Psychology and behavioral sciences - Theme
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 37759 keer gelezen
De wetenschappelijke aandacht voor agressie in de vorm van non-fysieke handelingen die bedoeld zijn om anderen kwaad te doen is recentelijk toegenomen. De terminologie van non-fysieke vormen van agressie is niet altijd eenduidig; er wordt naast relationele agressie ook wel gesproken van sociale of indirecte agressie. Er zijn echter subtiele verschillen in de definitie van deze termen. Indirecte agressie verwijst naar afwijzing en buitensluiting. Sociale agressie wordt beschreven als manipuleren van groepsacceptatie met als doel het zelfvertrouwen en de sociale status van het slachtoffer te verminderen. Relationele agressie, tot slot, wordt gedefinieerd als coverte agressie, zoals afwijzing en buitensluiting door leeftijdgenoten, roddelen en vernedering in sociale situaties.
De termen worden door elkaar gebruikt in de literatuur, ondanks de subtiele verschillen. In het review wordt één term gehanteerd, relationele agressie, en wordt beargumenteerd dat één term voor alle vormen van non-fysieke agressie het meest bruikbaar is. Onder alle drie de bovengenoemde termen vallen namelijk dezelfde soorten gedrag. Bovendien wijzen factoranalyses over agressief gedrag uit dat er twee factoren zijn: 1) fysieke en 2) coverte, indirecte gedragingen.
De eerste tekenen van relationele agressie kunnen gezien worden op een leeftijd van drie jaar, maar er is een piek in indirecte agressie in de adolescentie. Daarom is het review gericht op adolescenten.
Er zijn twee redenen waarom relationele agressie in de adolescentie toeneemt. Allereerst vinden grote sociale veranderingen plaats, waardoor er meer ruimte is voor relationele agressie. De tweede reden is dat relationeel agressief gedrag begrip van het perspectief van een ander vereist, een cognitieve vaardigheid die in de adolescentie beter ontwikkeld is dan in de kindertijd.
Een wijdverbreide aanname is dat relationele agressie meer typerend is voor meisjes dan voor jongens. Onderzoek naar genderverschillen resulteert echter in inconsistente bevindingen; sommige studies laten inderdaad een hogere mate van relationele agressie bij meisjes zien, maar andere studies laten gelijke niveaus of zelfs hogere niveaus bij jongens zien.
Er zijn diverse factoren die geassocieerd worden met relationele agressie.
Relationele agressie kan twee functies hebben. Allereerst is er sprake van proactieve agressie wanneer het gedrag doelgericht is. Daarnaast wordt gesproken van reactieve agressie wanneer het gaat om een reactie op een bedreiging.
Relationele agressie wordt over het algemeen niet geassocieerd met biologische predisposities, maar mogelijk speelt dit wel in enige mate een rol.
Op het gebied van persoonlijkheidsfactoren is zelfregulatie een belangrijke risicofactor. Aan de hand van het Big Five persoonlijkheidsmodel worden lage niveaus van altruïsme en consciëntieusheid en hoge neuroticisme geassocieerd met agressie (zowel relationeel als fysiek). Onderzoek aan de hand van de BIS/BAS theorie wijst op negatieve correlaties met het inhiberende systeem en positieve correlaties met het beloningssysteem.
Er bestaat debat over de vraag of relationele agressie normaal of afwijkend gedrag is. momenteel is het niet opgenomen in de DSM. Wel zijn er associaties gevonden tussen verschillende persoonlijkheidsstoornissen en relationele agressie, met name met borderline en antisociale persoonlijkheidsstoornissen. Ook wordt het geassocieerd met narcistische persoonlijkheidstrekken.
Steeds meer bevindingen suggereren dat sociaal-cognitieve verwerking een rol speelt. Hierbij kunnen volgens het model van Crick en Dodge fouten gemaakt worden in diverse stappen van sociale informatieverwerking.
Ook zijn er theorieën die het belang van omgevingsfactoren benadrukken. De hoogste risico’s ontstaan door familiesystemen en leeftijdgenoten. Er is vooral veel onderzoek gedaan naar opvoedstijlen. Sommige studies hebben associaties gevonden tussen autoritaire opvoedstijl en relationele agressie, andere studies met een permissieve stijl. In de interactie met leeftijdgenoten is een hoge kwaliteit van vriendschappen gerelateerd aan minder relationele agressie.
Relationele agressie is een voorspeller voor diverse negatieve ontwikkelingsgevolgen. Het gaat zowel om concurrente als predictieve variabelen.
Een recente meta-analyse over concurrente variabelen laat zien dat relationele agressie een voorspeller is voor internaliserende problemen. Andere studies laten echter ook associaties met externaliserende problemen zien.
Op het gebied van specifieke stoornissen blijkt relationele agressie een voorspeller te zijn voor ADHD, gedragsstoornissen, en persoonlijkheidsstoornissen. Ook is het een voorspeller van schoolgerelateerde problemen.
Er zijn ook studies die suggereren dat relationele agressie adaptieve functies heeft. In sommige gevallen hangt het samen met ervaren populariteit en sociale manipulatievaardigheden.
Relationele agressie kan allereerst onderzocht worden door middel van observatiemethoden. Hieronder vallen directe observatiemethoden en naturalistische observatie. Ook kan gebruik gemaakt worden van beoordeling door diverse informanten, zoals leraren en ouders. Daarnaast is het mogelijk om sociometrische methoden te gebruiken, zoals beoordelingen en nominaties door leeftijdgenoten. Hiermee kan een sociaal netwerk in een groep in kaart gebracht worden. Voordelen van sociometrie bij leeftijdgenoten zijn goede psychometrische kwaliteiten, een lange gebruiksgeschiedenis in het onderzoek, het gebruik van multipele informanten en de directe meting in het sociale netwerk. Nadelen zijn echter beperkte gebruiksmogelijkheden bij jonge kinderen, stereotype genderrollen en problemen met informed consent. Een andere mogelijke methode is zelfrapportage, maar er zijn geen empirisch onderbouwde zelfrapportage-instrumenten over relationele agressie beschikbaar. Wel kan gebruik gemaakt worden van interviews, wat met name bruikbaar is om de effecten bij slachtoffers te onderzoeken.
Onderzoek laat zien dat er vaak een lage mate van overeenstemming is tussen diverse informanten. Daarom verdient het de aanbeveling om multipele informanten in te zetten bij het onderzoek naar relationele agressie.
Er zijn diverse methoden beschreven in de literatuur om relationele agressie te bestrijden. Preventietechnieken zijn nog schaars.
Op het gebied van interventies zijn programma’s gericht op antisociaal gedrag, sociale en emotionele leertheorieën, positieve gedragsbegeleiding en effectieve toepassingsmodellen voor het bereiken van zo veel mogelijk leerlingen voorgesteld.
Allereerst is het van belang om leraren te trainen in de herkenning en het begrijpen van relationele agressie in de klas. Wanneer zich agressieproblemen voordoen, kunnen interventies om sociaal-emotionele competenties bij leerlingen te vergroten worden ingezet. De meeste programma’s die hiervoor ontworpen zijn richten zich op sociale probleemoplossing.
Naast interventies op school kunnen familiegerichte interventies ingezet worden. Gezien onderzoeksbevindingen laten zien dat specifieke opvoedstijlen gerelateerd zijn aan relationele agressie, worden ouders hierover ingelicht en getraind.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
JoHo WorldSupporter mission and vision:
JoHo concept:
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results