Hoe verloopt de groei en ontwikkeling van kinderen van vier tot twaalf jaar? - Chapter 2

Mensen veranderen continue, dat geldt nog meer voor kinderen. Het proces van veranderen verloopt bij jonge kinderen erg snel. Op volwassen leeftijd weten we vaak nog nauwelijks wat ons als kind bezighield en hoe we dachten. Het is echter wel belangrijk om enig inzicht te hebben in de ontwikkeling van kinderen om kennis over ze op te doen.

De voorwaarden voor gespreksvoering met kinderen zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind. Het beschreven model voor gespreksvoering is om die reden leeftijdsgewijs opgebouwd. Er bestaat bijvoorbeeld een omslag in het denken van kinderen rond het zevende jaar, de scharnierleeftijd. Vanaf deze leeftijd begrijpt het kind min of meer de regels die aan een ondervraging of aan een verhoor ten grondslag liggen en zijn daarom ook minder gevoelig voor suggesties. Het is om deze reden dan ook van belang om bij het spreken met kinderen rekening te houden met hun leeftijd. Effectieve communicatie betekent dan ook dat men aansluit bij de gesprekspartner. Dat betekent dus aansluiten bij de belangstelling, gedachtewereld, gevoelswereld en wijze van communicatie van degene waarmee men spreekt. Dit geldt voor kinderen dus niet minder dan voor volwassenen.

De juiste attitude in gespreksvoering bestaat uit respect voor het kind en bescheidenheid van de volwassene. Deze attitude is nodig om daadwerkelijk te kunnen communiceren met kinderen, en moet worden ontwikkelt in plaats van geleerd. Voor respect en bescheidenheid is het nodig dat de volwassene ervan overtuigd is dat het kind deskundig is over zichzelf. In de gespreksvoering moet bovendien aangesloten worden bij de leeftijd van het kind. Hiermee wordt niet alleen de kalenderleeftijd bedoeld, maar met name de mentale leeftijd van het kind. De mentale leeftijd geeft de mate van ontwikking van het kind aan ten opzichte van leeftijdgenoten. Ondanks dat deze algemene lijn wordt geschetst, is het belangrijk te realiseren dat kinderen niet alleen verschillen wat betreft hun kalender leeftijd, maar ook qua mentale leeftijd. Alle mensen zijn namelijk uniek, en kinderen zijn daar dus geen uitzondering op. Ook is het belangrijk om kinderen te stimuleren contact en steun te zoeken bij professionals wanneer ze daar behoefte aan hebben.

Hoe is een kind ook volwassen?

Het kind heeft een andere gedachtewereld en gevoelswereld dan volwassenen. Een kind is dus niet een kleine, en daarmee onvolwaardige volwassene. Kinderen zijn namelijk intelligenter dan volwassenen, maar volwassenen hebben meer kennis en ervaring. Kinderen staan open in het leven en willen de wereld om zich heen begrijpen. Kinderen beschikken over innerlijke wijsheid. Kinderen weten dus dingen zonder dat ze altijd in staat zijn om dat in woorden uit te drukken. De capaciteiten van kinderen zijn groter dan ze uit kunnen drukken, en groter dan volwassenen kunnen vermoeden. Het is een kunst om kinderen serieus te nemen, ze juist te benaderen en ze te helpen de juiste woorden te vinden.

Wanneer aan kinderen met een acute of chronische conditie werd gevraagd aan te geven wanneer de communicatie goed was gegaan en wanneer niet, en wat suggesties zijn om de communicatie te verbeteren, ontstond een kader dat hieronder wordt besproken.

Clear communicatie kader

  1. Context: het kind wordt als meer dan iemand met een medische kwestie gezien.

  2. Luisteren: kinderen te laten spreken zonder onderbroken te worden en geen commentaren maken die afkeur of verrassing uitdrukken.

  3. Empowerment: het kind heeft een actieve rol. Het kind wil dingen weten, het kind wil geïnformeerd worden en het kind wil betekenisvolle input in de communicatie hebben.

  4. Advies: de kinderen wilden advies in hoe zij met hun specifieke ziekte om moesten gaan.

  5. Geruststelling: de kinderen willen geruststelling dat ze gezond waren en dat ze goed bezig waren in het omgaan met hun symptomen en ze wilden geen valse geruststellingen ontvangen.

