Haven Zwartewaal, 11 maart 1981, NJ 1982, 76
Casus
A verkocht aan B een oppervlakte grond met daarop verspreid staande gebouwen, zulks onder het voorbehoud van het recht van opstal van het gekochte; het betrof met andere woorden overdracht van bloot-eigendom. Het was voorts de - ook uitgedrukte - bedoeling bij de overdracht dat ook de gebruiksrechten van de grond gedurende de opstaltermijn aan de opstalhouder zouden toekomen. De waarde van het overgedragen bloot-eigendom - grondslag voor de heffing van overdrachtsrecht - is verschillend al naar gelang het gebruiksrecht van de grond als een zakelijk onderdeel van het opstalrecht is te beschouwen, dan wel als een afzonderlijke obligatoire huurverhouding is te zien, omdat deze gebruiksverhouding in de eerste opvatting de "omvang'' van het bloot-eigendom vermindert en dan het object van de heffing tot geringere proporties terugbrengt. Deze (meer) fiscale kwestie diende nu te worden opgelost aan de hand van de vraag wat dit opstalrecht civielrechtelijk inhield.
Rechtsvraag
Is het mogelijk langs de weg van vestiging van een opstalrecht het volledig genot en het recht van vruchttrekking te verschaffen van de grond waarop het recht betrekking heeft, voor zover die grond niet met opstallen is bezet? Enigszins anders verwoord: Kan een opstalrecht een gebruiksrecht en een recht van vruchttrekking omvatten?
Hof
Het hof heeft geoordeeld dat het niet mogelijk is langs de weg van vestiging van een opstalrecht het volledig genot en het recht van vruchttrekking te verschaffen van de grond waarop dat recht betrekking heeft, zeker niet voor zover die grond niet bezet is met opstallen.
Hoge Raad
De bevoegdheid de zaak waarop het recht rust te gebruiken en daarvan de vruchten te trekken vloeit naar de aard van het opstalrecht weliswaar daaruit slechts voort indien en voor zover dat nodig is voor het volle genot van dat recht, maar bij de akte van vestiging mogen pp. de bevoegdheden van de opstaller nader regelen en mogen zij hem ook bevoegdheden toekennen die niet nodig zijn voor het volle genot van het recht, mits die bevoegdheden in zodanig verband staan met die welke aan de opstaller naar de aard van dat recht toekomen dat het gerechtvaardigd is die bevoegdheden als onderdeel van dat recht te behandelen.
De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof en verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing van de zaak.