TentamenTests bij de 3e druk van Hoofdstukken uit de Europese codificatiegeschiedenis van Lokin en Zwalve
Oefententamen 1
Vragen bij hoofdstuk 1
MC Vraag 1
De codificatie van het Nederlandse privaatrecht heeft een exclusiviteitsclausule. Dat betekent:
dat nieuwe ontwikkelingen buiten het wetboek vallen
dat de rechter zijn oordeel steeds moet vastknopen aan de codificatie
dat alleen de rechter recht mag spreken
dat de rechter benoemd wordt voor het leven en onafzetbaar is
MC Vraag 2
De totstandkoming van de oudste geschreven wetgeving der Romeinen, de wet van de twaalf tafelen, werd afgedwongen door
de consuls
de senaat
de patriciërs
de plebejers
MC Vraag 3
De eerste koning van Rome was Romulus. Zijn koninklijke macht ontleende hij aan
de goden
de patriciërs
de plebejers
de senaat en het Romeinse volk (SPQR)
MC Vraag 4
Wat was volgens Jean Jacques Rousseau de enige bron van geldend recht?
de gewoonte
het natuurrecht
het volkenrecht
de wet
MC Vraag 5
Volgens de aanhangers van de school van het vrije recht, de Freirechtschule, mochten de rechters
altijd op eigen gezag oordelen
de wet als subsidiair recht (hulprecht) gebruiken
nooit op eigen gezag oordelen maar wel vrij interpreteren
op eigen gezag oordelen in geval de wet te kort schoot
MC Vraag 6
Volgens F.C. von Savigny was het recht het product van
organisch gegroeide rechtsovertuigingen
de ratio
het natuurrecht
Germaanse volksrechten
MC Vraag 7
In het Heilige Roomse Rijk werd de keizer
benoemd door een concilie van paus en bisschoppen
gekozen door het volk
door erfopvolging tot het keizerschap geroepen
door enkele vorsten gekozen
MC Vraag 8
Welk van de volgende geschriften was GEEN onderdeel van het Corpus Iuris Canonici?
Het Liber Extra
De Clementinen
De Extravaganten
De Instituten
MC Vraag 9
Tweehonderd jaar geleden (dus in 1812) was Nederland
een republiek
een koninkrijk
een statenbond
een provincie
MC Vraag 10
Stelling I: Als naar het inzicht van de praetor toepassing van het ius civile onbillijk werkte, stond het hem vrij in te grijpen en het ius civile te wijzigen.
Stelling II: Bij conflict in Engeland tussen de common law en een statute gaat de statute voor.
Stelling I is juist, stelling II is onjuist
Stelling I is onjuist, stelling II is juist
Beide stellingen zijn juist
Beide stellingen zijn onjuist
Antwoorden bij hoofdstuk 1
MC Vraag 1
B
MC Vraag 2
D
MC Vraag 3
A
MC Vraag 4
D
MC Vraag 5
D
MC Vraag 6
A
MC Vraag 7
D
MC Vraag 8
D
MC Vraag 9
D
MC Vraag 10
C
Oefententamen 2
Vragen bij hoofdstuk 2
MC Vraag 1
Een codificatie moet volledig zijn. Dat betekent:
dat de wet alle gevallen moet vermelden
dat de wetgever alle leemten moet aanvullen
dat de rechter zijn uitspraken altijd moet gronden op de wettekst
dat de rechter niet hoeft recht te spreken als de wet niets bepaalt
MC Vraag 2
In de kerstnacht van het jaar 800 werd Karel de Grote gekroond tot:
koning der Franken
keizer der Franken
koning der Romeinen
keizer der Romeinen
MC Vraag 3
Welke van de onderstaande rechtsgeleerden moest van het natuurrecht niets hebben?
Samuel Pufendorf
Friedrich Karl von Savigny
Hugo de Groot
Hendrik Constatijn Cras
MC Vraag 4
De Glossa Ordinaria, d.w.z. de standaardglosse op het Corpus Iuris Civilis is vervaardigd door:
Justinianus
Irnerius
Accursius
Bartolus
MC Vraag 5
Bij de investituurstrijd ging het om de vraag:
wie de bisschoppen in het Duitse rijk mocht benoemen
welke vorsten de keizer mochten kiezen
wie de paus mocht kiezen
welke vorsten onafhankelijk waren van de keizerlijke opperheerschappij
MC Vraag 6
Welke onderdelen van het Corpus Iuris Canonici kunnen worden beschouwd als een codificatie?
Decretum en Liber Extra
Decretum en Liber Sextus
Liber Extra en Liber Sextus
Geen van deze drie
MC Vraag 7
Stelling 1: Tijdens de republiek der Verenigde Nederlanden waren de Oranjes de dienaren van de Staten.
Stelling 2: Nederland is een eenheidsstaat geworden dankzij een staatsgreep (in 1798).
Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
Stelling 2 is juist, stelling 1 is onjuist
Beide stellingen zijn juist
Geen van beide stellingen is juist
MC Vraag 8
Wie was de eerste koning van ons land?
koning Philips II
stadhouder-koning Willem III
koning Lodewijk Napoleon
koning Willem I
MC Vraag 9
Stelling 1: Het keizerschap van het Heilige Roomse Rijk was sinds 1438 erfelijk in handen van de familie Habsburg.
Stelling 2: De Nederlanden maakten deel uit van het Heilige Roomse Rijk tot aan de opheffing van dat rijk in 1806.
Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
Stelling 2 is juist, stelling 1 is onjuist
Beide stellingen zijn juist
Geen van beide stellingen is juist
MC Vraag 10
De eerste privaatrechtelijke codificatie van ons land kwam tot stand onder:
de Bataafse republiek
koning Lodewijk Napoleon
keizer Napoleon, toen Nederland deel was van Frankrijk
koning Willem I
MC Vraag 11
Wie wordt beschouwd als de codificator van de Franse Code civil?
Cambacérès
Montesquieu
Rousseau
Portalis
MC Vraag 12
In 1791 werd in Frankrijk de eerste grondwet aangenomen. Daardoor werd het land:
een absolute monarchie
een constitutionele monarchie
een keizerrijk
een republiek
MC Vraag 13
In de republiek der Verenigde Nederlanden die in 1648 werd erkend berustte de soevereiniteit bij:
Willem van Oranje
de Staten Generaal
de Staten van elk afzonderlijk gewest
de stadhouder
MC Vraag 14
Stelling 1: De optekening van gewoonterecht op gezag van de vorst is te beschouwen als een codificatie.
Stelling 2: Door het homologatiebevel van Karel V in 1531 kregen de Nederlanden een uniform gewoonterecht.
Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
Stelling 2 is juist, stelling 1 is onjuist
Beide stellingen zijn juist
Geen van beide stellingen is juist
MC Vraag 15
De mos gallicus is een interpretatiewijze waarbij:
de historisch-literaire betekenis van de tekst wordt benadrukt
de eigentijds-juridische betekenis van een tekst wordt benadrukt
de letterlijk-grammaticale betekenis van de tekst wordt benadrukt
de systematische betekenis van de tekst wordt benadrukt
MC Vraag 16
Welk van de nog geldende wetboeken heeft het natuurrecht als grondslag?
De Code civil van Frankrijk
Het ABGB van Oostenrijk
Het BGB van Duitsland
Het Codice civile van Italië
MC Vraag 17
Waarom was het Romeinse recht belangrijker dan het lokale gewoonterecht?
het Romeinse recht was op schrift gesteld
het Romeinse recht was omvangrijker
het Romeinse recht was in een universele taal geschreven
het lokale recht werd strikt uitgelegd
MC Vraag 18
Het Engelse gemene recht (Common Law) is gebaseerd op:
de gewoonte van de koninklijke rechtbanken
de statutes van de Engelse koningin
het Romeins-canonieke recht
de gezaghebbende geschriften van grote juristen
MC Vraag 19
De Franse revolutie begon in 1789 door:
een conflict over de stemprocedure van de Etats généraux
de bestorming van de Bastille
de mislukte vlucht van Lodewijk XVI
de weigering van de koning een grondwet te accepteren
MC Vraag 20
Welk onderdeel behoorde niet tot de wetgeving van keizer Justinianus?
De Citeerwet
De Pandekten
De Codex
De Novellen
Antwoorden bij hoofdstuk 2
MC vraag 1
C
MC Vraag 2
D
MC Vraag 3
B
MC Vraag 4
C
MC Vraag 5
A
MC Vraag 6
C
MC Vraag 7
A
MC Vraag 8
C
MC Vraag 9
D
MC Vraag 10
B
MC Vraag 11
D
MC Vraag 12
B
MC Vraag 13
C
MC Vraag 14
D
MC Vraag 15
D
MC Vraag 16
A
MC Vraag 17
D
MC Vraag 18
A
MC Vraag 19
D
MC Vraag 20
A
Oefententamen 3
Vragen bij hoofdstuk 3
MC Vraag 1
Bartholus de Saxoferrato is de grondlegger van:
het volkenrecht
het internationaal privaatrecht
het Italiaans gewoonterecht
het natuurrecht
MC Vraag 2
Wat zijn de drie vereisten van een codificatie?
op schrift gesteld recht, het wetboek moet volledig zijn, het moet systematisch zijn
op schrift gesteld recht, door de overheid uitgevaardigd, het wetboek moet volledig zijn
op schrift gesteld recht, door de overheid uitgevaardigd, het moet systematisch zijn
het wetboek moet volledig zijn, door de overheid uitgevaardigd, het moet systematisch zijn
MC Vraag 3
Welke zin komt overeen met de betekenis van de Volonté Générale?
Ieder individu plaatst zich vrijwillig onder het gezag van de volksvertegenwoordiging.
Ieder individu geeft zijn burgerlijke vrijheid prijs.
Ieder individu plaatst zich vrijwillig onder het gezag van de koning.
Ieder individu plaatst zich vrijwillig onder het gezag van de wil van de gemeenschap.
MC Vraag 4
Welk onderdeel behoort niet tot het Corpus Iuris Canonici?
Summa van Azo
Decretum van Gratianus
Liber Extra
Clementinen
MC Vraag 5
Welke stelling is juist?
Volgens het canonieke recht ging het natuurrecht voor het kerkelijk recht.
Volgens het canonieke recht ging het geschreven wereldlijk recht voor het kerkelijk recht.
Stelling a en b zijn juist.
Stelling a, b en c zijn onjuist.
MC Vraag 6
Het Italiaans Burgerlijk Wetboek van 1942 ontstond in het geestelijke klimaat van het:
communisme
humanisme
fascisme
nationaalsocialisme
MC Vraag 7
Niemand is jurist, of hij is ook:
bartolist
humanist
feudist
canonist
MC Vraag 8
Het enige recht dat voor Rousseau telde was het:
Romeinse recht
wettenrecht
gewoonterecht
natuurrecht
MC Vraag 9
Welk wetboek werd in 1835 aangewezen als burgerlijk wetboek van Griekenland?
de Basilica
de Codex Justinianus
de Hexabiblos
de Astikos Kodix
MC Vraag 10
Pater juris naturae was:
Christian Wolff
Hugo de Groot
Samuel Pufendorf
Jean Domat
MC Vraag 11
Van welke interpretatiemethode werd gebruikgemaakt in de zaak Sierck Liewes te Cornwerd?
grammaticale interpretatie
teleologische interpretatie
rechtshistorische interpretatie
systematische interpretatie
MC Vraag 12
Welke rechtsoptekening gold sinds 506 na Christus voor Gallo-Romeinen?
Edictum Rothari
Lex Romana Visigothorum
Lex Barbara Burgundionum
Codex Justinianus
MC Vraag 13
Welke mening moest de rechter volgen volgens de Lex citandi?
vrij kiezen
Papinianus
geen enkele
Paulus en Modestinus
MC Vraag 14
Teleologische interpretatie is interpretatie:
volgens de bedoeling van de wetgever
volgens het maatschappelijk doel
volgens het woordenboek
volgens de theologie
MC Vraag 15
De praetor had tot taak:
de besluiten van de consuls te bewaken
rechtsgedingen te beslechten
te bepalen of iemand recht had op een actie
de Wet van de Twaalf Tafelen bij te stellen
MC Vraag 16
De Instituten van Justinianus waren:
leerboeken
bloemlezingen
wetboek en leerboek
geschreven voor Gaius
MC Vraag 17
Welke stellingen zijn juist?
beide juist
beide onjuist
stelling I juist
stelling II juist
MC Vraag 18
Het Neurenberger Tribunaal werd omstreden wegens:
het legaliteitsbeginsel
de lex-posteriorregel
het legitimiteitsbeginsel
het ne bis in idem beginsel
MC Vraag 19
Julianus was verantwoordelijk voor:
de dood van Hadrianus
ius publice respondendi
uitleggingsregels Twaalf Tafelen
Edictum Perpetuum
MC Vraag 20
De Glossa Ordinaria is samengesteld door:
Accursius
Azo
Irnerius
Bartolus
Antwoorden bij hoofdstuk 3
MC Vraag 1
B
MC Vraag 2
B
MC Vraag 3
D
MC Vraag 4
A
MC Vraag 5
A
MC Vraag 6
C
MC Vraag 7
A
MC Vraag 8
B
MC Vraag 9
C
MC Vraag 10
B
MC Vraag 11
B
MC Vraag 12
B
MC Vraag 13
B
MC Vraag 14
B
MC Vraag 15
C
MC Vraag 16
A
MC Vraag 17
C
MC Vraag 18
A
MC Vraag 19
D
MC Vraag 20
A
Oefententamen 4
Vragen bij hoofdstuk 4
MC Vraag 1
Welke filosoof heeft ervoor gezorgd dat de gedachte ontwikkeld werd dat ieder volk zijn eigen, in één wetboek, gecodificeerd nationaal privaatrecht zou moeten hebben?
Voltaire
Montesquieu
Kant
Rousseau
MC Vraag 2
Welk recht gold naar de mening van Dumoulin en Bourjon als het algemene subsidiaire recht van Frankrijk?
Romeins recht
canoniek recht
leenrecht
Coutume de Paris
MC Vraag 3
De opkomst van het Engelse equity-recht vindt zijn oorzaak in het feit dat de rechters van de common law-courts:
de wetten strikt interpreteerden
de bevoegdheid misten om te toetsen aan redelijkheid en billijkheid
alleen met writs konden werken
zich gebonden achtten aan eerdere uitspraken
MC Vraag 4
Stelling I: Het référé législatif leidt tot authentieke interpretatie.
Stelling II: Authentieke interpretatie is interpretatie door de rechter.
Stelling I en II zijn juist
Stelling I en II zijn onjuist
Stelling I is juist, stelling II is onjuist
Stelling I is onjuist, stelling II is juist
MC Vraag 5
Waarom werd het Edictum Perpetuum zo genoemd?
omdat het gedurende de hele ambtstermijn van de praetor gold
omdat het door wet werd bevestigd en bleef gelden
omdat het zijn rechtskracht behield na afloop van de ambtstermijn
omdat het dezelfde rechtskracht had als een wet
MC Vraag 6
Welk onderdeel van het Corpus Iuris Civilis was in het Westen in vergetelheid geraakt?
Instituten
Codex
Digesten
Novellen
MC Vraag 7
Welke staatsrechtelijke grondslag legde de basis voor een uniforme Nederlandse codificatie?
Unie van Utrecht
Vrede van Munster
Staatsregeling Bataafse Republiek
Grondwet van 1814
MC Vraag 8
Welke vereiste voor gewoonterecht is niet van Romeinse oorsprong?
langdurig gebruik
noodzakelijkheid
instemming rechtssubjecten
redelijkheid
MC Vraag 9
Wat is een salvatorische clausule?
hetzelfde als een exclusiviteitsclausule
voorbehoud om later wijzigingen te mogen aanbrengen
het tegenovergestelde van een exclusiviteitsclausule
bepalingen worden niet door later gewoonterecht ontkracht
MC Vraag 10
Stelling I: Optekening van gewoonterecht is niet geschreven recht.
Stelling II: Gewoonterecht kan volgens Julianus de wet niet opzij zetten.
beide juist
beide onjuist
stelling I juist
stelling II juist
MC Vraag 11
De Verlichting stond afwijzend tegenover het:
natuurrecht
Romeins recht
Vernunftrecht
Wenenrecht
MC Vraag 12
Welke Engelse rechtbank behoorde niet tot de common law-courts?
Court of Common Pleas
Court of the Exchequer
Court of the King’s Bench
Court of Chancery
MC Vraag 13
Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is een creatie van:
Europese Unie
Raad van Europa
Jean Monnet
Konrad Adenauer
MC Vraag 14
Welk begrip werd volgens Oades verouderd door codificatie in Californië?
Romeins recht
common law
natuurrecht
Field Code
MC Vraag 15
Welk wetboek had nooit kracht van wet in Nederland?
Wetboek Napoleon (Koninkrijk Holland)
Code Civil
Wetboek van 1830
Burgerlijk Wetboek 1838
MC Vraag 16
In de Middeleeuwen behoorde het natuurrecht tot het ongeschreven:
wereldlijk recht
goddelijk recht
gewoonterecht
canoniek recht
MC Vraag 17
De statutenleer van Bartolus:
komt niet terug in huidige wetgeving
zien we terug in de Wet Algemene Bepalingen
werd alleen canoniek overgenomen
behoorde tot de glossatoren
MC Vraag 18
Wat is het belangrijkste verschil tussen ALR en ABGB?
ABGB niet natuurrechtelijk, ALR wel
ABGB Romeins, ALR niet
ABGB exclusief, ALR aanvankelijk niet
ABGB breder dan ALR
MC Vraag 19
In welke staatkundige eenheid kwam het BGB tot stand?
Eerste Rijk
Tweede Rijk
Derde Rijk
Duitse Bond
Antwoorden bij hoofdstuk 4
MC Vraag 1
D
MC Vraag 2
D
MC Vraag 3
C
MC Vraag 4
C
MC Vraag 5
A
MC Vraag 6
C
MC Vraag 7
C
MC Vraag 8
D
MC Vraag 9
C
MC Vraag 10
D
MC Vraag 11
B
MC Vraag 12
D
MC Vraag 13
B
MC Vraag 14
C
MC Vraag 15
C
MC Vraag 16
B
MC Vraag 17
B
MC Vraag 18
C
MC Vraag 19
B
Oefententamen 5
Vragen bij hoofdstuk 5
MC Vraag 1
De aanhangers van de mos Gallicus verweten de aanhangers van de mos Italicus vooral:
hun grote nadruk op rechtskracht van het canonieke recht
hun grote nadruk op de historische achtergronden van het Romeinse recht
geringe historische en filologische kennis
geringe belangstelling voor de behoeften van de rechtspraktijk
MC Vraag 2
De huidige Engelse Supreme Court of Judicature bestaat uit:
de Court of Common Pleas, King’s Bench, Exchequer en Exchequer Chamber
de drie oude common law-courts en de Court of Chancery
de High Court of Justice en de Court of Appeal
de High Court of Justice, Court of Appeal en House of Lords
MC Vraag 3
Welke delen van het Corpus Iuris Civilis bevatten de codificatie van het keizersrecht?
Instituten
Codex Justinianus
Digesten/Pandekten
Novellen
MC Vraag 4
Welke interpretatiemethode vond Lord Simon of Glaisdale geschikt voor volksgerechtshoven?
wetshistorische
grammaticale
anticiperende
teleologische
MC Vraag 5
De idee van natuurrecht als door God gegeven recht kwam via:
Augustinus
Gaius
Aristoteles
Bartolus
MC Vraag 6
Welke codificatie was niet bedoeld om exclusieve werking te hebben?
Allgemeines Landrecht
Code Civil
ABGB
Wetboek Napoleon (Koninkrijk Nederland)
MC Vraag 7
De Declaration of Independence (1776) was vooral het werk van:
Thomas Jefferson
Thomas Paine
David Dudley Field
Benjamin Franklin
MC Vraag 8
Waarvan wordt Bartolus de Sassoferrato als grondlegger beschouwd?
volkenrecht
internationaal privaatrecht
ius gentium
handelsrecht
MC Vraag 9
De common law in Engeland is in feite:
gebaseerd op lokale gewoonterechten
voornamelijk rechtersrecht
gebaseerd op het Corpus Iuris Civilis
gebaseerd op Normandisch recht
MC Vraag 10
Welk beginsel was geschonden in de zaak van molenaar Arnold?
ongelijkheidsbeginsel
gelijkheidsbeginsel
nulla poena
legaliteitsbeginsel
MC Vraag 11
Stelling I: Canoniek recht is geschreven goddelijk recht.
Stelling II: Het Corpus Iuris Canonici is geen codificatie.
beide juist
beide onjuist
alleen stelling II juist
alleen stelling I juist
MC Vraag 12
Welke geleerde is geen aanhanger van het natuurrecht?
Samuel von Pufendorf
Hugo de Groot
Edmund Burke
Thomas Paine
MC Vraag 13
Het Corpus Iuris Civilis bestaat tenminste uit:
Instituten, Digesten en Breviarum
Instituten, Digesten en Codex
Instituten, Codex en Breviarum
Codex, Digesten en Breviarum
MC Vraag 14
De rechtvaardiging voor toepassing van ius gentium ligt in:
goede trouw
billijkheid
natuurlijke rede
rechtsgelijkheid
MC Vraag 15
In Marbury vs. Madison werd vastgesteld:
toetsing grondwet aan wet
toetsing wet aan grondwet
toetsingsonbevoegdheid NL rechter
bevelschrift aan Marbury
MC Vraag 16
De theorie van het natuurrecht wordt gekenmerkt doordat:
gebruik wordt gemaakt van logische argumenten
de juiste uitleg van teksten centraal staat
men het ware recht door redenering kan vinden
wetgeving middel is voor betere samenleving
MC Vraag 17
De kritiek van nationaalsocialisten op het BGB was:
te veel Romeins recht
te veel natuurrecht
te weinig sociaalrecht
te veel Code Civil
MC Vraag 18
Sinds Hendrik II is een writ:
een dagvaarding
executoriale titel
authentieke akte
proces-verbaal
MC Vraag 19
Welke maatregelen trof Justinianus tegen tekstbederf?
commentaarverbod
interpolatieverbod
beide verboden
siglenverbod en commentaarverbod
MC Vraag 20
Stelling I: Montesquieu was tegen rechtsverscheidenheid.
Stelling II: Voltaire was voor uniformering.
beide juist
beide onjuist
alleen stelling I juist
alleen stelling II juist
MC Vraag 21
Voor de Franse revolutie gold in Nederland als subsidiair recht:
canoniek recht
coutume de Paris
Romeins recht
lokaal gewoonterecht
MC Vraag 22
De Pandektisten behoorden tot:
Freirechtschule
school van het natuurrecht
Historische school
iusus modernus pandectarum
Antwoorden bij hoofdstuk 5
MC Vraag 1
C
MC Vraag 2
C
MC Vraag 3
B
MC Vraag 4
D
MC Vraag 5
A
MC Vraag 6
A
MC Vraag 7
A
MC Vraag 8
B
MC Vraag 9
B
MC Vraag 10
A
MC Vraag 11
C
MC Vraag 12
C
MC Vraag 13
B
MC Vraag 14
C
MC Vraag 15
B
MC Vraag 16
C
MC Vraag 17
A
MC Vraag 18
A
MC Vraag 19
D
MC Vraag 20
D
MC Vraag 21
C
MC Vraag 22
C
Oefententamen 6
Vragen bij hoofdstuk 6
Open vraag 1
De feodaliteit werd bepaald door twee kenmerken, een persoonlijk en een zakelijk.
a. Het persoonlijk kenmerk was gelegen in …
b. Het zakelijk kenmerk was gelegen in …
Open vraag 2
Honderd jaar geleden stierf Theodor Mommsen.
a. Wie voerde oorlog tegen wie in 1870?
b. Wie was de architect van het Duitse Keizerrijk?
Open vraag 3
a. Wanneer werd Nederland een constitutionele monarchie?
b. Wie was toen de monarch?
Open vraag 4
Nederland heeft vier codificaties van het burgerlijk recht gehad.
a. Onder welke vorst werd de eerste burgerrechtelijke codificatie afgekondigd?
b. Onder welke vorst werd de vierde burgerrechtelijke codificatie afgekondigd?
Open vraag 5
Waarom zou je de oudste Romeinse wetgeving van de Romeinen een codificatie kunnen noemen?
Open vraag 6
a. Wat is een statenbond?
b. Wat is een bondsstaat?
Open vraag 7
a. Wat houdt de salvatorische clausule in?
b. Welk wetboek kende eveneens zo’n salvatorische clausule?
Open vraag 8
Noem een maatregel van koning Hendrik II die de verandering van het recht diepgaand heeft beïnvloed.
Open vraag 9
Hoe kon, volgens Rousseau, een individu gebonden zijn aan een wet die niet correspondeerde met zijn individuele wil?
Open vraag 10
a. Wat is een glosse?
b. Waarin ligt de betekenis van de school der glossatoren?
Open vraag 11
a. Welk rechtsboek werd vanaf 1350 gebruikt in Byzantium?
b. Welke status kreeg dit boek in 1835?
Open vraag 12
a. Door welk boek is de Civil Code van Louisiana geïnspireerd?
b. Op welke wijze is Louisiana hierdoor een buitenbeentje binnen de VS?
Open vraag 13
a. Wat wordt bedoeld met Vernunftrecht?
b. Waarom vond Bijnkershoek het natuurrecht een “wassche neus”?
Open vraag 14
Waarom was Karel de Grote niet zo blij met zijn keizerskroning?
Open vraag 15
Op welke Europese wetboeken zijn het BW van Japan en Argentinië gebaseerd?
Open vraag 16
a. Wat betekenden de Judicature Acts voor de rechterlijke organisatie?
b. Wat betekenden zij voor de bronnen van het Engelse recht?
Open vraag 17
Waarom was de EGKS (1952) gericht op kolen en staal?
Open vraag 18
Wat is het belang van Beccaria’s Dei delitti e delle pene voor de codificatiegedachte?
Open vraag 19
Tegen welke oude rechterlijke bevoegdheid richtte het verbod in de Code Civil op algemene uitspraken?
Open vraag 20
Wat verstaat men onder teleologische interpretatie?
Open vraag 21
Welk juridisch obstakel bestond tegen veroordeling in Neurenberg?
Open vraag 22
Aan welke rechtsschool is de interpretatie in de zaak Sierck Lieuwes ontleend?
Antwoordsuggesties bij hoofdstuk 6
Open vraag 1
a. Persoonlijke band van trouw en bescherming tussen leenheer en vazal.
b. Verlening van een stuk land (leen) in ruil voor diensten.
Open vraag 2
a. Frankrijk tegen Duitsland.
b. Bismarck.
Open vraag 3
a. 1848.
b. Koning Willem II.
Open vraag 4
a. Koning Lodewijk Napoleon.
b. Keizer Napoleon.
Open vraag 5
Op schrift gesteld, met gezag bekrachtigd en exclusief bedoeld.
Open vraag 6
a. Samenwerking van soevereine staten zonder centrale soevereiniteit.
b. Federale staat met gezamenlijke organen en eigen bevoegdheden.
Open vraag 7
a. Codificatie geldt niet exclusief; lokaal recht behoudt gelding.
b. De Siete Partidas.
Open vraag 8
De instelling van rondreizende rechters (itinerant justices).
Open vraag 9
Door onderwerping aan de volonté générale: individuele vrijheid wordt ingeruild voor gemeenschappelijke vrijheid.
Open vraag 10
a. Uitleg/annotatie bij een wettekst.
b. Actualisering en herleving van het Corpus Iuris Civilis.
Open vraag 11
a. De Hexabiblos.
b. Aangewezen als burgerlijk wetboek van Griekenland.
Open vraag 12
a. De Franse Code Civil.
b. Louisiana kent civielrechtelijk systeem i.p.v. common law.
Open vraag 13
a. Recht gebaseerd op de rede.
b. Te kneedbaar en niet objectief vast te stellen.
Open vraag 14
Omdat de paus hem kroonde en daarmee de indruk wekte boven de keizer te staan.
Open vraag 15
Japan: Franse Code Civil. Argentinië: Romeins recht.
Open vraag 16
a. Samenvoeging common law- en equity-rechtbanken.
b. Versmelting van common law en equity als rechtsbronnen.
Open vraag 17
Economische samenwerking op sleutelindustrieën om oorlog te voorkomen.
Open vraag 18
Grondslag voor het legaliteitsbeginsel in strafrecht.
Open vraag 19
De bevoegdheid van rechters tot algemene rechtsvorming.
Open vraag 20
Uitleg naar doel en strekking van de wet.
Open vraag 21
Het nulla poena sine lege-beginsel.
Open vraag 22
Mos Italicus.
Oefententamen 7
Vragen bij hoofdstuk 7
Open vraag 1
Op welk beginsel wilde Jeremy Bentham zijn codificatie gronden?
Open vraag 2
a. Waarvoor gebruikte de kerkelijke rechtbank de aequitas canonica?
b. Welke plaats neemt het natuurrecht in in de rangorde van rechtsbronnen bij de kerkelijke rechtbank?
Open vraag 3
Wat bedoelde P. Scholten met de stelling dat een nieuw burgerlijk wetboek alleen ontstaat uit politieke drang?
Open vraag 4
Tot welke rechtsbron behoort een geschrift van Papinianus nadat dit is opgenomen in de Digesten?
Open vraag 5
Wat bedoelde Montesquieu met de rechter als ‘bouche de la loi’?
Open vraag 6
Waarom stond de Franse koning argwanend tegenover het Romeinse recht?
Open vraag 7
Welke rechtsschool hoort bij de uitspraak over het teruggeven van Romeinse wetten aan de Romeinen?
Open vraag 8
Wat beoogde men met het Placaet van Verlatinghe?
Open vraag 9
Wat is Rooms-Hollands recht?
Open vraag 10
Hoe is de equity-rechtspraak in Engeland ontstaan?
Open vraag 11
Wie is de man achter de 19e-eeuwse Amerikaanse codificatiebeweging?
Open vraag 12
Is de Zwitserse codificatie (ZGB) exclusief? Licht toe.
Open vraag 13
Wat houdt de salvatorische clausule in de Spaanse Codigo Civil (1889) in?
Open vraag 14
a. Wanneer werd Karel de Grote tot keizer gekroond?
b. Waarom was Karel daar niet blij mee?
Open vraag 15
Waarin is de positie van de Engelse Lord Chancellor vergelijkbaar met die van de Romeinse praetor?
Open vraag 16
a. Tot welke familie behoorde Karel V?
b. Hoe werd men keizer van het Heilige Roomse Rijk?
Open vraag 17
Welke drie rechtsbronnen golden in Castilië volgens het Ordenamiento van Alcalá (in volgorde)?
Open vraag 18
Aan welke rechter is toepassing van Europees recht voorbehouden?
Open vraag 19
Welk probleem had de Duitse rechter bij de vervolging van Krenz?
Open vraag 20
Welke rechtsbron had Frederik de Grote in de zaak van molenaar Arnold duidelijk als voorkeur?
Open vraag 21
a. Wat is rechtshistorische interpretatie?
b. Wat is wetsystematische interpretatie?
Antwoordsuggesties bij hoofdstuk 7
Open vraag 1
Het utiliteitsbeginsel.
Open vraag 2
a. Als correctiemechanisme/aanvulling op het wereldlijk recht.
b. Hoogste rechtsbron.
Open vraag 3
Codificatie vereist politieke wil om rechtsverscheidenheid op te heffen.
Open vraag 4
Onderdeel van de Digesten en daarmee van de wet (lex).
Open vraag 5
De rechter mag niet scheppen, slechts toepassen.
Open vraag 6
Erkenning van Romeins recht impliceerde erkenning van de Duitse keizer.
Open vraag 7
Mos Gallicus.
Open vraag 8
Afzwering van Filips II en legitimering van onafhankelijkheid.
Open vraag 9
Hollands gewoonterecht beïnvloed door Romeins recht.
Open vraag 10
Ontstaan uit correctie op rigiditeit van common law via Lord Chancellor.
Open vraag 11
David Dudley Field.
Open vraag 12
Niet exclusief: art. 1 ZGB kent rechter rechtsvormende rol toe.
Open vraag 13
Codificatie werkt subsidiair waar sterk gewoonterecht bestaat.
Open vraag 14
a. Kerstnacht 800.
b. Omdat de paus kroonde en daarmee hiërarchie suggereerde.
Open vraag 15
Beiden corrigeren star recht met billijkheid.
Open vraag 16
a. Huis Habsburg.
b. Verkiezing door keurvorsten.
Open vraag 17
Ordenamiento, gewoonterecht, Siete Partidas.
Open vraag 18
Het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Open vraag 19
Legaliteitsbeginsel: geen straf zonder wet.
Open vraag 20
Het natuurrecht.
Open vraag 21
a. Uitleg naar historische context en herkomst.
b. Uitleg in samenhang met het stelsel van de wet.
Oefententamen 8
Vragen bij hoofdstuk 8
Open vraag 1
De Romeinen maakten onderscheid tussen geschreven en ongeschreven recht.
a. Waaruit vloeit de behoefte aan optekening van het recht?
b. Hoe heette de eerste geschreven wetgeving van Rome?
Open vraag 2
Over welke stad schrijft Livius?
Wat is imperium?
Open vraag 3
a. Waarom ontstond in Italië behoefte aan internationaal privaatrecht?
b. Wie is de grondlegger hiervan?
Open vraag 4
a. Tegen welke school was de Gallische kritiek gericht?
b. Wat was de inhoud van die kritiek?
c. Noem een vertegenwoordiger van de mos Gallicus.
Open vraag 5
Is de rechtbank van Zutphen gebonden aan beslissingen van de Hoge Raad?
Open vraag 6
a. Welke rechtsbron gold in Groningen in 1810?
b. Welke rechtsbron gold in Overijssel in 1835?
Open vraag 7
Waarom is de Oxford English Dictionary belangrijk voor de Engelse rechter?
Open vraag 8
a. Wat wordt verstaan onder Interessenjurisprudenz?
b. Tegen welke stroming was deze gericht?
c. Noem een vertegenwoordiger.
Open vraag 9
a. Wanneer verloor Nederland na 1648 zijn onafhankelijkheid?
b. Wie was de eerste koning?
Open vraag 10
Welk doel hadden de rondreizende rechters van Hendrik II?
Open vraag 11
a. Wat betekent subsidiaire gelding?
b. Noem één afgeschaft en één nog geldend wetboek met subsidiaire gelding.
Open vraag 12
a. Waar is de titel tsaar van afgeleid?
b. Van wie beschouwen de tsaren zich rechtsopvolgers?
Open vraag 13
a. Welk bezwaar had Savigny tegen het natuurrecht?
b. Welke rol zag hij voor het Romeinse recht?
Open vraag 14
a. Wat is het belangrijkste wetgevende orgaan van de EU?
b. Welke rechter doet uitspraak in concrete EU-rechtszaken?
Open vraag 15
a. Met behulp van welk recht kon Krenz worden veroordeeld?
b. Waarom werd art. 7 lid 2 EVRM niet toegepast?
Open vraag 16
a. Wat was de juridische grondslag van de Neurenberg-argumentatie?
b. Welke 18e-eeuwse auteur introduceerde het legaliteitsbeginsel?
Open vraag 17
Wanneer mag het Court of Appeal afwijken van eerdere beslissingen?
Open vraag 18
Hoe vult een Zwitserse rechter een leemte in het ZGB?
Open vraag 19
Welke interpretatiemethode gebruikten de mos Italicus om het Corpus Iuris actueel te houden?
Antwoordsuggesties bij hoofdstuk 8
Open vraag 1
a. Rechtszekerheid.
b. De Wet van de Twaalf Tafelen.
Open vraag 2
Rome; imperium is het hoogste, ondeelbare gezag.
Open vraag 3
a. Door contact tussen verschillende rechtsgemeenschappen.
b. Bartolus.
Open vraag 4
a. De glossatoren.
b. Overwoekering van de tekst door glossen.
c. Cujas.
Open vraag 5
Nee; wel cassatie mogelijk door de Hoge Raad.
Open vraag 6
a. Wetboek Napoleon voor het Koninkrijk Holland.
b. Code Civil.
Open vraag 7
Voor grammaticale interpretatie van wetsteksten.
Open vraag 8
a. Maatschappijgerichte jurisprudentie.
b. Historische school.
c. Von Ihering.
Open vraag 9
a. Tijdens de Napoleontische tijd.
b. Willem I.
Open vraag 10
Bevorderen van rechtseenheid.
Open vraag 11
a. Aanvullende werking naast primaire rechtsbron.
b. Corpus Iuris Civilis; Codice Civile.
Open vraag 12
a. Van “keizer”.
b. Van de Romeinse keizers.
Open vraag 13
a. Natuurrecht is abstract en ahistorisch.
b. Romeins recht als historisch fundament.
Open vraag 14
a. Europees Parlement.
b. Hof van Justitie van de EU.
Open vraag 15
a. Natuurrecht / internationaal recht.
b. Omdat men art. 7 lid 1 EVRM reeds passend achtte.
Open vraag 16
a. Natuurrecht / internationaal strafrecht.
b. Rousseau.
Open vraag 17
Per incuriam, tegenstrijdige eerdere uitspraken, of strijd met House of Lords/Supreme Court.
Open vraag 18
Op grond van art. 1 ZGB: analogie of als wetgever.
Open vraag 19
Analogie.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
Tentamens: oude tentamens voor rechtsfilosofie en rechtsgeschiedenis, oefenmateriaal en tentamentips
- Oefententamens bij de 5e druk van Hoofdstukken uit de Europese codificatiegeschiedenis van Lokin en Zwalve
- TentamenTests bij de 3e druk van Hoofdstukken uit de Europese codificatiegeschiedenis van Lokin en Zwalve
- TentamenTests bij de 10e druk van Prota: Vermogensrechtelijke leerstukken aan de hand van Romeinsrechtelijke teksten van Lokin en Brandsma
- Tentamens: oude tentamens, tentamentips en oefenmateriaal uit voorgaande jaren voor Europese rechtsgeschiedenis, oefenmateriaal en tentamentips
- Samenvattingen: startpagina voor rechtsfilosofie en rechtsgeschiedenis
- Tentamens: startpagina voor oude tentamens en tentamentips per vak bij recht en bestuur
Tentamens: oude tentamens voor Europees recht en internationaal recht, oefenmateriaal en tentamentips
- TentamenTickets en TentamenTips Inleiding Europees Recht
- TentamenTests bij de 6e druk van Europees Recht: Algemeen Deel van Eijsbouts e.a.
- Stampvragen bij de 4e druk van Europees Recht: Algemeen deel van Eijsbouts e.a.
- Oefententamens bij de 5e druk van Hoofdstukken uit de Europese codificatiegeschiedenis van Lokin en Zwalve
- TentamenTests bij de 3e druk van Hoofdstukken uit de Europese codificatiegeschiedenis van Lokin en Zwalve
- Tentamens: oude tentamens, tentamentips en oefenmateriaal uit voorgaande jaren voor Europees recht en internationaal recht - Level 1
- Tentamens: oude tentamens, tentamentips en oefenmateriaal uit voorgaande jaren voor Europees recht en internationaal recht - Level 2
- Samenvattingen: startpagina voor Europees recht en internationaal recht
- Tentamens: startpagina voor oude tentamens en tentamentips per vak bij recht en bestuur
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden

Contributions: posts
Tentamens: oude tentamens voor rechtsfilosofie en rechtsgeschiedenis, oefenmateriaal en tentamentips
Oude tentamens voor rechtsfilosofie rechtsgeschiedenis, oefenmateriaal en tentamentips
Tentamens: oude tentamens voor Europees recht en internationaal recht, oefenmateriaal en tentamentips
Oude tentamens voor Europees recht en internationaal recht, oefenmateriaal en tentamentips
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results







