Tilburgse Politieverordening, HR 28-11-1950
Casus
De Algemene Politieverordening (APV) van de gemeente Tilburg verbiedt het om in voor het publiek toegankelijke ruimtes geschriften of afbeeldingen geschikt of klaarblijkelijk bestemd om de zinnelijkheid te prikkelen, ten verkoop voorhanden te hebben. Een persoon verkoopt in zijn boekenkiosk in de hal van het Centraal Station in Tilburg boekjes die afbeeldingen bevatten welke de zinnen kunnen prikkelen. Daarom wordt hij vervolgd. Hij verdedigt zich met een beroep op art. 7 lid 1 Grondwet (vrijheid van meningsuiting, drukpersvrijheid).
Rechtsvraag
Is wet in art. 7 lid 1 Grondwet alleen wet in formele zin (regering en Staten-Generaal)?
Hoge Raad
Beperkingen van het grondrecht van art. 7 lid 1 kunnen alleen door een wet in formele zin geschapen worden. De APV beperkt het grondrecht van art. 7 GW lid 1 maar is geen wet in formele zin (let op: wel in materiële zin) en moet daarom als onverbindend worden beschouwd.
Provinciale, gemeentelijke verordeningen enz. kunnen dus de vrijheid van meningsuiting niet beperken of verbieden. Alleen de strafwet en andere wetten in formele zin kunnen dat doen.
Van dit grondrecht moet worden onderscheiden het recht om een gedrukt geschrift en het daarin gedrukte in het openbaar aan het publiek bekend te maken. Dat kan gebeuren door het te verspreiden, openlijk ten toon te stellen of door enig ander middel. Dit recht -kort aangeduid met "verspreidingsrecht"- is weliswaar onmisbaar voor de uitoefening van het grondrecht, maar hieraan ondergeschikt.
De lagere wetgever kan dit verspreidingsrecht dan ook wél beperken, mits daarbij aan art. art. 149 nieuwe Gemeentewet (ondergrens) wordt voldaan.
In het belang van de openbare orde kan in een APV het verspreidingsrecht daarom worden beperkt. De beperkingen mogen echter geen betrekking hebben op de inhoud van het geschrift. Beperkingen mogen worden opgelegd voor de plaats, tijd en wijze van uitoefening van het verspreidingsrecht. Maar een bepaald verspreidingsmiddel mag niet in zijn algemeenheid worden verboden. In de onderhavige casus is sprake van een algemeen verbod en dus is de APV onverbindend.