Advies en geruststelling vonden de kinderen de minst belangrijke suggesties van de vijf.

Kinderen kunnen diep filosoferen, maar dit wordt nauwelijks serieus genomen of gebruikt door volwassenen. Juist jonge kinderen lijken een sterke filosofische inslag te hebben. Met name jonge kinderen staan open en ontvankelijk in het leven. Jonge kinderen willen de wereld om hen heen begrijpen. Voor kinderen is de wereld nog niet vanzelfsprekend, zoals voor volwassenen. Ze willen deze wereld ontdekken, wat ze om zich heen zien  roept steeds weer vragen in hen op. Het bewerken van kennis en ervaring vormt een wezenlijk onderdeel van intelligentie. Een voorbeeld is dat kinderen die vanwege problemen in de hulpverlening terecht zijn gekomen, over het algemeen meer ervaren zijn dan de hulpverleners om hen heen.

Een kind is in verschillende leefomstandigheden opgegroeid, terwijl een hulpverlener zijn wijsheid met name uit zijn opleiding haalt. In tegenstelling tot volwassenen, die moeite hebben zich een nieuwe taal eigen te maken en die zelden vloeiend leren spreken, leert een jong kind vrij gemakkelijk de talen die het aangeboden krijgt. Zo spreken kinderen van allochtone ouders vaak zonder accent in, tegenstelling tot hun ouders, door te leren van autochtone leeftijdgenoten. Baby’s vormen een gehechtheidssysteem op basis van de manier waarop mensen rond het kind reageren op zijn behoeften. Een baby leert dus snel wie hij kan vertrouwen en wie niet. Een kind leert bovendien spelenderwijs lezen en schrijven. Daarnaast kunnen kinderen soepeler met computers omgaan dan volwassenen. Uit deze voorbeelden blijkt de enorme capaciteit bij kinderen.

De eerste vier tot vijf jaar van een kind staan in het teken van het leren beheersen van verschillende taken. Op de leeftijd van drie jaar lijkt het kind een hoogtepunt te bereiken in zelfvertrouwen. Rond de driejarige leeftijd is de mens dus het meest zelfverzekerd. Kinderen hebben rond de drie jaar namelijk het gevoel grip te hebben op zichzelf en op de wereld om zich heen. Kinderen kunnen zichzelf voeden, zich zelfstandig voortbewegen en door middel van taal hun wensen duidelijk maken. Kinderen beheersen bovendien allerlei belangrijke taken, zonder de grenzen van hun mogelijkheden te zien en worden dus ook niet onzeker als gevolg daarvan.

Kinderen hebben een enorme veerkracht. Deze veerkracht is gebaseerd op hoop dat hun situatie zal verbeteren. Bovendien hebben kinderen een uitstekend stressmanagement, ze lijken ernstige situaties beter te doorstaan dan volwassenen. In de eerste vier tot vijf jaar zal het kind een groot aantal ontwikkelingstaken leren beheersen, zoals autonomie (zelfstandig eten, zindelijk worden en in slaap vallen), motoriek (vrij en zelfstandig bewegen), intellect (analyseren, ordenen, conversatieprincipe, ruimte en afstand bevatten, concreet en abstract denken), communicatie en emoties.

Hoe ontwikkelt een kind zich op psychosociaal gebied in de leeftijdsperiode vier tot zes jaar?

