Arbeidsrecht hoorcollege 5 - Rechten UL B2 (2019-2020) - Sociale zekerheid
1. Welke onderwerpen worden in het hoorcollege behandeld?
- Sociale zekerheid algemeen
- Pensioen
- Werknemersverzekeringen
Sociale zekerheid algemeen
Sociale zekerheid heeft verschillende doelen. Allereerst gaat het om inkomensvervanging, bijvoorbeeld vanwege arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom of zorgtaken. Ook biedt het inkomensbescherming, om kosten die lastig met een arbeidsinkomen te dekken zijn, te verzekeren. Dit is bijvoorbeeld de ziektekostenverzekering. Ook geldt het om inkomensgeneratie en participatie te stimuleren, bijvoorbeeld als re-integratie van arbeidsongeschikten, sociale werkvoorziening, etc.
Sociale zekerheid is dus verplichte solidariteit. Dit biedt schaal- en efficiencyvoordelen. Ook geldt het als een correctie op het marktfalen. Niet alles is immers via de marktwerking op een goede manier te regelen. Verder is het ook een vorm van paternalisme. Hierover is ook een politieke discussie, over hoe ver de bemoeienis van de overheid moet gaan. Ten slotte is sociale zekerheid ook een vorm van herverdeling van welvaart: 'de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten'. Het uitgangspunt is dat er overheidszorg beschikbaar is, mits je voldoende hebt gedaan om te voorkomen dat je geen steun nodig hebt. Uiteraard is ook dit gevoelig voor politieke inkleuring.
In het heden ligt vooral de nadruk op de participatie- en re-integratiefunctie van sociale zekerheid. Je wordt voor de bijstand geacht algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden. Dit komt bijvoorbeeld naar voren in art. 9 Participatiewet.
WW: passende arbeid (art. 24 lid 3). Het moet gaan om arbeid die vergelijkbaar is met de arbeid die je eerst had. Dit is beperkter dan 'algemeen geaccepteerde arbeid'. Na verloop van tijd moet je je steeds ruimer opstellen op de arbeidsmarkt, en steeds meer arbeid accepteren.
Pensioen
De basis wordt gevormd door de AOW. In 2019 is de pensioenleeftijd 66 jaar en 4 maanden, in 2024 is de leeftijd 67 jaar. Vanaf dan is de levensverwachting bepalend (art. 7 AOW). Dit is een minimale uitkering, op bijstandsniveau. Er zijn daarom ook aanvullende pensioenen, via werkgevers. Dit gaat via een pensioenfonds, vaak is dit loongerelateerd. Een probleem is echter de dekkingsgraad. Een tweede mogelijkheid van aanvulling wordt gevormd door de mogelijkheid van het opbouwen van een privé-pensioen.
Werknemersverzekeringen
Werknemers zijn van rechtswege verzekerd. Dit volgt uit art. 3 ZW en WW. Werknemers en ambtenaren vallen onder art. 3 ('Allen die in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staan'). De artt. 4 en 5 slaan op quasi-werknemers. In art. 5 worden enkele uitzonderlijke situaties geregeld. Art. 6 geeft vervolgens de uitzonderingen weer. Van belang is hier nog het arrest Gouden Kooi van 25-3-2011, waarin de Hoge Raad bepaalde dat er in de betreffende casus sprake was van arbeid, loon en gezag, en dat er dus een arbeidsovereenkomst bestond.
Werknemersverzekeringen dienen onder meer om werknemers te voorzien van een inkomen tijdens ziekte. Wat is echter ziekte? Dit moet op medisch-objectieve gronden vast te stellen zijn. Het gaat erom dat je je werk niet kunt of mag verrichten. Het is alles-of-niets: je moet je werk voor 100% aankunnen. Ook psychische aandoeningen worden meegerekend.
Bij ziekte geldt er allereerst een loondoorbetalingsplicht. Dit gaat voor op de uitkering volgens de Ziektewet (art. 29 lid 1). Dit is geregeld in art. 7:610 voor werknemers en 76a ZW voor ambtenaren. Art. 7:629 stelt de algemene plicht van het doorbetalen van loon vast. Deze plicht bestaat 104 weken, en de hoogte is 70% van het loon. In het eerste jaar is dit vaak echter 100% omdat dit in de betreffende cao bepaald is.
De Ziektewet is vooral een vangnet voor bijzondere groepen (art. 19 jo. 29 lid 2 ZW). Bijvoorbeeld voor werknemers na het einde van een contract voor bepaalde tijd. Ziekte door zwangerschap/bevalling valt er ook onder (art. 29a) en de situatie waarin een werknemer arbeidsgehandicapt raakt (art. 29b).
Art. 25 WIA regelt de procedure voor re-integratie van arbeidsongeschikten. De werkgever moet hierin helpen en moet bijvoorbeeld een re-integratiedossier bijhouden. Art. 7:660a: de werknemer is verplicht mee te werken. De werkgever moet echter het werk en de werkplek aanpassen, wanneer dit nodig is voor de re-integratie. Voor werknemer en werkgever zijn er sancties wanneer zij zich hier niet aan houden, bijvoorbeeld een verlenging van de loondoorbetalingsplicht, het niet kunnen ontslaan, het betalen van een billijke ontslagvergoeding (sancties voor werkgever), en: het verlies van loondoorbetaling en ontslag wegens verwijtbaar handelen (sancties voor werknemer).
De werkgever moet de nettokosten van de re-integratieinspanningen dragen. Vaak zijn er echter subsidies, dus de nettokosten zijn niet hetzelfde als de totale kosten. Van belang in het bepalen hoe ver de werkgever verder moet gaan, zijn onder meer: de omvang van de organisatie, de medewerking van de werknemer, de duur en vervulling van het dienstverband en de oorzaak van de ziekte. Was deze werk- of privé-gerelateerd?
2. Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?
Er worden geen onderwerpen besproken die niet worden behandeld in de literatuur
3. Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?
Er worden geen recente ontwikkelingen in het vakgebied besproken
4. Welke opmerkingen worden er tijdens het college door de docent gedaan met betrekking tot het tentamen?
Er worden geen opmerkingen gedaan met betrekking tot het tentamen.
5. Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen?
Er worden geen tentamenvragen behandeld.