Sheetnotes 15/16
Welke onderwerpen worden behandeld in het hoorcollege?
In dit hoorcollege wordt de Diagnostische Cyclus besproken. De bijbehorende literatuur is H3 van De Bruyn et al., (2003), deze literatuur is verkregen via de universiteit.
Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?
De onderwerpen uit dit hoorcollege komen overeen met de literatuur.
Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?
Er worden geen recente ontwikkelingen besproken.
Welke opmerkingen worden er tijdens het college gedaan door de docent met betrekking tot het tentamen?
Er worden geen opmerkingen over het tentamen gemaakt.
Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen?
Er worden geen tentamenvragen behandeld.
Hoorcollege aantekeningen 15/16
Impliciete theorievorming
- Hardnekking (eenmaal in hoofd, moeilijk uit hoofd te krijgen)
- Is basis kennis (en taal) cliënten
Psychologen helpen tot het komen van een oplossing na zoektocht naar een oplossing door cliënt zelf (advies van anderen, internet etc)
Expliciete theorievorming
Empirisch getoetste theorieën (=evidence-based/ wetenschappelijke kennis). Psychologische (betrouwbaar en valide) meetinstrumenten.
Valkuilen bij probleem oplossen
- Beschrijving probleemgedrag: subjectief (bijv. onmogelijke ouders)
- Verklaringen of conclusies op grond van eigen ervaring/ hypes (media) vooroordelen
- Overgeneralisatie
- Simplificieren (meestal is van alles met elkaar verbonden en is het geheel niet op te lossen door maar 1 onderdeel op te lossen)
- Zoeken naar bevestiging van eigen vooronderstelling (hypothese)
Vertekeningen in oordeelsvorming
- Causale (actor-observator) attributie (eigen gedrag komt door omgeving en bij anderen door de persoon zelf)
- Halo-effect: groep zorgt ervoor hoe jij iets interpreteert
- Subjectieve weging
- Oordeel gebaseerd op te beperkte informatie
- Primacy en recency effecten
- Geen rekening houden met base-rate/prevalentie
- Availability / beschikbaarheid
- Niet kijken naar alternatieven
Theorieën
Empirische cyclus (de Groot, 1961)
- Observatie, inductie, deductie, toetsing, evaluatie (klopt de hypothese)
- Toetsen van hypothese
- Wetenschappelijkheid
Regulatieve cyclus (van Strien, 1984)
- Probleemstelling, diagnose, plan, ingreep (plan uitvoeren), evaluatie (is het probleem opgelost?)
Theoretische disciplinering
- Gebruik empirische cyclus
- Gebruik expliciete theorieën / evidence-based
Methodologische disciplinering
- Gebruik verantwoorde instrumenten
- Expliciteren, transparantie
- Verantwoording afleggen
Psycholoog in de praktijk
- Informatie verzamelen over reden van aanmelding + ervaren probleem
- Overwegen wat er moet gebeuren (en hoe)
- Indien nodig: onderzoek doen
- Scoren, interpreteren, diagnose stellen (evt. bespreken met collega’s)
- Gestelde vragen beantwoorden + advies geven
Hypothesentoetsend model
- Klachtanalyse
- Beleving, woorden cliënt
- Hulpvraag / vraagstelling voor onderzoek - Probleemanalyse (beschrijven probleemgedrag, probleembeleving in context; concreet)
- (deze fase is alleen voor de diagnost) - Verklaringsanalyse (fase a+b alleen voor de diagnost)
- Hypothese formuleren, selecteren
- Instrumenten kiezen + toetsingscriteria formuleren
- Hypothese toetsing
- Integreren tot diagnose - Indicatie analyse (formuleren van aanbeveling voor behandeling)
- Advies
Hulpvraag = vraag naar (soort) hulp waar cliënt behoefte aan heeft.
Diagnostische hulpvraag = hulpvraag waar (psycho)diagnostisch onderzoek antwoord op kan geven (soms diagnostisch onderzoek niet nodig).
Vraagstelling = door diagnost ge(her)formuleerde diagnostische hulpvraag, waar diagnostisch onderzoek antwoord op moet geven (afspraak met cliënt).
Probleemanalyse
- Objectiveren van probleemgedrag
- Diagnost ordent probleemgedrag (probleemgebieden/clusters)
- Sociaal functioneren (externaliserend: agressief gedrag, teruggetrokken gedrag)
- Emotioneel functioneren (evt. opsplitsen/specificeren; internaliserend: angstig; depressief gedrag)
- Cognitief functioneren (incl. schoolse vaardigheden/ leerprestaties/taakgedrag/ werkhouding/ informatieverwerking/ geheugen/ aandacht/concentratie)
- Lichamelijk functioneren - Diagnost taxeert de ernst
- Indien nodig en relevant wordt er aanvullend onderkennend onderzoek gedaan.
- Het resultaat is een beschrijvende/onderkennende diagnose
Probleemclustering
Doel: ordening aanbrengen en toegang tot literatuur/wetenschappelijke bronnen.
Het richt zit op concreet en huidig gedrag en niet op mogelijke oorzaken. Het is dus een middel en geen doel!
Indicatieanalyse: aanbevelingen voor behandeling
- Formuleren behandelings- en begeleidingsvoorstellen
- Inschatten kans van slagen
- Formuleren advies
Het resultaat is in dit geval dan een indicerende diagnose.
Het is goed om in het rapport kort terug te koppelen hoe het adviesgesprek is verlopen, hoe de cliënt reageert op de bevindingen en welke afspraken er zijn gemaakt. Wat kan er fout gaan?
- Ontbrekende informatie
- Onjuiste veronderstelling/hypothese
- Tegenstrijdige informatie
- Er duikt opeens nieuwe informatie op
- Fouten in diagnostiek
- Onbetrouwbaar onderzoek etc..
Altijd een (semi)gestructureerde interview houden en de cliënt een vragenlijst laten invullen!