Vraag 1a
Gaius 3, 146
Wat is het bezwaar tegen de door Gaius en de meerderheid van de juristen aangehangen mening?
Vraag 1b
Is er een argument te bedenken om alle gladiatoren onder een type contract te brengen, en, zo ja welk type: koop of huur?
Casus 1
M spreekt met P af zijn paard te ruilen voor diens koe. Wanneer P met de koe bij M aan de deur komt weigert de laatste hem en de koe te ontvangen. Hij zegt dat de ruil niet doorgaat zonder nadere verklaring. P is gedupeerd en wil actie ondernemen.
Kan P met succes een actie tegen M instellen en zo ja welke?
Vraag 2a
D. 19,5,19 pr
Waarom is hier geen sprake van een verbruikleenovereenkomst?
Vraag 2b
Welk type onbenoemd contract is hier gesloten?
Vraag 3a
D. 13, 7, 35, 1
Wat is het verschil in vestiging van het vuistpandrecht tussen het Romeinse en het Nederlands recht?
Vraag 3b
Wat is precarium?
Vraag 3c
Wat is het voordeel voor de pandhouder; als hij het gebruik van de zaak aan de pandgever wil afstaan, om precarium te gebruiken in plaats van huur?
Vraag 4a
D. 13, 7, 9pr
Waarom is er een geldige pandovereenkomst gesloten?
Vraag 4b
Heeft de schuldeiser uit de pandovereenkomst ook een geldig pandrecht gekregen?
Antwoordindicatie
Vraag 1a
Het is onduidelijk welke overeenkomst nu is gesloten. Dit weet je pas achteraf.
Vraag 1b
Verhuur van diensten is een mogelijkheid; en dit draagt bij aan de rechtszekerheid.
Casus 1
De overeenkomst komt tot stand als 1 van beide partijen presteert. Dat is hier niet het geval, dus de ruil is niet tot stand gekomen. Hij kan dus ook geen actie instellen want er is geen overeenkomst.
Vraag 2a
Bij verbruikleen gaat een soortzaak over in een eigendom. Er is in casu sprake van een specifieke zaak.
Vraag 2b
Innominaatcontract
Vraag 3a
Bij romeins recht was het mogelijk zonder akte; pand kon ook op onreorende zaken worden gevestigd. Bij Nederlands recht moet het pand uit de macht van de pandgever worden gebracht bij vuistpand.
Vraag 3b
Dit is de afspraak waarbij men de ander het gebruik gratis toestaat; je kunt in dit geval op ieder moment terugvorderen.
Vraag 3c
Zoals hiervoor genoemd, is het ieder moment te heroepen.
Vraag 4a
De overeenkomst is geldig omdat er sprake is van een zaak van een ander dat wordt verpandt.
Vraag 4b
Nee; de schuldeiser is niet beschikkingsbevoegd.
Add new contribution