In de leeftijd van vier tot zes jaar staan het uitbreiden van de fysieke en sociale omgeving en het verfijnen van taal centraal. Kinderen gaan onderwijs volgen en de ontwikkeling komt niet meer vooral van binnenuit, maar wordt van buitenaf aan het kind gepresenteerd. Dit geldt niet alleen voor het onderwerp, maar ook voor het tempo en de manier van leren. Met het doen-als-of-spel leren kinderen spelenderwijs sociale rollen. Kinderen leren in deze periode door middel van spel over sociale situaties. Vanaf vier jaar is sprake van partnerschap. Dit betekent dat het kind op het emotionele vlak eerst met name op instrumentele basis functioneert, en het op deze leeftijd emotioneel wederzijdse intimiteit ontwikkelt. Kinderen gaan vanaf vier jaar intensief om met verschillende kinderen en volwassenen. Hun taalvaardigheid moet deze uitbreiding van de sociale omgeving bijhouden. Kinderen beginnen zich ook te beseffen hoe hun gezin eruitziet in vergelijking tot andere gezinnen. Kinderen zijn niet te jong om belangrijke feiten te weten te komen. Het is juist bevorderlijk om moeilijke en pijnlijke onderwerpen voor de leeftijd van zeven jaar te bespreken met kinderen. Rond de leeftijd van vijf jaar zijn kinderen actief bezig hun afstamming te proberen te begrijpen. Ze proberen familieverhoudingen te begrijpen. Ze beschikken over een breed en creatief scala aan mogelijkheden die dan nog niet beknot zijn door kennis, waardoor verrassende verbanden gelegd kunnen worden. De motorische ontwikkeling van kinderen tussen vier en zes maakt bovendien een belangrijke sprong. Kinderen spelen namelijk graag buiten en zijn volop met hun lichamelijke mogelijkheden bezig, bijvoorbeeld door te klimmen en te fietsen. Ook beginnen ze de sociale codes te leren, zoals het verschil tussen echt vechten en speel-vechten.

Ernstige problemen in sociaal contact gaan vaak samen met een houterige, niet-vloeiende motoriek. Kinderen die moeite hebben met sociale interactie en die motorisch onhandig zijn, zullen daarom een achterstand oplopen in het contact maken en door andere kinderen buiten gesloten kunnen worden. De taalontwikkeling is in deze periode volop in gang.

Kinderen kunnen de meeste woorden al uitspreken en grammaticaal volwaardige zinnen maken. Dat betekent niet dat ze de betekenis kennen van de woorden die ze uit kunnen spreken. Ook zijn ze niet in staat om alles wat ze willen weten of wat er in hen omgaat juist te formuleren. Het egocentrische denken van het kind, waarbij het zichzelf als centrum van de wereld ziet en weinig besef heeft van wat er in een ander omgaat, neemt vanaf deze periode sterk af. Het zal echter nooit verdwijnen. Met name ook door het deelnemen aan de leefwereld van leeftijdgenoten leert het kind zich te verplaatsen in een ander. Het kind leert empathie door middel van vriendschappen. Het kind leert door de vriendschap de wereld van een ander kennen. Gedurende deze levensfase is het animistische denken, waarbij alles van leven bezield is, en het magische denken, waarbij het kind de wereld beschouwt als geregeerd door magische krachten, nog overheersend. Kinderen kunnen dingen letterlijk nemen door hun onvolledige kennis, beperkt begrip en een gebrekkig abstract talig denken. Een kind tussen vier en zes jaar weet een gebeurtenis makkelijker ruimtelijk dan in tijd te situeren. Wanneer echter het verbale aspect niet benadrukt wordt, functioneren kinderen van deze leeftijd op basis van herkenning gemiddeld net zo goed als volwassenen. Jonge kinderen zijn beter in staat om een herinnering te reproduceren door middel van voorwerpen dan door middel van woorden. Tijdens vrije reproductie benoemen ze weinig details. Dat betekent vrij vertellen zonder sturing door volwassenen. Ze moeten met vragen gestimuleerd worden om meer details van een herinnering te benoemen.

Hoe ontwikkelt een kind zich psychosociaal in de leeftijdsperiode zes tot acht jaar?

Er vindt een omslag plaats in het denken van kinderen rond het zevende jaar, de scharnierleeftijd. Op die leeftijd beginnen kinderen de wereld beter te begrijpen. Het leven van een kind voor en na deze leeftijd is fundamenteel verschillend. Door middel van het lezen en schrijven treden kinderen de wereld van de volwassenen binnen. De ontwikkeling van het denken maakt abstracties mogelijk die het inzicht in het leven en in de wereld enorm wijzigen. Vanaf zeven jaar begrijpt een kind de onomkeerbaarheid van de dood. Daaruit blijkt dat de intellectuele ontwikkeling een verdieping in de begripsvorming mogelijk maakt. Door toenemende integratie van de hersenen werken de verschillende hersengebieden in toenemende mate samen. Het kortetermijngeheugen is bijna volgroeid en het langetermijngeheugen gaat toenemen. De herinneringen aan de periode voor zeven jaar raken voor een belangrijk deel verloren, voor een deel omdat ze in andere categorieën zijn opgeslagen in het geheugen, zoals onder een geur in plaats van onder een talig etiket als speelgoed. De leeftijd van zes tot acht jaar is de periode van de alfabetisering. Kinderen leren dan spelenderwijs lezen en schrijven. Rond zes tot zeven jaar ontwikkelen kinderen schaamtegevoel. Verlegenheid is al jonger aanwezig. Ze krijgen een duidelijker besef van wat anderen van hen vinden en zijn gevoelig voor waardering en afkeuring. De morele ontwikkeling is nog steeds afhankelijk van beloning en straf in deze periode, maar wordt nu meer gestuurd door een innerlijk besef van goed en kwaad.

Hoe ontwikkelt een kind zich psychosociaal in de leeftijdsperiode acht tot tien jaar?

Als gevolg van de onderlinge concurrentie met leeftijdgenoten en de verwachtingen van volwassenen kunnen kinderen faalangst en minderwaardigheidsgevoelens ontwikkelen. In de basisschoolperiode ontwikkelen vriendschappen van egocentrisch naar wederzijds. Vriendschappen krijgen in deze leeftijdsfase het karakter van coöperatie en er bestaat een vergroot bewustzijn van dat relaties wederzijds zijn. Kinderen proberen zich in deze periode meer aan te passen aan de wensen van een vriend of vriendin. Continuïteit in vriendschap is nog beperkt en vriendschappen kunnen nog makkelijk verbroken worden door ruzie in deze leeftijdsfase. Ze worden daarentegen ook makkelijk hersteld. Verschillen worden duidelijk door een constante vergelijking met leeftijdgenoten en de nadruk op verschillen onderling kan een voedingsbodem gaan vormen voor het pesten, dat met name vanaf deze periode een rol speelt en dan vooral bij jongens. De morele ontwikkeling bij een kind verloopt van gevoelig voor straf en beloning naar een goed kind willen zijn. Vanaf achtjarige leeftijd zijn kinderen sterk gericht op de omgang met leeftijdgenoten.

Hoe ontwikkelt een kind zich psychosociaal in de leeftijdsperiode tien tot twaal jaar?

De periode van tien tot twaalf jaar is minder duidelijk te omlijnen, maar wordt begrensd door de prepuberteit die start met de groeispurt. De groeispurt vindt gemiddeld plaats rond de leeftijd van elf jaar plaats bij meisjes en bij jongens met dertien jaar. Wanneer een groeispurt heeft plaatsgevonden, past het kind psychologisch gezien niet meer in de ontwikkelingsfase die met tien tot twaalf jaar bedoeld wordt. Aan het einde van de basisschool staat de vorming van de sociale identiteit centraal. En de sociale identiteit is de voorloper van het vormen van een psychologische identiteit. Vanaf achtjarige leeftijd zijn kinderen sterk gericht op de omgang met leeftijdgenoten en vanaf tien jaar wordt dit een kernactiviteit. Verzamelen en ruilen is van groot belang aan het einde van de basisschool. De sociale identiteit vormt, naast dat het de voorloper is van de psychologische identiteit, het vangnet voor de psychologische identiteit. Aan het einde van de basisschool staan de verschillen tussen jongens en meisjes centraal. Deze verschillen staan dan volop in de aandacht. De ontwikkeling van intimiteit kan gedurende deze periode gekenmerkt worden als een paradoxale intimiteit. Het kind wil dan namelijk niet meer de tederheid van de voorafgaande fasen, maar beschikt nog niet over de mogelijkheden van de volwassene. Onder invloed van de informatie over seksualiteit door middel van de media zoeken kinderen naar gedrag dat vergelijkbaar is met volwassenen intimiteit. Seksuele voorlichting wordt normaliter met name door leeftijdgenoten gegeven aan het einde van de basisschool, en aan het begin van de middelbare school. Basisschoolkinderen hebben behoefte aan kennis over zowel de technische en de emotionele kant van seksualiteit. Het basisschoolkind wordt zich bovendien steeds meer bewust van zijn of haar plaats tegenover anderen. Het groeiende inzicht zorgt ervoor dat het kind leert relativeren.

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Social Science Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2714
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector