Jurisprudentie vragen
Arrest: Onherkenbaar kenteken
Vraag 1
Uit welke bestanddelen bestond de tenlastelegging (en ook de bewezenverklaring) in de zaak?
Vraag 2
Geef in uw eigen woorden aan waarover het cassatiemiddel klaagt
Vraag 3
Tot welke beslissing komt de HR? Waarom?
Arrest: Ad informandum
Vraag 1
Schets het procesverloop
Vraag 2
Waarom casseert de HR?
Vraag 3
Onder welke voorwaarden mag de rechter een ad informandum gevoegd feit bij de strafoplegging betrekken in de situatie waarin de verdachte ter terechtzitting is verschenen?
Vraag 4
Onder welke voorwaarden mag de rechter een ad informandum gevoegd feit bij de strafoplegging betrekken in de situatie waarin de verdachten niet ter terechtzitting is verschenen?
Jurisprudentie vragen
Onherkenbaar Kenteken
Vraag 1
- Een motorrijtuig op de weg te laten staan of daarmee over de weg te rijden dan wel een aanhangwagen op de weg te laten staan of met een motorrijtuig over de weg voort te bewegen
- Wanneer op dat motorrijtuig of die aanhangwagen enig teken of middel is aangebracht
- Waardoor de herkenning, daaronder begrepen de herkenning met behulp van technische voorzieningen, van het ingevolge artikel 40 gevoerde kenteken
- Wordt bemoeilijkt;
Vraag 2
In aanmerking genomen dat de tenlastelegging en bewezenverklaring niet het laatstgenoemde bestanddeel bevatten heeft het hof volgens het cassatiemiddel het bewezenverklaarde ten onrechte gekwalificeerd als overtreding van art. 41 lid 1 aanhef en onder b WvW 1994.
Vraag 3
De HR vernietigt de bestreden uitspraak wat betreft de beslissingen t.a.v. het in de zaak met parketnummer tenlastegelegde en de strafoplegging; wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden (zodat de tenlastelegging zal kunnen worden gewijzigd)
Ad Informandum
Vraag 1
Deze ad informandum feiten mogen alleen worden meegerekend als de verdachte tijdens de terechtzitting aanwezig is en erkenning blijkt en hij erop mag vertrouwen dat de OVJ niet nogmaals vervolging aangaat. (heeft alleen invloed op de strafmaat).
Een door de verdachte begaan strafbaar feit dat hem niet ten lasten is gelegd mag als bijzondere reden ter bepaling van de straf in aanmerking worden genomen, wanneer op grond van verdachtes erkenning ter terechtzitting aannemelijk is geworden dat hij dat feit heeft begaan en wanneer ervan mag worden uitgegaan dat ter zake van dat feit tegen de verdachte geen vervolging meer zal worden ingesteld.
Vraag 2
De HR casseert wegens schending van de artikel 350, 358, 359 en 415 Sr, of de onjuiste toepassing daarvan.
Feiten mogen ad informandum worden toegevoegd bij het strafproces, mits er ergens in de procedure een bekennende verklaring van verdachte over het feit heeft plaatsgevonden.
In casus heeft verdachte noch in het onderzoek ter terechtzitting, noch elders, het ad informandum bijgevoegde strafbare feit te hebben begaan en daarom mag dit feit niet meewegen in de strafoplegging. Het hof heeft de feiten wel laten meewegen, wat schending va het recht oplevert. Zie r.o. 4.7
Vraag 3
- elders in de procedure een bekennende verklaring omtrent het feit heeft afgelegd.
- hij niet op een ander moment weer voor datzelfde feit vervolgd zal worden.
Vraag 4
Als de verdachte de verklaring elders heeft afgelegd en hij ervan uit mag gaan dat hij daarvoor niet op andere wijze vervolgd zal worden. Als hij er niet is, dan moet hij elders bekend hebben en moet hij weten dat de extra ad informandum feiten ook ten laste worden gelegd. OM moet voor terechtzitting aan de verdachte mededelen dat ze een ad info gaan toevoegen.