief te zijn?

Architect Duffy concludeerde dat het antwoord afhangt van de mate van interactie en het niveau van individuele autonomie die de taken van de groep vereisen. Hij gebruikt deze twee dimensies om vier basistypen van werkconfiguraties en hun ideale ruimtelijke ordeningen te identificeren:

  1. Korven: lage interactie en lage autonomie. Dergelijke groepen functioneren goed in open kantoren waar elk individu een gedefinieerde, relatief kleine werkruimte heeft.
  2. Cellen: lage interactie en hoge autonomie. Leden die werken aan complexe, lange termijn, relatieve geïndividualiseerde projecten hebben behoefte aan privéruimtes om hun werk te doen.
  3. Hollen: hoge interactie en lage autonomie. Wanneer leden die qua vaardigheden en verantwoordelijkheden vergelijkbaar zijn, samenwerken aan collectieve taken en projecten, hebben ze een open ruimte nodig die alle leden delen. Deze groepen werken aan specifieke, relatief kortlopende projecten waarbij succes afhangt van het handhaven van zeer hoge niveaus van informatie-uitwisseling.
  4. Clubs: hoge interactie en hoge autonomie. Leden die getalenteerd of goed opgeleid zijn of zeer gespecialiseerde vaardigheden bezitten, werken vaak aan uiteenlopende taken en projecten die sterk verschillen in hun samenwerkingseisen. Hun werkruimte moet flexibel zijn, zodat ze kunnen samenwerken waar nodig, maar ook om privacy te waarborgen.

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
3374
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector