Aandacht | Focussen op een specifiek kenmerk, object or locatie of een bepaalde gedacht of activiteit. |
Attenuation theory of attention | Anne Treisman’s model van selectieve aandacht dat voorstelt dat selectie gebeurd in twee stadia. Eerst zal een demper de binnenkomende informatie analyseren. |
Attenuator/ Demper | In Treisman’s model van selectieve aandacht, analyseert de demper de binnenkomende informatie in termen van fysieke karakteristieken, taal, en betekenis. Bijgewoonde informatie passeren met volle sterkte, niet bijgewoonde informatie passeren met verminderde sterkte. |
Autisme | Een ontwikkelingsstoornis waar één van de hoofdsymptomen het terugtrekken van contacten met andere mensen is. Mensen met autisme richten vaak hun aandacht ergens anders dan mensen zonder autisme |
Automatische verwerking | Verweking dat automatisch plaatsvindt, zonder dat het de bedoeling is en minimaal gebruik maakt van cognitieve middelen. Automatische verwerking is geassocieerd met makkelijk of goed geoefende taken. |
Balint’s syndroom | Een conditie veroorzaakt door hersenschade waarbij de persoon moeite heeft om zijn/haar aandacht te richten op een individueel object. |
Bottleneck model | Aandacht model dat stelt dat binnenkomende informatie beperkt is op een gegeven moment en dat alleen een deel van de informatie naar ons bewustzijn doordringt. Broadbent’s aandacht model is een voorbeeld van een bottleneck model. |
Change blindness/ Verandering blindheid | Moeite met het detecteren van veranderingen in vergelijkbare, maar toch andere scenes die gepresenteerd worden na elkaar. De veranderingen zijn vaak makkelijk te zien mits de aandacht erop gericht is. |
Cocktail party effect | Het fenomeen dat voorkomt als een bericht van een andere bron jouw bewustzijn binnendringt terwijl jij gefocust bent op een ander gesprek of bericht. Dit kan gebeuren als een person opeens zijn naam hoort ergens aan de andere kant van de kamer terwijl deze persoon gefocust is op zijn gesprek. |
Cognitieve lading | De hoeveelheid cognitieve middelen die een persoon nodig heeft voor een taak. |
Cognitieve hulpbron | Het idee dat een persoon een bepaalde cognitieve capaciteit, ofwel hulpbron, bevat die gebruikt kan worden om diverse taken uit te voeren. |
Controle processen | In Atkinson en Shiffrin’s modale model van herinneringen worden actieve processen beschreven die gecontroleerd kunnen worden door de persoon en kunnen verschillen van een taak naar de ander. Herhaling is een voorbeeld van controle proces. |
Controle processing | Processen die betrekking hebben tot aandacht. Deze term is vooral geassocieerd met Schneider en Shiffrin’s experiment, waarin getoond wordt dat gecontroleerde processen nodig waren in de moeilijke condities, zelf na herhaaldelijk oefenen. |
Verborgen aandacht | Treed op als aandacht verschuift zonder oogbeweging. Het tegenovergestelde van Openlijke aandacht. |
Dichotisch luisteren | De procedure waarbij een bericht aan de linkeroor word gepresenteerd en een ander bericht aan het rechter oor. |
Dictionary unit | Een component van Treismans aandacht theorie. De dictionary unit helpt bij het uitleggen waarom wij een bekend woord horen, zoals ons naam terwijl onze aandacht daar niet op gericht is. |
Verdeelde aandacht | Het vermogen om aandacht te besteden aan twee of meer verschillende taken gelijktijdig. |
Vroege selectie model | Een aandacht model dat selectieve aandacht verklaard door vroeg filteren van onbeheerde informatie. In Broadbents vroege selectie model de stap voor filteren geschied voordat de informatie is geanalyseerd. |
Endogene aandacht | Ontstaat als een persoon bewust kiest om de omgeving te scannen om een specifieke stimulus te vinden. Dit geldt ook voor auditieve stimulus. |
Exogene aandacht | Aandacht die automatisch word getrokken door een plotselinge visuele of auditieve stimulus. |
Eye tracker | Een apparaat die meet waar mensen in een situatie kijken (fixeren), en hoe zij hun ogen bewegen van het ene naar het andere fixatiepunt. |
Kenmerk integratie theorie | Een benadering voor object perceptie, ontwikkeld door Anne Treisman. Deze benadering stelt dat object perceptie optreedt in fasen waarin de functies eerst worden geanalyseerd en vervolgens gecombineerd om te resulteren in een perceptie van een object. |
Fixatie | In perceptie en attentie, een pauze van de ogen op plaatsen van interesse terwijl een scene wordt geobserveerd. |
Flanker compatibiliteitstaak | Een procedure waarin participanten de opdracht krijgen op te reageren op een stimulus die wordt geflankeerd of omringd door afleidende stimuli die zij geacht worden te negeren. De mate waarin de afleidende stimuli interfereert met de respons is een indicatie of aan te tonen of de afleidende stimuli wordt verwerkt. |
Gefocusseerde aandacht stadium | Het tweede stadium van de Treisman’s kenmerk integratie theorie. Volgens deze theorie wordt aandacht veroorzaakt door de combinatie van kenmerken van waarnemingen van een object. |
Hoog-geladen taak | Een taak die de meeste middelen van een persoon gebruikt waardoor een weinig capaciteit overblijft voor andere taken. |
Denkbeeldige conjuncties | Een situatie, gedemonstreerd door een experiment van Anne Treisman, waarin kenmerken van verschillende objecten ongepast gecombineerd worden. |
Niet-aandacht gerichte blindheid | het niet opmerken van iets ook al is het zichtbaar. Ontstaat vaak doordat je aandacht er niet opgericht is. Zie ook Veranderingsblindheid. |
Late selectie model | Een model van selectieve aandacht dat stelt dat selectie van een stimuli voor uiteindelijke verwerking niet plaatsvindt voordat informatie geanalyseerd is voor betekenis. |
Locatie-gebaseerde aandacht | Aandacht modellen die stellen dat aandacht werkt op welke stimuli dan ook op een bepaalde locatie. Dit is in tegenstrijd met de Object-gebaseerde aandacht, waarin aandacht op een bepaald object is gericht. |
Laag-geladen taak | Een taak dat weinig middelen gebruikt waardoor er enige capaciteit overblijft voor andere taken. |
Object-gebaseerde aandacht | Een aandacht model die stelt dat verbeterde effecten van de aandacht gelokaliseerd zijn op een bepaald object. Dit is in tegenstrijd met de lokalisatie-gebaseerde aandacht. |
Overt(openlijke) aandacht | De verschuiving van aandacht door oogbewegingen. In tegenstrijd met Coverte aandacht. |
Preattentieve fase | De eerste fase van de Treisman’s kenmerken integratie theorie, waarin een object wordt geanalyseerd op basis van zijn kenmerken. |
Stimulus saillantie | Bottom-up factoren die de aandacht op elementen bepalen. Voorbeelden zijn kleuren, contrasten en oriëntatie. |
Stroop-effect | Een effect waarbij een taak wordt uitgevoerd in welk de participant moet reageren op een aspect van de stimulus, bijvoorbeeld de kleur van het woord, maar een ander aspect, zoals wat het woord betekend, moet negeren. Mensen vinden deze taak moeilijk als de kleur van het woord anders is dan wat het woord betekend. (bijvoorbeeld: blauwe letters spellen het woord geel). |
Precueing | Een procedure waarbij deelnemers een cue krijgen die hen zal helpen een volgende taak uit te voeren. Deze procedure is gebruikt in visuele aandacht experimenten met deelnemers met een cue die hen vertelt waar zij hun aandacht op moeten richten. |
Saccadische oogbewegingen | Oogbewegingen van het ene fixatiepunt naar het andere. |
Hetzelfde object voordeel | Treedt op wanneer het versterkende effect van aandacht verspreid wordt overal op een object, zodat de aandacht op een plaats op een object resulteert in een vereenvoudiging van de verwerking op andere plaatsen op het object. |
Scène schema | Kennis van een persoon over wat waarschijnlijk wordt opgenomen in een bepaalde scène. Deze kennis kan de aandacht helpen leiden naar verschillende gebieden van de scène. Bijvoorbeeld, kennis van een kantoor kan en persoon laten kijken naar een bureau om de computer te zien. |
Geselecteerde aandacht | De mogelijkheid om zich te concentreren op een bericht en alle andere te negeren. |
Schaduwing | De procedure van het hardop herhalen van een boodschap zoals men het hoort. Schaduwing wordt vaak gebruikt in combinatie met studies van selectieve aandacht die de dichotic listening procedure gebruiken. |